Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-02-18
ECLI:NL:GHAMS:2025:437
Civiel recht
Hoger beroep
2,937 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer: 200.318.252/01
zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/703288 / HA ZA 21-560
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 18 februari 2025
inzake
1. de rechtspersoon naar vreemd recht
EBI LTD.,
gevestigd te Vista (Californië, Verenigde Staten van Amerika),
2. de rechtspersoon naar vreemd recht
HIMG INC.,
gevestigd te Minden (Nevada, Verenigde Staten van Amerika),
appellanten in het principaal hoger beroep,
geïntimeerden in het incidenteel hoger beroep.
advocaat: mr. A.W. Hooijen te Blaricum,
tegen
SANIFIX B.V.,
gevestigd te Leerdam,
geïntimeerde in het principaal hoger beroep,
appellante in het incidenteel hoger beroep,
advocaat: J.M. Visser te Hendrik-Ido-Ambacht.
1Het verdere geding in hoger beroep
1.1.
Partijen worden hierna EBI en Sanifix genoemd.
1.2.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenarrest van 21 mei 2024;
- de akte van de zijde van Sanifix;
- de akte van de zijde van EBI;
- de brief d.d. 16 juli 2024 met het voorstel van de beoogde deskundige;
- het H16-formulier d.d. 5 augustus 2024 van EBI;
- de brief d.d. 12 augustus 2024 van Sanifix.
1.3.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.
2De verdere beoordeling
tussenarrest
2.1.
Bij tussenarrest van 21 mei 2024 heeft het hof partijen in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over het aantal, de deskundigheid en - bij voorkeur eensluidend - de persoon van de te benoemen deskundige(n). Ook heeft het hof partijen in de gelegenheid gesteld suggesties te doen over de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen. Daarenboven heeft het hof partijen in overweging gegeven om (opnieuw) een poging te doen om tot een minnelijke regeling te komen en heeft het hof partijen in de gelegenheid gesteld zich bij akte hierover uit te laten.
reacties partijen
2.2.
Partijen hebben vervolgens ieder een akte genomen. Daarbij hebben partijen ingestemd met de voorgestelde vragen en zijn zij eensluidend gekomen met de voordracht van één deskundige: [persoon] (hierna: de deskundige) van [bedrijf] te [plaats] .
2.3.
Het hof heeft de deskundige benaderd en bereid gevonden op te treden als deskundige. De deskundige heeft bevestigd dat hij geheel vrij staat ten opzichte van partijen en in staat is de vraagstelling te beantwoorden. In zijn brief van 16 juli 2024 heeft de deskundige onder meer de kosten begroot en voorwaarden geformuleerd ter beperking van aansprakelijkheid.
2.4.
EBI heeft zich akkoord verklaard met het voorstel van de deskundige.
2.5.
Sanifix heeft bezwaren geuit ten aanzien van de onderwerpen: accountantscontrole, kostenbegroting en plan van aanpak. Sanifix verzoekt de kostenbegroting te verminderen tot een bedrag van € 15.000,00 inclusief btw. Sanifix heeft geen bezwaren geuit over de voorwaarden ter beperking van de aansprakelijkheid, zodat het hof ervan uitgaat dat Sanifix daarmee heeft ingestemd. De bezwaren van Sanifix zal het hof hierna adresseren.
deskundige
2.6.
Het hof is - zoals in het tussenarrest al is overwogen - van oordeel dat kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige. Nu partijen een eensluidend voorstel hebben gedaan, zal het hof overgaan tot benoeming van [persoon] .
vraagstelling
2.7.
De door het hof in het tussenarrest van 21 mei 2024 voorgestelde vraagstelling zal worden gehandhaafd, gelet op de instemmende reacties van partijen hierop bij voormelde akten.
2.8.
Het hof zal bepalen dat de deskundige gemotiveerd en zo nauwkeurig mogelijk antwoord dient te geven op de hierna genoemde vragen:
Wilt u nagaan of de gegevens in de door Sanifix overgelegde documenten ter onderbouwing van de hoogte van haar schade (producties 13 (berekening schade door Trajectum ), 27 (nieuwe berekening gederfde winst Benelux), 32 (nieuwe berekening gederfde winst Duitsland/Spanje/Frankrijk/VK), 36 (nieuw overzicht van directe kosten (intern en extern)) en 44 (schadeberekening door boekhouder Sanifix), productie 46 grootboekrekening omzet Proffill over 2019, productie 47 grootboekrekening omzet Proffill over 2020, productie 48 grootboekkaarten omzet Proffill over 2019 van alle gefactureerde omzet, productie 49 grootboekkaarten omzet Proffill over 2020 gefactureerde omzet, productie 50 omzet Proffill webshop met gerealiseerde omzet december 2002 tot 1 december 2021) aansluiten op de administratie van Sanifix en uw bevindingen noteren?
Wat is uw opvatting over de bezwaren van EBI c.s. ten aanzien van deze schadeberekening zoals weergegeven in rov. 3.19. en 3.26. van het tussenarrest van 21 mei 2024?
Deelt u de opvatting over de schade van de boekhouder van Sanifix zoals opgenomen in productie 44 eerste aanleg met inachtneming van de maatstaf dat vergeleken moet worden de toestand met de onterechte beëindiging per direct met de toestand met een opzegtermijn van 12 maanden gerekend vanaf 5 november 2020?
Wilt u, indien de gegevens bedoeld onder 1) niet kloppen of u een andere opvatting over de schade bent toegedaan dan staat opgenomen in productie 44 eerste aanleg, zelf met een onderbouwd alternatief komen om de schade te berekenen?
Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan het hof volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?
Onderzoek
2.9.
De deskundige zal zelfstandig het onderzoek instellen. Artikel 198 lid 2 Rv bepaalt dat de deskundige bij zijn onderzoek partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen. Uit het schriftelijke bericht moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan. Van de inhoud van de opmerkingen en verzoeken wordt in het schriftelijke bericht melding gemaakt. Indien een partij schriftelijke opmerkingen of verzoeken aan de deskundige doet toekomen, verstrekt zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij. Het hof verwijst naar onderdeel 25 van de Leidraad deskundigen in civiele zaken:
“U wordt verzocht als volgt te werk te gaan bij het bieden van gelegenheid tot het maken van opmerkingen en het doen van verzoeken. U doet onderzoek en schrijft het rapport. Het rapport bevat uw volledige onderzoeksbevindingen, dus niet alleen het verslag van het onderzoek, maar ook uw antwoorden op de vragen van de rechter. U zendt het rapport toe aan partijen en schrijft in een begeleidende brief dat zij gelegenheid hebben opmerkingen en verzoeken aan u te doen toekomen binnen een door u genoemde termijn. Dit rapport wordt in deze Leidraad ook wel concept-rapport genoemd. Het ‘concept’-aspect houdt slechts in dat uw rapport pas definitief is nadat u aan partijen gelegenheid heeft gegeven voor het maken van opmerkingen en het doen van verzoeken en u deze heeft verwerkt. U hecht de vervolgens ontvangen opmerkingen en verzoeken in kopie als bijlage aan het deskundigenbericht.
Dictum
Het hof:
3.1.
bepaalt dat een deskundigenonderzoek wordt verricht naar de in rov. 2.8 van dit arrest geformuleerde vragen 1 t/m 5;
3.2.
benoemt tot deskundige ter beantwoording van deze vragen: [persoon] , werkzaam bij [bedrijf] , gevestigd aan [straat] te
( [POSTCODE] ) [plaats] ;
3.3.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek overigens zelfstandig – in de zin van artikel 198 lid 2 Rv, dat wil zeggen niet onder leiding van het hof – zal verrichten;
3.4.
bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige toezendt;
3.5.
bepaalt dat partijen binnen één week na de datum van dit arrest (een afschrift van) de verdere processtukken aan de deskundige ter beschikking zullen stellen en alle door deze gewenste inlichtingen zullen verstrekken;
3.6.
bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek partijen in de gelegenheid stelt opmerkingen te maken en verzoeken te doen (zoals weergegeven in rov. 2.9 en 2.10) en dat uit het bericht van de deskundige moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, terwijl in het bericht tevens melding wordt gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop;
3.7.
bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren;
3.8.
verzoekt de deskundige een schriftelijk en met redenen omkleed bericht, met een duidelijke conclusie, in te leveren ter griffie van dit hof en tegelijkertijd een afschrift van het bericht aan de advocaten van partijen toe te zenden vóór 2 september 2025;
3.9.
bepaalt het voorschot op de kosten van de deskundige op het begrote bedrag van € 25.000,00, inclusief btw;
3.10.
bepaalt dat Sanifix wordt belast met voormeld voorschot van € 25.000,00 inclusief btw;
3.11.
bepaalt dat Sanifix vóór 15 maart 2025 als voorschot op de kosten van de deskundige voornoemd bedrag ter griffie van het hof zal deponeren door overmaking op [rekeningnummer] van de Royal Bank of Scotland , ten name van Ministerie van Justitie MvJ ontvangsten gerechtshof, onder vermelding van ‘code 80 51 H, voorschot deskundige, zaak EBI/Sanifix zaaknummer 200.318.252/01’;
3.12.
bepaalt dat de griffier onmiddellijk na betaling van het desbetreffende voorschot de deskundige hiervan in kennis zal stellen en dat de deskundige pas dan met het onderzoek behoeft te beginnen;
3.13.
verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;
3.14.
benoemt mr. H.K.N. Vos tot raadsheer-commissaris, tot wie de deskundige zich, door tussenkomst van de griffier dient te wenden met (procedurele) vragen en verzoeken indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft;
3.15.
verwijst de zaak naar de rol van 2 september 2025 in afwachting van het deskundigenbericht;
3.16.
verstaat dat de zaak na ontvangst van het deskundigenbericht naar de rol wordt verwezen voor memorie na deskundigenrapport aan de zijde van Sanifix;
3.17.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. H.K.N. Vos, E. Loesberg en A. van Zanten-Baris en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2025.