Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-10-09
ECLI:NL:GHAMS:2025:3775
Strafrecht
Hoger beroep
3,964 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHAMS:2025:3775 text/xml public 2026-03-06T11:09:10 2026-03-03 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2025-10-09 23-000716-24 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:3775 text/html public 2026-03-06T11:06:24 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2025:3775 Gerechtshof Amsterdam , 09-10-2025 / 23-000716-24 Vernietiging van vonnis omdat het hof komt tot een andere bewezenverklaring. Mishandeling van voormalige echtgenote terwijl hun kinderen aanwezig waren en beschadigen van een goed. Het hof ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van de getuige. Zijn verklaringen zijn gedetailleerd en consistent en komen authentiek over. Voorwaardelijke taakstraf van 40 uren. afdeling strafrecht parketnummer: 23-000716-24 datum uitspraak: 9 oktober 2025 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 18 maart 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-271066-23 tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 25 september 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht. Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep De verdachte is door politierechter in de rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 3 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd, voor zover in hoger beroep nog aan de orde, dat: 1. hij op of omstreeks 25 september 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, zijn voormalige echtgenote, [benadeelde partij] , heeft mishandeld door die [benadeelde partij] - te duwen en/of - ( tegen de linkerzijde van het lichaam) te schoppen en/of te slaan en/of - over de vloer te slepen en/of - bij de nek en/of het hoofd en/of het gezicht beet te pakken en/of - met het hoofd tegen de muur te slaan en/of - met zijn knie (tegen de rug) te beuken; 2. hij op of omstreeks 25 september 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een ketting, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde partij] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Bewijsoverweging De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde. De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken. Daartoe heeft zij aangevoerd dat de verklaring van aangeefster tegenover de ontkennende verklaring van de verdachte staat en de verklaringen van getuige [getuige] tegenstrijdigheden bevatten in vergelijking met andere bewijsmiddelen en dat de getuige mogelijk beïnvloed is geweest door de aangeefster. Het hof overweegt in dit verband dat [getuige] bij de politie heeft verklaard dat hij zag dat een man aangeefster aan het slaan was en uithaalde in de richting van het gezicht van aangeefster. Hij zag dat aangeefster striemen in haar nek had. Hij zag ook dat aangeefster een ketting omhad en dat de man de ketting van haar nek rukte. Bij de raadsheer-commissaris verklaarde [getuige] dat hij zag dat de man aangeefster aanviel en dat zij schrammen in haar gezicht en in haar hals had. Ook bevestigde getuige [getuige] bij de raadsheer-commissaris dat de ketting van de hals van aangeefster werd getrokken. Daarnaast heeft [getuige] printscreens van Whatsappgesprekken bij de raadsheer-commissaris laten zien (de print screens zijn door de raadsheer-commissaris aan het proces-verbaal gehecht) waaruit blijkt dat hij de avond van 25 september 2022 aan vrienden berichten stuurde over de gebeurtenissen, waaronder “1 vrouw met allemaal schrammen”, “hij was haar fysiek aan het aanvallen”, “en sloeg haar in haar gezicht waar ik bij was”. Getuige [getuige] heeft bij de raadsheer-commissaris verklaard dat hij de man en aangeefster eerder had gezien, en ook na het incident nog heeft gezien, maar dat hij nooit contact met aangeefster heeft gehad. Anders dan de verdediging ziet het hof geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van [getuige] . Zijn verklaringen zijn gedetailleerd en consistent en komen authentiek op het hof over. Ook overigens vindt de suggestie van de raadsvrouw dat de verklaringen beïnvloed zijn door aangeefster geen steun in het dossier. Het verweer wordt verworpen. Het hof komt daarmee tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1. hij op 25 september 2022 te Amsterdam, zijn voormalige echtgenote, [benadeelde partij] , heeft mishandeld door die [benadeelde partij] - te duwen en - tegen de linkerzijde van het lichaam te slaan en - bij de nek beet te pakken; 2. hij op 25 september 2022 te Amsterdam, opzettelijk en wederrechtelijk een ketting die aan [benadeelde partij] , toebehoorde heeft beschadigd. Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: mishandeling. Het onder 2 bewezenverklaarde levert op: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straf De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis, waarvan 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Aan het voorwaardelijk strafdeel heeft de politierechter bijzondere voorwaarden gekoppeld. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis, waarvan 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat dezelfde bijzondere voorwaarden worden gekoppeld aan het voorwaardelijk strafdeel als door de politierechter zijn opgelegd. De raadsvrouw heeft het hof verzocht rekening te houden met het feit dat het incident inmiddels 3 jaar geleden is en in de tussentijd de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zijn veranderd.
Volledig
De verdachte is opnieuw getrouwd en heeft geen contact meer met zijn ex-vrouw. De verdachte richt zich volledig op de zorg van de kinderen. Er zijn allerlei instanties betrokken en daarom zou Reclasseringstoezicht geen toegevoegde waarde hebben. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte is, toen de voordeur van de woning van aangeefster open ging, vanaf het parkeerterrein naar haar woning gerend, heeft zijn voet tussen de deur gezet en heeft zijn voormalige echtgenote mishandeld in haar woning, waar ook hun gezamenlijke zeer jonge kinderen aanwezig waren. Juist in een gezin behoort iedereen zich veilig en geborgen te voelen en behoren kinderen veilig en stabiel te kunnen opgroeien. De verdachte heeft door zijn handelen ernstig afbreuk aan dat uitgangspunt gedaan en heeft daardoor blijk gegeven geen respect te hebben voor haar lichamelijke integriteit. Voor het gezin heeft hij een angstige en verdrietige situatie geschapen. Het hof heeft oog voor de bredere relationele complexiteit tussen de verdachte en het slachtoffer, maar dat kan nooit een rechtvaardiging opleveren voor het handelen van de verdachte. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 12 september 2025 is de verdachte niet eerder strafrechtelijk veroordeeld voor een soortgelijk feit. Dit weegt in het voordeel van de verdachte. Het hof houdt ook in het voordeel van de verdachte rekening met de toepasselijkheid van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht. Het hof houdt anderzijds rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals deze door de raadsvrouw en de verdachte ter terechtzitting naar voren zijn gebracht. Als gevolg van het tenlastegelegde is de verdachte zijn baan kwijtgeraakt en leeft hij sindsdien van een bijstandsuitkering. De verdachte is inmiddels hertrouwd en zorgt voor de kinderen. Het contact met het slachtoffer loopt via de hulpverleningsinstanties en sinds het tenlastegelegde zijn er geen nieuwe incidenten geweest. Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke taakstraf van 40 uren, met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden. Gelet op de veranderde persoonlijke omstandigheden acht het hof het op dit moment niet opportuun de bijzondere voorwaarden op te leggen, zoals geadviseerd door de reclassering in het rapport van 29 februari 2024. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.337,53. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 765,99, bestaande uit een bedrag van € 256,99 aan materiële schade en een bedrag van € 500,- aan immateriële schade. Het bedrag aan materiële schade bestaat uit €100,00 voor de ketting en € 156,99 voor de deurbelcamera. Voor het overige is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat conform de politierechter moet worden beslist ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij. De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat er geen bewijsstukken zijn overgelegd ten aanzien van de waarde van en de schade aan de ketting, en dat er geen causaal verband is tussen het tenlastegelegde en het aanschaffen van de deurbelcamera. Daarnaast heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de benadeelde geen verklaring van een arts of van een fysiotherapeut heeft overgelegd als onderbouwing van de gevorderde immateriële schade. Het hof overweegt als volgt. Materiële schade De politierechter heeft een bedrag van €100,- toegewezen voor de schade toegebracht aan de ketting van de benadeelde partij. Het dossier bevat een foto van de beschadigingen aan de ketting, maar geen aankoopbon en/of (reparatie)factuur en/of taxatie van de ketting. Het hof is van oordeel dat, omdat de vordering wordt betwist, behandeling van de vordering nadere bewijslevering zou vergen, hetgeen een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in dat gedeelte van haar vordering en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen. De benadeelde partij heeft daarnaast € 165,99 gevorderd voor de aanschaf van een deurbelcamera. Deze vordering is door de politierechter toegewezen. Het hof constateert dat de deurbel op 16 oktober 2022, kort na de tenlastegelegde mishandeling is aangeschaft. Daarnaast heeft de benadeelde partij bij de politierechter toegelicht dat zij zich naar aanleiding van de mishandeling niet veilig voelt en niet haar huis durfde te verlaten als zij wist dat de verdachte in de straat was. Op advies van de politie heeft zij een deurbelcamera aangeschaft. Het hof is van oordeel dat hiermee voldoende verband bestaat tussen de schade en het bewezenverklaarde handelen van de verdachte. De kosten voor de deurbelcamera worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 oktober 2022 tot aan de dag der algehele voldoening. Immateriële schade Het hof is van oordeel dat op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is komen vast te staan dat de benadeelde partij door de mishandeling letsel heeft opgelopen en in haar persoon is aangetast. Het hof overweegt daaromtrent als volgt. Uit de toelichting op het verzoek tot schadevergoeding volgt dat de benadeelde partij ten gevolge van het bewezenverklaarde alert is op haar omgeving en dat dit haar leven beheerst. Zij ervaart slapeloze nachten omdat zij veel piekert en door mentale klachten functioneert zij op de automatische piloot. Het hof zal gezien de aard en ernst van het bewezenverklaarde feit, gelet op vergelijkbare zaken en naar maatstaven van billijkheid, een bedrag van € 500,- toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 september 2022 tot aan de dag der algehele voldoening. Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 63, 300 en 350 van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING Het hof: Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 3 tenlastegelegde. Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren , indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis . Bepaalt dat de taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.