Rechtspraak Gerechtshof Amsterdam 2025-10-30
ECLI:NL:GHAMS:2025:3651
afdeling strafrecht parketnummer: 23-000463-21 datum uitspraak: 30 oktober 2025 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 9 februari 2021 in de strafzaak onder parketnummer 15-049159-20 tegen: [verdachte] , geboren te Moskou (Sovjet-Unie) op [geboortedag] 1982, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, domicillie kiezend ten kantore van zijn raadsman: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 16 oktober 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. De verdachte en het openbaar ministerie hebben hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat het hof: - uit de bewijsoverweging op pagina 4 van het vonnis schrapt de zinsnede “Evenmin is door verdachte onderbouwd waarom de bedragen niet via bancaire transacties konden worden overgemaakt maar fysiek moesten worden vervoerd met alle bijkomende kosten en risico’s van dien”; - naar aanleiding van het verhoor van [getuige] op 30 juli 2024 bij de raadsheercommissaris niet tot een ander oordeel komt dan de rechtbank. De verklaring van [getuige] heeft er niet toe geleid dat de verklaring van de verdachte over de herkomst van het geld concreet en verifieerbaar is geworden. Dat de bedragen die de verdachte heeft aangegeven bij de Douane en door de Douane bij hem zijn aangetroffen, afkomstig zouden zijn uit betalingen voor het gebruik van versleutelde berichtendienstverlening, versterkt slechts het vermoeden van de criminele herkomst van deze bedragen, nu het van algemene bekendheid is dat vooral in het criminele circuit van dergelijke dienstverlening gebruik wordt gemaakt en overigens in bonafide gevallen doorgaans niet in contanten wordt betaald voor telecomdiensten. De verklaring van [getuige] bevat geen objectieve of controleerbare gegevens op basis waarvan het openbaar ministerie gehouden was nader onderzoek te verrichten; - de strafmotivering van de rechtbank vervangt door de onderstaande. Oplegging van straf De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 28 maanden met aftrek van voorarrest. Volgens de advocaat-generaal doen de LOVS-oriëntatiepunten voor fraude geen recht aan de ernst van het ten laste gelegde feit. De door het openbaar ministerie ontwikkelde ‘Richtlijn voor Strafvordering Witwassen’ zijn volgens hem voor deze situatie beter geschikt voor de bepaling van de hoogte van de straf. De raadsman heeft het hof verzocht om – indien het tot een bewezenverklaring komt – rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, de zware detentieomstandigheden tijdens de coronapandemie en de overschrijding van de redelijke termijn. De raadsman heeft het hof ook verzocht acht te slaan op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De raadsman heeft verzocht ten hoogste een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen gelijk aan het voorarrest. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van grote contante geldbedragen. Witwassen van criminele gelden vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economis