Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-11-06
ECLI:NL:GHAMS:2025:3204
Strafrecht
Hoger beroep
464 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002937-24
datum uitspraak: 6 november 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 18 december 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-235786-23 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2001,
adres: [adres] .
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 november 2025.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep te kennen gegeven zijn oorspronkelijke bezwaren tegen het vonnis niet te willen handhaven. Ook overigens is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak. Om die reden wordt de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Dictum
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. A.P.M. van Rijn en mr. M. Iedema, in tegenwoordigheid van mr. I.A. de Bruijne, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 november 2025.