Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-10-08
ECLI:NL:GHAMS:2025:3191
Strafrecht
Raadkamer
895 tokens
Inleiding
proces-verbaal terechtzitting
GERECHTSHOF AMSTERDAM
datum arrest 8 oktober 2025
parketnummer 23-002063-24
datum vonnis eerste aanleg 10 september 2024
parketnummer 96-074136-24 en 15-067535-22 (TUL)
Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van dit gerechtshof, enkelvoudige kamer, op 8 oktober 2025.
Tegenwoordig:
mr. A.W.T. Klappe raadsheer,
en A.A. Adow griffier.
Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. E. Meppelink, advocaat-generaal.
De raadsheer doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.
De verdachte, opgeroepen als:
[verdachte]
geboren [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats]
,
is niet verschenen.
Als raadsman van de verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. R.J. Pardijs, advocaat te Amsterdam.
De advocaat-generaal zendt de betekeningsstukken per email aan het hof. De raadsman krijgt daarvan een afschrift.
De raadsheer houdt de betekening voor. Zij deelt mede:
Er is geprobeerd de oproeping twee keer uit te reiken op het inschrijvingsadres van de verdachte, maar dit is niet gelukt. Daarom is de oproeping naar het postkantoor gestuurd. Aangezien deze niet binnen zeven dagen is afgehaald, is de oproeping teruggestuurd naar het openbaar ministerie. In het dossier ontbreekt echter een bevestiging van de betekening bij het openbaar ministerie.
De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat de zaak dient te worden aangehouden, zodat de verdachte alsnog op de juiste wijze opgeroepen kan worden.
De raadsman stelt zich op het standpunt dat de oproeping nietig is, omdat deze niet op juistheid gecontroleerd kan worden.
De advocaat-generaal sluit zich hierbij aan.
De raadsheer verklaart het onderzoek gesloten en deelt mee terstond mondeling arrest te zullen wijzen.
De raadsheer spreekt het arrest uit ter openbare terechtzitting.
AANTEKENING VAN HET MONDELING ARREST
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 8 oktober 2025.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat de oproeping nietig dient te worden verklaard.
Geldigheid van de oproeping in hoger beroep
Uit de ter terechtzitting in hoger beroep door de advocaat-generaal overgelegde stukken blijkt dat de oproeping voor de terechtzitting van heden niet is gelukt. De oproeping is teruggezonden naar het openbaar ministerie. Niet blijkt uit het dossier dat de oproeping daar op de juiste wijze is uitgereikt.
Het moet er bij die stand van zaken voor gehouden worden dat zulks, ten onrechte, niet is gebeurd.
Uit het voorgaande volgt dat de oproeping om in hoger beroep om op de terechtzitting van heden te verschijnen niet op de bij de wet voorgeschreven wijze aan de verdachte is betekend. Omdat de verdachte niet ter terechtzitting is verschenen, dient de oproeping op grond daarvan nietig te worden verklaard.
Dictum
Het hof:
Verklaart de oproeping in hoger beroep nietig.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de raadsheer en de griffier is vastgesteld en ondertekend.