Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-11-18
ECLI:NL:GHAMS:2025:3111
Strafrecht
Hoger beroep
1,810 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000455-24
datum uitspraak: 18 november 2025
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 22 februari 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-322500-23 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 november 2025.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsvrouw naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 5 augustus 2023 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [slachtoffer] heeft mishandeld door [slachtoffer] eenmaal te slaan/stompen in het gezicht en/of hoofd.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 5 augustus 2023 te Amsterdam [slachtoffer] heeft mishandeld door [slachtoffer] eenmaal te stompen in het gezicht;
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
mishandeling.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straf
De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 dagen hechtenis.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg is opgelegd.
De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit aan de verdachte een geldboete van
€ 500,00 op te leggen in plaats van een onvoorwaardelijke taakstraf. Daartoe heeft zij onder meer aangevoerd dat de in eerste aanleg opgelegde taakstraf te hoog is gelet op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk overleg vakinhoud strafrecht (LOVS), nu sprake is van een enkele klap. Daarnaast was de politierechter bij het bepalen van de straf onvoldoende ingelicht over (de aanleiding van) het incident. De verdachte is bij verstek veroordeeld en heeft zijn kant van het verhaal niet naar voren kunnen brengen. Hij ontkent dat er sprake was van geweld met een discriminatoir aspect vanwege de homoseksualiteit van de aangever en stelt dat hij het feit heeft gepleegd, omdat er vanuit de groep van de aangever vanaf de kade glas werd gegooid en geschopt op de boot waarop hij zich bevond. Deze aanleiding voor het incident dient te worden meegewogen in de strafmaat.
Oordeel van het hof
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich tijdens de Gay Pride Amsterdam schuldig gemaakt aan mishandeling door het slachtoffer in zijn gezicht te stompen. Daardoor heeft het slachtoffer een wond bij zijn oog opgelopen. Het hof wil aannemen dat de aanleiding daarvoor niet was gelegen in het feit dat het slachtoffer homoseksueel was, maar neemt het de verdachte wel kwalijk dat hij een conflict over glas op de boot heeft willen oplossen met geweld. Dergelijke feiten dragen bij aan een gevoel van onveiligheid in de samenleving en doen ook afbreuk aan het feestelijke karakter van de Gay Pride. Het hof weegt in strafverzwarende zin mee dat de verdachte het feit tijdens een evenement heeft gepleegd en dat hij dit onder invloed van alcohol heeft gedaan.
Het hof heeft bij de strafoplegging gelet op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS. Voor een mishandeling, waarbij sprake is van lichamelijk letsel, is het opleggen van een geldboete het uitgangspunt. In dit geval vindt het hof, gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de (strafverzwarende) omstandigheden waaronder dit is begaan, een geldboete echter niet op zijn plaats. Het hof acht alles afwegende een taakstraf van 30 uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 dagen hechtenis, passend en geboden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d en 300 van het Wetboek van Strafrecht.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.A.E. van Noort, mr. C.J. van der Wilt en mr. M. Iedema, in tegenwoordigheid van mr. S.S.I. Jackson, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 november 2025.
Mr. M. Iedema en mr. C.J. van der Wilt zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.