Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-11-11
ECLI:NL:GHAMS:2025:3051
Civiel recht
Hoger beroep
3,395 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht,
team I (handel)
zaaknummer : 200.309.724/01
zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/696128/HA ZA 21-93
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 11 november 2025
in de zaak van
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,
gevestigd te Amsterdam,
appellante,
advocaat: mr. T.R.B. De Greve te Amsterdam,
tegen
BUDGET SOLUTIONS B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
geïntimeerde,
advocaat: mr. A. Rodriguez Gonzalez te Den Haag.
Partijen worden hierna Rabobank en Budget Solutions genoemd. De oorspronkelijke appellante, voor wie Budget Solutions in de plaats is getreden, wordt LC Bewindvoering genoemd.
1De zaak in het kort
1.1.
LC Bewindvoering en Rabobank hebben in 2019 een overeenkomst gesloten op grond waarvan LC Bewindvoering bij Rabobank verschillende bankrekeningen kon openen ten name van personen van wie goederen onder het bewind van LC Bewindvoering zijn gesteld. Volgens die overeenkomst is Rabobank bevoegd om een concreet verzoek van LC Bewindvoering om een rekening te openen, af te wijzen. Toen Rabobank die bevoegdheid ten aanzien van twee cliënten van LC Bewindvoering uitoefende, is LC Bewindvoering de onderhavige procedure gestart.
1.2.
In het bestreden vonnis heeft de rechtbank voor recht verklaard dat Rabobank gehouden is om gevolg te geven aan verzoeken van LC Bewindvoering om voor de duur van een bewind een beheerrekening en een leefgeldrekening te openen, en Rabobank veroordeeld om ten behoeve van de twee cliënten van LC Bewindvoering voor de duur van het bewind een leefgeldrekening te openen. Tegen die beslissingen is Rabobank in dit hoger beroep opgekomen.
1.3.
Nadat partijen hun memorie van grieven respectievelijk antwoord hadden genomen, hebben LC Bewindvoering en Budget Solutions incidenteel gevorderd, kort gezegd, dat de procedure in hoger beroep verder ten name van Budget Solutions zal worden gevoerd.
1.4.
Bij zijn tussenarrest van 27 augustus 2024 heeft dit hof bepaald dat de procedure is geschorst en zal worden hervat door Budget Solutions in plaats van LC Bewindvoering. De zaak is verwezen naar de rol voor dagbepaling mondelinge behandeling.
2Het verdere verloop van de procedure
2.1.
Uit het tussenarrest blijkt het verloop van de procedure tot aan dat moment. De zaak is vervolgens mondeling behandeld op 31 oktober 2025. Bij die gelegenheid hebben partijen de zaak doen toelichten, Rabobank door mr. K. van Zwieten en mr. L. Hageman, advocaten te Utrecht, en Budget Solutions door haar advocaat en door mr. E. Kattestaart, advocaat te Rotterdam. De advocaten hebben zich daarbij bediend van spreekaantekeningen, die zij hebben overgelegd.
2.2.
Aan het slot van de mondelinge behandeling hebben partijen arrest gevraagd.
Feiten
3.1.
LC Bewindvoering heeft een beschermingsbewindvoerderskantoor geëxploiteerd. In het kader van de behartiging van de financiële belangen van personen van wie goederen onder bewind waren gesteld, beheerde LC Bewindvoering bankrekeningen die waren gesteld op naam van de desbetreffende personen (de rechthebbenden).
3.2.
Op 19 februari 2019 hebben LC Bewindvoering en Rabobank een zogenoemde “mantelovereenkomst” gesloten, die ertoe strekt dat LC Bewindvoering gedurende het bewind en namens de rechthebbenden bij Rabobank bankrekeningen (te weten een beheerrekening, een leefgeldrekening, een spaarrekening en de lopende rekeningen van de rechthebbende) kon aanhouden ten behoeve van betalingen ten gunste en ten laste van de desbetreffende rechthebbende. In deze overeenkomst is uitgangspunt dat de rechthebbende voldoet aan de zogenoemde “klantacceptatiecriteria” van Rabobank. Partijen zijn ook overeengekomen dat Rabobank de bevoegdheid heeft om te weigeren een rekening ten name van de rechthebbende te openen.
3.3.
In 2014 zijn voor de duur van maximaal acht jaar in het Incidentenregister en in het Intern Verwijzingsregister van Rabobank de gegevens opgenomen van [naam 1] (hierna: [naam 1] ), omdat hij betrokken was geweest bij factuurfraude.
3.4.
Bij beschikking van 6 februari 2020 zijn goederen van [naam 1] onder bewind gesteld. LC Bewindvoering is benoemd tot bewindvoerder. Op 7 februari 2020 heeft LC Bewindvoering bij Rabobank een aanvraag ingediend voor het openen van een beheerrekening en leefgeldrekening op naam van [naam 1] . Rabobank heeft bij e-mail van 24 februari 2020 LC Bewindvoering bericht dat zij [naam 1] niet als klant accepteert, maar na aandringen van LC Bewindvoering heeft zij op 29 juni 2020 alsnog (uitsluitend) een beheerrekening ten name van [naam 1] geopend.
3.5.
[naam 1] had op het moment dat het bewind werd ingesteld, een leefgeldrekening bij SNS Bank, die op 27 mei 2020 door deze bank is geblokkeerd. SNS Bank heeft een aanvraag van LC Bewindvoering om een basisbankrekening ten name van [naam 1] te openen afgewezen, op de grond dat LC Bewindvoering geen zakelijke klant bij SNS Bank is.
3.6.
Op 1 april 2023 is Budget Solutions LC Bewindvoering opgevolgd als bewindvoerder over de goederen van [naam 1] .
3.7.
In 2018 zijn voor de duur van maximaal acht jaar in het Incidentenregister en in het Intern Verwijzingsregister van Rabobank de gegevens opgenomen van [naam 2] (hierna: [naam 2] ), omdat hij betrokken was geweest bij een frauduleuze overboeking.
3.8.
Bij beschikking van 30 april 2020 zijn goederen van [naam 2] onder bewind gesteld. LC Bewindvoerder is benoemd tot bewindvoerder. Op 22 juni 2020 heeft LC Bewindvoering bij Rabobank een aanvraag ingediend voor het openen van een beheerrekening en leefgeldrekening op naam van [naam 2] . Rabobank heeft bij e-mail van 29 juni 2020 LC Bewindvoering bericht dat zij [naam 2] niet als klant accepteert, maar na aandringen van LC Bewindvoering heeft Rabobank op 20 juli 2020 alsnog (uitsluitend) een beheerrekening ten name van [naam 2] geopend.
3.9.
Omdat [naam 2] in november 2020 betrokken was geweest bij fraude, heeft ING Bank de basisbankrekening van [naam 2] geblokkeerd.
3.10.
Het bewind over de goederen van [naam 2] is per 16 maart 2023 opgeheven.
3.11.
LC Bewindvoering heeft haar bedrijfsvoering gestaakt en is op 15 november 2023 ontbonden. Ze heeft de vorderingen die ze in deze procedure tegen Rabobank heeft ingesteld, op 1 februari 2023 overgedragen aan Budget Solutions.
3.12.
Budget Solutions heeft een mantelovereenkomst met Rabobank die gelijkluidend is aan de mantelovereenkomst tussen LC Bewindvoering en Rabobank.
4Procedure bij de rechtbank
4.1.
LC Bewindvoering heeft gevorderd, kort gezegd, dat voor recht wordt verklaard dat Rabobank gehouden is om in opdracht van LC Bewindvoering voor cliënten van wie goederen in de zin van Boek 1 BW onder bewind zijn gesteld, een beheerrekening en leefgeldrekening te openen, al dan niet onder de voorwaarde dat deze rekeningen worden opgeheven wanneer het bewind wordt beëindigd, en dat Rabobank wordt veroordeeld om een leefgeldrekening te openen ten behoeve van [naam 1] en [naam 2] , al dan niet onder de voorwaarde dat deze rekeningen worden opgeheven wanneer het bewind ten behoeve van hen wordt beëindigd.
4.2.
LC Bewindvoering heeft haar vorderingen gebaseerd op de mantelovereenkomst met Rabobank, en aangevoerd dat Rabobank de opening van een beheerrekening en leefgeldrekening niet mag weigeren op de grond dat de rechthebbende in het Incidentenregister, het Intern Verwijzingsregister of het Extern Verwijzingsregister is opgenomen. Het zou voor LC Bewindvoering praktisch en financieel onmogelijk zijn om op een correcte wijze en met inachtneming van de zorgplicht van artikel 1:444 BW uitvoering te geven aan haar taak als bewindvoerder indien zij niet voor iedere cliënt de beschikking krijgt over een beheerrekening en een leefgeldrekening.
4.3.
Rabobank heeft tot verweer aangevoerd dat zij het risico loopt dat zij voor de rechthebbende met een fraudeverleden die zich na het beëindigde bewind in de situatie bevindt dat geen enkele bank een rekening wil openen, vanwege de beëindigde beheerrekening en leefgeldrekening onder het Convenant Basisbankrekening (hierna: het convenant) wordt aangemerkt als laatste bank van die rechthebbende, aan wie zij dan op grond van het convenant een betaalrekening beschikbaar moet stellen. Dan heeft zij opnieuw een klant met een fraudeverleden in haar systemen, wat in strijd is met de gedachte achter het convenant dat zulke klanten gelijkelijk over de deelnemende banken zullen worden verdeeld.
4.4.
De rechtbank heeft voor recht verklaard dat Rabobank onder de mantelovereenkomst met LC Bewindvoering gehouden is om op verzoek van LC Bewindvoering voor de cliënten van wie goederen onder bewind zijn gesteld, voor de duur van het bewind een beheerrekening en een leefgeldrekening te openen, en Rabobank veroordeeld om op verzoek van LC Bewindvoering voor de duur van het bewind leefgeldrekeningen te openen ten behoeve van haar cliënten [naam 1] en [naam 2] .
5Vordering in hoger beroep
5.1.
Rabobank vordert dat het bestreden vonnis wordt vernietigd en dat de vorderingen van LC Bewindvoering alsnog worden afgewezen, met compensatie van de proceskosten in beide instanties.
5.2.
LC Bewindvoering heeft gevorderd dat het vonnis wordt bekrachtigd en dat de proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd.
Beoordeling
6.1
Tijdens de mondelinge behandeling heeft Rabobank aangevoerd dat de vorderingen die ter beoordeling van het hof voorliggen, niet toewijsbaar zijn bij gebrek aan belang, De vorderingen vinden hun grondslag in de mantelovereenkomst tussen Rabobank en LC Bewindvoering, die haar werkzaamheden heeft beëindigd en is ontbonden. Budget Solutions is bij de mantelovereenkomst tussen Rabobank en LC Bewindvoering geen partij, zodat de vorderingen niet ten gunste van Budget Solutions kunnen worden toegewezen, aldus Rabobank.
6.2.
Budget Solutions heeft haar belang bij de vorderingen nader gemotiveerd door de stelling dat de mantelovereenkomst tussen haar en Rabobank identiek is aan de mantelovereenkomst tussen LC Bewindvoering en Rabobank. Zij heeft voorts verwezen naar het tussenarrest van dit hof, waarin is overwogen (rov. 2.5) dat LC Bewindvoering de vorderingen die zij in deze procedure heeft ingesteld, zijn overgedragen aan Budget Solutions.
6.3.
Het hof stelt voorop dat het beroep van Rabobank op gebrek aan belang tijdig is aangevoerd, omdat de omstandigheden waarop dat beroep is gebaseerd, zich pas hebben voorgedaan nadat Rabobank haar memorie van grieven had genomen.
6.4.
Naar het oordeel van het hof is het beroep op gebrek aan belang, beoordeeld naar de stand van zaken ten tijde van dit hoger beroep, gegrond. Rabobank heeft niet ingestemd met contractsoverneming door Budget Solutions van de rechtsverhouding uit hoofde van de mantelovereenkomst tussen Rabobank en LC Bewindvoering. In de materiële rechtsverhouding tussen Rabobank en LC Bewindvoering is dus geen verandering gekomen. De inzet van deze procedure is, kort gezegd, dat Rabobank onder die materiële rechtsverhouding – dus de mantelovereenkomst tussen Rabobank en LC Bewindvoering – beheerrekeningen en leefgeldrekeningen moet openen. Omdat Budget Solutions bij die materiële rechtsverhouding geen partij is en niet is gesteld dat Budget Solutions deze procedure voert (weliswaar in eigen naam maar) ten behoeve van LC Bewindvoering (die haar werkzaamheden heeft gestaakt en is ontbonden), kunnen de vorderingen niet ten name van Budget Solutions worden toegewezen.
6.5.
Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de vorderingen niet toewijsbaar zijn en dat de grieven van Rabobank geen beoordeling behoeven. Ook kan in het midden blijven of het hof, zoals tijdens de mondelinge behandeling is besproken, moet terugkomen van het tussenarrest van 27 augustus 2024 op de grond dat het berust op een onjuiste rechtsopvatting doordat het onverenigbaar is met art. 3:304 BW.
6.6.
Partijen hebben bij gelegenheid van de mondelinge behandeling bevestigd dat zij hebben afgesproken dat zij in deze procedure hun eigen proceskosten dragen. Het hof zal de proceskosten dan ook compenseren.
Dictum
Het hof:
7.1.
vernietigt het bestreden vonnis en, opnieuw rechtdoende, wijst de vorderingen af;
7.2.
bepaalt dat partijen in beide instanties hun eigen proceskosten dragen.
Dit arrest is gewezen door mrs. Y. Steeg-Tijms, K.A.J. Bisschop en A.C. van Schaick en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 11 november 2025.