Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-11-11
ECLI:NL:GHAMS:2025:3050
Civiel recht
Hoger beroep
876 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:GHAMS:2025:3050 text/xml public 2026-02-13T15:29:37 2025-11-14 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2025-11-11 200.293.307/01 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2025:3050 text/html public 2026-02-13T15:29:30 2026-02-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2025:3050 Gerechtshof Amsterdam , 11-11-2025 / 200.293.307/01 dekkingsgeschil GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer: 200.293.307/01 zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam: C/13/610230 / HA ZA 16-604 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 11 november 2025 inzake 1 [appellant 1] , gevestigd te [plaats 1] , 2. [appellant 2] , gevestigd te [plaats 2] , appellanten, tevens incidenteel geïntimeerden, advocaat: mr. R.H. Knegtering te Leeuwarden, tegen: [geïntimeerde] , gevestigd te [plaats 3] , geïntimeerde, tevens incidenteel appellante, advocaat: mr. J.M.H.W. Bindels te Arnhem. Appellanten worden hierna gezamenlijk met [appellanten] (in vrouwelijk enkelvoud) aangeduid. Geïntimeerde wordt [geïntimeerde] genoemd. 1 Verder verloop van het geding In deze zaak heeft het hof op 9 april 2024 en op 10 september 2024 tussenarresten uitgesproken. Voor het verloop van het geding tot 10 september 2024 wordt verwezen naar het laatste tussenarrest. Vervolgens hebben partijen, na aanhouding als hierna te noemen, wederom arrest gevraagd. 2 Verdere beoordeling 2.1 De eerdere beoordeling komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat het dak van de loods aan de Morseweg 17 in Leeuwarden op 5 juli 2015 is ingestort als gevolg van een door verzekerden bij [geïntimeerde] verzekerd evenement (storm), dat de grieven in principaal appel slagen en die in incidenteel appel falen en dat de schade vastgesteld dient te worden op de in de polisvoorwaarden neergelegde wijze. Om partijen in de gelegenheid te stellen tot die schadevaststelling over te gaan is de zaak aangehouden. 2.2 Inmiddels hebben partijen laten weten dat zij het schadevaststellingstraject hebben doorlopen, dat de schade is vastgesteld op € 316.731,32 ex btw in totaal (bedrijfsschade en kosten bouwkundig herstel) en dat dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente van ruim € 100.000,-, inmiddels ook is uitgekeerd. Partijen wensen niettemin arrest. 2.3 Teneinde misverstanden te voorkomen zullen de vonnissen waarvan beroep geheel worden vernietigd en zal worden verstaan dat [geïntimeerde] het onder de verzekeringen verschuldigde bedrag heeft voldaan. [geïntimeerde] zal als in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de kosten van het geding in beide instanties, berekend aan de hand van de inmiddels tussen partijen vaststaande schadebedragen. 3 Beslissing Het hof: vernietigt de vonnissen waarvan beroep en opnieuw rechtdoende: verstaat dat [geïntimeerde] de verzekerde bedragen in verband met het gedekte evenement, vermeerderd met de verschuldigde wettelijke rente, heeft uitgekeerd; veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het geding in eerste aanleg, begroot op € 9.844,99 aan verschotten en € 12.010 voor salaris, en in principaal en incidenteel hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [appellanten] begroot op € 5.700,62 aan verschotten en € 21.144 voor salaris; verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad. Dit arrest is gewezen door mrs. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten, K.A.J. Bisschop en P.A.M. Jongens-Lokin en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 11 november 2025.