Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-11-06
ECLI:NL:GHAMS:2025:3032
Strafrecht
Hoger beroep
897 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001795-24
datum uitspraak: 6 november 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 26 juli 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-195033-24 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1999,
adres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 23 oktober 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder feit 1 en feit 2 subsidiair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 weken met aftrek
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof het vonnis aanvult met de bespreking van een in hoger beroep gevoerd verweer. Ook heeft het hof artikel 63 Sr toegepast.
Bespreking bewijsverweer
De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv, omdat de verbalisanten zonder toestemming van de verdachte in zijn rugzak hebben gekeken. Volgens de raadsman hadden de verbalisanten er niet van mogen uitgaan dat de verdachte hen goed had begrepen toen zij hem in de Engelse taal vroegen of zij in zijn rugzak mochten kijken. Volgens de raadsman moet bewijsuitsluiting volgen, nu het gaat om ernstig verzuim, waardoor de ten laste gelegde feiten niet bewezen kunnen worden en de verdachte moet worden vrijgesproken.
Het hof verwerpt het verweer en overweegt als volgt.
Het proces-verbaal van bevindingen van 13 juni 2024 houdt in dat de verbalisanten in de Engelse taal aan de verdachte hebben gevraagd of zij in zijn rugzak mochten kijken, waarna de verdachte zijn rugzak oppakte en aan de verbalisanten overhandigde met de woorden “Yes, can look”. Het hof is van oordeel dat deze gedragingen van de verdachte naar hun uiterlijke verschijningsvorm door de verbalisanten konden worden geïnterpreteerd als toestemming om de rugzak te doorzoeken, waardoor geen sprake is van een vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv.
Dictum
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.J. van der Wilt, mr. P.J. van Eekeren en mr. M.K. Durdu-Agema, in tegenwoordigheid van mr. R.J.C. Wegerif, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 november 2025.
Mr. M.K. Durdu-Agema is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=
===
[…]