Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-10-14
ECLI:NL:GHAMS:2025:2937
Strafrecht
Hoger beroep
2,364 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002708-24
datum uitspraak: 14 oktober 2025
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 20 november 2024 in de strafzaak onder parketnummer 15-090397-24 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1970,
adres: [adres] ).
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 september 2025.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij, in de periode tussen 1 december 2022 en 4 maart 2023 te Sint-Katelijne-Waver (België) en/of Schiphol en/of Amsterdam, althans in België en/of Nederland, een ander of anderen, te weten [betrokkene] , behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland en/of Engeland of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door die [betrokkene] ;
- een vals paspoort te verstrekken en/of
- op te halen op en/of bij zijn woonadres en/of af te zetten op en/of bij Schiphol Airport en/of;
- te helpen en/of bij te staan bij het aanschaffen van een vliegticket;
terwijl hij, verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was
subsidiairhij, in de periode tussen 1 december 2022 en 4 maart 2023 te Sint-Katelijne-Waver (België) en/of Schiphol en/of Amsterdam, althans in België en/of Nederland, een reisdocument en/of identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, te weten een Italiaans paspoort, voorzien van documentnummer [nummer] op naam van [betrokkene] , valselijk heeft opgemaakt of vervalst;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
primairhij in de periode tussen 1 december 2022 en 4 maart 2023 in België en Nederland een ander, te weten [betrokkene] , behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland en/of Engeland of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door die [betrokkene] ;
- een vals paspoort te verstrekken en
- op te halen op zijn adres en af te zetten op Schiphol Airport en
- te helpen bij het aanschaffen van een vliegticket
terwijl hij, verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was.
Hetgeen primair meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het primair bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het primair bewezenverklaarde levert op:
mensensmokkel.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het primair bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straf
De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden.
Standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft het hof verzocht om een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf of een geldboete aan de verdachte op te leggen en bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daartoe heeft hij onder meer aangevoerd dat uit het dossier niet blijkt dat de verdachte geld wilde verdienen met het ten laste gelegde feit, dat de verdachte als first offender dient te worden beschouwd en dat hij kostwinner is van zijn gezin.
Oordeel van het hof
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensensmokkel, door de heer [betrokkene] in december 2022 te (doen) begeleiden bij zijn illegale (door)reis naar Nederland. Vervolgens heeft de verdachte zich in maart 2023 opnieuw schuldig gemaakt aan mensensmokkel door diezelfde persoon opzettelijk behulpzaam te zijn bij een voorgenomen illegale reis naar Engeland, door hem een vals paspoort te verstrekken, af te zetten bij Schiphol en te helpen bij het aanschaffen van een vliegticket. De verdachte heeft hiermee een ernstige inbreuk op de rechtsorde gemaakt en het overheidsbeleid ter bestrijding van illegaliteit op grove wijze doorkruist. Het is bovendien algemeen bekend dat mensensmokkelaars onevenredig grote geldbedragen vragen van personen die illegaal een land willen binnenkomen of uitreizen. Een systeem van uitbuiting wordt hierdoor in stand gehouden. Mensensmokkel is daarom een ernstig feit. Daarnaast heeft het handelen van de verdachte het vertrouwen geschaad dat in het internationale personenverkeer in op naam gestelde (identiteits)documenten moet kunnen worden gesteld. Het hof rekent het de verdachte zwaar aan dat hij op geen enkel moment verantwoordelijkheid voor zijn daden heeft genomen.
Het hof heeft bij de bepaling van de straf gelet op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting en bij straffen die door dit hof in gevallen vergelijkbaar met deze zaak worden opgelegd. Voor mensensmokkel is het uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden per gesmokkeld persoon. In de zaak van de verdachte is de verdachte twee keer (de heen- en terugreis) opzettelijk behulpzaam geweest bij mensensmokkel. Gelet op de aard en de ernst van het feit en op straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd, is het hof van oordeel dat enkel een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf, als straf in aanmerking komt. De door de politierechter opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden is in beginsel dan ook passend en geboden.
In de door de verdediging aangevoerde persoonlijke omstandigheden ziet het hof, anders dan de raadsman, geen aanleiding om over te gaan tot oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf of een andere strafmodaliteit.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 1 (één) maand, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.W.T. Klappe, mr. A.P.M. van Rijn en mr. H.A. van Eijk, in tegenwoordigheid van mr. S.S.I. Jackson, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 14 oktober 2025.
Mr. A.W.T. Klappe is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.