Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-10-03
ECLI:NL:GHAMS:2025:2805
Strafrecht
Hoger beroep
582 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001001-23
datum uitspraak: 3 oktober 2025
NIET VERSCHENEN
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 24 maart 2023 in de strafzaak onder parketnummer 15-319544-22 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1976,
adres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
3 oktober 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.
Geldigheid van de oproeping in hoger beroep
De verdachte, die op de terechtzitting in hoger beroep van 3 oktober 2025 niet is verschenen, heeft op de terechtzitting van 14 mei 2024 verklaard te verblijven op het adres [adres] . Er zijn geen omstandigheden die erop wijzen dat dit adres als achterhaald moet worden beschouwd. Daarom moet dit adres voor de feitelijke verblijfplaats van de verdachte worden gehouden.
Nu hij ten tijde van het uitbrengen van de oproeping niet was gedetineerd en hij niet was ingeschreven in de Basisregistratie Personen, maar van hem wel een (feitelijke) woon- of verblijfplaats bekend was, had de uitreiking van de oproeping op grond van art. 36e lid 1 aanhef en onder b sub 2° Sv op dat adres moeten plaatsvinden. Nu blijkt uit de stukken dat dit niet is gebeurd, dient de oproeping op grond daarvan – nu de verdachte niet ter terechtzitting is verschenen – nietig te worden verklaard.
Dictum
Het hof:
Verklaart de oproeping in hoger beroep nietig.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.W.T. Klappe, mr. M. Iedema en J.H. van der Werff, in tegenwoordigheid van
mr. A.C. Vermeijden, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
3 oktober 2025.