Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-09-30
ECLI:NL:GHAMS:2025:2683
Civiel recht
Hoger beroep
5,352 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.338.931/01
zaak-/rolnummer rechtbank Noord-Holland : 10428983 CV EXPL 23-2019
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 30 september 2025
inzake
[appellant]
,
wonende te [plaats 1] ,
appellant,
incidenteel geïntimeerde,
advocaat: mr. K.R. Stephan te Haarlem,
tegen
1 [bedrijf] ,
gevestigd te [plaats 2] , gemeente [plaats 3] ,
2. [geïntimeerde 1],
wonende te [plaats 4] , gemeente [plaats 5] ,
en
3. [geïntimeerde 2] ,
wonende te [plaats 3] ,
geïntimeerden,
incidenteel appellanten,
advocaat: mr. C. Erasmus te Amsterdam-Duivendrecht.
1De zaak in het kort
Procesverloop
[appellant] is bij dagvaarding van 5 maart 2024 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie [plaats 1] , van 6 december 2023, onder bovenvermeld zaak-/rolnummer gewezen tussen [appellant] als eiser en [geïntimeerde 1] als gedaagde.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven;
- memorie van antwoord in appel tevens houdende memorie van grieven in incidenteel appel, met producties;
- memorie van antwoord in incidenteel appel.
Partijen hebben de zaak tijdens de mondelinge behandeling van 4 april 2025 laten toelichten, [appellant] door mr. Stephan en [geïntimeerde 1] door mr. Erasmus, laatstgenoemde aan de hand van spreekaantekeningen die zijn overgelegd.
Ten slotte is arrest gevraagd.
[appellant] heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en - uitvoerbaar bij voorraad - alsnog zijn vorderingen volledig zal toewijzen, met veroordeling van [geïntimeerde 1] in de kosten van het geding in beide instanties.
[geïntimeerde 1] heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het principaal appel en in incidenteel appel dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en alsnog de vorderingen van [appellant] volledig zal afwijzen en - uitvoerbaar bij voorraad - [appellant] zal veroordelen tot terugbetaling van hetgeen hij uit hoofde van het bestreden vonnis aan [appellant] heeft voldaan, met rente vanaf de dag van betaling, meer specifiek ter zake de onderzoekskosten van DEKRA, althans voor recht zal verklaren dat [geïntimeerde 1] € 387,20 onverschuldigd heeft betaald en [appellant] zal veroordelen tot terugbetaling daarvan; alles met veroordeling van [appellant] in de kosten van het geding in beide instanties, met nakosten en rente.
[appellant] heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het incidenteel appel, met veroordeling van [geïntimeerde 1] in de proceskosten met nakosten.
Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.
Feiten
De kantonrechter heeft onder 2.1 tot en met 2.16 in het vonnis een aantal feiten vastgesteld die hij bij de beoordeling tot uitgangspunt heeft genomen. Voor zover niet in geschil dienen die feiten ook het hof tot uitgangspunt. Deels samengevat weergegeven en aangevuld met enige andere feiten die voor de beoordeling van belang worden geacht en als vaststaand kunnen worden aangenomen, gaat het daarbij om de volgende feiten.
3.1.
In augustus 2022 heeft [appellant] bij [geïntimeerde 1] een gebruikte auto gekocht voor € 21.750. [geïntimeerde 1] had de auto online aangeboden als Mercedes Coupé ’NIEUWSTAAT’, bouwjaar 2014 en 101.399 gereden kilometers voor € 22.500.
3.2.
Voorafgaand aan de koop heeft [geïntimeerde 1] de auto heen en terug naar Zandvoort gereden voor een aankoopkeuring door Autobedrijf Zandvoort in opdracht van [appellant] . Daarbij is vastgesteld dat de auto 80.000 kilometer geen onderhoudsbeurt had gehad en dat de distributieketting en remschijven moesten worden vervangen.
3.3.
[appellant] heeft de auto op 12 augustus 2022 bij [geïntimeerde 1] opgehaald met de afspraak dat hij de distributieketting en remschijven zelf door Autobedrijf Zandvoort zou laten vervangen. Op de aankoopfactuur van die datum staat:
“afgel incl nw apk, auto gaat zo mee, incl schijven rembl en distr ketting garage zandvoort neemt de reparatie”
(…)
Garantie geen (…)”
3.4.
Tijdens de rit van [plaats 2] naar Zandvoort die dag is [appellant] met de auto langs de kant van de weg stil komen te staan. De auto is afgesleept naar Autobedrijf Zandvoort.
3.5.
Daarop is Whatsapp verkeer gevolgd tussen partijen. Op 19 augustus 2022 heeft [geïntimeerde 1] aan [appellant] bericht: “Kom maar terug met de auto” even later aangevuld met het bericht: (…, kijkt mijn monteur wel, (…)” Diezelfde dag heeft [appellant] geantwoord: “De auto rijdt niet! Hij is kapot sinds ik hem bij jou heb gekocht.” Op 24 augustus 2022 om 11:06:49 heeft [appellant] daaraan toegevoegd: “Ik heb er geen vertrouwen in dat jij de auto veilig repareert aangezien jij mij de auto zo hebt laten rijden. Nogmaals, dit valt onder de wettelijke garantieplicht. Ik erken wat jij zegt niet als oplossing.” [geïntimeerde 1] was toen op vakantie en heeft niet meer op de berichten van [appellant] gereageerd.
3.6.
In september 2022 heeft Autobedrijf Zandvoort in opdracht van [appellant] onderzoek gedaan naar de oorzaak van het stil komen te staan van de auto. Bij e-mail van 19 september 2022 heeft [appellant] aan [geïntimeerde 1] opgaaf gedaan van de met dat onderzoek gemoeide kosten, met aansprakelijkstelling van [geïntimeerde 1] voor die kosten wegens non-conformiteit en met sommatie om binnen veertien dagen met een oplossing te komen voor het defect van de auto.
3.7.
Bij e-mail van 4 oktober 2022 heeft [geïntimeerde 1] aansprakelijkheid afgewezen.
3.8.
Bij brief van 17 oktober 2022 heeft [appellant] bij monde van zijn advocaat [geïntimeerde 1] andermaal gesommeerd om binnen vier weken na dagtekening dezes, alsnog de overeenkomst na te komen door de auto conform koopovereenkomst in nieuwstaat te leveren. Dat wil zeggen dat u om niet alle nodige herstelwerkzaamheden uitvoert of doet uitvoeren.
3.9.
Bij brief van 14 november 2022 heeft [geïntimeerde 1] bij monde van zijn advocaat nogmaals betwist dat de auto bij aflevering non-conform was en wederom aansprakelijkheid afgewezen, met uit coulance het aanbod om tegen finale kwijting een bedrag van € 1.500 aan [appellant] te voldoen.
3.10.
Bij brief van 6 december 2022 heeft [appellant] bij monde van zijn advocaat verklaard dat hij de overeenkomst gedeeltelijk ontbindt wegens non-conformiteit en [geïntimeerde 1] gesommeerd tot betaling van schadevergoeding, begroot op € 20.949,34 inclusief btw, conform een als bijlage meegezonden prijsopgaaf van Autobedrijf Zandvoort van 4 december 2022.
3.11.
Bij brief van 13 december 2022 heeft [geïntimeerde 1] bij monde van diens advocaat nogmaals aansprakelijkheid afgewezen en de omvang van het gevorderde schadebedrag betwist door erop te wijzen dat een nieuwe motor al verkrijgbaar is voor € 3.500, exclusief btw en montage.
3.12.
Partijen zijn overeengekomen om de auto te laten onderzoeken door bureau DEKRA. De kosten van dat onderzoek van € 774,40 zijn door partijen ieder voor de helft voldaan. Dat onderzoek heeft op 12 januari 2023 plaatsgehad. Het daarvan opgemaakte rapport van 18 januari 2023 houdt onder meer in als constateringen, bevindingen en conclusies:
“(…)
De motor is van binnen in ernstige mate vervuild met black sludge. Black sludge is een zeer ernstige vorm van ingedikte, vervuilde en verzadigde motorolie, welke GEEN smerende eigenschappen meer kent. (…) Het optreden van dit fenomeen heeft enkele tienduizenden kilometers nodig. Deze vervuiling is pas zichtbaar, nadat de motor deels tot in delen wordt gedemonteerd. Dit is bij een aankoopkeuring helaas niet zichtbaar. Deze vervuiling moet worden opgemerkt als latent (verborgen) gebrek.
(…)
Kort samengevat is de motor intern defect geraakt door het presteren met ernstige interne motorvervuiling.
(…)
Voor een deugdelijk herstel dienen zowel de motor als ook de uitlaatgas turbo vervangen te worden. Er kan worden hersteld middels fabrieksnieuwe onderdelen vanuit Mercedes-Benz, maar ook zijn er revisie delen beschikbaar in de after-market.
(…)”
3.13.
Bij brief van 24 januari 2023 heeft [appellant] bij monde van zijn advocaat [geïntimeerde 1] nogmaals gesommeerd tot betaling van het bedrag van € 20.949,34, alsmede tot vergoeding van zijn aandeel in de kosten van DEKRA van € 387,20 en van € 6.134,70 voor een huurauto totdat de auto zou zijn hersteld, alles inclusief btw.
3.14.
Op 30 januari 2023 heeft [appellant] bij monde van zijn advocaat aan Autobedrijf Zandvoort de opdracht gegeven om de auto te herstellen.
3.15.
Bij e-mail van 1 februari 2023 heeft de advocaat van [geïntimeerde 1] aan [appellant] het volgende voorgesteld:
“(…)
Op grond van al het voorgaande stelt cliënt voor dat hij zal zorg dragen voor deugdelijk herstel door vervanging van zowel de motor als de uitlaatgasturbo op zijn kosten inclusief de kosten demontage en montage van de motor etc., ophalen en terugleveren van de auto.
Hij heeft inmiddels een geschikte motor geheel compleet inclusief de turbo (met slechts 19.000 km stand uit 2019 inclusief garantie) gevonden. Er dient evenwel op korte termijn beslist te worden aangezien een andere geschikte motor al snel verkocht bleek te zijn.
(…)”
3.16.
[appellant] is niet op het voorstel van [geïntimeerde 1] ingegaan. In juni 2023 heeft het herstel door Autobedrijf Zandvoort plaatsgevonden. Autobedrijf Zandvoort heeft twee facturen van 10 juni 2023 opgemaakt: i) met een bedrag van € 22.016,53, inclusief btw, opgebouwd uit de posten € 3.635,50 voor onderzoek, € 13.678 voor vervangen motor en groot onderhoud en € 881,98 onvoorzien, deze bedragen exclusief btw; en ii) met een bedrag van € 10.780,10 inclusief btw voor kosten huurauto vanaf 15 augustus 2022 tot en met 8 juni 2023.
Beoordeling
in incidenteel appel
non-conformiteit
5.1.
[geïntimeerde 1] komt met zijn grief I op tegen het oordeel dat de auto non-conform is. Volgens [geïntimeerde 1] was [appellant] na de aankoopkeuring een gewaarschuwd man omdat er een motorlampje brandde en was gebleken dat de auto 80.000 kilometer geen onderhoud had gehad en de remschijven en distributieketting vervangen moesten worden. Dat maakt echter niet dat [appellant] kon en moest verwachten - en daarmee het risico heeft aanvaard - dat de auto al bij zijn eerste rit langs de kant van de weg stil zou komen te staan. Kennelijk verwachtte [geïntimeerde 1] dat zelf ook niet, omdat hij kort daarvoor nog met de auto op en neer naar Zandvoort was gereden voor de aankoopkeuring. Uit het rapport van DEKRA blijkt bovendien duidelijk dat het gebrek aan de auto (de vervuiling met black sludge) pas zichtbaar wordt bij het demonteren van de motor en dus niet zichtbaar is bij een aankoopkeuring. Dit gebrek is daarom niet in de koopovereenkomst verdisconteerd. De opmerking “de auto gaat zo mee” op de aankoopfactuur van de auto leidt evenmin tot de conclusie dat partijen bij de koopovereenkomst rekening hebben gehouden met het gebrek, nu dit gebrek op dat moment voor geen van beide partijen kenbaar was. Het gaat hier om een verborgen gebrek dat - zo is niet in geschil - bij aflevering al aanwezig was en daarom op de voet van artikel 7:17 e.v. van het Burgerlijk Wetboek (BW) voor risico van [geïntimeerde 1] is. De grief faalt.
verzuim
5.2.
Grief II van [geïntimeerde 1] strekt tot betoog dat [geïntimeerde 1] niet in verzuim is komen te verkeren omdat [appellant] eerder in schuldeisersverzuim was geraakt. [geïntimeerde 1] voert daartoe aan dat [appellant] hem heeft belet om zijn herstelverplichting na te komen door i) de motor door Autobedrijf Zandvoort uit elkaar te laten halen in plaats van eerst [geïntimeerde 1] in de gelegenheid te stellen de auto te onderzoeken en te herstellen; en ii) in de brief van 17 oktober 2022 van hem ( [geïntimeerde 1] ) te verlangen dat hij de auto alsnog in nieuwstaat zou leveren, waarmee volgens [geïntimeerde 1] is bedoeld met een nieuwe motor. Het met deze grief aangevallen oordeel ziet dus op de herstelverplichting van [geïntimeerde 1] . De desbetreffende verzuimregeling staat in artikel 7:21 lid 6 BW en ziet op de verhaalbaarheid van de kosten van herstel door een derde.
5.3.
De grief slaagt voor wat betreft de verhaalbaarheid van de onderzoekskosten van Autobedrijf Zandvoort. [geïntimeerde 1] was in september 2022 nog niet tevergeefs schriftelijk aangemaand tot herstel, waaronder ook voorafgaand onderzoek moet worden verstaan. [appellant] was toen dus niet bevoegd om het onderzoek door Autobedrijf Zandvoort te doen plaatsvinden en de kosten daarvan op [geïntimeerde 1] te verhalen. Dat wordt niet anders doordat [geïntimeerde 1] in eerste instantie (op 19 augustus 2022) op de klachten van [appellant] heeft gereageerd met kom de auto maar brengen, terwijl die niet meer reed. [appellant] mocht uit die mededeling - die juist erop wijst dat [geïntimeerde 1] bereid was om naar de auto te kijken - niet afleiden dat [geïntimeerde 1] zonder schriftelijke aanmaning zijn onderzoek- en herstelverplichting niet zou nakomen. Dat kan ook niet worden gegrond op de brieven van daarna waarin [geïntimeerde 1] aansprakelijkheid afwijst, omdat het onderzoek van Autobedrijf Zandvoort toen al had plaatsgehad. Bij deze uitkomst zijn de gevorderde onderzoekskosten van Autobedrijf Zandvoort niet toewijsbaar. In zoverre zal de vordering van [appellant] alsnog worden afgewezen.
5.4.
Niet valt echter in te zien dat het onderzoek van Autobedrijf Zandvoort eraan in de weg heeft gestaan dat [geïntimeerde 1] de auto zou hebben hersteld. Voor herstel was vereist dat de motor werd vervangen. Dat zou ook zonder onderzoek van Autobedrijf Zandvoort het geval zijn geweest; de motor was tijdens dat onderzoek immers al onherstelbaar beschadigd door de black-sludge die bij aflevering in de motor zat. Dat wordt niet anders door de brief van 17 november 2022 waarin [geïntimeerde 1] wordt gesommeerd om de auto in nieuwstaat te leveren. Er staat namelijk ook: door om niet alle nodige herstelwerkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren. [geïntimeerde 1] had dit redelijkerwijs aldus moeten verstaan dat hij de auto zou brengen in de staat waarin hij die zelf te koop had aangeboden en die [appellant] ten tijde van de koop mocht verwachten; oftewel een auto uit 2014 met het opgegeven aantal gereden kilometers en met dus een gebruikte motor, zij het met een motor waarmee de auto kon rijden. [appellant] was dus bevoegd om het herstel door Autobedrijf Zandvoort te doen plaatsvinden en de kosten daarvan op [geïntimeerde 1] te verhalen. In zoverre faalt de grief.
in principaal appel
herstelkosten
5.5.
Met de grieven III t/m V komt [appellant] op tegen de oordelen van de kantonrechter dat op hem een schadebeperkingsplicht heeft gerust en dat hij de herstelkosten had kunnen beperken tot € 3.650,- voor motor inclusief aflevering in Zandvoort en € 978,24 voor (de)montagekosten.
5.6.
De grieven falen. De vordering tot vergoeding van de in artikel 7:21 lid 6 BW bedoelde kosten strekt naar haar aard tot schadevergoeding waarop de bepalingen van de afdelingen 9 en 10 van titel 1 van boek 6 BW van toepassing zijn (artikel 7:24 lid 1 BW). Dat impliceert dat op [appellant] een schadebeperkingsplicht heeft gerust. Niet is in geschil dat voor herstel niet een fabrieksnieuwe motor noodzakelijk was. In het licht daarvan heeft de kantonrechter met juistheid overwogen dat [appellant] in overleg had moeten treden met [geïntimeerde 1] na de brief van diens advocaat van 1 februari 2023 over de beschikbaarheid van een gebruikte motor. Dat had hij bovendien al na de brief van de advocaat van [geïntimeerde 1] van 13 december 2022 moeten doen. [appellant] kan [geïntimeerde 1] daarom niet tegenwerpen dat - als al waar - op 1 februari 2023 geen passende gebruikte motor beschikbaar was. Overigens - maar dit ten overvloede - valt niet in te zien wat er fataal was aan die datum. Dat volgt niet uit het feit dat [appellant] al aan Autobedrijf Zandvoort opdracht had gegeven tot herstel. Die opdracht kon op de voet van artikel 7:408 lid 1 BW te allen tijde worden ingetrokken. Er zijn ook geen aanwijzingen dat de fabrieksnieuwe motor toen al was besteld, althans die bestelling niet kosteloos kon worden geannuleerd, hetgeen - als al het geval - vanwege zijn schadebeperkingsplicht voor rekening van [appellant] moet blijven.
5.7.
De toegewezen bedragen zijn gebaseerd op door [geïntimeerde 1] overgelegde producties met prijzen en montagekosten. Niet valt in te zien wat er aan die producties onduidelijk of ongeloofwaardig is. [appellant] stelt en onderbouwt verder ook niet wat dan wel redelijke kosten zijn voor een geschikte gebruikte vervangingsmotor. De montagekosten zijn betwist met de stelling dat die nog geen 10% bedragen van de daadwerkelijk gemaakte kosten. Dat valt echter niet op te maken uit de facturen van Autobedrijf Zandvoort, nu daarop de montagekosten niet zijn gespecificeerd. De toewijzing van de herstelkosten houdt in hoger beroep dus stand.
in principaal appel en incidenteel appel voorts
kosten vervangend vervoer
5.8.
[appellant] heeft onder verwijzing naar de desbetreffende factuur van Autobedrijf Zandvoort van 10 juni 2023 een bedrag van € 10.780,10 inclusief btw gevorderd voor de huur van een auto à € 30 exclusief btw per dag vanaf 15 augustus 2022 tot en met 8 juni 2023.
Conclusie
5.12.
De slotsom is dat het bestreden vonnis zal worden vernietigd, behoudens op het punt van - als verder niet betwist - de toewijzing van € 1.049,71 voor buitengerechtelijke incassokosten en de proceskostenveroordeling ten laste van [geïntimeerde 1] ; in zoverre zal het vonnis worden bekrachtigd. Op de vordering van [appellant] zal een bedrag van in hoofdsom € 5.015,44 worden toegewezen, te vermeerderen met - als evenmin bestreden - de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 28 maart 2023, met veroordeling van [appellant] om hetgeen [geïntimeerde 1] op grond van het vonnis meer heeft betaald aan [geïntimeerde 1] terug te betalen. De grieven kunnen voor het overige onbesproken blijven, want kunnen niet tot een andere uitkomst leiden. Dat geldt ook voor wat partijen - voor zover al voldoende specifiek - te bewijzen hebben aangeboden. De bewijsaanbiedingen worden daarom gepasseerd. Partijen zijn in de hoger beroepen elk op punten in het ongelijk gesteld, reden waarom zal worden bepaald dat ieder de eigen kosten draagt.
Dictum
in principaal appel en incidenteel appel
vernietigt het bestreden vonnis, voor zover [geïntimeerde 1] daarbij is veroordeeld tot betaling van in hoofdsom € 12.570,84, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 28 maart 2023;
en in zoverre opnieuw rechtdoende:
veroordeelt [geïntimeerde 1] tot betaling van € 5.015,44, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 28 maart 2023 tot aan de dag van algehele betaling;
bekrachtigt het bestreden vonnis voor het overige;
veroordeelt [appellant] tot terugbetaling van hetgeen [geïntimeerde 1] uit hoofde van het vonnis teveel heeft voldaan;
bepaalt dat partijen hun eigen proceskosten in hoger beroep dragen;
verklaart dit arrest ten aanzien van de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.L.D. Akkaya, A.S. Arnold, en R.L. de Graaff en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 30 september 2025.