Rechtspraak Gerechtshof Amsterdam 2025-09-25
ECLI:NL:GHAMS:2025:2589
GERECHTSHOF AMSTERDAM kenmerk 24/3179 25 september 2025 uitspraak van de meervoudige douanekamer op het hoger beroep van [belanghebbende] , gevestigd te [vestigingsplaats] , belanghebbende, gemachtigde: mr. E. Polak (Forvis Mazars N.V.), tegen de uitspraak van 15 maart 2024 in de zaak met kenmerk HAA 21/6600 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen belanghebbende en de inspecteur van de Douane , de inspecteur. 1 Ontstaan en loop van het geding 1.1. De inspecteur heeft aan belanghebbende bij beschikking van 20 januari 2021 een bindende tariefinlichting (hierna: bti) afgegeven. 1.2. Bij uitspraak op bezwaar heeft de inspecteur de bti gehandhaafd. 1.3. De rechtbank heeft het door belanghebbende ingestelde beroep ongegrond verklaard. 1.4. Belanghebbende heeft het door haar ingestelde hoger beroep bij brief van 16 juli 2024 nader gemotiveerd. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend. 1.5. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 augustus 2025. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden. 2 Feiten 2.1. De rechtbank heeft de volgende feiten vastgesteld (in de uitspraak van de rechtbank wordt belanghebbende aangeduid als ‘eiseres’ en de inspecteur als ‘verweerder’): “1. Eiseres houdt zich bezig met de invoer en verkoop van diverse producten voor de menselijke consumptie, waaronder vitaminepreparaten. Voor het product [product] heeft zij op 2 september 2020 een bti aangevraagd. In de aanvraag (vak 9) omschreef zij het product als volgt: “60 vitamine D&K tabletten. De adviesinname van het product is 1 tablet per dag en dient oraal ingenomen te worden. Het product is geschikt voor de behandeling en preventie van vitamine D&K tekort. Vitamine D zorgt voor versteviging van botten en tanden, een goede werking van het immuunsysteem en het in stand houden van een goede spierfunctie. Een tekort aan vitamine D kan bij jonge kinderen rachitis (Engelse ziekte) veroorzaken. Deze ziekte zorgt voor afwijkingen aan het skelet. Bij volwassenen en ouderen kan door een tekort aan vitamine D op den duur botontkalking of osteoporose en/of spierzwakte optreden. Vitamine K is essentieel voor de bloedstolling, het activeren van enzymen (Gla-eiwitten) die de calciumhuishouding reguleren (samen met vitamine D), verkalking van zachte weefsels en ontkalking van botten tegengaan.” Bij de aanvraag heeft eiseres foto’s gevoegd van de verpakking van het product, waarop het product wordt omschreven als “food supplement”. Volgens de verpakking bevat het product per tablet 24 µg vitamine D (480% van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (hierna: adh)) en 25 µg vitamine K (33% van de adh). Op de verpakking staan geen vermeldingen over een therapeutische of profylactische werking van het product. Ook bevindt zich bij het product geen schriftelijke bijsluiter. Eiseres verzocht in haar aanvraag om indeling van het product als geneesmiddel in GNonderverdeling 3004 5000. Daarbij behoort een tarief van 0%. 2. Het Douane Laboratorium heeft voor verweerder een monster van het product geanalyseerd. Bij brief van 26 november 2020 heeft het Douane Laboratorium onder meer het volgende gerapporteerd: “(…) Analyse Bevinding Zetmeel/glucose ZETMGLUC (Q) 3,1% (m/m)” Het Douane Laboratorium heeft in voornoemde brief geadviseerd om het product in te delen als voedingssupplement onder GN-post 2106 9092. 3. Op 20 januari 2021 heeft verweerder aan eiseres een bti met kenmerk NL BTI [#] afgegeven. Het product is daarin ingedeeld als voedingssupplement in GN-onderverdeling 2106 9092. Daarbij behoort een tarief van 12,8%. Verweerder verwees daarbij naar de algemene indelingsregels 1 en 6 van de GN, aanvullende aantekening (GN) 5 op hoofdstuk 21 en aanvullende aantekening (GN) 1 op hoofdstuk 30. Bij de motivering van de indeling (vak 9) vermeldde verweerder: “Er zijn geen aanwijzingen op het etiket dat het product bestemd is Het feit dat producten in een lidstaat als geneesmiddel te koop worden aangeboden en uitsluitend in apotheken worden verkocht vormt weliswaar een sterke aanwijzing om producten te beschouwen als geneesmiddelen in de zin van de geneesmiddelenrichtlijn [ voetnoot 1 : Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik.], maar het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in de GN moet in beginsel worden gezocht in de objectieve criteria, zoals deze in de GN-posten zijn omschreven. Die criteria verwijzen niet naar de aanbiedingsvorm en evenmin naar de plaats van verkoop, zodat zij hooguit relevant kunnen zijn, maar niet beslissend (Hof van Justitie 6 november 1997, C-201/96, EU:C:1997:523, Laboratoires de thérapeutique moderne (LTM), punt 27 en 28). Een multivitamine met een bijsluiter waarin het product als geneesmiddel wordt aanbevolen voor het voorkomen of verhelpen van vitaminedeficiëntie veroorzaakt door ontoereikende of onevenwichtige voeding kan niet worden ingedeeld als geneesmiddel in de zin van GN-post 3004, omdat het een invloed heeft op de algemene gezondheidstoestand en de kenmerken vertoont van een voedingssupplement dat vitamines bevat die bestemd zijn om het organisme gezond te houden in de zin van de IDR-toelichtingen. Dergelijke producten moeten worden ingedeeld in GN-post 2106 ( LTM -arrest van het Hof van Justitie, punt 33 en 40). Een product dat bestaat uit een samenvoeging van aminozuren, minerale zouten en oligo-elementen en volgens de bijsluiter geen nauwkeurig omschreven therapeutische indicaties heeft, maar een in algemene bewoordingen beschreven reeks zeer verschillende toestanden, kan ook niet worden ingedeeld als geneesmiddel in GN-post 3004 ( LTM- arrest van het Hof van Justitie, punt 41 en 45). Vitamine-C supplementen (met 1000 mg respectievelijk 500 mg vitamine C), die als geneesmiddel worden aangeboden, met op de verpakking de vermelding dat zij dienen ter verhoging van het weerstandsvermogen bij verhoogd gevaar voor besmettelijke ziekten en waarvan ook is vastgesteld dat zij kunnen dienen bij de behandeling van allergische reacties en zware trauma’s van verwondingen en ter bestrijding van deficiëntieziekten als scheurbuik of de ziekte van Barlow, zijn niet aan te merken als voedingssupplementen maar als producten die nauwkeurig omschreven therapeutische of profylactische kenmerken hebben waarvan de werking zich inzonderheid richt op de functies van het immuunsysteem van het menselijk organisme. Indien dit kan worden vastgesteld, bijvoorbeeld omdat de verpakking en de bijsluiter ter zake dienende aanwijzingen bevatten wat betreft de aard van de aandoening waartegen zij worden gebruikt, de wijze van gebruik en de dosering, behoeft niet te worden nagegaan of er daarnaast nog andere aanwijzingen zijn die een bevestiging vormen van het essentiële criterium voor de indeling in GN-post 3004 ( Het Glob-Sped AG arrest van het Hof van Justitie, punt 31 en 32). Melatonine-capsules, die als voedingssupplement in de handel worden gebracht zonder bijgesloten informatie over de therapeutische of profylactische werking ervan, moeten als geneesmiddel in GN-post 3004 worden ingedeeld, omdat de verwijzende rechter heeft vastgesteld dat deze capsules hoofdzakelijk worden gebruikt voor de behandeling van slaapstoornissen en jetlag, vanwege hun stabiliserende werking op het menselijk zenuwstelsel. Zij hebben dus nauwkeurig omschreven therapeutische en profylactische kenmerken. Dat de fabrikant het product als voedingssupplement in de handel brengt, belet niet dat het als geneesmiddel moet worden ingedeeld (Hof van Justitie 9 januari 2007, C-40/06, ECLI:EU:C:2007:2, Juers Pharma Import-Export GmbH (Juers Pharma), punt 25 en 28). 12. Uit de voornoemde arresten van het Hof van Justitie, gelezen in het licht van de IDR-toelichting op GS-post 3004 leidt de rechtbank af, dat wanneer de v GN-post 2106 luidt, voor zover hier relevant: “ 2106 Producten voor de menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen (…) (…) 2106 90 – andere: (…) (…) – – andere: 2106 90 92 – – – bevattende geen van melk afkomstige vetstoffen, sacharose, isoglucose, glucose of zetmeel, of bevattende minder dan 1,5 gewichtspercent van melk afkomstige vetstoffen, minder dan 5 gewichtspercenten sacharose of isoglucose, minder dan 5 gewichtspercenten glucose of zetmeel 2106 90 98 – – – andere” 5.2. Aantekening 1 op hoofdstuk 21 (“Diverse producten voor menselijke consumptie”) luidt, voor zover hier relevant: “1. Dit hoofdstuk omvat niet: (…) f) gist opgemaakt als geneesmiddel en de andere producten, bedoeld bij posten 3003 en 3004 (…)” 5.3. De Engelstalige toelichting van de Wereld Douane-Organisatie (hierna: WDO) op post 2106 van het Geharmoniseerde Systeem (hierna: GS) luidt, voor zover hier relevant: “(…) The heading includes, inter alia: (…) (16) Preparations, often referred to as food supplements or dietary supplements, consisting of, or based on, one or more vitamins, minerals, amino acids, concentrates, extracts, isolates or the like of substances found within foods, or synthetic versions of such substances, put up as a supplement to the normal diet. It includes such products whether or not also containing sweeteners, colours, flavours, odoriferous substances, carriers, fillers, stabilisers or other technical aids. Such products are often put up in packaging with indications that they maintain general health or well-being, improve athletic performance, prevent possible nutritional deficiencies or correct sub-optimal levels of nutrients. These preparations do not contain a sufficient quantity of active ingredients to provide therapeutic or prophylactic effect against diseases or ailments other than the relevant nutritional deficiencies. Other preparations with a sufficient quantity of active ingredient to provide a therapeutic or prophylactic effect against a specific disease or ailment are excluded ( heading 30.03 or 30.04 ). (…)” 5.4. Aanvullende aantekening 5 (GN) op hoofdstuk 21 luidt: “5. Andere producten voor menselijke consumptie die zijn opgemaakt in afgemeten hoeveelheden zoals capsules, tabletten, pastilles en pillen, en die bestemd zijn om te worden gebruikt als voedingssupplement, worden ingedeeld onder post 2106, tenzij zij elders zijn genoemd of onder begrepen.” 5.5. GN-post 3004 luidt, voor zover hier relevant: “ 3004 Geneesmiddelen (…), bestaande uit al dan niet vermengde producten voor therapeutisch of profylactisch gebruik, in afgemeten hoeveelheden (…), dan wel opgemaakt voor de verkoop in het klein 3004 10 00 – bevattende penicillinen of derivaten daarvan met een structuur van penicillaanzuur, dan wel streptomycinen of derivaten daarvan 3004 20 00 – andere, bevattende antibiotica (…) (…) 3004 50 00 – andere, bevattende vitaminen of andere producten bedoeld bij post 2936 (…) (…)” 5.6. Aantekening 1 op hoofdstuk 30 luidt, voor zover hier relevant: “1. Dit hoofdstuk omvat niet: a) dieetvoeding, veredelde voedingsmiddelen, voedingsmiddelen voor diabetici, voedingssupplementen, opwekkende dranken (tonica) en mineraalwater, andere dan voedingspreparaten die langs intraveneuze weg worden toegediend (afdeling IV); (…)” 5.7. De toelichting van de WDO op GS-post 3004 luidt, voor zover hier relevant: “This heading covers medicaments consisting of mixed or unmixed products, provided they are : (…) (b) In packings for retail sale for therapeutic or prophylactic use . This refers to products (for example, sodium bicarbonate and tamarind powder) which, because of their packing and, in particular, the presence of appropriate indications (statement of disease or condition for which they are to be used, method of use or application, statement of dose, etc.) are clearly intended for sale directly to users (private persons, hospitals, etc.) without repacking, for the above purposes. These indications (in any languag (…) (4) Bereidingen voor bijzondere voedingsdoeleinden en bereidingen voor bijzondere dieetdoeleinden worden speciaal vervaardigd of bereid om aan de dieetbehoeften te voldoen die met bepaalde fysieke of fysiologische behoeften overeenstemmen in de zin van artikel 1, lid 2, van Richtlijn 89/398/EEG van de Raad van 3 mei 1989 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen. Voedingssupplementen zijn in het algemeen bereidingen op basis van vitaminen, essentiële aminozuren, vetzuren of mineralen. (5) Er kan een onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds bereidingen voor bijzondere voedings- of dieetdoeleinden die tot het behoud van gezondheid en welzijn kunnen bijdragen en anderzijds (…) bereidingen gebaseerd op verschillende actieve stoffen (…), die ziekten of aandoeningen kunnen voorkomen of genezen. Voor producten die zijn opgemaakt voor de verkoop in het klein kunnen de criteria voor het maken van onderscheid worden vastgesteld aan de hand van de controleerbare technische specificaties die in het algemeen op het etiket, op de verpakking of in de bijsluiter zijn vermeld, zoals de aanwezigheid van actieve bestanddelen, de dosering en de wijze van toediening. (6) Het lijkt zinvol een lijst op te stellen van verplichte criteria en deze op te nemen in een aanvullende aantekening (GN) bij hoofdstuk 30 van de gecombineerde nomenclatuur die betrekking heeft op farmaceutische producten. 5.10. De GN-toelichting op aanvullende aantekening 1 (GN) luidt, voor zover van belang: “3. Bereidingen van vitaminen of mineralen zijn bereidingen die zijn gebaseerd op vitaminen van post 29.36 en op mineralen, sporenelementen en mengsels daarvan daaronder begrepen. Zij worden gebruikt ter behandeling van of ter voorkoming van specifieke ziekten of aandoeningen of hun symptomen. Dergelijke bereidingen bevatten een veel grotere hoeveelheid vitaminen of mineralen, gewoonlijk ten minste driemaal meer dan de normale aanbevolen dagelijkse hoeveelheid. Wat de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) voor bepaalde vitaminen en mineralen betreft, kan bijvoorbeeld worden verwezen naar de hieronder opgenomen tabel uit bijlage XIII bij Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten (PbEU L 304 van 22 november 2011, blz. 58): Vitaminen en mineralen Aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (RDA) (…) (…) Vitamine D 5 μg (…) (…) Vitamine K 75 μg (…) (…)” 6 Beoordeling van het geschil 6.1. Het Hof stelt voorop dat, volgens vaste rechtspraak, voor de indeling in het douanetarief bepalend zijn de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen en op de hoofdstukken, waarbij het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in het algemeen moet worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen zoals deze in die bewoordingen en aantekeningen zijn omschreven. 6.2. De door belanghebbende voorgestane post 3004 (zie 5.5) betreft, blijkens de bewoordingen ervan, geneesmiddelen, bestaande uit al dan niet vermengde producten voor therapeutisch of profylactisch gebruik. Uit de woorden “voor therapeutisch of profylactisch gebruik” volgt dat voor indeling onder deze post is vereist dat het producten betreft die (1) bestemd zijn voor het genezen, verlichten of verbeteren van een aandoening of symptoom (therapeutisch gebruik) of (2) bestemd zijn voor bescherming tegen een ziekte of aandoening (profylactisch gebruik). 6.3. In het GS is niet nader bepaald hoe dient te worden vastgesteld of sprake is van een product “voor therapeutisch of profylactisch gebruik” als genoemd in post 3004. Dit roept de vraag op hoe een product dat doorgaans wordt gebruikt als voedingsmiddel of een voedingssupplement, maar – al dan niet (mede) afhankelijk van de dosering – ook kan worden gebruikt voor therapeutische of profylactische doeleinden, dient te worden ingedeeld in het Indien dat niet het geval is, dient indeling als voedingsmiddel/voedingssupplement plaats te vinden. Indien dat wel het geval is, is sprake van een product voor tweeërlei gebruik en dient conform de onder 6.3 genoemde GS-toelichting op post 3004 aan de hand van de opmaak te worden bepaald of het product bestemd is voor therapeutisch en/of profylactisch gebruik. 6.6. De Europese Commissie heeft de onder 6.5 beschreven indelingscomplicaties gesignaleerd (zie 5.9, onder (2)) en heeft daarin aanleiding gevonden om gebruik te maken van de haar ingevolge artikel 9, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2658/87 van 23 juli 1987 van de Raad toekomende bevoegdheid de inhoud van de posten, onder meer bij wege van vaststelling van aanvullende aantekeningen, te verduidelijken c.q. te preciseren. De Europese Commissie heeft ter zake onder meer het volgende overwogen in punt 5 van de preambule bij Verordening 1777/2001: (5) Er kan een onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds bereidingen voor bijzondere voedings- of dieetdoeleinden die tot het behoud van gezondheid en welzijn kunnen bijdragen en anderzijds (…) bereidingen gebaseerd op verschillende actieve stoffen (…), die ziekten of aandoeningen kunnen voorkomen of genezen. Voor producten die zijn opgemaakt voor de verkoop in het klein kunnen de criteria voor het maken van onderscheid worden vastgesteld aan de hand van de controleerbare technische specificaties die in het algemeen op het etiket, op de verpakking of in de bijsluiter zijn vermeld, zoals de aanwezigheid van actieve bestanddelen, de dosering en de wijze van toediening. Dit heeft geresulteerd in aanvullende aantekening 1 op de GN (zie 5.8) (hierna: de aanvullende aantekening), die voor zover hier van belang luidt: “Deze bereidingen worden onder post 3004 ingedeeld, indien op het etiket, op de verpakking of in de bijsluiter de volgende aanwijzingen zijn vermeld: a. a) de ziekten, aandoeningen of symptomen waartegen zij moeten worden gebruikt, b) de concentratie van de actieve stof of de stoffen die zij bevatten, c) de dosering, en d) de wijze van toediening. (…) In geval van bereidingen op basis van vitaminen, mineralen, essentiële aminozuren of vetzuren, dient het gehalte aan ten minste een van deze stoffen per op het etiket aangegeven aanbevolen dagelijkse dosis aanzienlijk hoger te zijn dan de voor het behoud van de algemene gezondheid of het welzijn aanbevolen dagelijkse hoeveelheid.” Het bepaalde in de aanvullende aantekening brengt met zich dat indien een bereiding op basis van vitaminen, mineralen, essentiële aminozuren of vetzuren (1) van ten minste een van deze stoffen aanzienlijk meer bevat dan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid en (2) de onder a) tot en met d) vermelde gegevens op of bij het product zijn vermeld, wordt verondersteld dat het product therapeutische of profylactische werking heeft én voor dat gebruik is bestemd, zodat het onder post 3004 moet worden ingedeeld. 6.7. Het thans voorliggende product [product] is een bereiding in tabletvorm, die per tablet (= de aanbevolen dagelijkse dosering) onder meer 24 μg Vitamine D en 25 μg Vitamine K bevat. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat indeling als geneesmiddel dient plaats te vinden, omdat het product bijna vijfmaal de dagelijks aanbevolen hoeveelheid vitamine D en één derde van de dagelijks aanbevolen hoeveelheid vitamine K bevat. Het Hof volgt belanghebbende hierin niet. De aanwezigheid van een aanzienlijk hogere dosis (dan de dagelijks aanbevolen hoeveelheid) van ten minste één van de in het product aanwezige stoffen is weliswaar een noodzakelijke voorwaarde voor indeling van een bereiding op basis van vitaminen als geneesmiddel, maar, zoals uiteengezet in 6.6, dient daarnaast te zijn voldaan aan de voorwaarde dat het product is opgemaakt als geneesmiddel. Indeling onder post 3004 is niet mogelijk, reeds omdat niet is voldaan aan de in de aanvullende aantekening onder a) genoemde voorwaarde: de ziekten, aandoeningen of symptomen waartegen het produ Dit arrest, dat eveneens vitaminepreparaten met een hoog vitamine-C-gehalte betreft, dateert van vóór de inwerkingtreding van de aanvullende aantekening, zodat voor de vaststelling dat het product voor therapeutische of profylactische doeleinden wordt gebruikt nog niet kon worden volstaan met de constatering dat de op het etiket aangegeven aanbevolen dagelijkse dosis aanzienlijk hoger was dan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid. Daarbij heeft het Hof van Justitie ook in dat arrest reeds belang gehecht aan hoe het product is opgemaakt. Het Hof van Justitie overweegt ter zake: “31. Voorts wordt niet betwist, dat de producten waarom het in het hoofdgeding gaat, conform de tekst van post 3004 – zoals die wordt uitgelegd in het licht van de toelichtingen van de Internationale Douaneraad – zijn opgemaakt voor de verkoop in het klein, en dat de verpakking en de bijsluiter ervan ter zake dienende aanwijzingen bevatten wat betreft de aard van de aandoening waartegen zij worden gebruikt, de wijze van gebruik en de dosering.” 6.12. Het Hof ziet, gelet op het vorenoverwogene, geen aanleiding om in de onderhavige zaak een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie te stellen over de geldigheid van aanvullende aantekening 1 (GN) op hoofdstuk 30 van de GN. 6.13. Bij deze stand van het geding is tussen partijen niet in geschil dat indeling dient plaats te vinden onder post 2106 (Producten voor de menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen), in GN-onderverdeling 2106 9092 (zie 5.1). Slotsom 6.14. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd. 7 Kosten Het Hof ziet geen aanleiding voor de toekenning van een proceskostenvergoeding. 8 Beslissing Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De uitspraak is gedaan door mrs. B.A. van Brummelen, voorzitter, H.E. Kostense en W.J. Blokland, leden van de douanekamer, in tegenwoordigheid van mr. W. de Gelder als griffier. De beslissing is op 25 september 2025 in het openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl. Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag . Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl). Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen: bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd; (alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn; het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht; e gronden van het beroep in cassatie. Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten. Toelichting rechtsmiddelverwijzing Per 15 april 2020 is digitaal procederen bij de Hoge Raad opengesteld. Niet-natuurlijke personen (daaronder begrepen publiekrechtelijke lichamen) en professionele gemachtigden zijn verplicht digitaal te procederen. Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.