Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-06-17
ECLI:NL:GHAMS:2025:2462
Strafrecht
Raadkamer
1,046 tokens
Inleiding
beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer: 000109-25
parketnummer in hoger beroep: 23-000859-24
Beschikking op het verzoekschrift van:
[verzoeker] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1950,
adres: [adres] .
Procesverloop
Het verzoekschrift is op 12 februari 2025 ingekomen.
Op 25 april 2025 heeft het hof verzocht om een nadere toelichting op het verzoek.
Op 6 mei 2025 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 26 mei 2025 de advocaat-generaal en verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord.
2. Inhoud van het verzoek
Het verzoek - zoals in raadkamer toegelicht - strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
psychische schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de strafzaak ten bedrage van € 3,000,00;
reiskosten gemaakt ten behoeve van het onderzoek en het bijwonen van de behandeling van de strafzaak ten bedrage van € 405,00.
Beoordeling
Bij arrest van dit hof van 17 januari 2025 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
ad a
Op grond van de artikelen 529 Sv e.v. kan een vergoeding worden verzocht voor schade en/of kosten die het gevolg zijn van een strafzaak. Het gaat daarbij om schade en/of kosten als in die artikelen genoemd.
Verzocht is om vergoeding van psychische schade als gevolg van de strafzaak, niet zijnde detentieschade. De bedoelde artikelen in het Wetboek van Strafvordering (Sv) geven geen grondslag voor toekenning van een dergelijke schadevergoeding en het verzoek moet in zoverre dan ook worden afgewezen.
ad b
Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding als bedoeld in de daaraan voorafgaande wetsartikelen steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
De wet voorziet wel in de mogelijkheid van vergoeding van in verband met een strafzaak gemaakte reiskosten. Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van reiskosten gemaakt ten behoeve van het onderzoek en het bijwonen van de behandeling van de strafzaak tot een bedrag van € 405,00.
Dictum
Het hof :
Kent op de voet van artikel 530 Sv aan verzoeker een vergoeding toe van € 405,00 (vierhonderdvijf euro).
Wijst het meer of anders verzochte af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.M.P. Geelhoed, J.L. Bruinsma en M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 17 juni 2025.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 405,00 (vierhonderdvijf euro) op bankrekeningnummer [iban] t.n.v. [naam] o.v.v. [ovv] .
Amsterdam, 17 juni 2025,
mr. A.M.P. Geelhoed, voorzitter.