Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-05-21
ECLI:NL:GHAMS:2025:2457
Strafrecht
Raadkamer
1,108 tokens
Inleiding
beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000001-25 (530 Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-003374-21
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1972,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. Y. Moszkowicz,
Wolter Heukelslaan 74, 3581 SV Utrecht.
Procesverloop
Het verzoekschrift is op 27 december 2024 ingekomen.
Op 9 april 2025 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 23 april 2025 de advocaat-generaal, verzoeker en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord.
2. Inhoud van het verzoek
Het verzoek strekt – na vermindering ter zitting in raadkamer van het aanvankelijk pro forma gevorderde extra bedrag voor 1 uur in geval er nog een zitting plaatsvindt - tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 17.033,84;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 955,90.
Beoordeling
Bij arrest van dit hof van 3 oktober 2024 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak tot een bedrag van € 17.033,84.
Ten aanzien van de kosten van rechtsbijstand verleend in de onderhavige verzoekschriftprocedure overweegt het hof dat binnen het Landelijk overleg vakinhoud strafrecht (LOVS) hiervoor forfaitaire bedragen zijn afgesproken en dat het hof deze afspraken pleegt te volgen, behoudens uitzonderlijke omstandigheden. Van een uitzonderlijke omstandigheid is het hof in het onderhavige geval niet gebleken, zodat het hof aan verzoeker ter zake de forfaitaire vergoeding zal toekennen.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure tot een bedrag van € 680,00.
Dictum
Het hof :
Kent op de voet van artikel 530 Sv aan verzoeker een vergoeding toe van € 17.713,84 (zeventienduizend zevenhonderddertien euro en vierentachtig cent).
Wijst het anders of meer verzochte af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.M.P. Geelhoed, J.L. Bruinsma en A.E. Kleene-Krom, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 21 mei 2025.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 17.713,84 (zeventienduizend zevenhonderddertien euro en vierentachtig cent) op bankrekeningnummer [iban] t.n.v. Moszkowicz Advocaten Utrecht o.v.v. kosten 530 Sv inzake [verzoeker] .
Amsterdam, 21 mei 2025,
mr. A.M.P. Geelhoed, voorzitter.