Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-09-02
ECLI:NL:GHAMS:2025:2445
Strafrecht
Hoger beroep
593 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000965-24
datum uitspraak: 2 september 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 12 april 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-234393-23 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1983,
adres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 augustus 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren subsidiair 50 dagen hechtenis, met aftrek van het voorarrest, en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met een proeftijd van twee jaren.
Vonnis waarvan beroep
Het hof is gekomen tot dezelfde beslissingen als de politierechter en zal het vonnis van de politierechter daarom bevestigen. Wel zal het hof de overweging van de politierechter over het bewijs vervangen door de overweging hieronder.
Vrijspraak
Het hof kan op basis van het beschikbare bewijs niet met voldoende zekerheid vaststellen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de hem primair en subsidiair tenlastegelegde feiten. Om deze reden moet de verdachte hiervan worden vrijgesproken.
Dictum
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.E. Kwak, mr. R.P. den Otter en mr. P.J. van Eekeren, in tegenwoordigheid van mr. C.E. Dongelmans, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 2 september 2025.