Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-05-08
ECLI:NL:GHAMS:2025:2437
Strafrecht
Hoger beroep
2,407 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001543-24
datum uitspraak: 8 mei 2025
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Amsterdam van 5 juli 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-191725-23 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2008,
adres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 april 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 22 juni 2023 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een elektrische fiets (van het merk Phatfour) en een telefoon (te weten een iPhone), in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer] en/of een derde toebehoorde(n) door:
- voornoemde [slachtoffer] de weg te blokkeren met een fiets, en/of
- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer] (op dreigende toon) de woorden toe te voegen: ''Geef de sleutel van je fiets. Stap van je fiets af.'' of woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of
- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer] (met kracht) in het gezicht te slaan en/of te stompen, en/of
- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer] te sommeren om achterop een fiets te gaan zitten, en/of
- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer] te dwingen om zijn telefoon aan hem, verdachte, af te geven.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd vanwege proceseconomische redenen.
Bewijsoverweging
De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep, overeenkomstig zijn pleitnotities, op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Hierbij heeft hij – kort gezegd – aangevoerd dat de verklaringen van de aangever en getuige [getuige] (hierna: de getuige) onbetrouwbaar zijn, dat het ontbreekt aan voldoende overtuigend steunbewijs en dat het aldus ontbreekt aan de voor een veroordeling vereiste mate van wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte als pleger dan wel medepleger zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit.
Het hof overweegt als volgt.
Hoewel het hof onderkent dat er verschillen zijn tussen de verklaringen van de aangever en die van de getuige, is er geen sprake van zodanige discrepanties dat dit afdoet aan de betrouwbaarheid van wat zij in de kern verklaren. Zowel de aangever als de getuige verklaren namelijk dat er sprake is geweest van een straatroof, waarbij zij onder dwang de fatbike moesten afstaan, waarna zij vervolgens achterop moesten zitten bij de verdachte en zijn medeverdachte. Het hof heeft geen reden om hieraan te twijfelen. Een ander motief om aangifte te doen – dan dat een afpersing heeft plaatsgevonden – is ook overigens niet gebleken. Dat sprake is geweest van een straatroof past ook bij het vluchtgedrag dat door de politie is beschreven. Voorts wordt het toegepaste geweld ondersteund door het letsel van de aangever dat ook ter plaatse door de verbalisanten is waargenomen.
Het hof acht, gelet op het voorgaande, de verklaringen van de aangever en de getuige voldoende betrouwbaar om voor het bewijs te bezigen en acht daarmee het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 22 juni 2023 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een elektrische fiets (van het merk Phatfour) die geheel aan die [slachtoffer] toebehoorde door:
- voornoemde [slachtoffer] de weg te blokkeren met een fiets, en
- vervolgens voornoemde [slachtoffer] op dreigende toon de woorden toe te voegen: ''Geef de sleutel van je fiets. Stap van je fiets af.'' en
- vervolgens voornoemde [slachtoffer] met kracht in het gezicht te slaan, en
- vervolgens voornoemde [slachtoffer] te sommeren om achterop een fiets te gaan zitten.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straf
De kinderrechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 50 uren, subsidiair 25 dagen jeugddetentie, met oplegging van bijzondere voorwaarden.
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat de verdachte voor het .. tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 50 uren, waarvan 30 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, zonder oplegging van bijzondere voorwaarden.
De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep geen standpunt ingenomen over de eventueel op te leggen straf.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een straatroof waarbij het slachtoffer met geweld zijn fatbike is afgenomen.
De verdachte heeft door zo te handelen inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van de aangever en hem gevoelens van angst en onveiligheid bezorgd. De verdachte heeft zich kennelijk laten leiden door financieel gewin, zonder er bij stil te staan dat slachtoffers van delicten als het onderhavige in de regel nog geruime tijd lijden onder de psychische gevolgen van hetgeen hen is aangedaan. Daarnaast brengt dit soort feiten een gevoel van onrust en onveiligheid teweeg in de samenleving.
Het hof heeft voor het bepalen van de duur van de op te leggen taakstraf acht geslagen op de straf die bij een afpersing pleegt te worden opgelegd, welke straf tot uitdrukking komt in de Oriëntatiepunten voor straftoemeting en Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS)-afspraken jeugd.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen jeugddetentie.
Bepaalt dat een gedeelte van de werkstraf, groot 30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 (vijftien) dagen jeugddetentie, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.J. van der Wilt, mr. A.W.T. Klappe en mr P.J. van Eekeren, in tegenwoordigheid van mr. C.E. Dongelmans, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 8 mei 2025.