Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-09-09
ECLI:NL:GHAMS:2025:2352
Strafrecht
Hoger beroep
1,633 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001945-23
datum uitspraak: 9 september 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 20 juni 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-267444-22 tegen
[verdachte]
,
geboren te Blaricum op [geboortedag] 2004,
adres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 augustus 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het Openbaar Ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.
Vonnis waartegen beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waartegen beroep en zal dit daarom bevestigen, met uitzondering van de beslagbeslissingen en met dien verstande dat de aan de vrijspraak ten grondslag liggende motivering wordt vervangen door de navolgende.
Vrijspraakoverweging
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat enkel het ten laste gelegde onder 3, de invoer van (vuur)wapenonderdelen en/of hulpstukken in het pakket Oostenrijk ARO-005251, bewezen kan worden verklaard. Ten aanzien van feit 1, voor zover betreffende het pakket ARO-005623 en feit 2, waarvan de verdachte door de rechtbank is vrijgesproken, is er immers geen nieuwe informatie uit het aanvullende onderzoek gekomen, terwijl de tenlastelegging onder 1 en 3 voor het overige ziet op handgrepen (ARO-005663 en ARO-005130) waarvan moet worden vastgesteld dat die niet vallen onder de Wet wapens en munitie.
De raadsvrouw heeft op meerdere gronden vrijspraak bepleit.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof ziet, net als de rechtbank, dat het dossier bevindingen bevat die wijzen op betrokkenheid van de verdachte bij de invoer van wapenonderdelen. Hij heeft betalingen gedaan en personen gezocht om betalingen te doen. Volgens de verdachte zou hij niet hebben geweten dat de betalingen waren bestemd voor de aanschaf van wapenonderdelen. Hij zou dat pas achteraf, na kennisname van het dossier, te weten zijn gekomen. De verdachte stelt als geldezel te zijn gebruikt. Net als de rechtbank acht het hof het echter aannemelijk dat de verdachte wist waar hij mee bezig was.
Het Openbaar Ministerie heeft er echter voor gekozen om de verdachte te vervolgen ter zake van de invoer van specifieke pakketten uit Oostenrijk en van het overdragen of voorhanden hebben van in een box van de medeverdachte [medeverdachte] waargenomen wapenonderdelen. Het hof vindt met de rechtbank dat het dossier onvoldoende concreet bewijs bevat om tot bewezenverklaring van die beschuldigingen te komen, en zal de verdachte daarom integraal vrijspreken, grotendeels in overeenstemming met het standpunt van de advocaat-generaal. Hieronder zal het hof dit met betrekking tot het ten laste gelegde onder feit 3, pakket ARO-5251 nog nader toelichten, nu de advocaat-generaal daarvoor tot bewezenverklaring heeft gerekwireerd.
De beschuldiging onder 3 primair en subsidiair ziet op (vuur)wapenonderdelen en/of hulpstukken in de pakketten Oostenrijk ARO-005251 en ARO-005130. De advocaat-generaal heeft als gezegd vrijspraak gevorderd ten aanzien van pakket ARO-005130. Naar het oordeel van het hof kan met betrekking tot het pakket ARO-005251 enkel worden vastgesteld dat de verdachte een betaling heeft gedaan van € 1.000,00 aan het bedrijf [naam] , onder vermelding van klantnummer [nummer] . Dit klantnummer heeft in het kader van de verschillende zendingen slechts beperkte onderscheidende betekenis, nu er meerdere zendingen zijn geweest onder ditzelfde klantnummer. Dit maakt dat deze betaling naar het oordeel van het hof onvoldoende gekoppeld kan worden aan deze specifieke factuur van pakket ARO-005251, nog daargelaten de vraag of de verdachte in dat geval – mede in aanmerking genomen dat het dan om een betaling van € 1.000,00 zou gaan voor een factuur van € 47.840,00 – als (mede)pleger van het ten laste gelegde aan te merken zou zijn.
Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 primair, 1 subsidiair, 2, 3 primair en 3 subsidiair is ten laste gelegd, zodat hij hiervan moet worden vrijgesproken.
Beslag
Volgens de beslaglijst zijn onder de verdachte de volgende voorwerpen in beslag genomen:
STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL1300-2022178423-G6269383, Grijs, merk: Apple Iphone);
1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL1300-2022178423-G6269392, Grijs, merk: Apple Iphone);
1 STK Wapen (Omschrijving: PL1300-2022178423-G6269390).
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouw verzocht de telefoons aan de verdachte terug te geven. De verdachte heeft ter terechtzitting afstand gedaan van het voorwerp onder 3, zodat dit niet meer ter beslissing aan het hof voorligt.
Het hof zal de teruggave aan de verdachte van de onder 1 en 2 genoemde telefoons gelasten.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waartegen beroep voor zover het betreft de beslissing op het beslag en doet in zoverre opnieuw recht.
Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL1300-2022178423-G6269383, Grijs, merk: Apple Iphone)
- 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL1300-2022178423-G6269392, Grijs, merk: Apple Iphone)
Bevestigt het vonnis waartegen beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. van Eijk, mr. M.J.A. Duker en mr. K.J. Veenstra, in tegenwoordigheid van mr. R. Bleumers, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 september 2025.
mr. Van Eijk is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.