Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-03-18
ECLI:NL:GHAMS:2025:2206
Strafrecht
Hoger beroep
1,422 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002694-23
datum uitspraak: 18 maart 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 5 oktober 2023 in de strafzaak onder parketnummer 15-049825-23 tegen:
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1992,
adres: [adres 1] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 maart 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat het hof de gebezigde vrijspraakmotivering door de hiernavolgende vervangt.
Vrijspraak
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen. Hij heeft daartoe aangevoerd dat uit onderzoek van de FIOD naar voren komt dat de verklaring die de verdachte heeft gegeven over de herkomst van de Deense Kronen op meerdere punten niet klopt en hoogst ongeloofwaardig is, zodat geen andere conclusie mogelijk is dan dat de Deense kronen onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig zijn.
Het hof stelt voorop dat in de onderhavige zaak op basis van het dossier geen rechtstreeks verband kan worden gelegd tussen het tenlastegelegde geldbedrag van 120.000 Deense kronen en enig concreet misdrijf.
Het hof leidt uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden af.
Op 13 februari 2023 wordt op Schiphol bij medeverdachte [medeverdachte] en diens moeder 120.000 Deense kronen aangetroffen in contant geld (omgerekend ongeveer € 13.000). [medeverdachte] verklaart dat het geld van een vriend is, namelijk de verdachte. De verdachte zou het geld aan [medeverdachte] hebben gegeven met het verzoek om dit voor hem te wisselen in Marokko. Deze feiten en omstandigheden maken dat er sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen, zodat van de verdachte een verklaring mag worden verlangd die voldoende concreet, verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is, teneinde de verdenking te ontzenuwen.
De verdachte heeft verklaard dat hij aan de Deense kronen is gekomen door het wisselen van dit geldbedrag tegen een hem toebehorend geldbedrag van 12.000 euro met Deense klanten die hij in zijn taxi vervoerde. Deze Deense toeristen konden het geld niet wisselen bij wisselkantoren in Amsterdam, omdat de koers voor Deense kronen daar op dat moment ‘op nul’ stond. Van een door hem gebelde kennis in Marokko vernam de verdachte dat in Marokko wel Deense kronen gewisseld konden worden. De verdachte heeft daarop eerst 12.000 euro aan spaargeld thuis opgehaald, en vervolgens met de toeristen afgesproken in de buurt van de [bedrijf] op de [adres 2] in Amsterdam, om aldaar het geld te wisselen. Hij kreeg daarvoor 1.000 euro.
Alhoewel deze verklaring vragen oproept en niet in alle opzichten verifieerbaar is – in het bijzonder niet omdat de verdachte niet (meer) over namen of contactgegevens van de Deense toeristen beschikt - is het hof van oordeel dat de verklaring van de verdachte aan de eerder genoemde criteria voldoet.
De FIOD heeft onderzoek gedaan naar aanleiding van de verklaring van de verdachte. Anders dan het openbaar ministerie stelt, vinden onderdelen van die verklaring van de verdachte steun in dat nadere onderzoek van de FIOD. Ten eerste is vastgesteld dat de verdachte een taxibedrijf heeft waarmee hij omzet genereerde. Voorts is gebleken dat de telefoon van de verdachte op 3 februari 2023 een telefoonpaal op de [adres 3] in Amsterdam heeft aangestraald, op ongeveer 183 meter afstand van de [bedrijf] . Uit het proces-verbaal van bevindingen Onderzoek Wisselkantoren blijkt bovendien dat het bij twee van de drie onderzochte geldwisselkantoren inderdaad niet mogelijk was om daar (een bedrag van 120.000) Deense kronen te wisselen.
Het is op basis van de inhoud van het dossier en de resultaten van het door de FIOD verrichte nadere onderzoek niet met een voldoende mate van zekerheid uit te sluiten dat het in de tenlastelegging genoemde geld een legale herkomst heeft. Derhalve acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte ten laste is gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
Dictum
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. B.E. Dijkers, mr. H.A. Stalenhoef en mr. T.J. Kelder, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Pattinama, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 maart 2025.
De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=
===
[…]