Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-03-18
ECLI:NL:GHAMS:2025:2204
Strafrecht
Hoger beroep
2,508 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000061-23
datum uitspraak: 18 maart 2025
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 25 februari 2022 in de strafzaak onder parketnummer 15-323684-21 tegen:
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,
adres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 maart 2025.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij, in of omstreeks de periode 1 april 2021 tot en met 2 juni 2021 te IJmuiden, gemeente Velsen, althans in Nederland, als houder van een dier, te weten een hond (ras: herdershond, luisterend naar de naam [naam] ), de nodige zorg heeft onthouden, immers heeft hij, verdachte, de hond niet voorzien van
- voldoende en/of de juiste voeding en/of
- tijdige en/of juiste noodzakelijke medische zorg (waardoor onder andere een ontstoken wond aan de staartpunt is ontstaan met een amputatie tot gevolg).
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Bewijsoverweging
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.
De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Daartoe heeft hij – kort gezegd – aangevoerd dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat om vast te kunnen stellen dat de verdachte in de tenlastegelegde periode aan te merken is als de houder van de in de tenlastelegging bedoelde hond.
Het hof overweegt het volgende.
Uit het dossier, meer specifiek de foto’s die de verdachte in de periode van 1 december 2020 tot en met 24 mei 2021 regelmatig op sociale media plaatste van zichzelf met een herdershond (met daarbij onder meer opmerkingen van de verdachte als ‘Even wandelen met mijn grote baby’) en het proces verbaal van bevindingen van 1 september 2021, waarin de verbalisant de op die foto’s zichtbare hond herkent als de inbeslaggenomen hond, blijkt naar het oordeel van het hof dat de verdachte in de tenlastegelegde periode de houder was van de betreffende hond. Als houder van de hond rust op de verdachte de plicht om zijn hond te voorzien van voldoende voeding en het waarborgen voor een goede gezondheid en het voorkomen van pijn. Ook wanneer een hond wegloopt, blijft de houder daarvoor verantwoordelijk, bijzondere omstandigheden daargelaten, die zijn gesteld noch gebleken.
Het door de raadsman gevoerde verweer ex artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering, dat de verklaring van de verdachte van het bewijs moet worden uitgesloten omdat hem de cautie niet was gegeven, behoeft geen bespreking, nu het hof deze verklaring niet voor het bewijs bezigt.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij in de periode 1 april 2021 tot en met 2 juni 2021 te IJmuiden, gemeente Velsen, als houder van een dier, te weten een hond (ras: herdershond, luisterend naar de naam [naam] ), de nodige zorg heeft onthouden, immers heeft hij, verdachte, de hond niet voorzien van
- voldoende en/of de juiste voeding en
- tijdige en/of juiste noodzakelijke medische zorg (waardoor onder andere een ontstoken wond aan de staartpunt is ontstaan met een amputatie tot gevolg).
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
zich gedragen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 2.2, achtste lid, van de Wet dieren.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straffen
De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 50 uren subsidiair 25 dagen hechtenis, waarvan 30 uren subsidiair 15 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren subsidiair 20 dagen hechtenis, waarvan 20 uren subsidiair 10 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
De raadsman heeft in het kader van de strafmaat gesteld dat het om een oude zaak gaat en dat de redelijke termijn is overschreden en gewezen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, onder meer dat hij lijdt aan PTSS. De raadsman heeft in dat verband verzocht te volstaan met een geheel voorwaardelijke taakstraf.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft als houder van een hond die hond de nodige zorg onthouden. De verdachte heeft hiermee de op hem rustende verantwoordelijkheid voor het welzijn van de hond miskend. Het houden van dieren is niet vrijblijvend. Wie dieren houdt, draagt daar ook verantwoordelijkheid voor. Dieren zijn machteloos en zijn afhankelijk van hun verzorger.
Het hof ziet in hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht met betrekking tot de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding aan de verdachte geen (gedeeltelijk) onvoorwaardelijke taakstraf op te leggen. Om de ernst van het feit tot uiting te brengen kan evenwel niet worden volstaan met een geheel voorwaardelijke straf, zodat, naast een geheel voorwaardelijke taakstraf, aan de verdachte een geldboete zal worden opgelegd.
In hoger beroep is de redelijke termijn overschreden met ruim twee maanden. Gelet op de geringe mate van overschrijding, de duur van de procedure in twee instanties en de door het hof op te leggen straffen volstaat het hof met de enkele constatering hiervan.
Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke taakstraf en een onvoorwaardelijke geldboete van na te melden duur respectievelijk hoogte passend en geboden. De voorwaardelijke taakstraf dient mede als stok achter de deur om te voorkomen dat de verdachte zich in de toekomst nogmaals schuldig maakt aan soortgelijke strafbare feiten.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 300,00 (driehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de geldboete mag worden voldaan in 3 (drie) termijnen van 1 (één) maand, elke termijn groot € 100,00 (honderd euro).
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 50 (vijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
1 STK Hond (Goednummer: 1267279, herdershond).
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. B.E. Dijkers, mr. H.A. Stalenhoef en mr. T.J. Kelder, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Pattinama, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 maart 2025.
De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=
===
[…]