Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-04-03
ECLI:NL:GHAMS:2025:1973
Strafrecht
Hoger beroep
1,022 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002620-23
datum uitspraak: 3 april 2025
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 22 juni 2022 in de strafzaak onder parketnummer 15-002466-22 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1989,
adres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
20 maart 2025.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 4 januari 2022 te Wieringerwerf, gemeente Hollands Kroon een tractor, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen tractor onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Vrijspraak
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 30 uren subsidiair 15 dagen vervangende hechtenis.
De raadsman heeft vrijspraak bepleit en heeft in dat kader – kort gezegd – aangevoerd dat de verdachte geen oogmerk heeft gehad op wederrechtelijke toe-eigening van de tractor.
Het hof overweegt als volgt.
De verdachte heeft een tractor met de sleutel nog in het contact weggenomen van een terrein en is daarmee gaan rijden op de openbare weg. Het hof vindt in de route die de verdachte met de tractor heeft gereden steun voor diens stelling dat hij slechts een rondje wilde rijden. Hij heeft immers iedere keer de eerstvolgende afslag naar links heeft genomen en was weer onderweg terug naar de Noorderkwelweg, vanwaar hij de tractor had weggenomen. Het hof neemt zijn stelling dan ook als uitgangspunt. Dat maakt dat het hof onvoldoende bewijs ziet voor het oogmerk om zich de tractor wederrechtelijk toe te eigenen.
Het handelen van de verdachte is overigens wel aan te merken als joy riding als bedoeld in artikel 11 Wegenverkeerswet. Dat feit is echter niet tenlastegelegd.
Naar het oordeel van het hof is om deze reden niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N. van der Wijngaart, mr. A.M. Kengen en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van
mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
3 april 2025.
mr. N. van der Wijngaart en mr. S. Bonset zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.