Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-04-03
ECLI:NL:GHAMS:2025:1970
Strafrecht
Hoger beroep
2,408 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001383-24
datum uitspraak: 3 april 2025
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 14 juni 2024 in de strafzaak onder de parketnummers 13-180782-24 en 13-131097-24 (TUL) tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,
adres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
20 maart 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van wat de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 1 juni 2024 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een of meerdere telefoonlader(s), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.
Bewijsoverweging
De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit en in dat kader aangevoerd dat in het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is dat de verdachte de persoon is geweest die in de auto van de aangeefster heeft ingebroken.
Het hof overweegt als volgt.
De aangeefster [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij haar auto had geparkeerd aan de Droogbak in Amsterdam. Op enig moment heeft zij haar auto tijdelijk achtergelaten. Toen zij terugkwam zag zij de verdachte in haar auto zitten en zag zij dat hij in haar auto aan het rommelen was. Uit haar auto zijn een telefoonlader van het merk Apple en een lightning telefoonlader, gekocht bij de winkel [winkel], weggenomen.
Nadat de verdachte was aangehouden en op het moment dat twee politieambtenaren met de verdachte onderweg waren naar het cellencomplex hoorde de verdachte dat over de portofoon werd meegedeeld dat uit de auto een [winkel] laadkabel was weggenomen en dat de politieambtenaren werd verzocht om naar die laadkabel uit te kijken bij de fouillering van de verdachte. De verdachte zei toen spontaan dat hij die [winkel] laadkabel in zijn zak had en dat hij wilde dat het raam werd opengedaan, waaraan hij toevoegde: “Gooi hem uit het raam. Gooi hem in de sloot. No evidence no case.”
Het hof acht, alle feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde diefstal. Uit de stukken kan het hof niet met voldoende zekerheid afleiden dat de verdachte de tenlastegelegde diefstal heeft gepleegd door middel van braak. De verdachte zal daarom van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 1 juni 2024 te Amsterdam, meerdere telefoonladers, die toebehoorde aan [slachtoffer 1] heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Wat meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
diefstal.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straf
De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken met aftrek van voorarrest.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg is opgelegd.
De raadsvrouw heeft het hof – gelet op de actuele persoonlijke omstandigheden van de verdachte – verzocht om bij strafoplegging te volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf conform voorarrest.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van twee oplaadkabels uit een auto. Dit is een ergerlijk strafbaar feit voor zowel de betrokkene als voor de maatschappij. Met zijn handelen heeft de verdachte getoond geen respect te hebben voor het eigendomsrecht van anderen. Blijkens het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 7 maart 2025 is de verdachte eerder onherroepelijk veroordeeld voor diefstal. Het voorgaande weegt in het nadeel van de verdachte.
Het hof heeft acht geslagen op straffen die in soortgelijke gevallen plegen te worden opgelegd en die hun weerslag hebben gevonden in de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Daarin wordt voor diefstal uit een auto in geval van recidive een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes weken genoemd.
Het hof houdt echter rekening met de recente persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals deze ter terechtzitting in hoger beroep door de raadsvrouw naar voren zijn gebracht en volgen uit het door haar aan het hof doorgestuurde e-mailbericht van [persoon] (verpleegkundige bij [instelling] ) van 19 maart 2025. Daaruit volgt dat de verdachte in het kader van een zorgmachtiging – die loopt van 6 september 2024 tot 6 september 2025 – is opgenomen bij [instelling] .
Met de raadsvrouw ziet het hof, in wat ter terechtzitting in hoger beroep naar voren is gebracht over deze persoonlijke omstandigheden van de verdachte, aanleiding om de duur van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf enigszins te matigen.
Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van vier weken, met aftrek van voorarrest, passend en geboden. Deze straf houdt in dat de verdachte in het kader van de onderhavige zaak niet opnieuw gedetineerd raakt.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen wat de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) weken.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Wijst af de vordering van de officier van justitie van het Parket OVJ Amsterdam van 3 juni 2024, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 24 april 2024, parketnummer 13-131097-24, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 10 dagen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.H. Tiemens, mr. A.M. Kengen en mr. M.J.A. Duker in tegenwoordigheid van
mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
3 april 2025.
mr. S. Bonset is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.