Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-04-03
ECLI:NL:GHAMS:2025:1966
Strafrecht
Hoger beroep
2,528 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003109-21
datum uitspraak: 3 april 2025
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 18 november 2021 in de strafzaak onder de parketnummers
13-210209-21 en 01-261152-18 (TUL) tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1989,
postadres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
20 maart 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van wat de verdachte, zijn raadsman en de advocaat van de benadeelde partij naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.hij op of omstreeks 4 augustus 2021 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [benadeelde] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [benadeelde] dreigend de woorden toe te voegen "ik ga je doodschieten" en/of "ik ga je neerschieten" en/of "ik ga gaten in je maken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of (vervolgens) daarbij (op korte afstand) een vuurwapen, althans een vuurwapen gelijkend voorwerp op voornoemde [benadeelde] heeft gericht en/of aan voornoemde [benadeelde] heeft getoond en/of voorgehouden;
2.hij op of omstreeks 4 augustus 2021 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk Zastava, type M88, kaliber 9 MM Para zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad;
3.hij op of omstreeks 4 augustus 2021 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 9 patronen, HP 9 mm en/of Lapua 9 mm Para en/of nny 9 mm Luger 88 van het kaliber 9 mm voorhanden heeft gehad;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.
Vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde
De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat het onder 1 tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.
De raadsman heeft ter zake van het onder 1 tenlastegelegde vrijspraak bepleit.
Met de raadsman is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is wat de verdachte onder 1 is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Het hof kan op basis van het dossier niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid vaststellen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de bedreiging van de aangever [benadeelde] zoals in de tenlastelegging is omschreven. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de verdachte de beschuldiging van de bedreiging van [benadeelde] heeft ontkend terwijl de verklaringen van de aangever op onderdelen tegenstrijdig zijn en bij het hof – in samenhang met de overige inhoud van het dossier – te veel twijfel oproepen over de aanleiding voor de melding die de aangever op de bewuste dag om 18.22 uur heeft gedaan.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
2.hij op 4 augustus 2021 te Amsterdam, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk Zastava, type M88, kaliber 9 MM Para voorhanden heeft gehad.
3.hij op 4 augustus 2021 te Amsterdam, munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 9 patronen, HP 9 mm en Lapua 9 mm Para en nny 9 mm Luger 88 van het kaliber 9 mm voorhanden heeft gehad.
Wat onder 2 en 3 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 2 en 3 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 2 en 3 bewezenverklaarde levert op:
de eendaadse samenloop van
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 2 en 3 bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straf
De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden met aftrek van voorarrest. Daarnaast is aan de verdachte de vrijheidsbeperkende maatregel van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (Sr) opgelegd en dadelijk uitvoerbaar verklaard.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden met aftrek van voorarrest.
De raadsman heeft verzocht om – kort gezegd – rekening te houden met het tijdsverloop sinds de pleegdatum, het feit dat de verdachte geen nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd en met de medische problematiek waarmee de verdachte (onder meer vanwege zijn detentie) heeft te kampen.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een pistool en munitie en er daarmee blijk van gegeven zich niets gelegen te laten aan het feit dat het bezit hiervan verboden is. Het ongecontroleerde bezit van wapens en munitie kan de veiligheid van personen in gevaar brengen en maakt daarbij een ernstige inbreuk op de rechtsorde, wat leidt tot gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving.
Gelet op de aard en ernst van het handelen van de verdachte is slechts een gevangenisstraf van aanzienlijke duur op zijn plaats. Het hof heeft in het kader van het bepalen van de hoogte van de op te leggen gevangenisstraf gelet op de straffen die in soortgelijke gevallen plegen te worden opgelegd.
Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden met aftrek van voorarrest passend en geboden.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen wat de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 2 en 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Wijst af de vordering van de officier van justitie van het Parket OVJ Amsterdam van
29 september 2021, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 16 november 2020, parketnummer 01-261152-18, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Kengen, mr. M.J.A. Duker en mr. A.H. Tiemens, in tegenwoordigheid van
mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
3 april 2025.
mr. S. Bonset is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.