Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-06-24
ECLI:NL:GHAMS:2025:1793
Civiel recht; Ondernemingsrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,156 tokens
Inleiding
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.341.996/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 24 juni 2025
inzake
1. HET STATUTAIRE BESTUUR VAN KANTEEL BEHEER B.V. en de RAAD VAN COMMISSARISSEN VAN KANTEEL BEHEER B.V.
beiden namens de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid van KANTEEL BEHEER B.V.,
gevestigd te ‘s-Hertogenbosch,
2. DE ONDERNEMINGSRAAD VAN KANTEEL BEHEER B.V.,
gevestigd te ‘s-Hertogenbosch,
VERZOEKERS,
advocaten: mrs. M.V.A. Heuten, A.R.T. Kroon en V.M. van Erpers Roijaards, allen kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
KANTEEL BEHEER B.V.,
gevestigd te ‘s-Hertogenbosch,
VERWEERSTER,
e n
1. de stichting
STICHTING KANTEEL,
gevestigd te ’s-Hertogenbosch,
advocaat: mr. J.F.M. Heuvelmans, kantoorhoudende te ’s-Hertogenbosch,
2. DE CENTRALE OUDERRAAD VAN KANTEEL BEHEER,
gevestigd te ’s-Hertogenbosch,
niet verschenen,
BELANGHEBBENDEN.
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:
verzoeker 1 als het bestuur en de RvC;
verzoeker 2 als de OR;
verweerster als Kanteel Beheer;
belanghebbenden ieder afzonderlijk als Stichting Kanteel en de Centrale Ouderraad.
1Het verloop van het geding
1.1
Het bestuur, de RvC en de OR hebben bij verzoekschrift van 4 juni 2024, kort gezegd, de Ondernemingskamer verzocht een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Kanteel Beheer en verzocht bepaalde onmiddellijke voorzieningen te treffen.
1.2
Bij verweerschrift van 5 september 2024 heeft Stichting Kanteel de Ondernemingskamer, kort gezegd, verzocht het bestuur, de RvC en de OR niet-ontvankelijk te verklaren in hun verzoeken, althans de verzoeken af te wijzen.
1.3
De verzoeken zijn behandeld op de zitting van de Ondernemingskamer van 26 september 2024. Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling hun standpunten nader toegelicht en vragen van de Ondernemingskamer beantwoord. Daarna zijn partijen overeengekomen de procedure aan te houden en de Ondernemingskamer te verzoeken een deskundige voor te stellen, die met partijen de mogelijkheden zal verkennen om een minnelijke regeling te treffen. De Ondernemingskamer heeft daarop een deskundige aan partijen voorgesteld.
1.4
Bij e-mail van 8 april 2025 heeft mr. Van Erpers Roijaards namens het bestuur, de RvC en de OR van Kanteel Beheer medegedeeld dat partijen een minnelijke regeling hebben getroffen en verzocht de enquêteprocedure te beëindigen.
1.5
Bij e-mail van 9 juni 2025 heeft de Ondernemingskamer mr. Heuvelmans verzocht zich namens Stichting Kanteel over het verzoek tot beëindiging van de enquêteprocedure uit te laten.
1.6
Bij e-mail van diezelfde dag heeft mr. Heuvelmans bevestigd dat partijen een minnelijke regeling hebben bereikt en ingestemd met beëindiging van de enquêteprocedure.
2De gronden van de beslissing
2.1
Gelet op de overeenstemming die partijen hebben bereikt over een minnelijke regeling bestaat geen belang meer bij beoordeling van en beslissing op het verzoek, zodat het bestuur, de RvC en de OR van Kanteel Beheer in hun verzoek niet ontvankelijk zijn.
2.2
Gelet op de inhoud van de getroffen schikking is er geen aanleiding om een proceskostenveroordeling uit te spreken.
Dictum
De Ondernemingskamer:
verklaart het bestuur, de raad van commissarissen en de ondernemingsraad van Kanteel Beheer B.V. niet-ontvankelijk in hun verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.C. Meijer, voorzitter, mr. A.W.H. Vink en mr. A.P. Wessels, raadsheren, en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA en dr. M.J.R. Broekema RV, raden, in tegenwoordigheid van mr. J.K.G. Meijer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2025.