Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-06-05
ECLI:NL:GHAMS:2025:1620
Strafrecht
Hoger beroep
748 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 13-326460-24
parketnummer hoger beroep : 23-002835-24
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 5 juni 2025 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 3 december 2024 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen:
geboren: op [geboortedag] 1977 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] )
adres: [adres] .
Kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk niet voldoen aan een bevel, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Gepleegd op 13 oktober 2024 te Amsterdam.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 62 en 184 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 27 en 54 van de Wet wapens en munitie.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) dagen.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 3 (drie) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:
Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 100,00 (honderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Gewezen door mr. D.A.C. Koster, in bijzijn van mr. A.C. Vermeijden, griffier.
mr. D.A.C. Koster
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting afstand gedaan van het recht beroep in cassatie in te stellen.