Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-05-23
ECLI:NL:GHAMS:2025:1346
Strafrecht
Hoger beroep
2,802 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000919-24
datum uitspraak: 21 mei 2025
TEGENSPRAAK
Tussenarrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 12 april 2024 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-315742-22 (zaak A), 13-117097-23 (zaak B), 13-072049-24 (zaak C) en 09-019705-24 ( zaak D) tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 2005,
adres: [adres] ,
thans gedetineerd in [detentieadres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 7 mei 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte, de raadsman en de advocaat van de benadeelde partij naar voren hebben gebracht.
Op de terechtzitting in hoger beroep van 7 mei 2025 is het onderzoek in deze strafzaak gehouden en gesloten.
Tijdens de beraadslaging is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest.
Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft het hof, in aanvulling op de stukken die zich reeds in eerste aanleg in het dossier bevonden, kennisgenomen van het geïntegreerd psychologisch en psychiatrisch onderzoek van T. Smits, GZ psycholoog, en D.C.W.H. Naus, psychiater, van 4 april 2025 waarin wordt omschreven dat bij de verdachte sprake is van een normoverschrijdende gedragsstoornis, een stoornis in cannabisgebruik en een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling in antisociale richting. De deskundigen adviseren om aan de verdachte een behandeling in een gedwongen kader op te leggen. Omdat de kans op slagen van een dergelijke behandeling binnen een voorwaardelijk kader als beperkt wordt ingeschat, wordt geadviseerd tot het opleggen van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel.
Tevens heeft het hof kennisgenomen van hetgeen de deskundige van de Raad voor de Kinderbescherming ter terechtzitting naar voren heeft gebracht. Kort samengevat heeft zij zich aangesloten bij het advies van de psycholoog en psychiater tot oplegging van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel.
Het opleggen van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel is naar het oordeel van het hof een ultimum remedium dat enkel moet worden opgelegd als andere maatregelen onvoldoende waarborgen bieden.
Indien het hof komt tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten ziet het hof zich ook in hoger beroep gesteld voor de vraag of het opleggen van de voorwaardelijke PIJ-maatregel in onderhavig geval afdoende zou kunnen zijn of dat een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel noodzakelijk is.
Mede gelet op de inmiddels zeer lange duur van het voorarrest, alsmede de gewijzigde proceshouding van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep en het feit dat de verdachte ter terechtzitting inmiddels enig probleembesef heeft getoond en heeft aangegeven dat hij zich open wil stellen voor behandeling, acht het hof het van belang dat door Reclassering Nederland een maatregelenrapport wordt opgesteld. In dat rapport moet worden onderzocht of de Reclassering begeleidingsmogelijkheden ziet in het kader van een voorwaardelijke PIJ-maatregel en zo ja, welke voorwaarden in dat kader dan zullen moeten worden gesteld. Het hof zal daartoe de stukken in handen stellen van de advocaat-generaal met het verzoek om aan Reclassering Nederland de opdracht te geven tot het opstellen van een maatregelenrapport zoals hiervoor bedoeld.
Het hof zal daartoe het onderzoek heropenen, schorsen en de hervatting van het onderzoek ter terechtzitting op een nader te bepalen datum gelasten.
Dictum
Het hof:
Heropent het gesloten onderzoek, schorst dit in het belang ervan en beveelt de hervatting van het onderzoek op een nader te bepalen datum
Beveelt de oproeping van de verdachte, de raadsman, de moeder van de verdachte en de Raad voor de Kinderbescherming, alsmede Reclassering Nederland.
Voor die zitting dienen tevens te worden opgeroepen een tolk in de Somalische taal alsmede de slachtoffers.
Voor die zitting dient een kennisgeving te worden verzonden naar de benadeelde partij en haar advocaat.
Stelt de stukken met het oog op vorenstaande in handen van de advocaat-generaal.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.A.E. van Noort, mr. N.R.A. Meerbeek en mr. A.M.A. Keulen, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 21 mei 2025.
De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Noot I: Op de nader te bepalen terechtzitting dient de zaak door dezelfde zittingscombinatie als heden te worden behandeld.
Noot II: Voor de behandeling van de onderhavige zaak op de volgende terechtzitting dienen 75 minuten te worden gereserveerd.
[…]
INLEIDING ===
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000919-24
datum uitspraak: 21 mei 2025
TEGENSPRAAK
Tussenarrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 12 april 2024 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-315742-22 (zaak A), 13-117097-23 (zaak B), 13-072049-24 (zaak C) en 09-019705-24 ( zaak D) tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 2005,
adres: [adres] ,
thans gedetineerd in [detentieadres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 7 mei 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte, de raadsman en de advocaat van de benadeelde partij naar voren hebben gebracht.
Op de terechtzitting in hoger beroep van 7 mei 2025 is het onderzoek in deze strafzaak gehouden en gesloten.
Tijdens de beraadslaging is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest.
Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft het hof, in aanvulling op de stukken die zich reeds in eerste aanleg in het dossier bevonden, kennisgenomen van het geïntegreerd psychologisch en psychiatrisch onderzoek van T. Smits, GZ psycholoog, en D.C.W.H. Naus, psychiater, van 4 april 2025 waarin wordt omschreven dat bij de verdachte sprake is van een normoverschrijdende gedragsstoornis, een stoornis in cannabisgebruik en een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling in antisociale richting. De deskundigen adviseren om aan de verdachte een behandeling in een gedwongen kader op te leggen. Omdat de kans op slagen van een dergelijke behandeling binnen een voorwaardelijk kader als beperkt wordt ingeschat, wordt geadviseerd tot het opleggen van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel.
Tevens heeft het hof kennisgenomen van hetgeen de deskundige van de Raad voor de Kinderbescherming ter terechtzitting naar voren heeft gebracht. Kort samengevat heeft zij zich aangesloten bij het advies van de psycholoog en psychiater tot oplegging van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel.
Het opleggen van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel is naar het oordeel van het hof een ultimum remedium dat enkel moet worden opgelegd als andere maatregelen onvoldoende waarborgen bieden.
Indien het hof komt tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten ziet het hof zich ook in hoger beroep gesteld voor de vraag of het opleggen van de voorwaardelijke PIJ-maatregel in onderhavig geval afdoende zou kunnen zijn of dat een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel noodzakelijk is.
Mede gelet op de inmiddels zeer lange duur van het voorarrest, alsmede de gewijzigde proceshouding van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep en het feit dat de verdachte ter terechtzitting inmiddels enig probleembesef heeft getoond en heeft aangegeven dat hij zich open wil stellen voor behandeling, acht het hof het van belang dat door Reclassering Nederland een maatregelenrapport wordt opgesteld. In dat rapport moet worden onderzocht of de Reclassering begeleidingsmogelijkheden ziet in het kader van een voorwaardelijke PIJ-maatregel en zo ja, welke voorwaarden in dat kader dan zullen moeten worden gesteld. Het hof zal daartoe de stukken in handen stellen van de advocaat-generaal met het verzoek om aan Reclassering Nederland de opdracht te geven tot het opstellen van een maatregelenrapport zoals hiervoor bedoeld.
Het hof zal daartoe het onderzoek heropenen, schorsen en de hervatting van het onderzoek ter terechtzitting op een nader te bepalen datum gelasten.
Dictum
Het hof:
Heropent het gesloten onderzoek, schorst dit in het belang ervan en beveelt de hervatting van het onderzoek op een nader te bepalen datum
Beveelt de oproeping van de verdachte, de raadsman, de moeder van de verdachte en de Raad voor de Kinderbescherming, alsmede Reclassering Nederland.
Voor die zitting dienen tevens te worden opgeroepen een tolk in de Somalische taal alsmede de slachtoffers.
Voor die zitting dient een kennisgeving te worden verzonden naar de benadeelde partij en haar advocaat.
Stelt de stukken met het oog op vorenstaande in handen van de advocaat-generaal.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.A.E. van Noort, mr. N.R.A. Meerbeek en mr. A.M.A. Keulen, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 21 mei 2025.
De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Noot I: Op de nader te bepalen terechtzitting dient de zaak door dezelfde zittingscombinatie als heden te worden behandeld.
Noot II: Voor de behandeling van de onderhavige zaak op de volgende terechtzitting dienen 75 minuten te worden gereserveerd.
=
===
[…]