Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-04-17
ECLI:NL:GHAMS:2025:1296
Bestuursrecht; Belastingrecht
Hoger beroep
3,904 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF AMSTERDAM
kenmerk 23/1257
uitspraak als bedoeld in artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in verbinding met artikel 8:108 van die wet, van de zevende enkelvoudige belastingkamer
op het verzet van
[X] B.V., gevestigd te [Z] , belanghebbende,
(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels)
tegen de aangehechte uitspraak van de veertiende enkelvoudige belastingkamer van dit Hof na vereenvoudigde behandeling van het hoger beroep.
Beoordeling
Het Hof heeft de feiten waarop de uitspraak waarvan verzet is gebaseerd en die in die uitspraak zijn weergegeven geverifieerd en correct bevonden met dien verstande dat belanghebbende is gevestigd in [Z] . Het Hof neemt de overwegingen weergegeven in de uitspraak waarvan verzet over en maakt die tot de zijne. Dit met inachtneming van hetgeen hierna wordt overwogen.
Op de griffierechtnota en de herinneringsnota wordt duidelijk de naam van belanghebbende en het kenmerk van het hoger beroep vermeld. Daarmee is voldoende duidelijk op welke zaak de nota’s betrekking hebben. Indien de gemachtigde van belanghebbende zijn administratie zodanig gebrekkig heeft ingericht dat het voor hem of zijn cliënt onvoldoende duidelijk is op welke zaak de nota’s betrekking hebben, moet dat voor rekening van belanghebbende blijven. De nota’s zijn voorts terecht verzonden naar de gemachtigde als degene die namens belanghebbende hoger beroep heeft ingesteld.
Voor zover de gemachtigde in deze zaak ook heeft willen betogen:
(i) dat de handtekening op het track- en traceformulier niet van hemzelf is, maar van een medewerker van PostNL/het PostNL-punt waar hij zijn postbus houdt en hij de (tijdige) ontvangst van de griffierechtnota betwist, overweegt het Hof dat het hem ambtshalve uit een groot aantal zaken bekend is dat de gang van zaken op de locatie waar de gemachtigde van belanghebbende zijn postbus aanhoudt kennelijk al (zeer) geruime tijd de gebruikelijke gang van zaken is. De gemachtigde van belanghebbende is met die gang van zaken bekend en het heeft hem kennelijk geen aanleiding gegeven voor hem bestemde post elders (bijvoorbeeld op zijn kantooradres) te laten bezorgen. In wezen is hij met deze gang van zaken akkoord gegaan en dat leidt het Hof tot het oordeel dat de gedragingen van eerder bedoelde medewerker aan de gemachtigde moeten worden toegerekend. Het tijdstip waarop meerbedoelde medewerker voor ontvangst van het aangetekend verzonden stuk tekent moet dan ook worden gezien als het tijdstip waarop het stuk aan de gemachtigde van belanghebbende is aangeboden; en/of
(ii) dat geen griffierecht verschuldigd is als het hoger beroep inhoudelijk alleen betrekking heeft op een of meer nevenbeslissingen, zoals die over het griffierecht of over de vergoeding van immateriële schade wegens (vermeende) overschrijding van de redelijke termijn, overweegt het Hof dat dit betoog geen steun vindt in het recht en onjuist is.
Het Hof is niet gehouden, nadat een herinnering voor het uitstaande bedrag aan griffierecht is verzonden, belanghebbende of de gemachtigde bij gedeeltelijke betaling van het griffierecht erop te wijzen dat niet aan de verplichting tot het betalen van het verschuldigde griffierecht was voldaan en daartoe alsnog gelegenheid te bieden (vgl. Hoge Raad 11 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:876).
Conclusie
De slotsom is dat het verzet van belanghebbende ongegrond is. De uitspraak waartegen verzet was gedaan blijft in stand.
2Kosten
Het Hof ziet geen aanleiding voor een kostenveroordeling op de voet van artikel 8:75 van de Awb in verbinding met 8:108 van die wet.
Dictum
Het Hof:
verklaart het verzet ongegrond, en
gelast dat het betaalde griffierecht van € 48 wordt terugbetaald indien dit nog niet is gedaan.
De uitspraak is gedaan door mr. F.J.P.M. Haas, lid van de zevende enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. J.H.E. Breman als griffier. De beslissing is op 17 april 2025 in het openbaar uitgesproken.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.
Toelichting rechtsmiddelverwijzing
Per 15 april 2020 is digitaal procederen bij de Hoge Raad opengesteld. Niet-natuurlijke personen (daaronder begrepen publiekrechtelijke lichamen) en professionele gemachtigden zijn verplicht digitaal te procederen. Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.
Digitaal procederen
Het webportaal van de Hoge Raad is toegankelijk via “Login Mijn Zaak Hoge Raad” op www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op www.hogeraad.nl.
Niet in Nederland wonende of gevestigde partijen of professionele gemachtigden hebben in beginsel geen geschikt inlogmiddel en kunnen daarom niet inloggen in het webportaal. Zij kunnen zo lang zij niet over een geschikt inlogmiddel kunnen beschikken, per post procederen.
Per post procederen
Alleen bepaalde personen mogen beroep in cassatie instellen per post in plaats van via het webportaal. Zij mogen dit bovendien alleen als zij zonder een professionele gemachtigde procederen. Het gaat om natuurlijke personen die geen ondernemer zijn en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.
Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op:
Inleiding
GERECHTSHOF AMSTERDAM
kenmerk 23/1257
uitspraak als bedoeld in artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in verbinding met artikel 8:108 van die wet, van de zevende enkelvoudige belastingkamer
op het verzet van
[X] B.V., gevestigd te [Z] , belanghebbende,
(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels)
tegen de aangehechte uitspraak van de veertiende enkelvoudige belastingkamer van dit Hof na vereenvoudigde behandeling van het hoger beroep.
Beoordeling
Het Hof heeft de feiten waarop de uitspraak waarvan verzet is gebaseerd en die in die uitspraak zijn weergegeven geverifieerd en correct bevonden met dien verstande dat belanghebbende is gevestigd in [Z] . Het Hof neemt de overwegingen weergegeven in de uitspraak waarvan verzet over en maakt die tot de zijne. Dit met inachtneming van hetgeen hierna wordt overwogen.
Op de griffierechtnota en de herinneringsnota wordt duidelijk de naam van belanghebbende en het kenmerk van het hoger beroep vermeld. Daarmee is voldoende duidelijk op welke zaak de nota’s betrekking hebben. Indien de gemachtigde van belanghebbende zijn administratie zodanig gebrekkig heeft ingericht dat het voor hem of zijn cliënt onvoldoende duidelijk is op welke zaak de nota’s betrekking hebben, moet dat voor rekening van belanghebbende blijven. De nota’s zijn voorts terecht verzonden naar de gemachtigde als degene die namens belanghebbende hoger beroep heeft ingesteld.
Voor zover de gemachtigde in deze zaak ook heeft willen betogen:
(i) dat de handtekening op het track- en traceformulier niet van hemzelf is, maar van een medewerker van PostNL/het PostNL-punt waar hij zijn postbus houdt en hij de (tijdige) ontvangst van de griffierechtnota betwist, overweegt het Hof dat het hem ambtshalve uit een groot aantal zaken bekend is dat de gang van zaken op de locatie waar de gemachtigde van belanghebbende zijn postbus aanhoudt kennelijk al (zeer) geruime tijd de gebruikelijke gang van zaken is. De gemachtigde van belanghebbende is met die gang van zaken bekend en het heeft hem kennelijk geen aanleiding gegeven voor hem bestemde post elders (bijvoorbeeld op zijn kantooradres) te laten bezorgen. In wezen is hij met deze gang van zaken akkoord gegaan en dat leidt het Hof tot het oordeel dat de gedragingen van eerder bedoelde medewerker aan de gemachtigde moeten worden toegerekend. Het tijdstip waarop meerbedoelde medewerker voor ontvangst van het aangetekend verzonden stuk tekent moet dan ook worden gezien als het tijdstip waarop het stuk aan de gemachtigde van belanghebbende is aangeboden; en/of
(ii) dat geen griffierecht verschuldigd is als het hoger beroep inhoudelijk alleen betrekking heeft op een of meer nevenbeslissingen, zoals die over het griffierecht of over de vergoeding van immateriële schade wegens (vermeende) overschrijding van de redelijke termijn, overweegt het Hof dat dit betoog geen steun vindt in het recht en onjuist is.
Het Hof is niet gehouden, nadat een herinnering voor het uitstaande bedrag aan griffierecht is verzonden, belanghebbende of de gemachtigde bij gedeeltelijke betaling van het griffierecht erop te wijzen dat niet aan de verplichting tot het betalen van het verschuldigde griffierecht was voldaan en daartoe alsnog gelegenheid te bieden (vgl. Hoge Raad 11 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:876).
Conclusie
De slotsom is dat het verzet van belanghebbende ongegrond is. De uitspraak waartegen verzet was gedaan blijft in stand.
2Kosten
Het Hof ziet geen aanleiding voor een kostenveroordeling op de voet van artikel 8:75 van de Awb in verbinding met 8:108 van die wet.
Dictum
Het Hof:
verklaart het verzet ongegrond, en
gelast dat het betaalde griffierecht van € 48 wordt terugbetaald indien dit nog niet is gedaan.
De uitspraak is gedaan door mr. F.J.P.M. Haas, lid van de zevende enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. J.H.E. Breman als griffier. De beslissing is op 17 april 2025 in het openbaar uitgesproken.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.
Toelichting rechtsmiddelverwijzing
Per 15 april 2020 is digitaal procederen bij de Hoge Raad opengesteld. Niet-natuurlijke personen (daaronder begrepen publiekrechtelijke lichamen) en professionele gemachtigden zijn verplicht digitaal te procederen. Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.
Digitaal procederen
Het webportaal van de Hoge Raad is toegankelijk via “Login Mijn Zaak Hoge Raad” op www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op www.hogeraad.nl.
Niet in Nederland wonende of gevestigde partijen of professionele gemachtigden hebben in beginsel geen geschikt inlogmiddel en kunnen daarom niet inloggen in het webportaal. Zij kunnen zo lang zij niet over een geschikt inlogmiddel kunnen beschikken, per post procederen.
Per post procederen
Alleen bepaalde personen mogen beroep in cassatie instellen per post in plaats van via het webportaal. Zij mogen dit bovendien alleen als zij zonder een professionele gemachtigde procederen. Het gaat om natuurlijke personen die geen ondernemer zijn en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.
Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op: