Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-05-08
ECLI:NL:GHAMS:2025:1255
Strafrecht
Hoger beroep
4,854 tokens
Inleiding
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-000039-25
Datum uitspraak: 8 mei 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 24 december 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-295731-24 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1995,
thans gedetineerd in [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
24 april 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit om die reden bevestigen, behalve ten aanzien van de beslissing over het beslag -in zoverre zal het vonnis worden vernietigd- en met dien verstande, dat het hof naar aanleiding van een andere verklaring van de verdachte in hoger beroep en hetgeen de raadsman heeft aangevoerd, als volgt de overwegingen van de rechtbank zal aanvullen.
Rechtmatigheid doorzoeking van de auto
Het hof verenigt zich met de overwegingen en het oordeel van de rechtbank over de rechtmatigheid van de doorzoeking van de auto van de verdachte, behalve voor wat betreft de zin: ‘Opvallend vond de verbalisant ook dat verdachte en [medeverdachte] niet of nauwelijks met elkaar konden communiceren, omdat zij geen gemeenschappelijke taal spraken’ (p. 7 vonnis, bovenaan). Ter zitting in hoger beroep is immers gebleken dat de verdachte de Surinaamse taal machtig is.
Anders dan de raadsman in hoger beroep heeft gesteld, blijkt uit de inhoud van het proces-verbaal van bevindingen van 14 september 2024, dossierpagina 1, enkel dat de verbalisanten op de vloer bij de bestuurderszitplaats een muts zagen liggen met gaten erin, lijkend op een bivakmuts. Op dat moment was nog geen sprake van doorzoeking van de auto; uit het proces-verbaal kan worden afgeleid dat de muts in het zicht lag.
Verklaring van de verdachte in hoger beroep feit 1 en 2
Ter zitting in eerste aanleg heeft de verdachte iedere wetenschap van en betrokkenheid bij de aanwezigheid van het geldbedrag van € 92.560,- en het vuurwapen in zijn auto ontkend.
Ter zitting in hoger beroep heeft de verdachte ten aanzien van feit 1 wederom verklaard dat hij niet op de hoogte was van de aanwezigheid van het vuurwapen in zijn auto.
Ten aanzien van feit 2 heeft de verdachte ter zitting in hoger beroep een andere verklaring afgelegd dan in eerste aanleg. Tijdens de zitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij in de woning van medeverdachte [medeverdachte] verbleef voorafgaand aan zijn aanhouding op 13 september 2024. In die woning heeft de verdachte gezien dat [medeverdachte] en een andere Surinaamse man een groot contant geldbedrag aan het inpakken waren. Zij vroegen de verdachte uit de keuken plastic te halen. De verdachte heeft een rol met plastic voor [medeverdachte] gepakt. [medeverdachte] en de ander hebben het geld vervolgens in dat plastic gerold. De verdachte zag dat zij het geld in een geluidsbox stopten en deze in de kofferbak van zijn auto legden. De mannen vroegen de verdachte hen met zijn auto naar een reisbureau in de Bijlmer te brengen en dat heeft hij gedaan. Bij het reisbureau is de derde persoon uitgestapt. Hij weet niet hoe [medeverdachte] en de ander aan het geld kwamen. De verdachte heeft verklaard dat zijn lezing van de gebeurtenissen eerder anders was, omdat hij niet in de problemen wilde komen en ook [medeverdachte] en de andere man niet in de problemen wilde brengen. Nu wil de verdachte echter wel openheid van zaken geven. Hij heeft voorts verklaard dat hij op de hoogte is van de uitspraak in de zaak van [medeverdachte] , in die zin dat hij weet dat [medeverdachte] in deze zaak niet meer gedetineerd is.
Feit 1
De raadsman heeft het hof verzocht de verdachte vrij te spreken van het voorhanden hebben van het wapen en de munitie. Hij heeft daartoe aangevoerd dat het DNA van de verdachte op de ruwe/scherpe delen van het vuurwapen daar kan zijn terechtgekomen door (zo begrijpt het hof) secundaire overdracht. Het wapen bevond zich immers in de auto van de verdachte waardoor zijn DNA volop in de auto aanwezig is. Voor DNA overdracht is fysieke aanraking, zo heeft de raadsman bepleit, niet altijd noodzakelijk.
Het hof volgt de raadsman niet in zijn betoog. Gezien de inhoud van het dossier is het doorgeladen vuurwapen aangetroffen in het schuimrubber net onder de bekleding aan de achterzijde van de bijrijdersstoel van de auto van de verdachte. [medeverdachte] zat op dat moment als passagier op de achterbank, achter de bijrijdersstoel, terwijl de verdachte de auto bestuurde. De verdachte blijkt donor te zijn van een deel van het celmateriaal op de ruwe/scherpe delen van het vuurwapen. Hij heeft zelf niets anders verklaard dan dat hij niet op de hoogte was van de aanwezigheid van het vuurwapen in de stoel en dat het wapen niet van hem is. In dat licht gaat het hof voorbij aan de door de raadsman opgeworpen mogelijkheid van secundaire DNA overdracht. Die mogelijkheid is immers niet onderbouwd en (daarmee) niet aannemelijk geworden.
Voor het overige verenigt het hof zich met de (bewijs)overwegingen van de rechtbank inzake het in vereniging (samen met [medeverdachte] ) voorhanden hebben van het wapen en de munitie.
Feit 2
De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het witwassen van het geldbedrag van € 92.560,-. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte, volgens diens verklaring in hoger beroep, enkel heeft geholpen met het inpakken van het geld in plastic. Die handeling en het feit dat het geld in de auto van de verdachte is aangetroffen, is onvoldoende voor een bewezenverklaring van het (medeplegen van het) witwassen van dit geldbedrag. De omstandigheid dat de verdachte eerst in hoger beroep een andere verklaring over het geld heeft afgelegd – nadat medeverdachte [medeverdachte] door de rechtbank in deze zaak is vrijgesproken van het witwassen van € 92.560,- - maakt de verklaring van de verdachte niet onjuist. Hij heeft het plastic waarmee het geld is ingepakt vastgehouden; zodoende is zijn DNA daarop terechtgekomen.
Het hof gaat voorbij aan het verweer van de raadsman en overweegt als volgt. De verdachte heeft zijn verklaring pas op een laat moment afgelegd, namelijk na de vrijspraak van medeverdachte [medeverdachte] van het witwassen van het eerdergenoemde geldbedrag. Daarnaast is deze verklaring ook pas afgelegd nadat de uitkomst van het DNA onderzoek bekend is geworden, waaruit is gebleken dat DNA van de verdachte op de verpakking van het geld is aangetroffen. De verklaring van de verdachte is bovendien naar het oordeel van het hof niet aannemelijk. In het bijzonder merkt het hof daarbij op dat de verdachte ter zitting heeft gesproken over het inpakken van het geld in ‘plastic’ dat zich op een rol zou bevinden, terwijl uit het dossier volgt dat het geld in plastic sealbags is aangetroffen.
Het hof overweegt voorts dat het geld is gevonden in de kofferbak van de auto van de verdachte die hij ook bestuurde en dat zijn DNA is aangetroffen op één van de sealbags waarin het geld, in de geluidsbox, was verpakt. Op de telefoon van de verdachte is daarnaast een foto aangetroffen van de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] , met naast zich op de vloer een geluidsbox gelijkend op de foto van de (holle) box waarin het geld is aangetroffen.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de beslissing over het beslag en doet in zoverre opnieuw recht.
Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
1. 92.560 EUR
8. 3 STK Fust (sealbag)
9. 1 STK Geluidsdrager (zwart, merk Edenwood).
Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
3. 1 STK Wapen (zilver, merk Rossi 685);
4. 1 STK Wapen (munitie, koperkleurig);
6. 1 STK Munitie (mund huls).
Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
2. 1 STK Personenauto [kenteken] (grijs, merk Citroen);
5. 1 STK Telefoontoestel (paars, merk IPhone);
7. 1 STK Telefoontoestel (zwart, merk Apple IPhone).
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.A.J. Hübel, mr. A.R.O. Mooy en mr. M.T.C. de Vries, in tegenwoordigheid van
mr. A. Scheffens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
8 mei 2025.
Mr. R.A.J. Hübel is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Proces-verbaal van bevindingen van 14 oktober 2024, foto pagina 4.
Proces-verbaal van bevindingen van 14 september 2024, dossierpagina 18 en verder, foto’s op pagina 21 en 22.
Inleiding
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-000039-25
Datum uitspraak: 8 mei 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 24 december 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-295731-24 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1995,
thans gedetineerd in [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
24 april 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit om die reden bevestigen, behalve ten aanzien van de beslissing over het beslag -in zoverre zal het vonnis worden vernietigd- en met dien verstande, dat het hof naar aanleiding van een andere verklaring van de verdachte in hoger beroep en hetgeen de raadsman heeft aangevoerd, als volgt de overwegingen van de rechtbank zal aanvullen.
Rechtmatigheid doorzoeking van de auto
Het hof verenigt zich met de overwegingen en het oordeel van de rechtbank over de rechtmatigheid van de doorzoeking van de auto van de verdachte, behalve voor wat betreft de zin: ‘Opvallend vond de verbalisant ook dat verdachte en [medeverdachte] niet of nauwelijks met elkaar konden communiceren, omdat zij geen gemeenschappelijke taal spraken’ (p. 7 vonnis, bovenaan). Ter zitting in hoger beroep is immers gebleken dat de verdachte de Surinaamse taal machtig is.
Anders dan de raadsman in hoger beroep heeft gesteld, blijkt uit de inhoud van het proces-verbaal van bevindingen van 14 september 2024, dossierpagina 1, enkel dat de verbalisanten op de vloer bij de bestuurderszitplaats een muts zagen liggen met gaten erin, lijkend op een bivakmuts. Op dat moment was nog geen sprake van doorzoeking van de auto; uit het proces-verbaal kan worden afgeleid dat de muts in het zicht lag.
Verklaring van de verdachte in hoger beroep feit 1 en 2
Ter zitting in eerste aanleg heeft de verdachte iedere wetenschap van en betrokkenheid bij de aanwezigheid van het geldbedrag van € 92.560,- en het vuurwapen in zijn auto ontkend.
Ter zitting in hoger beroep heeft de verdachte ten aanzien van feit 1 wederom verklaard dat hij niet op de hoogte was van de aanwezigheid van het vuurwapen in zijn auto.
Ten aanzien van feit 2 heeft de verdachte ter zitting in hoger beroep een andere verklaring afgelegd dan in eerste aanleg. Tijdens de zitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij in de woning van medeverdachte [medeverdachte] verbleef voorafgaand aan zijn aanhouding op 13 september 2024. In die woning heeft de verdachte gezien dat [medeverdachte] en een andere Surinaamse man een groot contant geldbedrag aan het inpakken waren. Zij vroegen de verdachte uit de keuken plastic te halen. De verdachte heeft een rol met plastic voor [medeverdachte] gepakt. [medeverdachte] en de ander hebben het geld vervolgens in dat plastic gerold. De verdachte zag dat zij het geld in een geluidsbox stopten en deze in de kofferbak van zijn auto legden. De mannen vroegen de verdachte hen met zijn auto naar een reisbureau in de Bijlmer te brengen en dat heeft hij gedaan. Bij het reisbureau is de derde persoon uitgestapt. Hij weet niet hoe [medeverdachte] en de ander aan het geld kwamen. De verdachte heeft verklaard dat zijn lezing van de gebeurtenissen eerder anders was, omdat hij niet in de problemen wilde komen en ook [medeverdachte] en de andere man niet in de problemen wilde brengen. Nu wil de verdachte echter wel openheid van zaken geven. Hij heeft voorts verklaard dat hij op de hoogte is van de uitspraak in de zaak van [medeverdachte] , in die zin dat hij weet dat [medeverdachte] in deze zaak niet meer gedetineerd is.
Feit 1
De raadsman heeft het hof verzocht de verdachte vrij te spreken van het voorhanden hebben van het wapen en de munitie. Hij heeft daartoe aangevoerd dat het DNA van de verdachte op de ruwe/scherpe delen van het vuurwapen daar kan zijn terechtgekomen door (zo begrijpt het hof) secundaire overdracht. Het wapen bevond zich immers in de auto van de verdachte waardoor zijn DNA volop in de auto aanwezig is. Voor DNA overdracht is fysieke aanraking, zo heeft de raadsman bepleit, niet altijd noodzakelijk.
Het hof volgt de raadsman niet in zijn betoog. Gezien de inhoud van het dossier is het doorgeladen vuurwapen aangetroffen in het schuimrubber net onder de bekleding aan de achterzijde van de bijrijdersstoel van de auto van de verdachte. [medeverdachte] zat op dat moment als passagier op de achterbank, achter de bijrijdersstoel, terwijl de verdachte de auto bestuurde. De verdachte blijkt donor te zijn van een deel van het celmateriaal op de ruwe/scherpe delen van het vuurwapen. Hij heeft zelf niets anders verklaard dan dat hij niet op de hoogte was van de aanwezigheid van het vuurwapen in de stoel en dat het wapen niet van hem is. In dat licht gaat het hof voorbij aan de door de raadsman opgeworpen mogelijkheid van secundaire DNA overdracht. Die mogelijkheid is immers niet onderbouwd en (daarmee) niet aannemelijk geworden.
Voor het overige verenigt het hof zich met de (bewijs)overwegingen van de rechtbank inzake het in vereniging (samen met [medeverdachte] ) voorhanden hebben van het wapen en de munitie.
Feit 2
De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het witwassen van het geldbedrag van € 92.560,-. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte, volgens diens verklaring in hoger beroep, enkel heeft geholpen met het inpakken van het geld in plastic. Die handeling en het feit dat het geld in de auto van de verdachte is aangetroffen, is onvoldoende voor een bewezenverklaring van het (medeplegen van het) witwassen van dit geldbedrag. De omstandigheid dat de verdachte eerst in hoger beroep een andere verklaring over het geld heeft afgelegd – nadat medeverdachte [medeverdachte] door de rechtbank in deze zaak is vrijgesproken van het witwassen van € 92.560,- - maakt de verklaring van de verdachte niet onjuist. Hij heeft het plastic waarmee het geld is ingepakt vastgehouden; zodoende is zijn DNA daarop terechtgekomen.
Het hof gaat voorbij aan het verweer van de raadsman en overweegt als volgt. De verdachte heeft zijn verklaring pas op een laat moment afgelegd, namelijk na de vrijspraak van medeverdachte [medeverdachte] van het witwassen van het eerdergenoemde geldbedrag. Daarnaast is deze verklaring ook pas afgelegd nadat de uitkomst van het DNA onderzoek bekend is geworden, waaruit is gebleken dat DNA van de verdachte op de verpakking van het geld is aangetroffen. De verklaring van de verdachte is bovendien naar het oordeel van het hof niet aannemelijk. In het bijzonder merkt het hof daarbij op dat de verdachte ter zitting heeft gesproken over het inpakken van het geld in ‘plastic’ dat zich op een rol zou bevinden, terwijl uit het dossier volgt dat het geld in plastic sealbags is aangetroffen.
Het hof overweegt voorts dat het geld is gevonden in de kofferbak van de auto van de verdachte die hij ook bestuurde en dat zijn DNA is aangetroffen op één van de sealbags waarin het geld, in de geluidsbox, was verpakt. Op de telefoon van de verdachte is daarnaast een foto aangetroffen van de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] , met naast zich op de vloer een geluidsbox gelijkend op de foto van de (holle) box waarin het geld is aangetroffen.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de beslissing over het beslag en doet in zoverre opnieuw recht.
Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
1. 92.560 EUR
8. 3 STK Fust (sealbag)
9. 1 STK Geluidsdrager (zwart, merk Edenwood).
Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
3. 1 STK Wapen (zilver, merk Rossi 685);
4. 1 STK Wapen (munitie, koperkleurig);
6. 1 STK Munitie (mund huls).
Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
2. 1 STK Personenauto [kenteken] (grijs, merk Citroen);
5. 1 STK Telefoontoestel (paars, merk IPhone);
7. 1 STK Telefoontoestel (zwart, merk Apple IPhone).
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.A.J. Hübel, mr. A.R.O. Mooy en mr. M.T.C. de Vries, in tegenwoordigheid van
mr. A. Scheffens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
8 mei 2025.
Mr. R.A.J. Hübel is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Proces-verbaal van bevindingen van 14 oktober 2024, foto pagina 4.
Proces-verbaal van bevindingen van 14 september 2024, dossierpagina 18 en verder, foto’s op pagina 21 en 22.