Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-03-25
ECLI:NL:GHAMS:2025:1154
Bestuursrecht; Belastingrecht
Hoger beroep
26,994 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF AMSTERDAM
kenmerken 24/292, 24/293 en 24/294
25 maart 2025
uitspraak van de meervoudige douanekamer
het hoger beroep van
[X]
, gevestigd te [Z] , Utah, Verenigde Staten van Amerika, belanghebbende,
(gemachtigden: mr. B.A. Kalshoven en mr. K. Abdullah),
tegen de uitspraak van 5 december 2023 in de zaak met kenmerken HAA 21/2599, HAA 21/2600 en HAA 21/2601 van de rechtbank Noord-Holland in het geding tussen
belanghebbende
en
de inspecteur van de Douane, de inspecteur.
1Ontstaan en loop van het geding
1.1.
De inspecteur heeft op 18 november 2020 aan belanghebbende drie bindende tariefinlichtingen (hierna: bti’s) afgegeven.
1.2.
Bij uitspraken op bezwaar van 30 april 2021 heeft de inspecteur de bti’s gehandhaafd.
1.3.
De daartegen ingestelde beroepen heeft de rechtbank ongegrond verklaard.
1.4.
Belanghebbende heeft tijdig hoger beroep ingesteld. Na het instellen van het hoger beroep zijn de volgende stukken ingediend:
- een aanvulling van de gronden van het hoger beroep van belanghebbende;
- een verweerschrift van de inspecteur.
1.5.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 februari 2025. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.
Feiten
2.1.
De rechtbank heeft de volgende feiten vastgesteld (in deze uitspraak is belanghebbende aangeduid als ‘eiseres’ en de inspecteur als ‘verweerder’):
1. Eiseres heeft met dagtekening 10 juli 2020 drie BTI-aanvragen ingediend voor drie producten met de handelsbenamingen [product 1] (zaak HAA 21/2599), [product 2] (zaak HAA 21/2600), [product 3] (zaak HAA 21/2601).
Zaak HAA 21/2599
2. In de aanvraag wordt het product als volgt omschreven:
“Handelsbenaming: [product 1] (15 ml)
Omschrijving: Een etherische olie met onder andere de volgende kenmerken en ingrediënten:
- lavenderolie; - cederhoutolie; - hohoutolie; - ylangylangolie; - marjoleinolie; - loopkamilleolie; - vetiverolie; - vanilleboonextract; - sandelhoutolie; - waaruit terpenen niet zijn afgesplitst; - in de verschijningsvorm van een kleurloze vloeistof; - voor meerdere toepassingen waaronder uitwendig gebruik en aromatherapie. Het product is opgemaakt voor de verkoop in het klein in een glazen flesje met schroefdop met een inhoud van 15 ml. Het product wordt los verkocht of in sets van 4 (met andere etherische oliën) in een doos verkocht.”
Eiseres heeft in haar aanvraag verzocht om indeling van het product onder GN- postonderverdeling 3301 29 41 als etherische oliën, andere dan die van citrusvruchten, waaruit de terpenen niet zijn afgesplitst. Daarbij hoort een tarief van 0%.
3. Op 18 november 2020 heeft verweerder aan eiseres een BTI met kenmerk NL BTI [# 1] afgegeven. Het product is daarin als volgt omschreven:
“Een mengsel van etherische oliën met -volgens opgave- onder andere de volgende kenmerken en ingrediënten:
- in de verschijningsvorm van een heldere vloeistof;
- voor meerdere toepassingen waaronder uitwendig gebruik en aromatherapie;
- lavendel, cederhout, hohout, ylangylang, marjolein, loopkamille, vetiver, sandelhout en vanilleboonextract.
Het product is opgemaakt voor de verkoop in het klein en wordt aangeboden in een glazen flesje met een netto inhoud van 15 ml.”
Het product is ingedeeld onder GN-postonderverdeling 3307 90 00, als andere parfumerieën, toiletartikelen en cosmetische producten, elders genoemd noch elders begrepen. Onder verwijzing naar een rapport van het Douane Laboratorium is de motivering daarbij dat het product niet kan worden ingedeeld als etherische olie, omdat het een mengsel van etherische oliën in kleinhandelsverpakking is. Bij de indeling behoort een tarief van 6,5%.
Zaak HAA 21/2600
4. In de aanvraag wordt het product als volgt omschreven:
“Handelsbenaming: [product 2] (15 ml)
Omschrijving: Een etherische olie met onder andere de volgende kenmerken en ingrediënten:
- lavandinolie;- tangerineolie; - lavenderolie; - amyrisolie: - scharleiolie; - sandelhoutolie, - ylangylangolie; - hohoutolie; - osmanthusolie; - citroenmirteolie; - melissaolie; waaruit de terpenen niet zijn afgesplitst; - in de verschijningsvorm van een kleurloze vloeistof;- voor meerdere toepassingen waaronder uitwendig gebruik en aromatherapie. Het product is opgemaakt voor de verkoop in het klein in een glazen flesje met schroefdop met een inhoud van 15 ml. Het product wordt los verkocht of in sets van 4 (met andere etherische oliën) in een doos verkocht.”
Eiseres heeft in haar aanvraag verzocht om indeling van het product onder GN- postonderverdeling 3301 29 41 als etherische oliën, andere dan die van citrusvruchten, waaruit de terpenen niet zijn afgesplitst. Daarbij hoort een tarief van 0%.
5. Op 18 november 2020 heeft verweerder aan eiseres een BTI met kenmerk NL BTI [# 2] afgegeven. Het product is daarin als volgt omschreven:
“Handelsbenaming en overige aanvullende informatie:
[product 2]
(…)
Een mengsel van etherische oliën met -volgens opgave- onder andere de volgende kenmerken en ingrediënten:
- in de verschijningsvorm van een heldere vloeistof;
- voor meerdere toepassingen waaronder uitwendig gebruik en aromatherapie;
- lavandin, tangerine, lavendel, amyris, scharlei, sandelhout, ylangylang, hohout, osmanthus, citroenmirte en melissa.
Het product is opgemaakt voor de verkoop in het klein en wordt aangeboden in een glazen flesje met een netto inhoud van 15 ml.”
Het product is ingedeeld onder GN-postonderverdeling 3307 90 00, als andere parfumerieën, toiletartikelen en cosmetische producten, elders genoemd noch elders begrepen. Onder verwijzing naar een rapport van het Douane Laboratorium is de motivering daarbij dat het product niet kan worden ingedeeld als etherische olie, omdat het een mengsel van etherische oliën in kleinhandelsverpakking is. Bij de indeling behoort een tarief van 6,5%.
Zaak HAA 21/2601
6. In de aanvraag wordt het product als volgt omschreven:
“Handelsbenaming: [product 3]
Omschrijving: Een etherische olie met onder andere de volgende kenmerken en ingrediënten: van verschillende citrusvruchten(schillen), zijnde - wilde sinaasappelolie, - citroenolie: - grapefruitolie; - mandarijnolie; - bergamotolie; - tangerineolie; - clementineolie; - vanilleboonextract; - waaruit de terpenen niet zijn afgesplitst; in de verschijningsvorm van een kleurloze vloeistof; voor meerdere toepassingen waaronder uitwendig gebruik en aromatherapie. Het product is opgemaakt voor de verkoop in het klein in een glazen flesje met schroefdop met een inhoud van 15 ml. Het product wordt los verkocht of in sets van 4 (met andere etherische oliën) in een doos verkocht.”
Eiseres heeft in haar aanvraag verzocht om indeling van het product onder GN-postonderverdeling 3301 19 20 als etherische oliën, andere dan die van citrusvruchten, waaruit de terpenen niet zijn afgesplitst. Daarbij hoort een tarief van 7%.
7. Op 18 november 2020 heeft verweerder aan eiseres een BTI met kenmerk NL BTI [# 3] afgegeven. Het product is daarin als volgt omschreven
“Een mengsel van etherische oliën met -volgens opgave- onder andere de volgende kenmerken en ingrediënten:
- in de verschijningsvorm van een heldere vloeistof;
- voor meerdere toepassingen waaronder uitwendig gebruik en aromatherapie;
- wilde sinaasappel, citroen, grapefruit, mandarijn, bergamot, tangerine, clementine en vanilleboonextract.
Het product is opgemaakt voor de verkoop in het klein en wordt aangeboden in een glazen flesje met een netto inhoud van 15 ml.”
Het product is ingedeeld onder GN-postonderverdeling 3307 90 00, als andere parfumerieën, toiletartikelen en cosmetische producten, elders genoemd noch elders begrepen. Onder verwijzing naar een rapport van het Douane Laboratorium is de motivering daarbij dat het product niet kan worden ingedeeld als etherische olie, omdat het een mengsel van etherische oliën in kleinhandelsverpakking is. Bij de indeling behoort een tarief van 6,5%.”
2.2.
Nu de hiervoor vermelde feiten door partijen op zichzelf niet zijn bestreden zal ook het Hof daarvan uitgaan.
Geschil
In hoger beroep is tussen partijen in geschil of de producten dienen te worden ingedeeld onder post 3301 of post 3302, zoals belanghebbende bepleit, dan wel onder post 3307, zoals de inspecteur voorstaat. Indien het gelijk aan belanghebbende is, verzoekt zij het Hof enkel de bestreden beschikkingen te vernietigen, zonder de inspecteur op te dragen vervangende bti’s af te geven.
4Juridisch kader
4.1.
Post 3301 (tekst 2020) luidt, voor zover van belang, als volgt:
3301 Etherische oliën (ook indien daaruit de terpenen zijn afgesplitst), vast of vloeibaar; (…)
gedistilleerd aromatisch water en waterige oplossingen van etherische oliën:
– etherische oliën van citrusvruchten:
3301 12 – – sinaasappelolie:
(…) (…)
3301 13 – – citroenolie:
(…) (…)
3301 19 – – andere:
3301 19 20 – – – waaruit de terpenen niet zijn afgesplitst
(…) (…)
– etherische oliën, andere dan die van citrusvruchten:
3301 24 – – pepermuntolie (Mentha piperita):
(…) (…)
3301 25 – – andere muntolie:
(…) (…)
3301 29 – – andere:
– – – kruidnagelolie, niaouliolie en ylang-ylangolie:
(…) (…)
– – – andere:
3301 29 41* – – – – waaruit de terpenen niet zijn afgesplitst
(…) (…)
* thans: 3301 2949
4.2.
Onderdeel A van de GS-toelichting op post 3301 luidt, voor zover van belang, als volgt:
(A) Essential oils, including concretes and absolutes; resinoids; extracted oleoresins.
Essential oils, which serve as raw materials in the perfumery, food and other industries, are of vegetable origin. They are generally of complex composition and contain alcohols, aldehydes, ketones, phenols, esters, ethers and terpenes in varying proportions. These oils remain in the heading whether or not their fragrance has been modified by removal of their terpenes. Most of these oils are volatile, and the stain which they leave on paper usually disappears rapidly.
(…)
Essential oils, resinoids and extracted oleoresins which have been merely standardised by the removal or addition of a portion of the principal ingredients remain classified in this heading provided the composition of the standardised product remains within the normal range found in that kind of product in its natural state. However, an essential oil, resinoid or extracted oleoresin which has been fractionated or otherwise modified (other than by the removal of terpenic hydrocarbons), so that the composition of the resulting product is significantly different from that of the original product, is excluded (generally heading 33.02). The heading further excludes products put up with added diluents or carriers such as vegetable oil, dextrose or starch (generally heading 33.02).
The principal essential oils, resinoids and extracted oleoresins are listed in the Annex to the Explanatory Notes to this Chapter.
4.3.
De onder 4.2, laatste volzin, genoemde Annex bij de GS-toelichting op hoofdstuk 33 luidt, voor zover van belang:
List of the principal essential oils,
resinoids and extracted oleoresins of heading 33.01
Esential oils
Angelica
Anise seed
Badian
Basil
Bay
Benzoin
Bergamot
Birch
Bitter almond
Bitter orange
Bois de rose
Broom
Cajuput
Calamus
Camphor
Cananga
Canella
Caraway
Cassia
Cassie
Cedar
Cedrat
Celery
Chamomile
Chenopodium (Wormseed)
Cinnamon
Citronella
Clove
Copaiba
Coriander
Cumin
Cypress
Dill
Eucalyptus
Fennel
Galangal
Gardenia
Garlic
Geranium
Ginger
Grapefruit
Guaiacwood
Ho (Shiu)
Hop
Hyacinth
Hyssop
Jasmine
Jonquil
Juniper
Kuromoji
Laurel
Lavandin
Lavender
Lemon
Lemongrass
Lime (Limette)
Linaloe
Mace
Mandarin (Tangerine )
Marjoram
Mawah (Kenya geranium)
Melissa
Mimosa
Mint
Mustard
Myrrh
Myrtle
Narcissus
Neroli
(Orange flower)
Naiouli
Nutmeg
Oak Moss
Onion
Origanum
Orris
Palmarosa
Parsley
Patchouli
Pennyroyal
Pepper, black
Peppermint
Petitgrain
Pimento (Allspice)
Pine needle (but not pinewood - heading 38.05)
Rose
Rosemary
Rue
Sage
Sandalwood
Sassafras
Savin
Spearmint
Spike lavender
Sweet orange
Tansy
Tarragon
Thuja
Thyme
Tolu
Valerian
Verbena
Vetiver
Violet
Wintergreen
Wormwood
Ylang-ylang
4.4.
Daarnaast is in de GS-toelichting op post 3301 het volgende vermeld:
In addition to the exclusions referred to above this heading also excludes:
(…)
(c) Mixtures of essential oils, mixtures of resinoids, mixtures of extracted oleoresins, mixtures of essential oils with resinoids or extracted oleoresins or any combination thereof, and mixtures with a basis of essential oils, resinoids or extracted oleoresins (see the Explanatory Note to heading 33.02).
(…)
4.5.
Onderdeel D van de GS-toelichting op post 3301 (betreffende gedistilleerd aromatisch water en waterige oplossingen van etherische oliën) luidt, voor zover van belang, als volgt (onderstreping Hof):
(D) Aqueous distillates and aqueous solutions of essential oils.
Aqueous distillates are obtained as the aqueous portions of the distillates resulting when essential oils are extracted from plants by steam distillation. After the essential oils have been decanted, the aqueous distillates still retain a fragrance due to the presence of small quantities of essential oils.
Beoordeling
De rechtbank heeft, voor zover in hoger beroep van belang, het volgende overwogen en geoordeeld:
“29. De rechtbank stelt op grond van het dossier en het verhandelde ter zitting de volgende objectieve kenmerken en eigenschappen van de producten vast. De drie producten bestaan ieder uit een mengsel van etherische oliën, waaruit de terpenen niet zijn afgesplitst. De producten zijn opgemaakt voor de verkoop in het klein en worden aangeboden in een glazen flesje met een netto inhoud van 15 ml. De producten zijn bestemd voor meerdere toepassingen waaronder uitwendig gebruik en aromatherapie. De samenstelling en het gebruik van de producten is vermeld op het label op het flesje. Blijkens het label kunnen de producten worden gebruikt voor massage, in badwater, en voor parfumeren.
30. De producten [product 1] en [product 3] bevatten onder andere het bestanddeel vanilleboonextract. De rechtbank overweegt dat het antwoord op de vraag of het bestanddeel vanilleboonextract afzonderlijk kan worden aangemerkt als etherische olie als bedoeld in GN-post 3301 enerzijds of een plantenextract als bedoeld in GN-post 1302 anderzijds afhankelijk is van de wijze waarop het vanilleboonextract is gewonnen. Ter zitting hebben partijen zich eenparig op het standpunt gesteld dat het extract door middel van stoomdistillatie uit vanilleboon is gewonnen en moet worden aangemerkt als een etherische olie. Nu de rechtbank niet heeft kunnen bepalen dat de vanilleboonextract is gewonnen op basis van methoden genoemd in GN-post 1302 voor plantenextracten, sluit de rechtbank zich daarbij aan.
31. De rechtbank stelt voorop dat voor de indeling in GN-post 3301 niet relevant is of de producten al dan niet in kleinverpakking worden verkocht. Volgens aantekening 3 op hoofdstuk 33 van de GN omvatten de posten 3303 tot en met 3307 onder meer al dan niet vermengde producten (ander dan gedistilleerd aromatisch water en waterige oplossingen van etherische oliën), geschikt om als product van deze posten te worden gebruikt en die met het oog hierop zijn opgemaakt voor de verkoop in het klein. Gelet op de bewoordingen ziet aantekening 3 op hoofdstuk 33 niet op de indeling van goederen in GN-post 3301. Anders dan verweerder heeft betoogd kan uit deze aantekening niet worden geconcludeerd dat producten die zijn opgemaakt voor verkoop in het klein van indeling in GN-post 3301 zijn uitgesloten.
32. De rechtbank is van oordeel dat de producten als mengsels van verschillende etherische oliën niet kunnen worden ingedeeld in GN-post 3301. Het begrip “etherische oliën” wordt in de posten van het GS en van de GN wel genoemd, maar niet nader gedefinieerd. De toelichting IDR op GS-post 3301 omschrijft etherische oliën als plantaardige grondstoffen. Etherische oliën worden verkregen door uitpersen, distillatie, extractie van verse plantaardige producten en door extractie van geconcentreerde oplossingen door middel van enfleurage of maceratie. Bij gebrek aan een wettelijke definitie acht de rechtbank deze beschrijving een nuttige aanwijzing voor de uitlegging van GS-post 3301. Gelet op deze toelichting is een etherische olie gerelateerd aan de plant waar de olie uit wordt gewonnen. Een etherische olie wordt gewonnen uit plantmateriaal van één plant en niet uit een mengsel van verschillende planten. Dit betekent dat een mengsel van etherische oliën niet kan worden aangemerkt als een etherische olie. Door het samenvoegen van verschillende etherische oliën tot een mengsel zijn de afzonderlijke bestanddelen zodanig gewijzigd dat de samenstelling van het ontstane product beduidend afwijkt van het oorspronkelijke product. Dergelijke producten zijn volgens de eerdergenoemde toelichting IDR van indeling onder GS-post 3301 uitgesloten. De rechtbank vindt steun voor deze opvatting in nadere uitzondering in onderdeel c van de toelichting IDR, waarin mengsels van verschillende etherische oliën van GS-post 3301 zijn uitgezonderd (zie overweging 17). Het standpunt van eiseres dat dit deel van de toelichting moet worden gelezen in samenhang met de toelichting IDR op GS-post 3302 en dus enkel ziet op mengsels van etherische oliën voor industrieel gebruik, volgt de rechtbank niet. Uit de bewoordingen van de toelichting IDR op GS-post 3301 volgt geen specifiek gebruik. De enkele verwijzing naar GS-post 3302 maakt dit niet anders.
33. De verwijzing van eiseres naar het GS-indelingsadvies 3301.29/1 inzake de indeling van de etherische olie van lavendel leidt niet tot een ander oordeel. Het in het advies genoemde product betreft een etherische olie die volledig afkomstig is van de lavendelplant. Omdat het geen mengsel van verschillende etherische oliën betreft, is de etherische olie van lavendel niet vergelijkbaar met de onderhavige producten.
34. De verwijzing door eiseres naar andere BTI ’s, die naar haar mening haar standpunt onderschrijven, kan evenmin tot het door haar beoogde resultaat leiden. Hoewel alleen de houder van een BTI een beroep kan doen op de toepassing ervan (vergelijk het arrest van het Hof van Justitie van 15 september 2005, C-495/03, ECLI:EU:C:2005:552, [bedrijf 1] , punt 27) kunnen partijen hun standpunt wel onderbouwen met BTI’s die aan anderen zijn afgegeven (Hof van Justitie 7 april 2011, C-153/10, ECLI:EU:C:2011:224, [bedrijf 2] , punt 43). Eiseres heeft ter zitting desgevraagd verklaard dat de producten waarvoor de BTI’s waarnaar zij verwijst zijn afgegeven enkelvoudige etherische oliën betreffen en geen mengsels zoals de in deze zaak in geschil zijnde producten. Deze bti’s zijn dan ook niet relevant voor een oordeel over de tariefindeling van de onderhavige producten.
35. De rechtbank is van oordeel dat de producten moeten worden ingedeeld in GN-post 3307 en overweegt daartoe als volgt.
36. Voor indeling in GN-post 3307 is vereist dat het product noch elders is genoemd of noch elders is begrepen. De rechtbank is van oordeel dat de producten niet kunnen worden ingedeeld in GN-posten 3302, 3303, 3304, 3305 of 3306. Voor indeling in GN-post 3302 dient een product van de soort gebruikt als grondstof voor de industrie of voor de vervaardiging van dranken te zijn. De producten zijn echter opgemaakt voor verkoop in het klein en dienen voor uitwendig en persoonlijk consumentengebruik. De producten kunnen niet worden ingedeeld in GN-post 3303 omdat de producten niet als voornaamste doel hebben om het lichaam te parfumeren. De specifieke geur verbonden aan het mengsel van verschillende etherische oliën is wel de kenmerkende eigenschap van de producten. Daardoor kunnen de producten niet worden aangemerkt als een schoonheidsmiddel of product voor de huidverzorging als bedoeld in GN-post 3304. Verder zijn de producten geen haarverzorgingsmiddelen of producten voor mondhygiëne of tandverzorging, waardoor indeling in GN-posten 3305 en 3306 is uitgesloten.
37. Uit de bewoordingen van GN-post 3307 volgt dat deze post andere parfumerieën omvat. Gelet op de samenstelling uit vluchtige geurende bestanddelen zijn de producten bestemd om (al dan niet door middel van aromatherapie) door het reukzintuig te worden waargenomen en kunnen aldus worden aangemerkt als parfumerie. Ten aanzien van de GN-onderverdeling is de rechtbank van oordeel dat de producten niet kunnen worden ingedeeld in GN-onderverdeling 3307 41 00 of 3307 49 00 als preparaat voor het parfumeren van vertrekken. De producten zijn niet bestemd om een vertrek te parfumeren, maar om de gebruiker een persoonlijke ervaring te geven door waarneming van het aroma van het product.
38. Gelet op het vorenoverwogene heeft verweerder de producten terecht in de BTI ’s ingedeeld in GN-postonderverdeling 3307 90 00. De beroepen dienen ongegrond te worden verklaard.”
Overwegingen
6.1.
In hoger beroep bestrijdt belanghebbende primair het oordeel van de rechtbank dat post 3301 uitsluitend betrekking heeft op enkelvoudige etherische oliën en niet tevens op mengsels van verschillende etherische oliën, zoals de onderwerpelijke producten. Zij voert aan dat er ook een etherische olie gewonnen had kunnen worden uit een mengsel van plantendelen en dat die etherische olie dan wél onder post 3301 ingedeeld had kunnen worden, terwijl de aldus verkregen etherische olie dan dezelfde objectieve kenmerken en eigenschappen zou hebben gehad als de onderwerpelijke producten. Het Hof overweegt ter zake als volgt.
6.2.
In het spraakgebruik wordt onder een “etherische olie” een vluchtige, geurige olie verstaan, die is gewonnen uit een specifieke plant. Zo wordt in de door belanghebbende in haar gedingstukken genoemde ‘Encyclopaedia Brittanica’ “essential oil” (etherische olie) omschreven als een “highly volatile substance isolated by a physical process from an odoriferous plant of a single botanical species. The oil bears the name of the plant from which it is derived; for example, rose oil or peppermint oil.”
6.3.
Dat bij het opstellen van het Geharmoniseerd Systeem van datzelfde uitgangspunt is uitgegaan, kan in de eerste plaats worden afgeleid uit de bewoordingen van de onderverdelingen van post 3301 (zie 4.1), waarin alleen enkelvoudige etherische oliën worden genoemd (sinaasappelolie, citroenolie, pepermuntolie (Mentha piperita) en andere muntolie) en niet is voorzien in een onderverdeling voor mengsels van etherische oliën. Dit uitgangspunt vindt bovendien bevestiging in de annex bij de GS-toelichting op hoofdstuk 33, waarin een lijst is opgenomen met de 132 belangrijkste etherische oliën, waarbij het in alle gevallen om enkelvoudige etherische oliën gaat (zie 4.3).
6.4.
Uit onderdeel A van de GS-toelichting op post 3301 (zie 4.2) volgt dat een etherische olie slechts in beperkte mate mag worden bewerkt (cursivering Hof):
“a) een etherische olie mag enkel worden gestandaardiseerd, door hoofdingrediënten toe te voegen of te verwijderen, mits de samenstelling van het gestandaardiseerde product blijft binnen de range die normaliter wordt aangetroffen in de desbetreffende essentiële olie in zijn natuurlijke staat;
b) de enige uitzondering op de onder a) vermelde regel is dat terpenen (‘terpenic hydrocarbons’) volledig uit een etherische olie mogen worden verwijderd.”
Het betoog van belanghebbende dat uit de omstandigheid dat terpenen volledig mogen worden verwijderd kan worden afgeleid dat ook vermenging van etherische oliën niet aan indeling onder post 3301 in de weg staat, dient te worden verworpen. Elke verdergaande bewerking dan genoemd onder a) en b), dus ook het vermengen van twee verschillende etherische oliën, leidt ertoe dat indeling onder post 3301 niet (meer) mogelijk is. Steun voor dit oordeel vindt het Hof in de GS-toelichting op post 3301, waarin dit uitdrukkelijk is vermeld (zie 4.4).
6.5.
Belanghebbende betoogt in hoger beroep dat de rechtbank in punt 32 van de bestreden uitspraak er ten onrechte vanuit gaat dat het vermengen van etherische oliën zou leiden tot een wijziging van de afzonderlijke bestanddelen van de samengevoegde oliën. Dit is op zichzelf juist. De inspecteur heeft ter zitting, bij monde van de ter bijstand aanwezige medewerker van het Douanelaboratorium, desgevraagd verklaard dat het vermengen van verschillende etherische oliën niet leidt tot een chemische reactie: de samenstellende delen van de diverse etherische oliën zijn onveranderd in het vervaardigde mengsel aanwezig. Tot een gegrondverklaring van het hoger beroep kan dit evenwel niet leiden, nu het enkele vermengen van etherische oliën reeds aan indeling onder post 3301 in de weg staat (zie 6.2 t/m 6.4), ongeacht of er door deze vermenging een wijziging plaatsvindt van de afzonderlijke bestanddelen waaruit de vermengde etherische oliën bestaan.
6.6.
Tot slot heeft belanghebbende erop gewezen dat post 3301 ook ziet op ‘waterige oplossingen van etherische oliën’ (zie 4.1) en dat in de GS-toelichting op post 3301 (zie 4.5, onderstreept) is bepaald dat mengsels van waterige oplossingen van etherische oliën óók onder post 3301 dienen te worden ingedeeld. Belanghebbende betoogt dat, als mengsels van waterige oplossingen van etherische oliën onder post 3301 worden ingedeeld, daaruit volgt dat ook mengsels van etherische oliën onder post 3301 kunnen worden ingedeeld. Het Hof volgt belanghebbende hierin niet. De GS-toelichting staat enkel vermenging toe voor gedistilleerd aromatisch water en waterige oplossingen van etherische oliën, dus niet voor etherische oliën. Het in de GS-toelichting op post 3301 gemaakte onderscheid tussen etherische oliën (geen vermenging toegestaan) en waterige oplossingen van etherische oliën (wel vermenging toegestaan) is ook terug te vinden in aantekening 3 op hoofdstuk 33 (zie 4.6) en berust dus kennelijk op een bewuste keuze van de wetgever.
6.7.
Gelet op het vorenoverwogene is indeling van de onderwerpelijke mengsels van etherische oliën onder post 3301 niet mogelijk.
6.8.
Bij deze stand van het geding stelt belanghebbende zich subsidiair op het standpunt dat indeling onder post 3302 (zie 4.7) dient plaats te vinden. Naar ’s Hofs oordeel is indeling van de onderwerpelijke mengsels onder post 3302 niet mogelijk. Weliswaar ziet post 3302 op “mengsels van reukstoffen” en worden etherische oliën van post 3301 blijkens aantekening 2 op hoofdstuk 33 (zie 4.8) aangemerkt als dergelijke “reukstoffen”, maar post 3302 beperkt zich volgens zijn bewoordingen tot mengsels van reukstoffen “van de soort gebruikt als grondstof voor de industrie”. Belanghebbende stelt – zonder enige onderbouwing – dat de mengsels van etherische oliën “na toevoeging van alcohol gebruiksklaar zijn om te worden gebruikt als parfumbasis”. Uit de gedingstukken volgt evenwel dat de onderwerpelijke mengsels van de soort zijn die wordt gebruikt voor aromatherapie, onder andere door de producten toe te voegen aan bijvoorbeeld massageolie of badwater. Er is geen enkele aanwijzing dat zij ook geschikt zouden zijn als parfumbasis. De extensies van de gebruikte handelsnamen (“ [product 1] ”, “ [product 2] ” en “ [product 3] ” wijzen hier ook geenszins op, nog daargelaten dat het moeilijk voorstelbaar is dat een product dat wordt vermarkt in kleinhandelsverpakking voor gebruik voor aromatherapie tegelijkertijd “van de soort gebruikt als grondstof voor de industrie” zou kunnen zijn, laat staan dat de inherente bestemming van een dergelijk product zou zijn gelegen in het gebruik als grondstof voor de (parfum)industrie.
6.9.
Gelet op het vorenoverwogene is indeling van de onderwerpelijke mengsels van etherische oliën onder post 3302 evenmin mogelijk.
6.10.
Bij deze stand van het geding is tussen partijen niet in geschil dat indeling dient plaats te vinden in post 3307, in onderverdeling 3307 9000 (zie 4.10). Het Hof zal partijen hierin volgen, nu het deze indeling juist acht.
Conclusie
6.11.
De slotsom is dat het hoger beroep van belanghebbende ongegrond is. De uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd.
7Kosten
Het Hof vindt geen aanleiding voor een veroordeling in de kosten in verband met de behandeling van het hoger beroep op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht in verbinding met artikel 8:108 van die wet.
Dictum
Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
De uitspraak is gedaan door mrs. B.A. van Brummelen, voorzitter, C.J. Hummel, en
W.J Blokland, leden van de douanekamer, in tegenwoordigheid van mr. S.K. Grando als griffier. De beslissing is op 25 maart 2025 in het openbaar uitgesproken.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie stellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.
Toelichting rechtsmiddelverwijzing
Per 15 april 2020 is digitaal procederen bij de Hoge Raad opengesteld. Niet-natuurlijke personen (daaronder begrepen publiekrechtelijke lichamen) en professionele gemachtigden zijn verplicht digitaal te procederen. Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.
Digitaal procederen
Het webportaal van de Hoge Raad is toegankelijk via “Login Mijn Zaak Hoge Raad” op www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op www.hogeraad.nl.
Niet in Nederland wonende of gevestigde partijen of professionele gemachtigden hebben in beginsel geen geschikt inlogmiddel en kunnen daarom niet inloggen in het webportaal. Zij kunnen zo lang zij niet over een geschikt inlogmiddel kunnen beschikken, per post procederen.
Per post procederen
Alleen bepaalde personen mogen beroep in cassatie instellen per post in plaats van via het webportaal. Zij mogen dit bovendien alleen als zij zonder een professionele gemachtigde procederen. Het gaat om natuurlijke personen die geen ondernemer zijn en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.
Inleiding
GERECHTSHOF AMSTERDAM
kenmerken 24/292, 24/293 en 24/294
25 maart 2025
uitspraak van de meervoudige douanekamer
het hoger beroep van
[X]
, gevestigd te [Z] , Utah, Verenigde Staten van Amerika, belanghebbende,
(gemachtigden: mr. B.A. Kalshoven en mr. K. Abdullah),
tegen de uitspraak van 5 december 2023 in de zaak met kenmerken HAA 21/2599, HAA 21/2600 en HAA 21/2601 van de rechtbank Noord-Holland in het geding tussen
belanghebbende
en
de inspecteur van de Douane, de inspecteur.
1Ontstaan en loop van het geding
1.1.
De inspecteur heeft op 18 november 2020 aan belanghebbende drie bindende tariefinlichtingen (hierna: bti’s) afgegeven.
1.2.
Bij uitspraken op bezwaar van 30 april 2021 heeft de inspecteur de bti’s gehandhaafd.
1.3.
De daartegen ingestelde beroepen heeft de rechtbank ongegrond verklaard.
1.4.
Belanghebbende heeft tijdig hoger beroep ingesteld. Na het instellen van het hoger beroep zijn de volgende stukken ingediend:
- een aanvulling van de gronden van het hoger beroep van belanghebbende;
- een verweerschrift van de inspecteur.
1.5.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 februari 2025. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.
Feiten
2.1.
De rechtbank heeft de volgende feiten vastgesteld (in deze uitspraak is belanghebbende aangeduid als ‘eiseres’ en de inspecteur als ‘verweerder’):
1. Eiseres heeft met dagtekening 10 juli 2020 drie BTI-aanvragen ingediend voor drie producten met de handelsbenamingen [product 1] (zaak HAA 21/2599), [product 2] (zaak HAA 21/2600), [product 3] (zaak HAA 21/2601).
Zaak HAA 21/2599
2. In de aanvraag wordt het product als volgt omschreven:
“Handelsbenaming: [product 1] (15 ml)
Omschrijving: Een etherische olie met onder andere de volgende kenmerken en ingrediënten:
- lavenderolie; - cederhoutolie; - hohoutolie; - ylangylangolie; - marjoleinolie; - loopkamilleolie; - vetiverolie; - vanilleboonextract; - sandelhoutolie; - waaruit terpenen niet zijn afgesplitst; - in de verschijningsvorm van een kleurloze vloeistof; - voor meerdere toepassingen waaronder uitwendig gebruik en aromatherapie. Het product is opgemaakt voor de verkoop in het klein in een glazen flesje met schroefdop met een inhoud van 15 ml. Het product wordt los verkocht of in sets van 4 (met andere etherische oliën) in een doos verkocht.”
Eiseres heeft in haar aanvraag verzocht om indeling van het product onder GN- postonderverdeling 3301 29 41 als etherische oliën, andere dan die van citrusvruchten, waaruit de terpenen niet zijn afgesplitst. Daarbij hoort een tarief van 0%.
3. Op 18 november 2020 heeft verweerder aan eiseres een BTI met kenmerk NL BTI [# 1] afgegeven. Het product is daarin als volgt omschreven:
“Een mengsel van etherische oliën met -volgens opgave- onder andere de volgende kenmerken en ingrediënten:
- in de verschijningsvorm van een heldere vloeistof;
- voor meerdere toepassingen waaronder uitwendig gebruik en aromatherapie;
- lavendel, cederhout, hohout, ylangylang, marjolein, loopkamille, vetiver, sandelhout en vanilleboonextract.
Het product is opgemaakt voor de verkoop in het klein en wordt aangeboden in een glazen flesje met een netto inhoud van 15 ml.”
Het product is ingedeeld onder GN-postonderverdeling 3307 90 00, als andere parfumerieën, toiletartikelen en cosmetische producten, elders genoemd noch elders begrepen. Onder verwijzing naar een rapport van het Douane Laboratorium is de motivering daarbij dat het product niet kan worden ingedeeld als etherische olie, omdat het een mengsel van etherische oliën in kleinhandelsverpakking is. Bij de indeling behoort een tarief van 6,5%.
Zaak HAA 21/2600
4. In de aanvraag wordt het product als volgt omschreven:
“Handelsbenaming: [product 2] (15 ml)
Omschrijving: Een etherische olie met onder andere de volgende kenmerken en ingrediënten:
- lavandinolie;- tangerineolie; - lavenderolie; - amyrisolie: - scharleiolie; - sandelhoutolie, - ylangylangolie; - hohoutolie; - osmanthusolie; - citroenmirteolie; - melissaolie; waaruit de terpenen niet zijn afgesplitst; - in de verschijningsvorm van een kleurloze vloeistof;- voor meerdere toepassingen waaronder uitwendig gebruik en aromatherapie. Het product is opgemaakt voor de verkoop in het klein in een glazen flesje met schroefdop met een inhoud van 15 ml. Het product wordt los verkocht of in sets van 4 (met andere etherische oliën) in een doos verkocht.”
Eiseres heeft in haar aanvraag verzocht om indeling van het product onder GN- postonderverdeling 3301 29 41 als etherische oliën, andere dan die van citrusvruchten, waaruit de terpenen niet zijn afgesplitst. Daarbij hoort een tarief van 0%.
5. Op 18 november 2020 heeft verweerder aan eiseres een BTI met kenmerk NL BTI [# 2] afgegeven. Het product is daarin als volgt omschreven:
“Handelsbenaming en overige aanvullende informatie:
[product 2]
(…)
Een mengsel van etherische oliën met -volgens opgave- onder andere de volgende kenmerken en ingrediënten:
- in de verschijningsvorm van een heldere vloeistof;
- voor meerdere toepassingen waaronder uitwendig gebruik en aromatherapie;
- lavandin, tangerine, lavendel, amyris, scharlei, sandelhout, ylangylang, hohout, osmanthus, citroenmirte en melissa.
Het product is opgemaakt voor de verkoop in het klein en wordt aangeboden in een glazen flesje met een netto inhoud van 15 ml.”
Het product is ingedeeld onder GN-postonderverdeling 3307 90 00, als andere parfumerieën, toiletartikelen en cosmetische producten, elders genoemd noch elders begrepen. Onder verwijzing naar een rapport van het Douane Laboratorium is de motivering daarbij dat het product niet kan worden ingedeeld als etherische olie, omdat het een mengsel van etherische oliën in kleinhandelsverpakking is. Bij de indeling behoort een tarief van 6,5%.
Zaak HAA 21/2601
6. In de aanvraag wordt het product als volgt omschreven:
“Handelsbenaming: [product 3]
Omschrijving: Een etherische olie met onder andere de volgende kenmerken en ingrediënten: van verschillende citrusvruchten(schillen), zijnde - wilde sinaasappelolie, - citroenolie: - grapefruitolie; - mandarijnolie; - bergamotolie; - tangerineolie; - clementineolie; - vanilleboonextract; - waaruit de terpenen niet zijn afgesplitst; in de verschijningsvorm van een kleurloze vloeistof; voor meerdere toepassingen waaronder uitwendig gebruik en aromatherapie. Het product is opgemaakt voor de verkoop in het klein in een glazen flesje met schroefdop met een inhoud van 15 ml. Het product wordt los verkocht of in sets van 4 (met andere etherische oliën) in een doos verkocht.”
Eiseres heeft in haar aanvraag verzocht om indeling van het product onder GN-postonderverdeling 3301 19 20 als etherische oliën, andere dan die van citrusvruchten, waaruit de terpenen niet zijn afgesplitst. Daarbij hoort een tarief van 7%.
7. Op 18 november 2020 heeft verweerder aan eiseres een BTI met kenmerk NL BTI [# 3] afgegeven. Het product is daarin als volgt omschreven
“Een mengsel van etherische oliën met -volgens opgave- onder andere de volgende kenmerken en ingrediënten:
- in de verschijningsvorm van een heldere vloeistof;
- voor meerdere toepassingen waaronder uitwendig gebruik en aromatherapie;
- wilde sinaasappel, citroen, grapefruit, mandarijn, bergamot, tangerine, clementine en vanilleboonextract.
Het product is opgemaakt voor de verkoop in het klein en wordt aangeboden in een glazen flesje met een netto inhoud van 15 ml.”
Het product is ingedeeld onder GN-postonderverdeling 3307 90 00, als andere parfumerieën, toiletartikelen en cosmetische producten, elders genoemd noch elders begrepen. Onder verwijzing naar een rapport van het Douane Laboratorium is de motivering daarbij dat het product niet kan worden ingedeeld als etherische olie, omdat het een mengsel van etherische oliën in kleinhandelsverpakking is. Bij de indeling behoort een tarief van 6,5%.”
2.2.
Nu de hiervoor vermelde feiten door partijen op zichzelf niet zijn bestreden zal ook het Hof daarvan uitgaan.
Geschil
In hoger beroep is tussen partijen in geschil of de producten dienen te worden ingedeeld onder post 3301 of post 3302, zoals belanghebbende bepleit, dan wel onder post 3307, zoals de inspecteur voorstaat. Indien het gelijk aan belanghebbende is, verzoekt zij het Hof enkel de bestreden beschikkingen te vernietigen, zonder de inspecteur op te dragen vervangende bti’s af te geven.
4Juridisch kader
4.1.
Post 3301 (tekst 2020) luidt, voor zover van belang, als volgt:
3301 Etherische oliën (ook indien daaruit de terpenen zijn afgesplitst), vast of vloeibaar; (…)
gedistilleerd aromatisch water en waterige oplossingen van etherische oliën:
– etherische oliën van citrusvruchten:
3301 12 – – sinaasappelolie:
(…) (…)
3301 13 – – citroenolie:
(…) (…)
3301 19 – – andere:
3301 19 20 – – – waaruit de terpenen niet zijn afgesplitst
(…) (…)
– etherische oliën, andere dan die van citrusvruchten:
3301 24 – – pepermuntolie (Mentha piperita):
(…) (…)
3301 25 – – andere muntolie:
(…) (…)
3301 29 – – andere:
– – – kruidnagelolie, niaouliolie en ylang-ylangolie:
(…) (…)
– – – andere:
3301 29 41* – – – – waaruit de terpenen niet zijn afgesplitst
(…) (…)
* thans: 3301 2949
4.2.
Onderdeel A van de GS-toelichting op post 3301 luidt, voor zover van belang, als volgt:
(A) Essential oils, including concretes and absolutes; resinoids; extracted oleoresins.
Essential oils, which serve as raw materials in the perfumery, food and other industries, are of vegetable origin. They are generally of complex composition and contain alcohols, aldehydes, ketones, phenols, esters, ethers and terpenes in varying proportions. These oils remain in the heading whether or not their fragrance has been modified by removal of their terpenes. Most of these oils are volatile, and the stain which they leave on paper usually disappears rapidly.
(…)
Essential oils, resinoids and extracted oleoresins which have been merely standardised by the removal or addition of a portion of the principal ingredients remain classified in this heading provided the composition of the standardised product remains within the normal range found in that kind of product in its natural state. However, an essential oil, resinoid or extracted oleoresin which has been fractionated or otherwise modified (other than by the removal of terpenic hydrocarbons), so that the composition of the resulting product is significantly different from that of the original product, is excluded (generally heading 33.02). The heading further excludes products put up with added diluents or carriers such as vegetable oil, dextrose or starch (generally heading 33.02).
The principal essential oils, resinoids and extracted oleoresins are listed in the Annex to the Explanatory Notes to this Chapter.
4.3.
De onder 4.2, laatste volzin, genoemde Annex bij de GS-toelichting op hoofdstuk 33 luidt, voor zover van belang:
List of the principal essential oils,
resinoids and extracted oleoresins of heading 33.01
Esential oils
Angelica
Anise seed
Badian
Basil
Bay
Benzoin
Bergamot
Birch
Bitter almond
Bitter orange
Bois de rose
Broom
Cajuput
Calamus
Camphor
Cananga
Canella
Caraway
Cassia
Cassie
Cedar
Cedrat
Celery
Chamomile
Chenopodium (Wormseed)
Cinnamon
Citronella
Clove
Copaiba
Coriander
Cumin
Cypress
Dill
Eucalyptus
Fennel
Galangal
Gardenia
Garlic
Geranium
Ginger
Grapefruit
Guaiacwood
Ho (Shiu)
Hop
Hyacinth
Hyssop
Jasmine
Jonquil
Juniper
Kuromoji
Laurel
Lavandin
Lavender
Lemon
Lemongrass
Lime (Limette)
Linaloe
Mace
Mandarin (Tangerine )
Marjoram
Mawah (Kenya geranium)
Melissa
Mimosa
Mint
Mustard
Myrrh
Myrtle
Narcissus
Neroli
(Orange flower)
Naiouli
Nutmeg
Oak Moss
Onion
Origanum
Orris
Palmarosa
Parsley
Patchouli
Pennyroyal
Pepper, black
Peppermint
Petitgrain
Pimento (Allspice)
Pine needle (but not pinewood - heading 38.05)
Rose
Rosemary
Rue
Sage
Sandalwood
Sassafras
Savin
Spearmint
Spike lavender
Sweet orange
Tansy
Tarragon
Thuja
Thyme
Tolu
Valerian
Verbena
Vetiver
Violet
Wintergreen
Wormwood
Ylang-ylang
4.4.
Daarnaast is in de GS-toelichting op post 3301 het volgende vermeld:
In addition to the exclusions referred to above this heading also excludes:
(…)
(c) Mixtures of essential oils, mixtures of resinoids, mixtures of extracted oleoresins, mixtures of essential oils with resinoids or extracted oleoresins or any combination thereof, and mixtures with a basis of essential oils, resinoids or extracted oleoresins (see the Explanatory Note to heading 33.02).
(…)
4.5.
Onderdeel D van de GS-toelichting op post 3301 (betreffende gedistilleerd aromatisch water en waterige oplossingen van etherische oliën) luidt, voor zover van belang, als volgt (onderstreping Hof):
(D) Aqueous distillates and aqueous solutions of essential oils.
Aqueous distillates are obtained as the aqueous portions of the distillates resulting when essential oils are extracted from plants by steam distillation. After the essential oils have been decanted, the aqueous distillates still retain a fragrance due to the presence of small quantities of essential oils.
Beoordeling
De rechtbank heeft, voor zover in hoger beroep van belang, het volgende overwogen en geoordeeld:
“29. De rechtbank stelt op grond van het dossier en het verhandelde ter zitting de volgende objectieve kenmerken en eigenschappen van de producten vast. De drie producten bestaan ieder uit een mengsel van etherische oliën, waaruit de terpenen niet zijn afgesplitst. De producten zijn opgemaakt voor de verkoop in het klein en worden aangeboden in een glazen flesje met een netto inhoud van 15 ml. De producten zijn bestemd voor meerdere toepassingen waaronder uitwendig gebruik en aromatherapie. De samenstelling en het gebruik van de producten is vermeld op het label op het flesje. Blijkens het label kunnen de producten worden gebruikt voor massage, in badwater, en voor parfumeren.
30. De producten [product 1] en [product 3] bevatten onder andere het bestanddeel vanilleboonextract. De rechtbank overweegt dat het antwoord op de vraag of het bestanddeel vanilleboonextract afzonderlijk kan worden aangemerkt als etherische olie als bedoeld in GN-post 3301 enerzijds of een plantenextract als bedoeld in GN-post 1302 anderzijds afhankelijk is van de wijze waarop het vanilleboonextract is gewonnen. Ter zitting hebben partijen zich eenparig op het standpunt gesteld dat het extract door middel van stoomdistillatie uit vanilleboon is gewonnen en moet worden aangemerkt als een etherische olie. Nu de rechtbank niet heeft kunnen bepalen dat de vanilleboonextract is gewonnen op basis van methoden genoemd in GN-post 1302 voor plantenextracten, sluit de rechtbank zich daarbij aan.
31. De rechtbank stelt voorop dat voor de indeling in GN-post 3301 niet relevant is of de producten al dan niet in kleinverpakking worden verkocht. Volgens aantekening 3 op hoofdstuk 33 van de GN omvatten de posten 3303 tot en met 3307 onder meer al dan niet vermengde producten (ander dan gedistilleerd aromatisch water en waterige oplossingen van etherische oliën), geschikt om als product van deze posten te worden gebruikt en die met het oog hierop zijn opgemaakt voor de verkoop in het klein. Gelet op de bewoordingen ziet aantekening 3 op hoofdstuk 33 niet op de indeling van goederen in GN-post 3301. Anders dan verweerder heeft betoogd kan uit deze aantekening niet worden geconcludeerd dat producten die zijn opgemaakt voor verkoop in het klein van indeling in GN-post 3301 zijn uitgesloten.
32. De rechtbank is van oordeel dat de producten als mengsels van verschillende etherische oliën niet kunnen worden ingedeeld in GN-post 3301. Het begrip “etherische oliën” wordt in de posten van het GS en van de GN wel genoemd, maar niet nader gedefinieerd. De toelichting IDR op GS-post 3301 omschrijft etherische oliën als plantaardige grondstoffen. Etherische oliën worden verkregen door uitpersen, distillatie, extractie van verse plantaardige producten en door extractie van geconcentreerde oplossingen door middel van enfleurage of maceratie. Bij gebrek aan een wettelijke definitie acht de rechtbank deze beschrijving een nuttige aanwijzing voor de uitlegging van GS-post 3301. Gelet op deze toelichting is een etherische olie gerelateerd aan de plant waar de olie uit wordt gewonnen. Een etherische olie wordt gewonnen uit plantmateriaal van één plant en niet uit een mengsel van verschillende planten. Dit betekent dat een mengsel van etherische oliën niet kan worden aangemerkt als een etherische olie. Door het samenvoegen van verschillende etherische oliën tot een mengsel zijn de afzonderlijke bestanddelen zodanig gewijzigd dat de samenstelling van het ontstane product beduidend afwijkt van het oorspronkelijke product. Dergelijke producten zijn volgens de eerdergenoemde toelichting IDR van indeling onder GS-post 3301 uitgesloten. De rechtbank vindt steun voor deze opvatting in nadere uitzondering in onderdeel c van de toelichting IDR, waarin mengsels van verschillende etherische oliën van GS-post 3301 zijn uitgezonderd (zie overweging 17). Het standpunt van eiseres dat dit deel van de toelichting moet worden gelezen in samenhang met de toelichting IDR op GS-post 3302 en dus enkel ziet op mengsels van etherische oliën voor industrieel gebruik, volgt de rechtbank niet. Uit de bewoordingen van de toelichting IDR op GS-post 3301 volgt geen specifiek gebruik. De enkele verwijzing naar GS-post 3302 maakt dit niet anders.
33. De verwijzing van eiseres naar het GS-indelingsadvies 3301.29/1 inzake de indeling van de etherische olie van lavendel leidt niet tot een ander oordeel. Het in het advies genoemde product betreft een etherische olie die volledig afkomstig is van de lavendelplant. Omdat het geen mengsel van verschillende etherische oliën betreft, is de etherische olie van lavendel niet vergelijkbaar met de onderhavige producten.
34. De verwijzing door eiseres naar andere BTI ’s, die naar haar mening haar standpunt onderschrijven, kan evenmin tot het door haar beoogde resultaat leiden. Hoewel alleen de houder van een BTI een beroep kan doen op de toepassing ervan (vergelijk het arrest van het Hof van Justitie van 15 september 2005, C-495/03, ECLI:EU:C:2005:552, [bedrijf 1] , punt 27) kunnen partijen hun standpunt wel onderbouwen met BTI’s die aan anderen zijn afgegeven (Hof van Justitie 7 april 2011, C-153/10, ECLI:EU:C:2011:224, [bedrijf 2] , punt 43). Eiseres heeft ter zitting desgevraagd verklaard dat de producten waarvoor de BTI’s waarnaar zij verwijst zijn afgegeven enkelvoudige etherische oliën betreffen en geen mengsels zoals de in deze zaak in geschil zijnde producten. Deze bti’s zijn dan ook niet relevant voor een oordeel over de tariefindeling van de onderhavige producten.
35. De rechtbank is van oordeel dat de producten moeten worden ingedeeld in GN-post 3307 en overweegt daartoe als volgt.
36. Voor indeling in GN-post 3307 is vereist dat het product noch elders is genoemd of noch elders is begrepen. De rechtbank is van oordeel dat de producten niet kunnen worden ingedeeld in GN-posten 3302, 3303, 3304, 3305 of 3306. Voor indeling in GN-post 3302 dient een product van de soort gebruikt als grondstof voor de industrie of voor de vervaardiging van dranken te zijn. De producten zijn echter opgemaakt voor verkoop in het klein en dienen voor uitwendig en persoonlijk consumentengebruik. De producten kunnen niet worden ingedeeld in GN-post 3303 omdat de producten niet als voornaamste doel hebben om het lichaam te parfumeren. De specifieke geur verbonden aan het mengsel van verschillende etherische oliën is wel de kenmerkende eigenschap van de producten. Daardoor kunnen de producten niet worden aangemerkt als een schoonheidsmiddel of product voor de huidverzorging als bedoeld in GN-post 3304. Verder zijn de producten geen haarverzorgingsmiddelen of producten voor mondhygiëne of tandverzorging, waardoor indeling in GN-posten 3305 en 3306 is uitgesloten.
37. Uit de bewoordingen van GN-post 3307 volgt dat deze post andere parfumerieën omvat. Gelet op de samenstelling uit vluchtige geurende bestanddelen zijn de producten bestemd om (al dan niet door middel van aromatherapie) door het reukzintuig te worden waargenomen en kunnen aldus worden aangemerkt als parfumerie. Ten aanzien van de GN-onderverdeling is de rechtbank van oordeel dat de producten niet kunnen worden ingedeeld in GN-onderverdeling 3307 41 00 of 3307 49 00 als preparaat voor het parfumeren van vertrekken. De producten zijn niet bestemd om een vertrek te parfumeren, maar om de gebruiker een persoonlijke ervaring te geven door waarneming van het aroma van het product.
38. Gelet op het vorenoverwogene heeft verweerder de producten terecht in de BTI ’s ingedeeld in GN-postonderverdeling 3307 90 00. De beroepen dienen ongegrond te worden verklaard.”
Overwegingen
6.1.
In hoger beroep bestrijdt belanghebbende primair het oordeel van de rechtbank dat post 3301 uitsluitend betrekking heeft op enkelvoudige etherische oliën en niet tevens op mengsels van verschillende etherische oliën, zoals de onderwerpelijke producten. Zij voert aan dat er ook een etherische olie gewonnen had kunnen worden uit een mengsel van plantendelen en dat die etherische olie dan wél onder post 3301 ingedeeld had kunnen worden, terwijl de aldus verkregen etherische olie dan dezelfde objectieve kenmerken en eigenschappen zou hebben gehad als de onderwerpelijke producten. Het Hof overweegt ter zake als volgt.
6.2.
In het spraakgebruik wordt onder een “etherische olie” een vluchtige, geurige olie verstaan, die is gewonnen uit een specifieke plant. Zo wordt in de door belanghebbende in haar gedingstukken genoemde ‘Encyclopaedia Brittanica’ “essential oil” (etherische olie) omschreven als een “highly volatile substance isolated by a physical process from an odoriferous plant of a single botanical species. The oil bears the name of the plant from which it is derived; for example, rose oil or peppermint oil.”
6.3.
Dat bij het opstellen van het Geharmoniseerd Systeem van datzelfde uitgangspunt is uitgegaan, kan in de eerste plaats worden afgeleid uit de bewoordingen van de onderverdelingen van post 3301 (zie 4.1), waarin alleen enkelvoudige etherische oliën worden genoemd (sinaasappelolie, citroenolie, pepermuntolie (Mentha piperita) en andere muntolie) en niet is voorzien in een onderverdeling voor mengsels van etherische oliën. Dit uitgangspunt vindt bovendien bevestiging in de annex bij de GS-toelichting op hoofdstuk 33, waarin een lijst is opgenomen met de 132 belangrijkste etherische oliën, waarbij het in alle gevallen om enkelvoudige etherische oliën gaat (zie 4.3).
6.4.
Uit onderdeel A van de GS-toelichting op post 3301 (zie 4.2) volgt dat een etherische olie slechts in beperkte mate mag worden bewerkt (cursivering Hof):
“a) een etherische olie mag enkel worden gestandaardiseerd, door hoofdingrediënten toe te voegen of te verwijderen, mits de samenstelling van het gestandaardiseerde product blijft binnen de range die normaliter wordt aangetroffen in de desbetreffende essentiële olie in zijn natuurlijke staat;
b) de enige uitzondering op de onder a) vermelde regel is dat terpenen (‘terpenic hydrocarbons’) volledig uit een etherische olie mogen worden verwijderd.”
Het betoog van belanghebbende dat uit de omstandigheid dat terpenen volledig mogen worden verwijderd kan worden afgeleid dat ook vermenging van etherische oliën niet aan indeling onder post 3301 in de weg staat, dient te worden verworpen. Elke verdergaande bewerking dan genoemd onder a) en b), dus ook het vermengen van twee verschillende etherische oliën, leidt ertoe dat indeling onder post 3301 niet (meer) mogelijk is. Steun voor dit oordeel vindt het Hof in de GS-toelichting op post 3301, waarin dit uitdrukkelijk is vermeld (zie 4.4).
6.5.
Belanghebbende betoogt in hoger beroep dat de rechtbank in punt 32 van de bestreden uitspraak er ten onrechte vanuit gaat dat het vermengen van etherische oliën zou leiden tot een wijziging van de afzonderlijke bestanddelen van de samengevoegde oliën. Dit is op zichzelf juist. De inspecteur heeft ter zitting, bij monde van de ter bijstand aanwezige medewerker van het Douanelaboratorium, desgevraagd verklaard dat het vermengen van verschillende etherische oliën niet leidt tot een chemische reactie: de samenstellende delen van de diverse etherische oliën zijn onveranderd in het vervaardigde mengsel aanwezig. Tot een gegrondverklaring van het hoger beroep kan dit evenwel niet leiden, nu het enkele vermengen van etherische oliën reeds aan indeling onder post 3301 in de weg staat (zie 6.2 t/m 6.4), ongeacht of er door deze vermenging een wijziging plaatsvindt van de afzonderlijke bestanddelen waaruit de vermengde etherische oliën bestaan.
6.6.
Tot slot heeft belanghebbende erop gewezen dat post 3301 ook ziet op ‘waterige oplossingen van etherische oliën’ (zie 4.1) en dat in de GS-toelichting op post 3301 (zie 4.5, onderstreept) is bepaald dat mengsels van waterige oplossingen van etherische oliën óók onder post 3301 dienen te worden ingedeeld. Belanghebbende betoogt dat, als mengsels van waterige oplossingen van etherische oliën onder post 3301 worden ingedeeld, daaruit volgt dat ook mengsels van etherische oliën onder post 3301 kunnen worden ingedeeld. Het Hof volgt belanghebbende hierin niet. De GS-toelichting staat enkel vermenging toe voor gedistilleerd aromatisch water en waterige oplossingen van etherische oliën, dus niet voor etherische oliën. Het in de GS-toelichting op post 3301 gemaakte onderscheid tussen etherische oliën (geen vermenging toegestaan) en waterige oplossingen van etherische oliën (wel vermenging toegestaan) is ook terug te vinden in aantekening 3 op hoofdstuk 33 (zie 4.6) en berust dus kennelijk op een bewuste keuze van de wetgever.
6.7.
Gelet op het vorenoverwogene is indeling van de onderwerpelijke mengsels van etherische oliën onder post 3301 niet mogelijk.
6.8.
Bij deze stand van het geding stelt belanghebbende zich subsidiair op het standpunt dat indeling onder post 3302 (zie 4.7) dient plaats te vinden. Naar ’s Hofs oordeel is indeling van de onderwerpelijke mengsels onder post 3302 niet mogelijk. Weliswaar ziet post 3302 op “mengsels van reukstoffen” en worden etherische oliën van post 3301 blijkens aantekening 2 op hoofdstuk 33 (zie 4.8) aangemerkt als dergelijke “reukstoffen”, maar post 3302 beperkt zich volgens zijn bewoordingen tot mengsels van reukstoffen “van de soort gebruikt als grondstof voor de industrie”. Belanghebbende stelt – zonder enige onderbouwing – dat de mengsels van etherische oliën “na toevoeging van alcohol gebruiksklaar zijn om te worden gebruikt als parfumbasis”. Uit de gedingstukken volgt evenwel dat de onderwerpelijke mengsels van de soort zijn die wordt gebruikt voor aromatherapie, onder andere door de producten toe te voegen aan bijvoorbeeld massageolie of badwater. Er is geen enkele aanwijzing dat zij ook geschikt zouden zijn als parfumbasis. De extensies van de gebruikte handelsnamen (“ [product 1] ”, “ [product 2] ” en “ [product 3] ” wijzen hier ook geenszins op, nog daargelaten dat het moeilijk voorstelbaar is dat een product dat wordt vermarkt in kleinhandelsverpakking voor gebruik voor aromatherapie tegelijkertijd “van de soort gebruikt als grondstof voor de industrie” zou kunnen zijn, laat staan dat de inherente bestemming van een dergelijk product zou zijn gelegen in het gebruik als grondstof voor de (parfum)industrie.
6.9.
Gelet op het vorenoverwogene is indeling van de onderwerpelijke mengsels van etherische oliën onder post 3302 evenmin mogelijk.
6.10.
Bij deze stand van het geding is tussen partijen niet in geschil dat indeling dient plaats te vinden in post 3307, in onderverdeling 3307 9000 (zie 4.10). Het Hof zal partijen hierin volgen, nu het deze indeling juist acht.
Conclusie
6.11.
De slotsom is dat het hoger beroep van belanghebbende ongegrond is. De uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd.
7Kosten
Het Hof vindt geen aanleiding voor een veroordeling in de kosten in verband met de behandeling van het hoger beroep op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht in verbinding met artikel 8:108 van die wet.
Dictum
Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
De uitspraak is gedaan door mrs. B.A. van Brummelen, voorzitter, C.J. Hummel, en
W.J Blokland, leden van de douanekamer, in tegenwoordigheid van mr. S.K. Grando als griffier. De beslissing is op 25 maart 2025 in het openbaar uitgesproken.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie stellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.
Toelichting rechtsmiddelverwijzing
Per 15 april 2020 is digitaal procederen bij de Hoge Raad opengesteld. Niet-natuurlijke personen (daaronder begrepen publiekrechtelijke lichamen) en professionele gemachtigden zijn verplicht digitaal te procederen. Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.
Digitaal procederen
Het webportaal van de Hoge Raad is toegankelijk via “Login Mijn Zaak Hoge Raad” op www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op www.hogeraad.nl.
Niet in Nederland wonende of gevestigde partijen of professionele gemachtigden hebben in beginsel geen geschikt inlogmiddel en kunnen daarom niet inloggen in het webportaal. Zij kunnen zo lang zij niet over een geschikt inlogmiddel kunnen beschikken, per post procederen.
Per post procederen
Alleen bepaalde personen mogen beroep in cassatie instellen per post in plaats van via het webportaal. Zij mogen dit bovendien alleen als zij zonder een professionele gemachtigde procederen. Het gaat om natuurlijke personen die geen ondernemer zijn en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.
Inleiding
GERECHTSHOF AMSTERDAM
kenmerken 24/292, 24/293 en 24/294
25 maart 2025
uitspraak van de meervoudige douanekamer
het hoger beroep van
[X]
, gevestigd te [Z] , Utah, Verenigde Staten van Amerika, belanghebbende,
(gemachtigden: mr. B.A. Kalshoven en mr. K. Abdullah),
tegen de uitspraak van 5 december 2023 in de zaak met kenmerken HAA 21/2599, HAA 21/2600 en HAA 21/2601 van de rechtbank Noord-Holland in het geding tussen
belanghebbende
en
de inspecteur van de Douane, de inspecteur.
1Ontstaan en loop van het geding
1.1.
De inspecteur heeft op 18 november 2020 aan belanghebbende drie bindende tariefinlichtingen (hierna: bti’s) afgegeven.
1.2.
Bij uitspraken op bezwaar van 30 april 2021 heeft de inspecteur de bti’s gehandhaafd.
1.3.
De daartegen ingestelde beroepen heeft de rechtbank ongegrond verklaard.
1.4.
Belanghebbende heeft tijdig hoger beroep ingesteld. Na het instellen van het hoger beroep zijn de volgende stukken ingediend:
- een aanvulling van de gronden van het hoger beroep van belanghebbende;
- een verweerschrift van de inspecteur.
1.5.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 februari 2025. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.
Feiten
2.1.
De rechtbank heeft de volgende feiten vastgesteld (in deze uitspraak is belanghebbende aangeduid als ‘eiseres’ en de inspecteur als ‘verweerder’):
1. Eiseres heeft met dagtekening 10 juli 2020 drie BTI-aanvragen ingediend voor drie producten met de handelsbenamingen [product 1] (zaak HAA 21/2599), [product 2] (zaak HAA 21/2600), [product 3] (zaak HAA 21/2601).
Zaak HAA 21/2599
2. In de aanvraag wordt het product als volgt omschreven:
“Handelsbenaming: [product 1] (15 ml)
Omschrijving: Een etherische olie met onder andere de volgende kenmerken en ingrediënten:
- lavenderolie; - cederhoutolie; - hohoutolie; - ylangylangolie; - marjoleinolie; - loopkamilleolie; - vetiverolie; - vanilleboonextract; - sandelhoutolie; - waaruit terpenen niet zijn afgesplitst; - in de verschijningsvorm van een kleurloze vloeistof; - voor meerdere toepassingen waaronder uitwendig gebruik en aromatherapie. Het product is opgemaakt voor de verkoop in het klein in een glazen flesje met schroefdop met een inhoud van 15 ml. Het product wordt los verkocht of in sets van 4 (met andere etherische oliën) in een doos verkocht.”
Eiseres heeft in haar aanvraag verzocht om indeling van het product onder GN- postonderverdeling 3301 29 41 als etherische oliën, andere dan die van citrusvruchten, waaruit de terpenen niet zijn afgesplitst. Daarbij hoort een tarief van 0%.
3. Op 18 november 2020 heeft verweerder aan eiseres een BTI met kenmerk NL BTI [# 1] afgegeven. Het product is daarin als volgt omschreven:
“Een mengsel van etherische oliën met -volgens opgave- onder andere de volgende kenmerken en ingrediënten:
- in de verschijningsvorm van een heldere vloeistof;
- voor meerdere toepassingen waaronder uitwendig gebruik en aromatherapie;
- lavendel, cederhout, hohout, ylangylang, marjolein, loopkamille, vetiver, sandelhout en vanilleboonextract.
Het product is opgemaakt voor de verkoop in het klein en wordt aangeboden in een glazen flesje met een netto inhoud van 15 ml.”
Het product is ingedeeld onder GN-postonderverdeling 3307 90 00, als andere parfumerieën, toiletartikelen en cosmetische producten, elders genoemd noch elders begrepen. Onder verwijzing naar een rapport van het Douane Laboratorium is de motivering daarbij dat het product niet kan worden ingedeeld als etherische olie, omdat het een mengsel van etherische oliën in kleinhandelsverpakking is. Bij de indeling behoort een tarief van 6,5%.
Zaak HAA 21/2600
4. In de aanvraag wordt het product als volgt omschreven:
“Handelsbenaming: [product 2] (15 ml)
Omschrijving: Een etherische olie met onder andere de volgende kenmerken en ingrediënten:
- lavandinolie;- tangerineolie; - lavenderolie; - amyrisolie: - scharleiolie; - sandelhoutolie, - ylangylangolie; - hohoutolie; - osmanthusolie; - citroenmirteolie; - melissaolie; waaruit de terpenen niet zijn afgesplitst; - in de verschijningsvorm van een kleurloze vloeistof;- voor meerdere toepassingen waaronder uitwendig gebruik en aromatherapie. Het product is opgemaakt voor de verkoop in het klein in een glazen flesje met schroefdop met een inhoud van 15 ml. Het product wordt los verkocht of in sets van 4 (met andere etherische oliën) in een doos verkocht.”
Eiseres heeft in haar aanvraag verzocht om indeling van het product onder GN- postonderverdeling 3301 29 41 als etherische oliën, andere dan die van citrusvruchten, waaruit de terpenen niet zijn afgesplitst. Daarbij hoort een tarief van 0%.
5. Op 18 november 2020 heeft verweerder aan eiseres een BTI met kenmerk NL BTI [# 2] afgegeven. Het product is daarin als volgt omschreven:
“Handelsbenaming en overige aanvullende informatie:
[product 2]
(…)
Een mengsel van etherische oliën met -volgens opgave- onder andere de volgende kenmerken en ingrediënten:
- in de verschijningsvorm van een heldere vloeistof;
- voor meerdere toepassingen waaronder uitwendig gebruik en aromatherapie;
- lavandin, tangerine, lavendel, amyris, scharlei, sandelhout, ylangylang, hohout, osmanthus, citroenmirte en melissa.
Het product is opgemaakt voor de verkoop in het klein en wordt aangeboden in een glazen flesje met een netto inhoud van 15 ml.”
Het product is ingedeeld onder GN-postonderverdeling 3307 90 00, als andere parfumerieën, toiletartikelen en cosmetische producten, elders genoemd noch elders begrepen. Onder verwijzing naar een rapport van het Douane Laboratorium is de motivering daarbij dat het product niet kan worden ingedeeld als etherische olie, omdat het een mengsel van etherische oliën in kleinhandelsverpakking is. Bij de indeling behoort een tarief van 6,5%.
Zaak HAA 21/2601
6. In de aanvraag wordt het product als volgt omschreven:
“Handelsbenaming: [product 3]
Omschrijving: Een etherische olie met onder andere de volgende kenmerken en ingrediënten: van verschillende citrusvruchten(schillen), zijnde - wilde sinaasappelolie, - citroenolie: - grapefruitolie; - mandarijnolie; - bergamotolie; - tangerineolie; - clementineolie; - vanilleboonextract; - waaruit de terpenen niet zijn afgesplitst; in de verschijningsvorm van een kleurloze vloeistof; voor meerdere toepassingen waaronder uitwendig gebruik en aromatherapie. Het product is opgemaakt voor de verkoop in het klein in een glazen flesje met schroefdop met een inhoud van 15 ml. Het product wordt los verkocht of in sets van 4 (met andere etherische oliën) in een doos verkocht.”
Eiseres heeft in haar aanvraag verzocht om indeling van het product onder GN-postonderverdeling 3301 19 20 als etherische oliën, andere dan die van citrusvruchten, waaruit de terpenen niet zijn afgesplitst. Daarbij hoort een tarief van 7%.
7. Op 18 november 2020 heeft verweerder aan eiseres een BTI met kenmerk NL BTI [# 3] afgegeven. Het product is daarin als volgt omschreven
“Een mengsel van etherische oliën met -volgens opgave- onder andere de volgende kenmerken en ingrediënten:
- in de verschijningsvorm van een heldere vloeistof;
- voor meerdere toepassingen waaronder uitwendig gebruik en aromatherapie;
- wilde sinaasappel, citroen, grapefruit, mandarijn, bergamot, tangerine, clementine en vanilleboonextract.
Het product is opgemaakt voor de verkoop in het klein en wordt aangeboden in een glazen flesje met een netto inhoud van 15 ml.”
Het product is ingedeeld onder GN-postonderverdeling 3307 90 00, als andere parfumerieën, toiletartikelen en cosmetische producten, elders genoemd noch elders begrepen. Onder verwijzing naar een rapport van het Douane Laboratorium is de motivering daarbij dat het product niet kan worden ingedeeld als etherische olie, omdat het een mengsel van etherische oliën in kleinhandelsverpakking is. Bij de indeling behoort een tarief van 6,5%.”
2.2.
Nu de hiervoor vermelde feiten door partijen op zichzelf niet zijn bestreden zal ook het Hof daarvan uitgaan.
Geschil
In hoger beroep is tussen partijen in geschil of de producten dienen te worden ingedeeld onder post 3301 of post 3302, zoals belanghebbende bepleit, dan wel onder post 3307, zoals de inspecteur voorstaat. Indien het gelijk aan belanghebbende is, verzoekt zij het Hof enkel de bestreden beschikkingen te vernietigen, zonder de inspecteur op te dragen vervangende bti’s af te geven.
4Juridisch kader
4.1.
Post 3301 (tekst 2020) luidt, voor zover van belang, als volgt:
3301 Etherische oliën (ook indien daaruit de terpenen zijn afgesplitst), vast of vloeibaar; (…)
gedistilleerd aromatisch water en waterige oplossingen van etherische oliën:
– etherische oliën van citrusvruchten:
3301 12 – – sinaasappelolie:
(…) (…)
3301 13 – – citroenolie:
(…) (…)
3301 19 – – andere:
3301 19 20 – – – waaruit de terpenen niet zijn afgesplitst
(…) (…)
– etherische oliën, andere dan die van citrusvruchten:
3301 24 – – pepermuntolie (Mentha piperita):
(…) (…)
3301 25 – – andere muntolie:
(…) (…)
3301 29 – – andere:
– – – kruidnagelolie, niaouliolie en ylang-ylangolie:
(…) (…)
– – – andere:
3301 29 41* – – – – waaruit de terpenen niet zijn afgesplitst
(…) (…)
* thans: 3301 2949
4.2.
Onderdeel A van de GS-toelichting op post 3301 luidt, voor zover van belang, als volgt:
(A) Essential oils, including concretes and absolutes; resinoids; extracted oleoresins.
Essential oils, which serve as raw materials in the perfumery, food and other industries, are of vegetable origin. They are generally of complex composition and contain alcohols, aldehydes, ketones, phenols, esters, ethers and terpenes in varying proportions. These oils remain in the heading whether or not their fragrance has been modified by removal of their terpenes. Most of these oils are volatile, and the stain which they leave on paper usually disappears rapidly.
(…)
Essential oils, resinoids and extracted oleoresins which have been merely standardised by the removal or addition of a portion of the principal ingredients remain classified in this heading provided the composition of the standardised product remains within the normal range found in that kind of product in its natural state. However, an essential oil, resinoid or extracted oleoresin which has been fractionated or otherwise modified (other than by the removal of terpenic hydrocarbons), so that the composition of the resulting product is significantly different from that of the original product, is excluded (generally heading 33.02). The heading further excludes products put up with added diluents or carriers such as vegetable oil, dextrose or starch (generally heading 33.02).
The principal essential oils, resinoids and extracted oleoresins are listed in the Annex to the Explanatory Notes to this Chapter.
4.3.
De onder 4.2, laatste volzin, genoemde Annex bij de GS-toelichting op hoofdstuk 33 luidt, voor zover van belang:
List of the principal essential oils,
resinoids and extracted oleoresins of heading 33.01
Esential oils
Angelica
Anise seed
Badian
Basil
Bay
Benzoin
Bergamot
Birch
Bitter almond
Bitter orange
Bois de rose
Broom
Cajuput
Calamus
Camphor
Cananga
Canella
Caraway
Cassia
Cassie
Cedar
Cedrat
Celery
Chamomile
Chenopodium (Wormseed)
Cinnamon
Citronella
Clove
Copaiba
Coriander
Cumin
Cypress
Dill
Eucalyptus
Fennel
Galangal
Gardenia
Garlic
Geranium
Ginger
Grapefruit
Guaiacwood
Ho (Shiu)
Hop
Hyacinth
Hyssop
Jasmine
Jonquil
Juniper
Kuromoji
Laurel
Lavandin
Lavender
Lemon
Lemongrass
Lime (Limette)
Linaloe
Mace
Mandarin (Tangerine )
Marjoram
Mawah (Kenya geranium)
Melissa
Mimosa
Mint
Mustard
Myrrh
Myrtle
Narcissus
Neroli
(Orange flower)
Naiouli
Nutmeg
Oak Moss
Onion
Origanum
Orris
Palmarosa
Parsley
Patchouli
Pennyroyal
Pepper, black
Peppermint
Petitgrain
Pimento (Allspice)
Pine needle (but not pinewood - heading 38.05)
Rose
Rosemary
Rue
Sage
Sandalwood
Sassafras
Savin
Spearmint
Spike lavender
Sweet orange
Tansy
Tarragon
Thuja
Thyme
Tolu
Valerian
Verbena
Vetiver
Violet
Wintergreen
Wormwood
Ylang-ylang
4.4.
Daarnaast is in de GS-toelichting op post 3301 het volgende vermeld:
In addition to the exclusions referred to above this heading also excludes:
(…)
(c) Mixtures of essential oils, mixtures of resinoids, mixtures of extracted oleoresins, mixtures of essential oils with resinoids or extracted oleoresins or any combination thereof, and mixtures with a basis of essential oils, resinoids or extracted oleoresins (see the Explanatory Note to heading 33.02).
(…)
4.5.
Onderdeel D van de GS-toelichting op post 3301 (betreffende gedistilleerd aromatisch water en waterige oplossingen van etherische oliën) luidt, voor zover van belang, als volgt (onderstreping Hof):
(D) Aqueous distillates and aqueous solutions of essential oils.
Aqueous distillates are obtained as the aqueous portions of the distillates resulting when essential oils are extracted from plants by steam distillation. After the essential oils have been decanted, the aqueous distillates still retain a fragrance due to the presence of small quantities of essential oils.
Beoordeling
De rechtbank heeft, voor zover in hoger beroep van belang, het volgende overwogen en geoordeeld:
“29. De rechtbank stelt op grond van het dossier en het verhandelde ter zitting de volgende objectieve kenmerken en eigenschappen van de producten vast. De drie producten bestaan ieder uit een mengsel van etherische oliën, waaruit de terpenen niet zijn afgesplitst. De producten zijn opgemaakt voor de verkoop in het klein en worden aangeboden in een glazen flesje met een netto inhoud van 15 ml. De producten zijn bestemd voor meerdere toepassingen waaronder uitwendig gebruik en aromatherapie. De samenstelling en het gebruik van de producten is vermeld op het label op het flesje. Blijkens het label kunnen de producten worden gebruikt voor massage, in badwater, en voor parfumeren.
30. De producten [product 1] en [product 3] bevatten onder andere het bestanddeel vanilleboonextract. De rechtbank overweegt dat het antwoord op de vraag of het bestanddeel vanilleboonextract afzonderlijk kan worden aangemerkt als etherische olie als bedoeld in GN-post 3301 enerzijds of een plantenextract als bedoeld in GN-post 1302 anderzijds afhankelijk is van de wijze waarop het vanilleboonextract is gewonnen. Ter zitting hebben partijen zich eenparig op het standpunt gesteld dat het extract door middel van stoomdistillatie uit vanilleboon is gewonnen en moet worden aangemerkt als een etherische olie. Nu de rechtbank niet heeft kunnen bepalen dat de vanilleboonextract is gewonnen op basis van methoden genoemd in GN-post 1302 voor plantenextracten, sluit de rechtbank zich daarbij aan.
31. De rechtbank stelt voorop dat voor de indeling in GN-post 3301 niet relevant is of de producten al dan niet in kleinverpakking worden verkocht. Volgens aantekening 3 op hoofdstuk 33 van de GN omvatten de posten 3303 tot en met 3307 onder meer al dan niet vermengde producten (ander dan gedistilleerd aromatisch water en waterige oplossingen van etherische oliën), geschikt om als product van deze posten te worden gebruikt en die met het oog hierop zijn opgemaakt voor de verkoop in het klein. Gelet op de bewoordingen ziet aantekening 3 op hoofdstuk 33 niet op de indeling van goederen in GN-post 3301. Anders dan verweerder heeft betoogd kan uit deze aantekening niet worden geconcludeerd dat producten die zijn opgemaakt voor verkoop in het klein van indeling in GN-post 3301 zijn uitgesloten.
32. De rechtbank is van oordeel dat de producten als mengsels van verschillende etherische oliën niet kunnen worden ingedeeld in GN-post 3301. Het begrip “etherische oliën” wordt in de posten van het GS en van de GN wel genoemd, maar niet nader gedefinieerd. De toelichting IDR op GS-post 3301 omschrijft etherische oliën als plantaardige grondstoffen. Etherische oliën worden verkregen door uitpersen, distillatie, extractie van verse plantaardige producten en door extractie van geconcentreerde oplossingen door middel van enfleurage of maceratie. Bij gebrek aan een wettelijke definitie acht de rechtbank deze beschrijving een nuttige aanwijzing voor de uitlegging van GS-post 3301. Gelet op deze toelichting is een etherische olie gerelateerd aan de plant waar de olie uit wordt gewonnen. Een etherische olie wordt gewonnen uit plantmateriaal van één plant en niet uit een mengsel van verschillende planten. Dit betekent dat een mengsel van etherische oliën niet kan worden aangemerkt als een etherische olie. Door het samenvoegen van verschillende etherische oliën tot een mengsel zijn de afzonderlijke bestanddelen zodanig gewijzigd dat de samenstelling van het ontstane product beduidend afwijkt van het oorspronkelijke product. Dergelijke producten zijn volgens de eerdergenoemde toelichting IDR van indeling onder GS-post 3301 uitgesloten. De rechtbank vindt steun voor deze opvatting in nadere uitzondering in onderdeel c van de toelichting IDR, waarin mengsels van verschillende etherische oliën van GS-post 3301 zijn uitgezonderd (zie overweging 17). Het standpunt van eiseres dat dit deel van de toelichting moet worden gelezen in samenhang met de toelichting IDR op GS-post 3302 en dus enkel ziet op mengsels van etherische oliën voor industrieel gebruik, volgt de rechtbank niet. Uit de bewoordingen van de toelichting IDR op GS-post 3301 volgt geen specifiek gebruik. De enkele verwijzing naar GS-post 3302 maakt dit niet anders.
33. De verwijzing van eiseres naar het GS-indelingsadvies 3301.29/1 inzake de indeling van de etherische olie van lavendel leidt niet tot een ander oordeel. Het in het advies genoemde product betreft een etherische olie die volledig afkomstig is van de lavendelplant. Omdat het geen mengsel van verschillende etherische oliën betreft, is de etherische olie van lavendel niet vergelijkbaar met de onderhavige producten.
34. De verwijzing door eiseres naar andere BTI ’s, die naar haar mening haar standpunt onderschrijven, kan evenmin tot het door haar beoogde resultaat leiden. Hoewel alleen de houder van een BTI een beroep kan doen op de toepassing ervan (vergelijk het arrest van het Hof van Justitie van 15 september 2005, C-495/03, ECLI:EU:C:2005:552, [bedrijf 1] , punt 27) kunnen partijen hun standpunt wel onderbouwen met BTI’s die aan anderen zijn afgegeven (Hof van Justitie 7 april 2011, C-153/10, ECLI:EU:C:2011:224, [bedrijf 2] , punt 43). Eiseres heeft ter zitting desgevraagd verklaard dat de producten waarvoor de BTI’s waarnaar zij verwijst zijn afgegeven enkelvoudige etherische oliën betreffen en geen mengsels zoals de in deze zaak in geschil zijnde producten. Deze bti’s zijn dan ook niet relevant voor een oordeel over de tariefindeling van de onderhavige producten.
35. De rechtbank is van oordeel dat de producten moeten worden ingedeeld in GN-post 3307 en overweegt daartoe als volgt.
36. Voor indeling in GN-post 3307 is vereist dat het product noch elders is genoemd of noch elders is begrepen. De rechtbank is van oordeel dat de producten niet kunnen worden ingedeeld in GN-posten 3302, 3303, 3304, 3305 of 3306. Voor indeling in GN-post 3302 dient een product van de soort gebruikt als grondstof voor de industrie of voor de vervaardiging van dranken te zijn. De producten zijn echter opgemaakt voor verkoop in het klein en dienen voor uitwendig en persoonlijk consumentengebruik. De producten kunnen niet worden ingedeeld in GN-post 3303 omdat de producten niet als voornaamste doel hebben om het lichaam te parfumeren. De specifieke geur verbonden aan het mengsel van verschillende etherische oliën is wel de kenmerkende eigenschap van de producten. Daardoor kunnen de producten niet worden aangemerkt als een schoonheidsmiddel of product voor de huidverzorging als bedoeld in GN-post 3304. Verder zijn de producten geen haarverzorgingsmiddelen of producten voor mondhygiëne of tandverzorging, waardoor indeling in GN-posten 3305 en 3306 is uitgesloten.
37. Uit de bewoordingen van GN-post 3307 volgt dat deze post andere parfumerieën omvat. Gelet op de samenstelling uit vluchtige geurende bestanddelen zijn de producten bestemd om (al dan niet door middel van aromatherapie) door het reukzintuig te worden waargenomen en kunnen aldus worden aangemerkt als parfumerie. Ten aanzien van de GN-onderverdeling is de rechtbank van oordeel dat de producten niet kunnen worden ingedeeld in GN-onderverdeling 3307 41 00 of 3307 49 00 als preparaat voor het parfumeren van vertrekken. De producten zijn niet bestemd om een vertrek te parfumeren, maar om de gebruiker een persoonlijke ervaring te geven door waarneming van het aroma van het product.
38. Gelet op het vorenoverwogene heeft verweerder de producten terecht in de BTI ’s ingedeeld in GN-postonderverdeling 3307 90 00. De beroepen dienen ongegrond te worden verklaard.”
Overwegingen
6.1.
In hoger beroep bestrijdt belanghebbende primair het oordeel van de rechtbank dat post 3301 uitsluitend betrekking heeft op enkelvoudige etherische oliën en niet tevens op mengsels van verschillende etherische oliën, zoals de onderwerpelijke producten. Zij voert aan dat er ook een etherische olie gewonnen had kunnen worden uit een mengsel van plantendelen en dat die etherische olie dan wél onder post 3301 ingedeeld had kunnen worden, terwijl de aldus verkregen etherische olie dan dezelfde objectieve kenmerken en eigenschappen zou hebben gehad als de onderwerpelijke producten. Het Hof overweegt ter zake als volgt.
6.2.
In het spraakgebruik wordt onder een “etherische olie” een vluchtige, geurige olie verstaan, die is gewonnen uit een specifieke plant. Zo wordt in de door belanghebbende in haar gedingstukken genoemde ‘Encyclopaedia Brittanica’ “essential oil” (etherische olie) omschreven als een “highly volatile substance isolated by a physical process from an odoriferous plant of a single botanical species. The oil bears the name of the plant from which it is derived; for example, rose oil or peppermint oil.”
6.3.
Dat bij het opstellen van het Geharmoniseerd Systeem van datzelfde uitgangspunt is uitgegaan, kan in de eerste plaats worden afgeleid uit de bewoordingen van de onderverdelingen van post 3301 (zie 4.1), waarin alleen enkelvoudige etherische oliën worden genoemd (sinaasappelolie, citroenolie, pepermuntolie (Mentha piperita) en andere muntolie) en niet is voorzien in een onderverdeling voor mengsels van etherische oliën. Dit uitgangspunt vindt bovendien bevestiging in de annex bij de GS-toelichting op hoofdstuk 33, waarin een lijst is opgenomen met de 132 belangrijkste etherische oliën, waarbij het in alle gevallen om enkelvoudige etherische oliën gaat (zie 4.3).
6.4.
Uit onderdeel A van de GS-toelichting op post 3301 (zie 4.2) volgt dat een etherische olie slechts in beperkte mate mag worden bewerkt (cursivering Hof):
“a) een etherische olie mag enkel worden gestandaardiseerd, door hoofdingrediënten toe te voegen of te verwijderen, mits de samenstelling van het gestandaardiseerde product blijft binnen de range die normaliter wordt aangetroffen in de desbetreffende essentiële olie in zijn natuurlijke staat;
b) de enige uitzondering op de onder a) vermelde regel is dat terpenen (‘terpenic hydrocarbons’) volledig uit een etherische olie mogen worden verwijderd.”
Het betoog van belanghebbende dat uit de omstandigheid dat terpenen volledig mogen worden verwijderd kan worden afgeleid dat ook vermenging van etherische oliën niet aan indeling onder post 3301 in de weg staat, dient te worden verworpen. Elke verdergaande bewerking dan genoemd onder a) en b), dus ook het vermengen van twee verschillende etherische oliën, leidt ertoe dat indeling onder post 3301 niet (meer) mogelijk is. Steun voor dit oordeel vindt het Hof in de GS-toelichting op post 3301, waarin dit uitdrukkelijk is vermeld (zie 4.4).
6.5.
Belanghebbende betoogt in hoger beroep dat de rechtbank in punt 32 van de bestreden uitspraak er ten onrechte vanuit gaat dat het vermengen van etherische oliën zou leiden tot een wijziging van de afzonderlijke bestanddelen van de samengevoegde oliën. Dit is op zichzelf juist. De inspecteur heeft ter zitting, bij monde van de ter bijstand aanwezige medewerker van het Douanelaboratorium, desgevraagd verklaard dat het vermengen van verschillende etherische oliën niet leidt tot een chemische reactie: de samenstellende delen van de diverse etherische oliën zijn onveranderd in het vervaardigde mengsel aanwezig. Tot een gegrondverklaring van het hoger beroep kan dit evenwel niet leiden, nu het enkele vermengen van etherische oliën reeds aan indeling onder post 3301 in de weg staat (zie 6.2 t/m 6.4), ongeacht of er door deze vermenging een wijziging plaatsvindt van de afzonderlijke bestanddelen waaruit de vermengde etherische oliën bestaan.
6.6.
Tot slot heeft belanghebbende erop gewezen dat post 3301 ook ziet op ‘waterige oplossingen van etherische oliën’ (zie 4.1) en dat in de GS-toelichting op post 3301 (zie 4.5, onderstreept) is bepaald dat mengsels van waterige oplossingen van etherische oliën óók onder post 3301 dienen te worden ingedeeld. Belanghebbende betoogt dat, als mengsels van waterige oplossingen van etherische oliën onder post 3301 worden ingedeeld, daaruit volgt dat ook mengsels van etherische oliën onder post 3301 kunnen worden ingedeeld. Het Hof volgt belanghebbende hierin niet. De GS-toelichting staat enkel vermenging toe voor gedistilleerd aromatisch water en waterige oplossingen van etherische oliën, dus niet voor etherische oliën. Het in de GS-toelichting op post 3301 gemaakte onderscheid tussen etherische oliën (geen vermenging toegestaan) en waterige oplossingen van etherische oliën (wel vermenging toegestaan) is ook terug te vinden in aantekening 3 op hoofdstuk 33 (zie 4.6) en berust dus kennelijk op een bewuste keuze van de wetgever.
6.7.
Gelet op het vorenoverwogene is indeling van de onderwerpelijke mengsels van etherische oliën onder post 3301 niet mogelijk.
6.8.
Bij deze stand van het geding stelt belanghebbende zich subsidiair op het standpunt dat indeling onder post 3302 (zie 4.7) dient plaats te vinden. Naar ’s Hofs oordeel is indeling van de onderwerpelijke mengsels onder post 3302 niet mogelijk. Weliswaar ziet post 3302 op “mengsels van reukstoffen” en worden etherische oliën van post 3301 blijkens aantekening 2 op hoofdstuk 33 (zie 4.8) aangemerkt als dergelijke “reukstoffen”, maar post 3302 beperkt zich volgens zijn bewoordingen tot mengsels van reukstoffen “van de soort gebruikt als grondstof voor de industrie”. Belanghebbende stelt – zonder enige onderbouwing – dat de mengsels van etherische oliën “na toevoeging van alcohol gebruiksklaar zijn om te worden gebruikt als parfumbasis”. Uit de gedingstukken volgt evenwel dat de onderwerpelijke mengsels van de soort zijn die wordt gebruikt voor aromatherapie, onder andere door de producten toe te voegen aan bijvoorbeeld massageolie of badwater. Er is geen enkele aanwijzing dat zij ook geschikt zouden zijn als parfumbasis. De extensies van de gebruikte handelsnamen (“ [product 1] ”, “ [product 2] ” en “ [product 3] ” wijzen hier ook geenszins op, nog daargelaten dat het moeilijk voorstelbaar is dat een product dat wordt vermarkt in kleinhandelsverpakking voor gebruik voor aromatherapie tegelijkertijd “van de soort gebruikt als grondstof voor de industrie” zou kunnen zijn, laat staan dat de inherente bestemming van een dergelijk product zou zijn gelegen in het gebruik als grondstof voor de (parfum)industrie.
6.9.
Gelet op het vorenoverwogene is indeling van de onderwerpelijke mengsels van etherische oliën onder post 3302 evenmin mogelijk.
6.10.
Bij deze stand van het geding is tussen partijen niet in geschil dat indeling dient plaats te vinden in post 3307, in onderverdeling 3307 9000 (zie 4.10). Het Hof zal partijen hierin volgen, nu het deze indeling juist acht.
Conclusie
6.11.
De slotsom is dat het hoger beroep van belanghebbende ongegrond is. De uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd.
7Kosten
Het Hof vindt geen aanleiding voor een veroordeling in de kosten in verband met de behandeling van het hoger beroep op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht in verbinding met artikel 8:108 van die wet.
Dictum
Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
De uitspraak is gedaan door mrs. B.A. van Brummelen, voorzitter, C.J. Hummel, en
W.J Blokland, leden van de douanekamer, in tegenwoordigheid van mr. S.K. Grando als griffier. De beslissing is op 25 maart 2025 in het openbaar uitgesproken.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie stellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.
Toelichting rechtsmiddelverwijzing
Per 15 april 2020 is digitaal procederen bij de Hoge Raad opengesteld. Niet-natuurlijke personen (daaronder begrepen publiekrechtelijke lichamen) en professionele gemachtigden zijn verplicht digitaal te procederen. Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.
Digitaal procederen
Het webportaal van de Hoge Raad is toegankelijk via “Login Mijn Zaak Hoge Raad” op www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op www.hogeraad.nl.
Niet in Nederland wonende of gevestigde partijen of professionele gemachtigden hebben in beginsel geen geschikt inlogmiddel en kunnen daarom niet inloggen in het webportaal. Zij kunnen zo lang zij niet over een geschikt inlogmiddel kunnen beschikken, per post procederen.
Per post procederen
Alleen bepaalde personen mogen beroep in cassatie instellen per post in plaats van via het webportaal. Zij mogen dit bovendien alleen als zij zonder een professionele gemachtigde procederen. Het gaat om natuurlijke personen die geen ondernemer zijn en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.