Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-02-11
ECLI:NL:GHAMS:2025:1153
Bestuursrecht; Belastingrecht
Hoger beroep
12,706 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF AMSTERDAM
kenmerk 24/295
11 februari 2025
uitspraak van de meervoudige douanekamer
op het hoger beroep van
[X]
, gevestigd te [Z] , belanghebbende,
(gemachtigde: C. van Oosten)
tegen de uitspraak van 22 december 2023 in de zaak met kenmerk HAA 21/5399 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen
belanghebbende
en
de inspecteur van de Douane, de inspecteur.
1Ontstaan en loop van het geding
1.1.
De inspecteur heeft met dagtekening 17 januari 2021 een uitnodiging tot betaling (hierna: de utb) aan belanghebbende uitgereikt voor een bedrag van € 6.969,22 aan douanerechten.
1.2.
Belanghebbende heeft daartegen bezwaar gemaakt. Belanghebbende heeft in het bezwaarschrift de inspecteur verzocht om rechtstreeks beroep op grond van artikel 7:1a van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) toe te staan.
1.3.
De inspecteur heeft bij brief ingestemd met dit verzoek, het bezwaarschrift, de utb, en overige stukken doorgezonden naar de rechtbank. De rechtbank heeft als volgt beslist (in de uitspraak van de rechtbank wordt belanghebbende aangeduid als ‘eiseres’ en de inspecteur als ‘verweerder’):
‘De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding aan eiseres van de aan de bezwaarfase toerekenbare immateriële schade, vastgesteld op een bedrag van € 200;
- veroordeelt de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding aan eiseres van de aan de beroepsfase toerekenbare immateriële schade, vastgesteld op een bedrag van € 800;
- veroordeelt verweerder en de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid) in de proceskosten van eiseres, ieder tot een bedrag van € 104,68, en
- draagt verweerder en de minister van Justitie en Veiligheid op het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden, ieder tot een bedrag van € 180.’
1.4.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
1.5.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 januari 2025. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.
Feiten
2.1.
De rechtbank heeft de volgende feiten vastgesteld:
“Feiten
1. Op 21 augustus 2018 heeft eiseres via haar directe vertegenwoordiger [bedrijf] een aangifte IM A gedaan tot plaatsing van goederen onder de douaneregeling ‘in het vrij verkeer brengen’ met onder meer de volgende gegevens:
‘Aangiftenummer (…) [# 1]
Aantal 12
Goederenomschrijving Vitamin D3 100CWS CAS 67-97-0
Goederencode 2936 2900
Prijs 5.400,00 USD
Netto massa 300 kg’
Voor deze goederencode gold op de aanvaardingsdatum een tarief van 0% douanerechten.
2. Op 21 augustus 2018 heeft een fysieke controle plaatsgevonden door verweerder. Er is een monster genomen ter analyse door het douanelaboratorium. Het douanelaboratorium heeft een monsteronderzoek uitgevoerd. Verweerder heeft de uitslag daarvan bij brieven van 10 april 2019 aan eiseres en [bedrijf] bekendgemaakt. In de uitslag van het monsteronderzoek staat onder meer:
“Monsteronderzoek – Vitamine D3 100 CWS poeder
Uitslag monsteronderzoek
Productkenmerken: wit poeder
Analyse Bevinding
Zetmeel/glucose ZETMGLUC (Q) 51,4% (m/m)
Sacharose/invertsuiker/isoglucose SUIKER_SI (Q) 31,3% (m/m)
Beschouwing ten aanzien van de indeling in de Gecombineerde Nomenclatuur:
Het product bevat een grotere hoeveelheid toevoegingen dan nodig zijn voor stabilisatie of vervoer en is meer geschikt gemaakt voor een bijzondere toepassing.
Het monster bestaat uit een product voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen met een melkvetpercentage van minder dan 26% en een sacharosegehalte (het gehalte aan invertsuiker, berekend als sacharose, daaronder begrepen) van minder dan 60%.
Beschouwing ten aanzien van de Financiële landbouwregelingen bij invoer:
De aanvullende code is gebaseerd op de aanwezigheid van melkvet en melkproteïnen.
(…)
Advies goederencode: 2106 9098 49 7017”
3. De uitslag van het onderzoek en een voornemen tot correctie zijn bij brieven van 10 september 2019 aan eiseres meegedeeld. Eiseres heeft per e-mail van 16 september 2019 aan verweerder kenbaar gemaakt dat zij het niet eens is met de voorgenomen correctie.
4. Naar aanleiding van het onderzoek heeft verweerder de goederencode gewijzigd naar de door het douanelaboratorium geadviseerde TARIC-code 2106 9098 49 met aanvullende code 7017. Op 22 oktober 2019 heeft verweerder een utb uitgereikt voor een bedrag van € 522,89 aan invoerrechten.
5. Eiseres heeft op 6 november 2019 bezwaar gemaakt tegen de utb van 22 oktober 2019. Op 20 december 2019 verklaarde verweerder het bezwaar ongegrond. Eiseres heeft tegen die uitspraak op bezwaar beroep ingesteld, maar heeft dit beroep ingetrokken wegens termijnoverschrijding.
6. Op 17 januari 2021 heeft eiseres via haar directe vertegenwoordiger [bedrijf] een aangifte IM A gedaan tot plaatsing van goederen onder de douaneregeling ‘in het vrij verkeer brengen’ met onder meer de volgende gegevens:
‘Aangiftenummer (…) [# 2]
Aantal colli 200
Goederenomschrijving Vitamin D3 100CWD
Goederencode 21069098 49 7017 0000
Douanewaarde € 59.185,74
Netto massa 5.000 kg’
7. Op 17 januari 2021 heeft verweerder de aangifte aanvaard en een utb uitgereikt voor een bedrag van € 6.969,22 aan douanerechten bestaande uit € 5.326,72, te weten 9% van de douanewaarde en € 1.642,50, te weten € 32,85 per 100 kg).
8. Op 24 februari 2021 (op 26 februari 2021 door verweerder ontvangen) heeft eiseres hiertegen bezwaar gemaakt. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de goederen in de voornoemde aangifte onder een onjuiste goederencode zijn aangegeven en dat de goederen niet moeten worden ingedeeld in GN-onderverdeling 2106 9098 49 als overige producten voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen, maar in GN-onderverdeling 2936 2900 00 als ‘andere vitaminen dan vitamine A, B, C, en E en derivaten’. Het tarief aan douanerechten bedraagt dan 0%. Eiseres heeft in het bezwaarschrift verweerder verzocht om rechtstreeks beroep op grond van artikel 7:1a van de Awb toe te staan. Verweerder heeft hiermee ingestemd.”
2.2.
In punt 21 van de bestreden uitspraak heeft de rechtbank de volgende objectieve kenmerken en eigenschappen vastgesteld:
“21. Mede aan de hand van het ter zitting getoonde product stelt de rechtbank de volgende objectieve kenmerken en eigenschappen van het product vast. Het product bestaat uit een wittig fijnkorrelig poeder. Uit het dossier blijkt dat het product in een gesloten verpakking zit, waarbij de buitenverpakking bestaat uit een kartonnen doos en de binnenverpakking bestaat uit een aluminium zak, per verpakking met een nettomassa van 25 kilogram.
Het product is als volgt samengesteld (in gewichtspercentages):
- minimaal 0,25% vitamine D3;
- Tussen de 47 en 52% gemodificeerd zetmeel (microcapsulering);
- Tussen de 30 en 32% sacharose (stabilisator van het omhulsel);
- Tussen de 5 en de 10% Arabische gom (microcapsulering);
- 12% geraffineerde zonnebloemolie (microcapsulering);
- Maximaal 0,2% DL-alpha tocopherol (E30) (antioxidant ter voorkoming oxidatie van de zonnebloemolie)
Het product wordt gebruikt bij de fabricage van diverse voedingsmiddelen onder meer als toevoeging aan babyvoeding en dieetvoeding om zodoende te kunnen voldoen aan de dagelijkse hoeveelheden vitamine D3 die door de Gezondheidsraad worden aanbevolen.”
2.3.
Het Hof gaat uit van de hiervoor vermelde feiten en voegt hier nog het volgende aan toe.
2.4.
Het product is niet oplosbaar in water. Desondanks wordt het product in de handel vaak aangeduid als CWS (cold water soluable). Het product is wel dispergeerbaar in water; de juiste aanduiding is daarom CWD (cold water dispersible).
2.5.
In de stukken worden de termen sacharose en sucrose door elkaar gebruikt: het betreft synoniemen. Het Hof zal de term sacharose gebruiken.
Geschil
In hoger beroep is, evenals bij de rechtbank, tussen partijen in geschil of het product ‘Vitamin D3 100 CWD’ dient te worden ingedeeld onder post 2936, zoals belanghebbende bepleit, dan wel onder post 2106, zoals de inspecteur voorstaat.
4Juridisch kader
4.1.
Post 2936 van de GN luidt, voor zover van belang, als volgt:
2936 Provitaminen en vitaminen, natuurlijke of door synthese gereproduceerd (natuurlijke concentraten daaronder begrepen), alsmede derivaten daarvan, die hoofdzakelijk als vitaminen worden gebruikt, ook indien deze stoffen onderling zijn vermengd of in oplossing zijn gebracht:
– vitaminen en derivaten daarvan, niet vermengd:
(…)
2936 29 00 – – andere vitaminen en derivaten daarvan
(…)
4.2.
Aantekening 1 op hoofdstuk 29 luidt, voor zover hier van belang:
1. De posten van dit hoofdstuk hebben, voor zover uit de context niet het tegendeel blijkt, uitsluitend betrekking op:
(…)
c) producten bedoeld bij de posten 2936 tot en met 2939, […], al dan niet chemisch welbepaald;
d) waterige oplossingen van de producten bedoeld onder a), b) en c) hiervoor;
e) andere oplossingen van de onder a), b) en c) hiervoor bedoelde producten, voor zover deze oplossingen gebruikelijke en noodzakelijke bereidingsvormen zijn die uitsluitend zijn gekozen om veiligheidsredenen of om de producten geschikt te maken voor vervoer en voor zover de oplosmiddelen de producten niet méér geschikt maken voor bijzondere toepassingen dan voor hun gebruik in het algemeen;
f) producten bedoeld onder a), b), c), d) of e) hiervoor, waaraan een stabilisator (zelfstandigheden om het klonteren tegen te gaan daaronder begrepen) is toegevoegd, nodig voor de houdbaarheid of voor het vervoer;
(…)
4.3.
De GS-toelichting op hoofdstuk 29 luidt, voor zover hier van belang:
This heading includes :
( a) Provitamins and vitamins, whether natural or reproduced by synthesis, and derivatives thereof used primarily as vitamins.
(…)
( d) The above products diluted in any solvent (e.g., ethyl oleate, propane-1,2-diol, ethanediol, vegetable oils).
The products of this heading may be stabilized for the purposes of preservation or transport:
- by adding anti-oxidants,
- by adding anti-caking agents(e.g., carbohydrates),
- by coating with appropriate substance (e.g., gelatin, waxes or fats), whether or not plasticized, or
- by adsorbing on appropriate substances (e.g., silicic acid),
provided that the quantity added or the processing in no case exceeds that necessary for their preservation or transport and that the addition or processing does not alter the character of the basic product and render it particularly suitable for specific use rather than for general use.
4.4.
De GN-toelichting op hoofdstuk 29 luidt, voor zover hier van belang:
De producten van post 29.36 mogen:
- in olieachtige vorm zijn gestabiliseerd,
- met een omhulsel van hiervoor geschikte hulpstoffen, zoals gelatine, was, vet, diverse soorten rubber of cellulosederivaten, in de vorm van microcapsules zijn gestabiliseerd,
- aan siliciumdioxide zijn geadsorbeerd.
4.5.
Post 2106 van de GN luidt, voor zover van belang, als volgt:
2106 Producten voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen:
(…) (…)
2106 90 – andere:
(…) (…)
– – andere:
(…) (…)
2106 90 98 – – – andere
4.6.
De GS-toelichting op post 2106 luidt, voor zover hier van belang:
Provided that they are not covered by any other heading of the Nomenclature, this heading covers :
(…)
(B) Preparations consisting wholly or partly of foodstuffs, used in the making of beverages or food preparations for human consumption. The heading includes preparations consisting of mixtures of chemicals (organic acids, calcium salts, etc.) with foodstuffs (flour, sugar, milk powder, etc.), for incorporation in food preparations either as ingredients or to improve some of their characteristics (appearance, keeping qualities, etc.) (see the General Explanatory Note to Chapter 38).
(…)
4.7.
Tarifering 2106.90/39 van de WDO luidt:
Preparation in form of free-flowing particles (beadlets) which contains 0.25 % vitamin D3 in edible fats finely dispersed in a cornstarch-coated matrix of hydrolysed bovine gelatin and sucrose. DL -α-Tocopherol is added as an antioxidant. Silicon dioxide is used as a processing aid. The product is used for pharmaceutical preparations, dietary supplements and food preparations.
Application of GIRs 1 (Note 1 (f) to Chapter 29) and 6.
Adoption: 2021
Overwegingen
5.1.
De rechtbank heeft met juistheid vooropgesteld dat voor de indeling de bewoordingen van de posten en de postonderverdelingen, de aantekeningen op de afdelingen en op de hoofdstukken en de algemene indelingsregels wettelijk bepalend zijn en dat, in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle, het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in het algemeen moet worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de tekst van de GN-posten en in de aantekeningen op de afdelingen en de hoofdstukken zijn omschreven. Hierbij vormen de GS- en de GN-toelichtingen nuttige aanwijzingen voor de tariefindeling, ook al zijn deze toelichtingen slechts uitleggingen en rechtens niet bindend. Hetzelfde heeft te gelden voor de GS- en GN-tariferingen.
5.2.
Het onderwerpelijke product bestaat voor 0,25% uit vitamine D3. Belanghebbende betoogt ook in hoger beroep dat indeling dient plaats te vinden als “vitamine” in post 2936 (zie 4.1). De inspecteur acht indeling onder post 2936 niet mogelijk en staat indeling onder (rest)post 2106 voor, als product voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen (zie 4.5). Het Hof overweegt ter zake als volgt.
5.3.
Het product heeft de vorm van een poeder en is als volgt vervaardigd. Vitamine D3 in zuivere (kristallijne) vorm is opgelost in geraffineerde zonnebloemolie. Aan de zonnebloemolie is een geringe hoeveelheid DL-alpha tocopherol (E30) toegevoegd om oxidatie te voorkomen. Vervolgens is de zonnebloemolie (met daarin opgelost de vitamine D3) vermengd met gemodificeerd zetmeel, sacharose, Arabische gom en water. De aldus ontstane emulsie is vervolgens gesproeidroogd, waardoor een poeder is ontstaan. Elk bolletje waaruit dit poeder bestaat, is opgebouwd uit meerdere minuscule bolletjes zonnebloemolie (met daarin opgelost vitamine D3), omhuld door een matrix bestaande uit gemodificeerd zetmeel, sacharose en Arabische gom. Dit vervaardigingsproces wordt “microcapsulatie” (micro-encapsulation) genoemd. De omhulling van zetmeel, sacharose en Arabische gom schermt de bolletjes zonnebloemolie af van zuurstof, waardoor de houdbaarheid van de vitamine D3, die is opgelost in de zonnebloemolie, toeneemt.
5.4.
De omstandigheid dat vitamine D3 in oplossing is gebracht in zonnebloemolie staat niet aan indeling als vitamine in de weg, zo volgt reeds uit de bewoordingen van post 2936 (zie 4.1: “ook indien deze stoffen […] in oplossing zijn gebracht”). De omstandigheid dat vervolgens microcapsulatie heeft plaatsgevonden hoeft in beginsel evenmin aan indeling onder deze post in de weg te staan. Uit aantekening 1-f op hoofdstuk 29 (zie 4.2) volgt immers dat aan producten bedoeld in aantekening 1-c (zoals vitamine D3 opgelost in zonnebloemolie) een stabilisator mag zijn toegevoegd, nodig voor de houdbaarheid of voor het vervoer. Blijkens de GS-toelichting (zie 4.3) mag deze stabilisatie ook plaatsvinden door het omhullen met geschikte substanties (bijvoorbeeld gelatine, was of vetstoffen). In de GN-toelichting (zie 4.4) is vermeld dat producten van hoofdstuk 29 mogen worden gestabiliseerd “met een omhulsel van hiervoor geschikte hulpstoffen, zoals gelatine, was, vet, diverse soorten rubber of cellulosederivaten, in de vorm van microcapsules”.
In casu heeft microcapsulatie plaatsgevonden met stoffen van een andere aard dan de stoffen genoemd in voormelde GS- en GN-toelichtingen, namelijk met een combinatie van voedingsmiddelen: zetmeel, sacharose en Arabische gom. Deze microcapsulatie heeft op zodanige wijze plaatsgevonden dat het product voor ruim 87% uit voornoemde omhullende stoffen bestaat en nog voor een kleine 13% uit zonnebloemolie met daarin opgelost vitamine D3 (zie 2.2).
5.5.
Door de omhulling met zetmeel, sacharose en Arabische gom, en met name door het gebruik van zetmeel, is een product ontstaan dat (anders dan de onbehandelde verrijkte zonnebloemolie) dispergeerbaar is in water (zie 2.4) en dat zonder verdere behandeling kan worden aangewend voor de productie van baby- en dieetvoeding. Bovendien is de met vitamine D3 verrijkte zonnebloemolie met een dusdanig grote hoeveelheid zetmeel, sacharose en Arabische gom omhuld, dat het product nog slechts 0,25 gewichtspercenten vitamine D3 bevat. Ook dit zorgt ervoor dat het product, anders dan onbehandelde verrijkte zonnebloemolie, geschikt is om zonder verdere behandeling te worden verwerkt in baby- en dieetvoeding. De uitgevoerde behandeling van de met vitamine D3-verrijkte zonnebloemolie gaat daarmee verder dan nodig is voor de houdbaarheid of voor het vervoer, en is daarom in strijd met het bepaalde in aantekening 1-f op hoofdstuk 29. Indeling onder post 2936 is daarom niet mogelijk, zoals ook door de rechtbank met juistheid is overwogen in punt 27 van de bestreden uitspraak.
5.6.
Het ingevoerde product is een bereiding voor menselijke consumptie, die als zodanig nergens specifiek genoemd is in de GN. Indeling dient daarom naar ’s Hofs oordeel plaats te vinden onder restpost 2106, als “product voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen”. Belanghebbende kan worden toegegeven dat het product als zodanig niet kan worden geconsumeerd, omdat één gram van het product nog altijd 250 maal de dagelijks aanbevolen hoeveelheid vitamine D3 bevat, maar dit staat niet aan indeling onder post 2106 in de weg. Uit de GS-toelichting (zie 4.6) volgt immers dat deze post niet alleen producten omvat die voor directe consumptie geschikt zijn, maar ook bereidingen die geheel of gedeeltelijk uit voedingsstoffen bestaan en die gebruikt worden als ingrediënt bij de vervaardiging van dranken of (andere) producten voor menselijke consumptie.
5.7.
Steun voor voormeld oordeel vindt het Hof in tarifering 2106.90/39 van de WDO, waarin een vergelijkbaar product, dat eveneens 0,25% vitamine D3 bevat, is ingedeeld in post 2106 (zie 4.7). De inspecteur heeft ter zitting in hoger beroep, conform het verzoek van belanghebbende in haar tiendagenstuk van 16 januari 2025, inzicht verschaft in het besluitvormingsproces in het Harmonized System Committee (hierna: HS-Comité) dat heeft geleid tot voormelde tarifering, onder verwijzing naar openbare informatie op de website van de WDO. In vergaderstuk NC2651E1a, behorende bij de 64e vergadering van het HS-Comité, is het volgende vermeld:
Product 1: Dry Vitamin D3 100 CWS
16. As the product contained only 2.5 mg of vitamin D3 per gram, the delegates felt that the quantity of excipients exceeded that necessary for stabilization and so it was outside of the scope of Note 1 (f) to Chapter 29.
5.8.
Bij deze stand van het geding is tussen partijen niet in geschil dat indeling in onderverdeling 2106 9098 dient plaats te vinden. Het Hof zal partijen hier in volgen.
Conclusie
5.9.
De slotsom is dat het hoger beroep van belanghebbende ongegrond is. De uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd.
6Kosten
Het Hof vindt geen aanleiding voor een veroordeling in de kosten op de voet van artikel 8:75 van de Awb in verbinding met artikel 8:108 van die wet.
Dictum
Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
De uitspraak is gedaan door mrs. B.A. van Brummelen, voorzitter, C.J. Hummel en N. Djebali, leden van de douanekamer, in tegenwoordigheid van mr. H.A.S. Roozeboom als griffier. De beslissing is op 11 februari 2025 in het openbaar uitgesproken.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.
Toelichting rechtsmiddelverwijzing
Per 15 april 2020 is digitaal procederen bij de Hoge Raad opengesteld. Niet-natuurlijke personen (daaronder begrepen publiekrechtelijke lichamen) en professionele gemachtigden zijn verplicht digitaal te procederen. Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.
Digitaal procederen
Het webportaal van de Hoge Raad is toegankelijk via “Login Mijn Zaak Hoge Raad” op www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op www.hogeraad.nl.
Niet in Nederland wonende of gevestigde partijen of professionele gemachtigden hebben in beginsel geen geschikt inlogmiddel en kunnen daarom niet inloggen in het webportaal. Zij kunnen zo lang zij niet over een geschikt inlogmiddel kunnen beschikken, per post procederen.
Per post procederen
Alleen bepaalde personen mogen beroep in cassatie instellen per post in plaats van via het webportaal. Zij mogen dit bovendien alleen als zij zonder een professionele gemachtigde procederen. Het gaat om natuurlijke personen die geen ondernemer zijn en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.
Inleiding
GERECHTSHOF AMSTERDAM
kenmerk 24/295
11 februari 2025
uitspraak van de meervoudige douanekamer
op het hoger beroep van
[X]
, gevestigd te [Z] , belanghebbende,
(gemachtigde: C. van Oosten)
tegen de uitspraak van 22 december 2023 in de zaak met kenmerk HAA 21/5399 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen
belanghebbende
en
de inspecteur van de Douane, de inspecteur.
1Ontstaan en loop van het geding
1.1.
De inspecteur heeft met dagtekening 17 januari 2021 een uitnodiging tot betaling (hierna: de utb) aan belanghebbende uitgereikt voor een bedrag van € 6.969,22 aan douanerechten.
1.2.
Belanghebbende heeft daartegen bezwaar gemaakt. Belanghebbende heeft in het bezwaarschrift de inspecteur verzocht om rechtstreeks beroep op grond van artikel 7:1a van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) toe te staan.
1.3.
De inspecteur heeft bij brief ingestemd met dit verzoek, het bezwaarschrift, de utb, en overige stukken doorgezonden naar de rechtbank. De rechtbank heeft als volgt beslist (in de uitspraak van de rechtbank wordt belanghebbende aangeduid als ‘eiseres’ en de inspecteur als ‘verweerder’):
‘De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding aan eiseres van de aan de bezwaarfase toerekenbare immateriële schade, vastgesteld op een bedrag van € 200;
- veroordeelt de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding aan eiseres van de aan de beroepsfase toerekenbare immateriële schade, vastgesteld op een bedrag van € 800;
- veroordeelt verweerder en de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid) in de proceskosten van eiseres, ieder tot een bedrag van € 104,68, en
- draagt verweerder en de minister van Justitie en Veiligheid op het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden, ieder tot een bedrag van € 180.’
1.4.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
1.5.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 januari 2025. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.
Feiten
2.1.
De rechtbank heeft de volgende feiten vastgesteld:
“Feiten
1. Op 21 augustus 2018 heeft eiseres via haar directe vertegenwoordiger [bedrijf] een aangifte IM A gedaan tot plaatsing van goederen onder de douaneregeling ‘in het vrij verkeer brengen’ met onder meer de volgende gegevens:
‘Aangiftenummer (…) [# 1]
Aantal 12
Goederenomschrijving Vitamin D3 100CWS CAS 67-97-0
Goederencode 2936 2900
Prijs 5.400,00 USD
Netto massa 300 kg’
Voor deze goederencode gold op de aanvaardingsdatum een tarief van 0% douanerechten.
2. Op 21 augustus 2018 heeft een fysieke controle plaatsgevonden door verweerder. Er is een monster genomen ter analyse door het douanelaboratorium. Het douanelaboratorium heeft een monsteronderzoek uitgevoerd. Verweerder heeft de uitslag daarvan bij brieven van 10 april 2019 aan eiseres en [bedrijf] bekendgemaakt. In de uitslag van het monsteronderzoek staat onder meer:
“Monsteronderzoek – Vitamine D3 100 CWS poeder
Uitslag monsteronderzoek
Productkenmerken: wit poeder
Analyse Bevinding
Zetmeel/glucose ZETMGLUC (Q) 51,4% (m/m)
Sacharose/invertsuiker/isoglucose SUIKER_SI (Q) 31,3% (m/m)
Beschouwing ten aanzien van de indeling in de Gecombineerde Nomenclatuur:
Het product bevat een grotere hoeveelheid toevoegingen dan nodig zijn voor stabilisatie of vervoer en is meer geschikt gemaakt voor een bijzondere toepassing.
Het monster bestaat uit een product voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen met een melkvetpercentage van minder dan 26% en een sacharosegehalte (het gehalte aan invertsuiker, berekend als sacharose, daaronder begrepen) van minder dan 60%.
Beschouwing ten aanzien van de Financiële landbouwregelingen bij invoer:
De aanvullende code is gebaseerd op de aanwezigheid van melkvet en melkproteïnen.
(…)
Advies goederencode: 2106 9098 49 7017”
3. De uitslag van het onderzoek en een voornemen tot correctie zijn bij brieven van 10 september 2019 aan eiseres meegedeeld. Eiseres heeft per e-mail van 16 september 2019 aan verweerder kenbaar gemaakt dat zij het niet eens is met de voorgenomen correctie.
4. Naar aanleiding van het onderzoek heeft verweerder de goederencode gewijzigd naar de door het douanelaboratorium geadviseerde TARIC-code 2106 9098 49 met aanvullende code 7017. Op 22 oktober 2019 heeft verweerder een utb uitgereikt voor een bedrag van € 522,89 aan invoerrechten.
5. Eiseres heeft op 6 november 2019 bezwaar gemaakt tegen de utb van 22 oktober 2019. Op 20 december 2019 verklaarde verweerder het bezwaar ongegrond. Eiseres heeft tegen die uitspraak op bezwaar beroep ingesteld, maar heeft dit beroep ingetrokken wegens termijnoverschrijding.
6. Op 17 januari 2021 heeft eiseres via haar directe vertegenwoordiger [bedrijf] een aangifte IM A gedaan tot plaatsing van goederen onder de douaneregeling ‘in het vrij verkeer brengen’ met onder meer de volgende gegevens:
‘Aangiftenummer (…) [# 2]
Aantal colli 200
Goederenomschrijving Vitamin D3 100CWD
Goederencode 21069098 49 7017 0000
Douanewaarde € 59.185,74
Netto massa 5.000 kg’
7. Op 17 januari 2021 heeft verweerder de aangifte aanvaard en een utb uitgereikt voor een bedrag van € 6.969,22 aan douanerechten bestaande uit € 5.326,72, te weten 9% van de douanewaarde en € 1.642,50, te weten € 32,85 per 100 kg).
8. Op 24 februari 2021 (op 26 februari 2021 door verweerder ontvangen) heeft eiseres hiertegen bezwaar gemaakt. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de goederen in de voornoemde aangifte onder een onjuiste goederencode zijn aangegeven en dat de goederen niet moeten worden ingedeeld in GN-onderverdeling 2106 9098 49 als overige producten voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen, maar in GN-onderverdeling 2936 2900 00 als ‘andere vitaminen dan vitamine A, B, C, en E en derivaten’. Het tarief aan douanerechten bedraagt dan 0%. Eiseres heeft in het bezwaarschrift verweerder verzocht om rechtstreeks beroep op grond van artikel 7:1a van de Awb toe te staan. Verweerder heeft hiermee ingestemd.”
2.2.
In punt 21 van de bestreden uitspraak heeft de rechtbank de volgende objectieve kenmerken en eigenschappen vastgesteld:
“21. Mede aan de hand van het ter zitting getoonde product stelt de rechtbank de volgende objectieve kenmerken en eigenschappen van het product vast. Het product bestaat uit een wittig fijnkorrelig poeder. Uit het dossier blijkt dat het product in een gesloten verpakking zit, waarbij de buitenverpakking bestaat uit een kartonnen doos en de binnenverpakking bestaat uit een aluminium zak, per verpakking met een nettomassa van 25 kilogram.
Het product is als volgt samengesteld (in gewichtspercentages):
- minimaal 0,25% vitamine D3;
- Tussen de 47 en 52% gemodificeerd zetmeel (microcapsulering);
- Tussen de 30 en 32% sacharose (stabilisator van het omhulsel);
- Tussen de 5 en de 10% Arabische gom (microcapsulering);
- 12% geraffineerde zonnebloemolie (microcapsulering);
- Maximaal 0,2% DL-alpha tocopherol (E30) (antioxidant ter voorkoming oxidatie van de zonnebloemolie)
Het product wordt gebruikt bij de fabricage van diverse voedingsmiddelen onder meer als toevoeging aan babyvoeding en dieetvoeding om zodoende te kunnen voldoen aan de dagelijkse hoeveelheden vitamine D3 die door de Gezondheidsraad worden aanbevolen.”
2.3.
Het Hof gaat uit van de hiervoor vermelde feiten en voegt hier nog het volgende aan toe.
2.4.
Het product is niet oplosbaar in water. Desondanks wordt het product in de handel vaak aangeduid als CWS (cold water soluable). Het product is wel dispergeerbaar in water; de juiste aanduiding is daarom CWD (cold water dispersible).
2.5.
In de stukken worden de termen sacharose en sucrose door elkaar gebruikt: het betreft synoniemen. Het Hof zal de term sacharose gebruiken.
Geschil
In hoger beroep is, evenals bij de rechtbank, tussen partijen in geschil of het product ‘Vitamin D3 100 CWD’ dient te worden ingedeeld onder post 2936, zoals belanghebbende bepleit, dan wel onder post 2106, zoals de inspecteur voorstaat.
4Juridisch kader
4.1.
Post 2936 van de GN luidt, voor zover van belang, als volgt:
2936 Provitaminen en vitaminen, natuurlijke of door synthese gereproduceerd (natuurlijke concentraten daaronder begrepen), alsmede derivaten daarvan, die hoofdzakelijk als vitaminen worden gebruikt, ook indien deze stoffen onderling zijn vermengd of in oplossing zijn gebracht:
– vitaminen en derivaten daarvan, niet vermengd:
(…)
2936 29 00 – – andere vitaminen en derivaten daarvan
(…)
4.2.
Aantekening 1 op hoofdstuk 29 luidt, voor zover hier van belang:
1. De posten van dit hoofdstuk hebben, voor zover uit de context niet het tegendeel blijkt, uitsluitend betrekking op:
(…)
c) producten bedoeld bij de posten 2936 tot en met 2939, […], al dan niet chemisch welbepaald;
d) waterige oplossingen van de producten bedoeld onder a), b) en c) hiervoor;
e) andere oplossingen van de onder a), b) en c) hiervoor bedoelde producten, voor zover deze oplossingen gebruikelijke en noodzakelijke bereidingsvormen zijn die uitsluitend zijn gekozen om veiligheidsredenen of om de producten geschikt te maken voor vervoer en voor zover de oplosmiddelen de producten niet méér geschikt maken voor bijzondere toepassingen dan voor hun gebruik in het algemeen;
f) producten bedoeld onder a), b), c), d) of e) hiervoor, waaraan een stabilisator (zelfstandigheden om het klonteren tegen te gaan daaronder begrepen) is toegevoegd, nodig voor de houdbaarheid of voor het vervoer;
(…)
4.3.
De GS-toelichting op hoofdstuk 29 luidt, voor zover hier van belang:
This heading includes :
( a) Provitamins and vitamins, whether natural or reproduced by synthesis, and derivatives thereof used primarily as vitamins.
(…)
( d) The above products diluted in any solvent (e.g., ethyl oleate, propane-1,2-diol, ethanediol, vegetable oils).
The products of this heading may be stabilized for the purposes of preservation or transport:
- by adding anti-oxidants,
- by adding anti-caking agents(e.g., carbohydrates),
- by coating with appropriate substance (e.g., gelatin, waxes or fats), whether or not plasticized, or
- by adsorbing on appropriate substances (e.g., silicic acid),
provided that the quantity added or the processing in no case exceeds that necessary for their preservation or transport and that the addition or processing does not alter the character of the basic product and render it particularly suitable for specific use rather than for general use.
4.4.
De GN-toelichting op hoofdstuk 29 luidt, voor zover hier van belang:
De producten van post 29.36 mogen:
- in olieachtige vorm zijn gestabiliseerd,
- met een omhulsel van hiervoor geschikte hulpstoffen, zoals gelatine, was, vet, diverse soorten rubber of cellulosederivaten, in de vorm van microcapsules zijn gestabiliseerd,
- aan siliciumdioxide zijn geadsorbeerd.
4.5.
Post 2106 van de GN luidt, voor zover van belang, als volgt:
2106 Producten voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen:
(…) (…)
2106 90 – andere:
(…) (…)
– – andere:
(…) (…)
2106 90 98 – – – andere
4.6.
De GS-toelichting op post 2106 luidt, voor zover hier van belang:
Provided that they are not covered by any other heading of the Nomenclature, this heading covers :
(…)
(B) Preparations consisting wholly or partly of foodstuffs, used in the making of beverages or food preparations for human consumption. The heading includes preparations consisting of mixtures of chemicals (organic acids, calcium salts, etc.) with foodstuffs (flour, sugar, milk powder, etc.), for incorporation in food preparations either as ingredients or to improve some of their characteristics (appearance, keeping qualities, etc.) (see the General Explanatory Note to Chapter 38).
(…)
4.7.
Tarifering 2106.90/39 van de WDO luidt:
Preparation in form of free-flowing particles (beadlets) which contains 0.25 % vitamin D3 in edible fats finely dispersed in a cornstarch-coated matrix of hydrolysed bovine gelatin and sucrose. DL -α-Tocopherol is added as an antioxidant. Silicon dioxide is used as a processing aid. The product is used for pharmaceutical preparations, dietary supplements and food preparations.
Application of GIRs 1 (Note 1 (f) to Chapter 29) and 6.
Adoption: 2021
Overwegingen
5.1.
De rechtbank heeft met juistheid vooropgesteld dat voor de indeling de bewoordingen van de posten en de postonderverdelingen, de aantekeningen op de afdelingen en op de hoofdstukken en de algemene indelingsregels wettelijk bepalend zijn en dat, in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle, het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in het algemeen moet worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de tekst van de GN-posten en in de aantekeningen op de afdelingen en de hoofdstukken zijn omschreven. Hierbij vormen de GS- en de GN-toelichtingen nuttige aanwijzingen voor de tariefindeling, ook al zijn deze toelichtingen slechts uitleggingen en rechtens niet bindend. Hetzelfde heeft te gelden voor de GS- en GN-tariferingen.
5.2.
Het onderwerpelijke product bestaat voor 0,25% uit vitamine D3. Belanghebbende betoogt ook in hoger beroep dat indeling dient plaats te vinden als “vitamine” in post 2936 (zie 4.1). De inspecteur acht indeling onder post 2936 niet mogelijk en staat indeling onder (rest)post 2106 voor, als product voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen (zie 4.5). Het Hof overweegt ter zake als volgt.
5.3.
Het product heeft de vorm van een poeder en is als volgt vervaardigd. Vitamine D3 in zuivere (kristallijne) vorm is opgelost in geraffineerde zonnebloemolie. Aan de zonnebloemolie is een geringe hoeveelheid DL-alpha tocopherol (E30) toegevoegd om oxidatie te voorkomen. Vervolgens is de zonnebloemolie (met daarin opgelost de vitamine D3) vermengd met gemodificeerd zetmeel, sacharose, Arabische gom en water. De aldus ontstane emulsie is vervolgens gesproeidroogd, waardoor een poeder is ontstaan. Elk bolletje waaruit dit poeder bestaat, is opgebouwd uit meerdere minuscule bolletjes zonnebloemolie (met daarin opgelost vitamine D3), omhuld door een matrix bestaande uit gemodificeerd zetmeel, sacharose en Arabische gom. Dit vervaardigingsproces wordt “microcapsulatie” (micro-encapsulation) genoemd. De omhulling van zetmeel, sacharose en Arabische gom schermt de bolletjes zonnebloemolie af van zuurstof, waardoor de houdbaarheid van de vitamine D3, die is opgelost in de zonnebloemolie, toeneemt.
5.4.
De omstandigheid dat vitamine D3 in oplossing is gebracht in zonnebloemolie staat niet aan indeling als vitamine in de weg, zo volgt reeds uit de bewoordingen van post 2936 (zie 4.1: “ook indien deze stoffen […] in oplossing zijn gebracht”). De omstandigheid dat vervolgens microcapsulatie heeft plaatsgevonden hoeft in beginsel evenmin aan indeling onder deze post in de weg te staan. Uit aantekening 1-f op hoofdstuk 29 (zie 4.2) volgt immers dat aan producten bedoeld in aantekening 1-c (zoals vitamine D3 opgelost in zonnebloemolie) een stabilisator mag zijn toegevoegd, nodig voor de houdbaarheid of voor het vervoer. Blijkens de GS-toelichting (zie 4.3) mag deze stabilisatie ook plaatsvinden door het omhullen met geschikte substanties (bijvoorbeeld gelatine, was of vetstoffen). In de GN-toelichting (zie 4.4) is vermeld dat producten van hoofdstuk 29 mogen worden gestabiliseerd “met een omhulsel van hiervoor geschikte hulpstoffen, zoals gelatine, was, vet, diverse soorten rubber of cellulosederivaten, in de vorm van microcapsules”.
In casu heeft microcapsulatie plaatsgevonden met stoffen van een andere aard dan de stoffen genoemd in voormelde GS- en GN-toelichtingen, namelijk met een combinatie van voedingsmiddelen: zetmeel, sacharose en Arabische gom. Deze microcapsulatie heeft op zodanige wijze plaatsgevonden dat het product voor ruim 87% uit voornoemde omhullende stoffen bestaat en nog voor een kleine 13% uit zonnebloemolie met daarin opgelost vitamine D3 (zie 2.2).
5.5.
Door de omhulling met zetmeel, sacharose en Arabische gom, en met name door het gebruik van zetmeel, is een product ontstaan dat (anders dan de onbehandelde verrijkte zonnebloemolie) dispergeerbaar is in water (zie 2.4) en dat zonder verdere behandeling kan worden aangewend voor de productie van baby- en dieetvoeding. Bovendien is de met vitamine D3 verrijkte zonnebloemolie met een dusdanig grote hoeveelheid zetmeel, sacharose en Arabische gom omhuld, dat het product nog slechts 0,25 gewichtspercenten vitamine D3 bevat. Ook dit zorgt ervoor dat het product, anders dan onbehandelde verrijkte zonnebloemolie, geschikt is om zonder verdere behandeling te worden verwerkt in baby- en dieetvoeding. De uitgevoerde behandeling van de met vitamine D3-verrijkte zonnebloemolie gaat daarmee verder dan nodig is voor de houdbaarheid of voor het vervoer, en is daarom in strijd met het bepaalde in aantekening 1-f op hoofdstuk 29. Indeling onder post 2936 is daarom niet mogelijk, zoals ook door de rechtbank met juistheid is overwogen in punt 27 van de bestreden uitspraak.
5.6.
Het ingevoerde product is een bereiding voor menselijke consumptie, die als zodanig nergens specifiek genoemd is in de GN. Indeling dient daarom naar ’s Hofs oordeel plaats te vinden onder restpost 2106, als “product voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen”. Belanghebbende kan worden toegegeven dat het product als zodanig niet kan worden geconsumeerd, omdat één gram van het product nog altijd 250 maal de dagelijks aanbevolen hoeveelheid vitamine D3 bevat, maar dit staat niet aan indeling onder post 2106 in de weg. Uit de GS-toelichting (zie 4.6) volgt immers dat deze post niet alleen producten omvat die voor directe consumptie geschikt zijn, maar ook bereidingen die geheel of gedeeltelijk uit voedingsstoffen bestaan en die gebruikt worden als ingrediënt bij de vervaardiging van dranken of (andere) producten voor menselijke consumptie.
5.7.
Steun voor voormeld oordeel vindt het Hof in tarifering 2106.90/39 van de WDO, waarin een vergelijkbaar product, dat eveneens 0,25% vitamine D3 bevat, is ingedeeld in post 2106 (zie 4.7). De inspecteur heeft ter zitting in hoger beroep, conform het verzoek van belanghebbende in haar tiendagenstuk van 16 januari 2025, inzicht verschaft in het besluitvormingsproces in het Harmonized System Committee (hierna: HS-Comité) dat heeft geleid tot voormelde tarifering, onder verwijzing naar openbare informatie op de website van de WDO. In vergaderstuk NC2651E1a, behorende bij de 64e vergadering van het HS-Comité, is het volgende vermeld:
Product 1: Dry Vitamin D3 100 CWS
16. As the product contained only 2.5 mg of vitamin D3 per gram, the delegates felt that the quantity of excipients exceeded that necessary for stabilization and so it was outside of the scope of Note 1 (f) to Chapter 29.
5.8.
Bij deze stand van het geding is tussen partijen niet in geschil dat indeling in onderverdeling 2106 9098 dient plaats te vinden. Het Hof zal partijen hier in volgen.
Conclusie
5.9.
De slotsom is dat het hoger beroep van belanghebbende ongegrond is. De uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd.
6Kosten
Het Hof vindt geen aanleiding voor een veroordeling in de kosten op de voet van artikel 8:75 van de Awb in verbinding met artikel 8:108 van die wet.
Dictum
Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
De uitspraak is gedaan door mrs. B.A. van Brummelen, voorzitter, C.J. Hummel en N. Djebali, leden van de douanekamer, in tegenwoordigheid van mr. H.A.S. Roozeboom als griffier. De beslissing is op 11 februari 2025 in het openbaar uitgesproken.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.
Toelichting rechtsmiddelverwijzing
Per 15 april 2020 is digitaal procederen bij de Hoge Raad opengesteld. Niet-natuurlijke personen (daaronder begrepen publiekrechtelijke lichamen) en professionele gemachtigden zijn verplicht digitaal te procederen. Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.
Digitaal procederen
Het webportaal van de Hoge Raad is toegankelijk via “Login Mijn Zaak Hoge Raad” op www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op www.hogeraad.nl.
Niet in Nederland wonende of gevestigde partijen of professionele gemachtigden hebben in beginsel geen geschikt inlogmiddel en kunnen daarom niet inloggen in het webportaal. Zij kunnen zo lang zij niet over een geschikt inlogmiddel kunnen beschikken, per post procederen.
Per post procederen
Alleen bepaalde personen mogen beroep in cassatie instellen per post in plaats van via het webportaal. Zij mogen dit bovendien alleen als zij zonder een professionele gemachtigde procederen. Het gaat om natuurlijke personen die geen ondernemer zijn en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.