Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-01-16
ECLI:NL:GHAMS:2025:106
Strafrecht
Hoger beroep
1,654 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001536-24
datum uitspraak: 16 januari 2025
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 1 juli 2024 in de strafzaak onder parketnummer 15-118058-24 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1997,
thans gedetineerd in [detentieadres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 18 december 2024 en 16 januari 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal bevestigen.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof:
het vonnis aanvult met de hierna volgende overweging ten aanzien van de strafmaat en;
de bewijsmiddelen, na het eventueel instellen van beroep in cassatie, uitgewerkt zal opnemen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Aanvullende strafmotivering
De raadsvrouw heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat in deze zaak voldoende verzachtende en strafverlagende omstandigheden aanwezig zijn om in het voordeel van de verdachte af te wijken van de Oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht en een minder lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan de rechtbank. Daartoe heeft zij verwezen naar de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en deze nader toegelicht ten opzichte van de zitting in eerste aanleg.
In hetgeen door de verdediging in het kader van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte is aangevoerd, ziet het hof geen aanleiding om af te wijken van de gevangenisstraf die door de rechtbank is opgelegd.
Dictum
Het hof bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N. van der Wijngaart, mr. M.F.J.M. de Werd en mr. R. van der Heijden, in tegenwoordigheid van mr. Z. Hoshmand, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 januari 2025.
mr. M.F.J.M. de Werd is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
[…]
INLEIDING ===
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001536-24
datum uitspraak: 16 januari 2025
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 1 juli 2024 in de strafzaak onder parketnummer 15-118058-24 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1997,
thans gedetineerd in [detentieadres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 18 december 2024 en 16 januari 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal bevestigen.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof:
het vonnis aanvult met de hierna volgende overweging ten aanzien van de strafmaat en;
de bewijsmiddelen, na het eventueel instellen van beroep in cassatie, uitgewerkt zal opnemen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Aanvullende strafmotivering
De raadsvrouw heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat in deze zaak voldoende verzachtende en strafverlagende omstandigheden aanwezig zijn om in het voordeel van de verdachte af te wijken van de Oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht en een minder lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan de rechtbank. Daartoe heeft zij verwezen naar de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en deze nader toegelicht ten opzichte van de zitting in eerste aanleg.
In hetgeen door de verdediging in het kader van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte is aangevoerd, ziet het hof geen aanleiding om af te wijken van de gevangenisstraf die door de rechtbank is opgelegd.
Dictum
Het hof bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N. van der Wijngaart, mr. M.F.J.M. de Werd en mr. R. van der Heijden, in tegenwoordigheid van mr. Z. Hoshmand, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 januari 2025.
mr. M.F.J.M. de Werd is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=
===
[…]