Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2025-04-17
ECLI:NL:GHAMS:2025:1028
Strafrecht
Hoger beroep
4,754 tokens
Inleiding
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-001929-21 (strafzaak)
Datum uitspraak: 17 april 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 29 juni 2021 in de strafzaak onder parketnummer 15-283874-20 tegen:
[verdachte]
,
geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
[adres 1]
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte is door de rechtbank vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 1 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is dus mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 20 maart en 17 april 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis van de rechtbank, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en zal dit dan ook bevestigen, behalve ten aanzien van de strafoplegging – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof:
de eerste zin van de vijfde alinea op pagina 3 (beginnend met “Daarnaast komt betekenis” en eindigend met “zus is gestort”) niet overneemt en vervangt door: “Daarnaast komt betekenis toe aan de omstandigheid dat de verklaring van de zus van de verdachte, inhoudende dat de verdachte sinds december 2018 maandelijks de huur van € 1.000,00 contant van de huurder ontving en op haar bankrekening stortte, niet overeenkomt met de bevindingen van de politie dat sinds december 2018 slechts één keer een bedrag van € 1.000,00 door de verdachte op de bankrekening van zijn zus is gestort.”;
de vijfde alinea op pagina 3 aanvult met de volgende zin: “Daar komt bij dat de verdachte deze verklaring heeft afgelegd nadat de politie het betreffende onderzoek naar de bankrekening van de zus van de verdachte heeft verricht.”;
de eerste twee zinnen van de zesde alinea op pagina 3 (beginnend met “Bij de beoordeling” en eindigend met “van de verdachte”) niet overneemt en vervangt door: “Bij de beoordeling van het verweer hecht het hof waarde aan het feit dat in de woning, waar in een open kast in de bijkeuken henneptoppen zijn aangetroffen, geopende poststukken van de verdachte lagen.”;
de laatste alinea op pagina 3 en de eerste alinea op pagina 4 (beginnend met “Tot slot betrekt…” en eindigend met “twee verschillende asbakken”) niet overneemt en vervangt door: “Tot slot betrekt het hof bij de beoordeling van het verweer van de verdediging ook het feit dat in de hennepkwekerij sigarettenpeuken met het DNA van de verdachte zijn aangetroffen, welk feit in samenhang met de overige bevindingen wordt beschouwd.”;
de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen aanvult met de hieronder weergegeven bewijsmiddelen.
Aanvullende bewijsmiddelen
- Een proces-verbaal buurtonderzoek van 24 augustus 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [naam 1] en [naam 2] (doorgenummerde pagina 375).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisanten:
Ik heb aangebeld bij het adres [adres 2] in Alkmaar. Hier sprak ik met [naam 3] . [naam 3] verklaarde dat hij en zijn vriendin weten dat er op het adres [adres 3] in Alkmaar een Turks gezin zou wonen. Momenteel kwam er alleen nog vaak een Turkse man. Van enige verhuur van de woning aan anderen wist hij te zeggen dat dit niet het geval kon zijn. Hij had daar nog nooit iemand anders gezien, op dat adres. Dit terwijl de Turkse man daar regelmatig kwam.
- Een proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] van 31 oktober 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [naam 1] (doorgenummerde pagina’s 382 tot en met 384).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 31 oktober 2019 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van [getuige 1] :
Ik woon op het adres [adres 2] , vanaf 2003 al. De vrouw werd in 2016/2017 ziek. Ze ging langere poos naar Turkije en kwam steeds minder vaak. De broer bleef komen. Hij woonde daar gewoon. Ik heb de broer van de buurvrouw tot twee maanden terug nog gezien in de woning. Hij was altijd in de tuin bezig. Ik heb nooit Bulgaren op het adres gezien. De broer was er altijd.
- Een proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] van 7 november 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [naam 1] en [naam 2] (doorgenummerde pagina’s 385 en 386).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 7 november 2019 tegenover de verbalisanten afgelegde verklaring van [getuige 2] :
De broer van [naam 4] , [verdachte] , kwam ineens vaak over de vloer op de [adres 3] te Alkmaar. Dit was vooral de laatste drie jaar. Ik heb nooit andere bewoners op dit adres gezien behalve de eerdergenoemde personen. Als er andere mensen waren kwamen deze samen met [verdachte] of leden van het gezin.
- Een proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] van 7 november 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [naam 1] en [naam 2] (doorgenummerde pagina 387).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 7 november 2019 tegenover de verbalisanten afgelegde verklaring van [getuige 3] :
Op een gegeven moment kwam de broer van de vrouw heel vaak op de [adres 3] te Alkmaar. Ik weet dat deze man [verdachte] heet. Hij heeft mij verteld dat hij op het huis van zijn zus zou passen omdat de zus in Turkije zou zitten. [verdachte] past inmiddels al jaren op dit huis. Ik weet dat de woning niet aan andere mensen verhuurd is geweest. Ook hebben er geen andere mensen dan dit genoemde gezin plus [verdachte] op [adres 3] te Alkmaar gewoond.
- Een proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4] van 13 november 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [naam 1] (doorgenummerde pagina 389).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 13 november 2019 tegenover de verbalisanten afgelegde verklaring van [getuige 4] :
Ik begreep van de agent dat er in de woning naast mij, [adres 3] , een hennepplantage was aangetroffen. Ik woon nu ongeveer drie jaar op mijn adres. Op het moment dat ik hier kwam wonen, woonde de buurman van nummer 114 er al. De woning is volgens mij niet van hem maar van zijn zus. Deze woont op het moment in Turkije. De buurman woont daar gewoon en ik zie hem geregeld de woning in en uit gaan.
Oplegging van straffen
De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaren, en een taakstraf van 200 uren, subsidiair 100 dagen hechtenis.
Dictum
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 90 (negentig) dagen hechtenis.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. Stalenhoef, mr. A.W.T. Klappe en mr. B.E. Dijkers, in tegenwoordigheid van mr. G.G. Gielen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 april 2025.
Inleiding
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-001929-21 (strafzaak)
Datum uitspraak: 17 april 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 29 juni 2021 in de strafzaak onder parketnummer 15-283874-20 tegen:
[verdachte]
,
geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
[adres 1]
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte is door de rechtbank vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 1 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is dus mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 20 maart en 17 april 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis van de rechtbank, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en zal dit dan ook bevestigen, behalve ten aanzien van de strafoplegging – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof:
de eerste zin van de vijfde alinea op pagina 3 (beginnend met “Daarnaast komt betekenis” en eindigend met “zus is gestort”) niet overneemt en vervangt door: “Daarnaast komt betekenis toe aan de omstandigheid dat de verklaring van de zus van de verdachte, inhoudende dat de verdachte sinds december 2018 maandelijks de huur van € 1.000,00 contant van de huurder ontving en op haar bankrekening stortte, niet overeenkomt met de bevindingen van de politie dat sinds december 2018 slechts één keer een bedrag van € 1.000,00 door de verdachte op de bankrekening van zijn zus is gestort.”;
de vijfde alinea op pagina 3 aanvult met de volgende zin: “Daar komt bij dat de verdachte deze verklaring heeft afgelegd nadat de politie het betreffende onderzoek naar de bankrekening van de zus van de verdachte heeft verricht.”;
de eerste twee zinnen van de zesde alinea op pagina 3 (beginnend met “Bij de beoordeling” en eindigend met “van de verdachte”) niet overneemt en vervangt door: “Bij de beoordeling van het verweer hecht het hof waarde aan het feit dat in de woning, waar in een open kast in de bijkeuken henneptoppen zijn aangetroffen, geopende poststukken van de verdachte lagen.”;
de laatste alinea op pagina 3 en de eerste alinea op pagina 4 (beginnend met “Tot slot betrekt…” en eindigend met “twee verschillende asbakken”) niet overneemt en vervangt door: “Tot slot betrekt het hof bij de beoordeling van het verweer van de verdediging ook het feit dat in de hennepkwekerij sigarettenpeuken met het DNA van de verdachte zijn aangetroffen, welk feit in samenhang met de overige bevindingen wordt beschouwd.”;
de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen aanvult met de hieronder weergegeven bewijsmiddelen.
Aanvullende bewijsmiddelen
- Een proces-verbaal buurtonderzoek van 24 augustus 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [naam 1] en [naam 2] (doorgenummerde pagina 375).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisanten:
Ik heb aangebeld bij het adres [adres 2] in Alkmaar. Hier sprak ik met [naam 3] . [naam 3] verklaarde dat hij en zijn vriendin weten dat er op het adres [adres 3] in Alkmaar een Turks gezin zou wonen. Momenteel kwam er alleen nog vaak een Turkse man. Van enige verhuur van de woning aan anderen wist hij te zeggen dat dit niet het geval kon zijn. Hij had daar nog nooit iemand anders gezien, op dat adres. Dit terwijl de Turkse man daar regelmatig kwam.
- Een proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] van 31 oktober 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [naam 1] (doorgenummerde pagina’s 382 tot en met 384).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 31 oktober 2019 tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van [getuige 1] :
Ik woon op het adres [adres 2] , vanaf 2003 al. De vrouw werd in 2016/2017 ziek. Ze ging langere poos naar Turkije en kwam steeds minder vaak. De broer bleef komen. Hij woonde daar gewoon. Ik heb de broer van de buurvrouw tot twee maanden terug nog gezien in de woning. Hij was altijd in de tuin bezig. Ik heb nooit Bulgaren op het adres gezien. De broer was er altijd.
- Een proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] van 7 november 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [naam 1] en [naam 2] (doorgenummerde pagina’s 385 en 386).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 7 november 2019 tegenover de verbalisanten afgelegde verklaring van [getuige 2] :
De broer van [naam 4] , [verdachte] , kwam ineens vaak over de vloer op de [adres 3] te Alkmaar. Dit was vooral de laatste drie jaar. Ik heb nooit andere bewoners op dit adres gezien behalve de eerdergenoemde personen. Als er andere mensen waren kwamen deze samen met [verdachte] of leden van het gezin.
- Een proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] van 7 november 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [naam 1] en [naam 2] (doorgenummerde pagina 387).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 7 november 2019 tegenover de verbalisanten afgelegde verklaring van [getuige 3] :
Op een gegeven moment kwam de broer van de vrouw heel vaak op de [adres 3] te Alkmaar. Ik weet dat deze man [verdachte] heet. Hij heeft mij verteld dat hij op het huis van zijn zus zou passen omdat de zus in Turkije zou zitten. [verdachte] past inmiddels al jaren op dit huis. Ik weet dat de woning niet aan andere mensen verhuurd is geweest. Ook hebben er geen andere mensen dan dit genoemde gezin plus [verdachte] op [adres 3] te Alkmaar gewoond.
- Een proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4] van 13 november 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [naam 1] (doorgenummerde pagina 389).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 13 november 2019 tegenover de verbalisanten afgelegde verklaring van [getuige 4] :
Ik begreep van de agent dat er in de woning naast mij, [adres 3] , een hennepplantage was aangetroffen. Ik woon nu ongeveer drie jaar op mijn adres. Op het moment dat ik hier kwam wonen, woonde de buurman van nummer 114 er al. De woning is volgens mij niet van hem maar van zijn zus. Deze woont op het moment in Turkije. De buurman woont daar gewoon en ik zie hem geregeld de woning in en uit gaan.
Oplegging van straffen
De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaren, en een taakstraf van 200 uren, subsidiair 100 dagen hechtenis.
Dictum
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 90 (negentig) dagen hechtenis.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. Stalenhoef, mr. A.W.T. Klappe en mr. B.E. Dijkers, in tegenwoordigheid van mr. G.G. Gielen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 april 2025.