Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-03-26
ECLI:NL:GHAMS:2024:920
Strafrecht
Hoger beroep
515 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001056-22
datum uitspraak: 26 maart 2024
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 14 april 2022 in de strafzaak onder de parketnummers 13-091734-22 en 15-101524-21 (TUL) tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990,
adres: [adres].
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
26 maart 2024.
De raadsman van de verdachte heeft bepleit dat het hoger beroep van de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard. De advocaat-generaal heeft tot dezelfde uitkomst gerequireerd.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Nu de raadsman ter terechtzitting te kennen heeft gegeven dat de verdachte het hoger beroep niet wenst te handhaven, door of namens de verdachte geen schriftuur houdende grieven is gediend en ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, zal de verdachte gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.
Dictum
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. B.E. Dijkers, mr. R.D. van Heffen en mr. C. Beuze, in tegenwoordigheid van
mr. B.K.M. Pouw, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
26 maart 2024.
mr. C. Beuze is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.