Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-03-26
ECLI:NL:GHAMS:2024:790
Strafrecht
Hoger beroep
2,611 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002127-23
datum uitspraak: 26 maart 2024
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 13 juli 2023 in de strafzaak onder parketnummer 15-108747-23 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
adres: [adres 1] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 12 maart 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De politierechter heeft de verdachte vrijgesproken van de onder feit 1 tweede cumulatief tenlastegelegde diefstal van een auto. Het hoger beroep is namens de verdachte onbeperkt ingesteld en derhalve mede gericht tegen deze in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen de beslissing tot vrijspraak van dit feit geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat tegen deze vrijspraak van het onder 1 tweede cumulatief tenlastegelegde feit is gericht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is, voor zover in hoger beroep inhoudelijk nog aan de orde, tenlastegelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 17 februari 2023 tot en met 18 februari 2023 te IJmuiden, in een woning gelegen aan de [adres 2] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een autosleutel, behorende bij één auto ( [kenteken 1] ) en/of een zwart leren jas en/of de toegangspas Tata Steel op naam van [slachtoffer 1] en/of een zwart windjack, en/of een Sony koptelefoon, en/of twee harde schijven en/of een JBL bluetooth speaker en/of 8 sleutels, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming;
2.hij op of omstreeks 14 april 2023 te Velserbroek, gemeente Velsen (beveiligings)camera’s, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat het hof anders oordeelt over de geldigheid van de dagvaarding met betrekking tot het onder 2 tenlastegelegde.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij op of omstreeks 18 februari 2023 te IJmuiden, in een woning gelegen aan de [adres 2] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een autosleutel, behorende bij één auto ( [kenteken 1] ) en een zwart leren jas en de toegangspas Tata Steel op naam van [slachtoffer 1] en een zwart windjack en een Sony koptelefoon en twee harde schijven en een JBL bluetooth speaker en 8 sleutels, die aan [slachtoffer 1] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen.
2.hij op 14 april 2023 te Velserbroek, gemeente Velsen, (beveiligings)camera’s die aan [slachtoffer 2] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
diefstal.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straffen
De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen waarvan 68 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met algemene en bijzondere voorwaarden.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor feit 1 en feit 2 zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen waarvan 68 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf voor de duur van 130 uren.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van verschillende goederen door middel van woninginsluiping terwijl de bewoners in de woning lagen te slapen. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal van beveiligingscamera’s. Door aldus te handelen heeft de verdachte er blijk van gegeven geen respect te hebben voor de eigendomsrechten van anderen. Door het plegen van dergelijke diefstallen wordt materiële schade toegebracht aan de gedupeerden. Een insluiping in een woning veroorzaakt bovendien gevoelens van angst en onveiligheid bij de bewoners en in de samenleving in het algemeen.
Uit het strafblad van de verdachte volgt dat hij – ook voor de feiten waarvoor hij in dit arrest wordt veroordeeld – veelvuldig onherroepelijk veroordeeld is voor soortgelijke misdrijven. Bovendien heeft hij de feiten gepleegd gedurende twee lopende proeftijden in verband met gedeeltelijk voorwaardelijke veroordelingen voor (gekwalificeerde) diefstallen. Het hof rekent het de verdachte aan dat hij uit deze eerdere veroordelingen geen enkele lering heeft getrokken.
Het voorgaande rechtvaardigt naar het oordeel van het hof in beginsel de oplegging van een (geheel onvoorwaardelijke) vrijheidsbenemende straf.
Het hof heeft echter kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 21 november 2023 in een andere zaak tegen de verdachte alsmede van de aanvulling hierop van 5 maart 2024, opgemaakt ten behoeve van de zitting van 12 maart 2024 in de onderhavige zaak.
Dictum
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak van het onder 1 tweede cumulatief tenlastegelegde feit.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 68 (achtenzestig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.
Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- Samsung [kenmerk] Galaxy XCover 4 Imei [nummer] ;
- Samsung [kenmerk] Galaxy S8 Imei [nummer] .
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D.A.C. Koster, mr. M.L.M. van der Voet en mr. T. de Bont, in tegenwoordigheid van mr. S. Maerman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 maart 2024.