Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-01-11
ECLI:NL:GHAMS:2024:69
Civiel recht; Ondernemingsrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,259 tokens
Inleiding
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.318.402/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 11 januari 2024
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] B.V.,
gevestigd te [....] ,
VERZOEKSTER,
advocaten: mr. F.L.A. Roosmale Nepveu en mr. R.A.J.C. Huijs, beiden kantoorhoudende te ’s-Hertogenbosch,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ERGO BUILDINGS B.V.,
gevestigd te Oss,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. H.G.A.M. Spoormans, kantoorhoudende te Breda,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ROSCH B.V.,
gevestigd te Oss,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. H.G.A.M. Spoormans, kantoorhoudende te Breda.
1Het verloop van het geding
1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 6 april 2023, 14 april 2023 en 16 juni 2023 in deze zaak.
1.2
Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Ergo Buildings B.V. over de periode vanaf 1 januari 2018, mr. R.G. Roeffen (hierna ook: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van Ergo Building B.V. en bepaalde onmiddellijke voorzieningen getroffen. Bij de beschikking van 16 juni 2023 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 25.200, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.
1.3
Bij brief van 20 december 2023 heeft de onderzoeker de Ondernemingskamer verzocht het onderzoeksbudget te verhogen met € 15.000 tot in totaal € 40.200 (exclusief btw). De onderzoeker heeft toegelicht welke werkzaamheden hij daarvoor nog zal verrichten.
1.4
Bij e-mail van eveneens 20 december 2023 heeft de door de Ondernemingskamer benoemde bestuurder, mr. F.P.G. Dix, de Ondernemingskamer laten weten dat het huidige banksaldo van Ergo Buildings B.V. naar verwachting ontoereikend zal zijn om te voorzien in de aanvullende financiering zoals verzocht door de onderzoeker.
1.5
Bij e-mail van 22 december 2023 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek van de onderzoeker en partijen gevraagd of zij bereid zouden zijn het aanvullend onderzoeksbudget voor te schieten.
1.6
Bij e-mail van 5 januari 2024 heeft mr. Huijs de Ondernemingskamer bericht dat [A] B.V. zal instaan voor de kosten van het gevraagde aanvullende voorschot indien en voor zover het banksaldo van Ergo Buildings B.V. voor de voldoening daarvan ontoereikend is.
1.7
Bij e-mail van eveneens 5 januari 2024 heeft mr. Spoormans de Ondernemingskamer bericht dat Rosch B.V. zich voor wat betreft het verzoek van de onderzoeker refereert aan het oordeel van de Ondernemingskamer.
2De gronden van de beslissing
Nu de onderzoeker voldoende heeft toegelicht welke werkzaamheden in verband met het onderzoek dienen te worden verricht bovenop de eerder begrote werkzaamheden en welke kosten daarmee zijn gemoeid, partijen te kennen hebben gegeven in te stemmen met de verzochte verhoging van het onderzoeksbudget en het verzoek de Ondernemingskamer niet onredelijk voorkomt, zal de Ondernemingskamer het verzoek van de onderzoeker als na te noemen toewijzen.
Dictum
De Ondernemingskamer:
verhoogt het bedrag dat het bij de beschikking van 6 april 2023 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Ergo Buildings B.V. ten hoogste mag kosten tot € 40.200, de omzetbelasting daarin niet begrepen;
bepaalt dat deze kosten ten laste komen van Ergo Buildings B.V., met dien verstande dat [A] B.V. zal instaan voor de betaling van het aanvullende bedrag van € 15.000 (exclusief btw) indien en voor zover het banksaldo van Ergo Buildings B.V. daarvoor niet toereikend is;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. de Jongh, voorzitter, mr. C.C. Meijer en mr. A.W.H. Vink, raadsheren, en prof. dr. mr. F. van der Wel RA en prof. drs. E. Eeftink RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Frans, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. A.W.H. Vink op 11 januari 2024.