Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-06-13
ECLI:NL:GHAMS:2024:3755
Strafrecht
Hoger beroep
4,067 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHAMS:2024:3755 text/xml public 2026-04-17T12:19:20 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2024-06-13 23-002883-23 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3755 text/html public 2026-04-17T12:17:31 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2024:3755 Gerechtshof Amsterdam , 13-06-2024 / 23-002883-23 Mishandeling. Bewijsoverweging: beroep op noodweer faalt. Lagere TS dan door pr is opgelegd wegens vrijspraak medeplegen. Vordering bp. afdeling strafrecht parketnummer: 23-002883-23 datum uitspraak: 13 juni 2024 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 24 oktober 2023 in de strafzaak onder parketnummer 15-325059-22 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1991, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 mei 2024. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: zij op of omstreeks 10 juni 2022 te Beverwijk tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [benadeelde partij] heeft mishandeld door: - ( met kracht) tegen de schouder van die [benadeelde partij] te duwen en/of; - ( met kracht) op de borst van die [benadeelde partij] te drukken en/of; - die [benadeelde partij] (met kracht) bij zijn keel en/of zijn kraag te pakken waardoor die [benadeelde partij] minder goed kon ademhalen en/of gekrabd werd. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering. Bewijsoverweging De raadsman heeft bepleit dat de verdachte van het tenlastegelegde moet worden vrijgesproken, nu op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat zij degene is geweest die de fysieke confrontatie met de aangever [benadeelde partij] heeft opgezocht; niet kan worden uitgesloten dat de handelingen van de verdachte een reactie zijn geweest op de handelingen van de aangever. Het hof verwerpt het verweer en overweegt daartoe als volgt. Voor zover de raadsman met zijn betoog een beroep op noodweer heeft willen doen, faalt dat. Het hof gaat op grond van de verklaring van de aangever, die steun vindt in de getuigenverklaring van [getuige] en het proces-verbaal van bevindingen omtrent de camerabeelden, uit van een feitelijke gang van zaken waarin de verdachte fysiek de aanval op de aangever heeft ingezet en niet andersom. Daarom is het hof van oordeel dat de verdachte de haar verweten gedragingen niet heeft verricht in een situatie waarin en op een tijdstip waarop voor haar de noodzaak bestond tot verdediging van eigen of eens anders lijf tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, dan wel een onmiddellijk dreigend gevaar daarvoor. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de tenlastegelegde mishandeling. Wel zal het hof de verdachte overeenkomstig de standpunten van de advocaat-generaal en de raadsman partieel vrijspreken van het medeplegen van dat feit. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: zij op 10 juni 2022 te Beverwijk, [benadeelde partij] heeft mishandeld door [benadeelde partij] bij zijn keel te pakken, waardoor [benadeelde partij] minder goed kon ademhalen en gekrabd werd. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezenverklaarde levert op: mishandeling. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straf De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis. De raadsman heeft het hof verzocht om, indien het tot een bewezenverklaring komt, een geheel voorwaardelijke straf op te leggen, omdat het om een eenvoudige mishandeling gaat, de verdachte geen noemenswaardig strafblad heeft en dat zij de zorg draagt voor twee kinderen. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling. Bij een bezoek aan een eetgelegenheid is het tot een woordenwisseling gekomen tussen haar en een van de horecamedewerkers. Tijdens die ruzie heeft de verdachte deze medewerker bij zijn keel te gepakt, waardoor hij minder goed kon ademhalen en gekrabd werd. Deze heeft als gevolg hiervan pijn ondervonden en letsel opgelopen. De verdachte heeft de lichamelijke integriteit van het slachtoffer aangetast. Dat is niet alleen voor het slachtoffer een nare en beangstigende ervaring geweest, maar ook voor de andere personeelsleden en gasten van het restaurant. Het hof rekent de verdachte dit aan. Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden. Deze taakstraf valt lager uit dan door de politierechter is opgelegd, nu het hof de verdachte – anders dan de politierechter – zal vrijspreken van het medeplegen. Anders dan de raadsman ziet het hof geen aanleiding om een geheel voorwaardelijke straf op te leggen. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in eerste instantie in het strafproces gevoegd door middel van een schadeopgaveformulier van 7 januari 2022 (het hof begrijpt: 2023). De daarin opgevoerde schade bestond uit een bedrag van € 827,00 ter compensatie van materiële schade en een bedrag van € 350,00 aan immateriële schade. Bij brief van 13 januari 2023 heeft het Openbaar Ministerie de benadeelde partij verzocht om de materiële schade nader te onderbouwen. Hierop heeft de benadeelde partij een nieuw schadeopgaveformulier ingediend met het opschrift “herstelvordering” en als dagtekening 14 maart 2023. Daarin is opnieuw om vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 350,00 gevraagd, maar het verzoek om compensatie van materiële schade is daarin komen te vervallen. De politierechter heeft dit kennelijk over het hoofd gezien en de verdachte veroordeeld tot betaling van € 350,00 voor immateriële schade én € 235,00 voor materiële schade. Nu naar burgerlijk recht niet een hoger bedrag kan worden toegewezen dan gevorderd, kan het hof in hoger beroep slechts oordelen over het verzoek tot vergoeding van immateriële schade, welk in eerste aanleg geheel is toegewezen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. Het hof zal de omvang van de immateriële schade naar maatstaven van billijkheid vaststellen op € 200,00.
Volledig
ECLI:NL:GHAMS:2024:3755 text/xml public 2026-04-17T12:19:20 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2024-06-13 23-002883-23 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3755 text/html public 2026-04-17T12:17:31 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2024:3755 Gerechtshof Amsterdam , 13-06-2024 / 23-002883-23 Mishandeling. Bewijsoverweging: beroep op noodweer faalt. Lagere TS dan door pr is opgelegd wegens vrijspraak medeplegen. Vordering bp. afdeling strafrecht parketnummer: 23-002883-23 datum uitspraak: 13 juni 2024 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 24 oktober 2023 in de strafzaak onder parketnummer 15-325059-22 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1991, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 mei 2024. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: zij op of omstreeks 10 juni 2022 te Beverwijk tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [benadeelde partij] heeft mishandeld door: - ( met kracht) tegen de schouder van die [benadeelde partij] te duwen en/of; - ( met kracht) op de borst van die [benadeelde partij] te drukken en/of; - die [benadeelde partij] (met kracht) bij zijn keel en/of zijn kraag te pakken waardoor die [benadeelde partij] minder goed kon ademhalen en/of gekrabd werd. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering. Bewijsoverweging De raadsman heeft bepleit dat de verdachte van het tenlastegelegde moet worden vrijgesproken, nu op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat zij degene is geweest die de fysieke confrontatie met de aangever [benadeelde partij] heeft opgezocht; niet kan worden uitgesloten dat de handelingen van de verdachte een reactie zijn geweest op de handelingen van de aangever. Het hof verwerpt het verweer en overweegt daartoe als volgt. Voor zover de raadsman met zijn betoog een beroep op noodweer heeft willen doen, faalt dat. Het hof gaat op grond van de verklaring van de aangever, die steun vindt in de getuigenverklaring van [getuige] en het proces-verbaal van bevindingen omtrent de camerabeelden, uit van een feitelijke gang van zaken waarin de verdachte fysiek de aanval op de aangever heeft ingezet en niet andersom. Daarom is het hof van oordeel dat de verdachte de haar verweten gedragingen niet heeft verricht in een situatie waarin en op een tijdstip waarop voor haar de noodzaak bestond tot verdediging van eigen of eens anders lijf tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, dan wel een onmiddellijk dreigend gevaar daarvoor. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de tenlastegelegde mishandeling. Wel zal het hof de verdachte overeenkomstig de standpunten van de advocaat-generaal en de raadsman partieel vrijspreken van het medeplegen van dat feit. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: zij op 10 juni 2022 te Beverwijk, [benadeelde partij] heeft mishandeld door [benadeelde partij] bij zijn keel te pakken, waardoor [benadeelde partij] minder goed kon ademhalen en gekrabd werd. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezenverklaarde levert op: mishandeling. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straf De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis. De raadsman heeft het hof verzocht om, indien het tot een bewezenverklaring komt, een geheel voorwaardelijke straf op te leggen, omdat het om een eenvoudige mishandeling gaat, de verdachte geen noemenswaardig strafblad heeft en dat zij de zorg draagt voor twee kinderen. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling. Bij een bezoek aan een eetgelegenheid is het tot een woordenwisseling gekomen tussen haar en een van de horecamedewerkers. Tijdens die ruzie heeft de verdachte deze medewerker bij zijn keel te gepakt, waardoor hij minder goed kon ademhalen en gekrabd werd. Deze heeft als gevolg hiervan pijn ondervonden en letsel opgelopen. De verdachte heeft de lichamelijke integriteit van het slachtoffer aangetast. Dat is niet alleen voor het slachtoffer een nare en beangstigende ervaring geweest, maar ook voor de andere personeelsleden en gasten van het restaurant. Het hof rekent de verdachte dit aan. Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden. Deze taakstraf valt lager uit dan door de politierechter is opgelegd, nu het hof de verdachte – anders dan de politierechter – zal vrijspreken van het medeplegen. Anders dan de raadsman ziet het hof geen aanleiding om een geheel voorwaardelijke straf op te leggen. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in eerste instantie in het strafproces gevoegd door middel van een schadeopgaveformulier van 7 januari 2022 (het hof begrijpt: 2023). De daarin opgevoerde schade bestond uit een bedrag van € 827,00 ter compensatie van materiële schade en een bedrag van € 350,00 aan immateriële schade. Bij brief van 13 januari 2023 heeft het Openbaar Ministerie de benadeelde partij verzocht om de materiële schade nader te onderbouwen. Hierop heeft de benadeelde partij een nieuw schadeopgaveformulier ingediend met het opschrift “herstelvordering” en als dagtekening 14 maart 2023. Daarin is opnieuw om vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 350,00 gevraagd, maar het verzoek om compensatie van materiële schade is daarin komen te vervallen. De politierechter heeft dit kennelijk over het hoofd gezien en de verdachte veroordeeld tot betaling van € 350,00 voor immateriële schade én € 235,00 voor materiële schade. Nu naar burgerlijk recht niet een hoger bedrag kan worden toegewezen dan gevorderd, kan het hof in hoger beroep slechts oordelen over het verzoek tot vergoeding van immateriële schade, welk in eerste aanleg geheel is toegewezen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. Het hof zal de omvang van de immateriële schade naar maatstaven van billijkheid vaststellen op € 200,00.