Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-06-13
ECLI:NL:GHAMS:2024:3753
Strafrecht
Hoger beroep
6,511 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHAMS:2024:3753 text/xml public 2026-04-17T11:47:19 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2024-06-13 23-000932-22 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3753 text/html public 2026-04-17T11:44:50 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2024:3753 Gerechtshof Amsterdam , 13-06-2024 / 23-000932-22 Bedreiging. Voorhanden hebben van gasdrukwapen. Vernieling. Bewijsoverweging: verklaringen aangevers betrouwbaar. Persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Constatering van de overschrijding van de redelijke termijn. TS en vw GVS. afdeling strafrecht parketnummer: 23-000932-22 datum uitspraak: 13 juni 2024 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 22 maart 2022 in de strafzaak onder parketnummer 13-322846-21 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1992, ter terechtzitting in hoger beroep opgegeven adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 mei 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte tenlastegelegd dat: 1. hij in of omstreeks de periode 27-11-2021 t/m 28-11-2021 te Uithoorn, althans in Nederland, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, - door met een vuurwapen, althans een nepvuurwapen, althans een gasdrukwapen, te richten op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of - door hen (hierbij) de woorden toe te voegen: "ik schiet jullie allemaal kapot"; 2. hij op of omstreeks 28 november 2021 te Uithoorn, althans in Nederland, een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een gasdrukwapen, heeft vervoerd en/of voorhanden heeft gehad; 3. hij op of omstreeks 28 november 2021 te Uithoorn, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een raam, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Bewijsoverweging feit 1 De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte bij gebrek aan bewijs moet worden vrijgesproken van feit 1. Daartoe heeft zij – kort gezegd – aangevoerd dat de aangevers partners van elkaar zijn en hun verklaringen op elkaar afgestemd kunnen hebben. Daarom moeten hun verklaringen, die niet worden ondersteund door enig ander objectief bewijsmiddel, als onbetrouwbaar terzijde worden geschoven. Het hof is van oordeel dat de verklaringen van aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] elkaar inhoudelijk ondersteunen. De inhoud van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting geven geen aanleiding voor twijfel aan de betrouwbaarheid van die verklaringen. Naast het feit dat de aangevers onafhankelijk van elkaar tegenover de politie gedetailleerde en inhoudelijk met elkaar op de wezenlijke onderdelen overeenkomende verklaringen hebben afgelegd, hebben zij deze verklaringen ter terechtzitting in eerste aanleg – als getuigen gehoord – in de kern bevestigd. Dat sprake zou zijn van onderlinge afstemming van de verklaringen is niet aannemelijk. Het hof acht de verklaringen van de aangevers betrouwbaar en zal deze voor het bewijs gebruiken. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 tenlastegelegde bedreiging. Het verweer wordt verworpen. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1. hij op 28-11-2021 te Uithoorn, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, - door een vuurwapen, althans een nepvuurwapen, te richten op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en - door hen hierbij de woorden toe te voegen: "ik schiet jullie allemaal kapot"; 2. hij op 28 november 2021 te Uithoorn, een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een gasdrukwapen, voorhanden heeft gehad; 3. hij op 28 november 2021 te Uithoorn, opzettelijk en wederrechtelijk een raam, dat aan [bedrijf] toebehoorde heeft vernield. Hetgeen onder 1, 2 en 3 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd. Het onder 2 bewezenverklaarde levert op: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. Het onder 3 bewezenverklaarde levert op: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straffen De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 2 en 3 bewezenverklaarde veroordeeld tot een geldboete van € 1.100,00 subsidiair 21 dagen hechtenis waarvan € 300,00 subsidiair 6 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 50 uren subsidiair 25 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaren. De raadsvrouw heeft verzocht tot oplegging van een straf die de duur van de voorlopige hechtenis niet te boven gaat, eventueel aangevuld met een voorwaardelijke straf en/of een taakstraf. Daartoe heeft zij aangevoerd dat de verdachte een first offender is, dat hij nadien niet meer in aanraking is gekomen met politie en justitie, dat hij nog altijd voor dezelfde werkgever werkt en vreest zijn baan te verliezen indien hij gedetineerd raakt, dat hij een bekend verblijfadres in Nederland heeft en dat de redelijke termijn in hoger beroep is overschreden. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging door een (nep)vuurwapen op de slachtoffers te richten en daarbij te zeggen: ‘Ik schiet jullie allemaal kapot’.
Volledig
ECLI:NL:GHAMS:2024:3753 text/xml public 2026-04-17T11:47:19 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2024-06-13 23-000932-22 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3753 text/html public 2026-04-17T11:44:50 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2024:3753 Gerechtshof Amsterdam , 13-06-2024 / 23-000932-22 Bedreiging. Voorhanden hebben van gasdrukwapen. Vernieling. Bewijsoverweging: verklaringen aangevers betrouwbaar. Persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Constatering van de overschrijding van de redelijke termijn. TS en vw GVS. afdeling strafrecht parketnummer: 23-000932-22 datum uitspraak: 13 juni 2024 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 22 maart 2022 in de strafzaak onder parketnummer 13-322846-21 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1992, ter terechtzitting in hoger beroep opgegeven adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 mei 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg. Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht. Tenlastelegging Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte tenlastegelegd dat: 1.hij in of omstreeks de periode 27-11-2021 t/m 28-11-2021 te Uithoorn, althans in Nederland, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, - door met een vuurwapen, althans een nepvuurwapen, althans een gasdrukwapen, te richten op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of - door hen (hierbij) de woorden toe te voegen: "ik schiet jullie allemaal kapot"; 2.hij op of omstreeks 28 november 2021 te Uithoorn, althans in Nederland, een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een gasdrukwapen, heeft vervoerd en/of voorhanden heeft gehad; 3.hij op of omstreeks 28 november 2021 te Uithoorn, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een raam, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Bewijsoverweging feit 1 De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte bij gebrek aan bewijs moet worden vrijgesproken van feit 1. Daartoe heeft zij – kort gezegd – aangevoerd dat de aangevers partners van elkaar zijn en hun verklaringen op elkaar afgestemd kunnen hebben. Daarom moeten hun verklaringen, die niet worden ondersteund door enig ander objectief bewijsmiddel, als onbetrouwbaar terzijde worden geschoven. Het hof is van oordeel dat de verklaringen van aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] elkaar inhoudelijk ondersteunen. De inhoud van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting geven geen aanleiding voor twijfel aan de betrouwbaarheid van die verklaringen. Naast het feit dat de aangevers onafhankelijk van elkaar tegenover de politie gedetailleerde en inhoudelijk met elkaar op de wezenlijke onderdelen overeenkomende verklaringen hebben afgelegd, hebben zij deze verklaringen ter terechtzitting in eerste aanleg – als getuigen gehoord – in de kern bevestigd. Dat sprake zou zijn van onderlinge afstemming van de verklaringen is niet aannemelijk. Het hof acht de verklaringen van de aangevers betrouwbaar en zal deze voor het bewijs gebruiken. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 tenlastegelegde bedreiging. Het verweer wordt verworpen. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1.hij op 28-11-2021 te Uithoorn, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, - door een vuurwapen, althans een nepvuurwapen, te richten op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en - door hen hierbij de woorden toe te voegen: "ik schiet jullie allemaal kapot"; 2.hij op 28 november 2021 te Uithoorn, een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een gasdrukwapen, voorhanden heeft gehad; 3.hij op 28 november 2021 te Uithoorn, opzettelijk en wederrechtelijk een raam, dat aan [bedrijf] toebehoorde heeft vernield. Hetgeen onder 1, 2 en 3 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd. Het onder 2 bewezenverklaarde levert op: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. Het onder 3 bewezenverklaarde levert op: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straffen De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 2 en 3 bewezenverklaarde veroordeeld tot een geldboete van € 1.100,00 subsidiair 21 dagen hechtenis waarvan € 300,00 subsidiair 6 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 50 uren subsidiair 25 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaren. De raadsvrouw heeft verzocht tot oplegging van een straf die de duur van de voorlopige hechtenis niet te boven gaat, eventueel aangevuld met een voorwaardelijke straf en/of een taakstraf. Daartoe heeft zij aangevoerd dat de verdachte een first offender is, dat hij nadien niet meer in aanraking is gekomen met politie en justitie, dat hij nog altijd voor dezelfde werkgever werkt en vreest zijn baan te verliezen indien hij gedetineerd raakt, dat hij een bekend verblijfadres in Nederland heeft en dat de redelijke termijn in hoger beroep is overschreden. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging door een (nep)vuurwapen op de slachtoffers te richten en daarbij te zeggen: ‘Ik schiet jullie allemaal kapot’.
Volledig
Door aldus te handelen heeft de verdachte de slachtoffers grote vrees aangejaagd. Dergelijk handelen draagt bovendien bij aan gevoelens van onveiligheid en onrust in de samenleving. Daarnaast heeft de verdachte een gasdrukwapen voorhanden gehad dat een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen. Een dergelijk wapen is geschikt voor afdreiging en kan leiden tot bedreigende situaties. Tot slot heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan vernieling van een raam. Door op deze wijze te handelen heeft de verdachte overlast en schade veroorzaakt en heeft hij er blijk van gegeven onvoldoende respect te hebben voor andermans eigendommen. Gelet op de ernst van feiten, in het bijzonder de bedreiging met het (nep)vuurwapen, en de straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd en die zijn weerslag hebben gevonden in de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) is in beginsel de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gerechtvaardigd. Met de advocaat-generaal en de raadsvrouw ziet het hof in de ter terechtzitting in hoger beroep naar voren gebrachte persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding om daarvan af te wijken. Het hof zal een gevangenisstraf in voorwaardelijke vorm opleggen. Daarmee wordt enerzijds de ernst van de feiten benadrukt en anderzijds wordt daarmee beoogd de verdachte ervan te weerhouden om zich in de toekomst opnieuw schuldig te maken aan strafbare feiten. Omdat daarmee gelet op de ernst van de feiten niet kan worden volstaan, zal tevens een taakstraf worden opgelegd. Het hof overweegt met betrekking tot het procesverloop in deze zaak het volgende. De verdachte is op 29 november 2021 in verzekering gesteld. De politierechter heeft op 22 maart 2022 vonnis gewezen. Op 4 april 2022 is door het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld. Het hof doet bij arrest van 13 juni 2024 einduitspraak. Wanneer de verdachte met het door het openbaar ministerie ingestelde hoger beroep bekend is geraakt, staat niet vast, zodat het hof niet kan vaststellen of de verdachte in de fase van het hoger beroep langer dan twee jaren onder de dreiging van een lopende strafvervolging heeft geleefd. Echter, ook indien ervan moet worden uitgegaan dat de verdachte (een aantal weken) meer dan twee jaar onder die dreiging heeft geleefd, zodat in hoger beroep sprake zou zijn van een beperkte overschrijding van de redelijke termijn, is het hof van oordeel dat, gelet op de aard van de op te leggen straffen – een taakstraf en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf – volstaan kan worden met de constatering van deze termijnoverschrijding. Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 63, 285 en 350 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden . Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 50 (vijftig) uren , indien niet naar behoren verricht te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis . Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L.M. van der Voet, mr. N. van der Wijngaart en mr. R. Kuiper, in tegenwoordigheid van mr. S.L.D. Vriend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 juni 2024. Mr. N. van der Wijngaart is buiten staat dit arrest te ondertekenen.
[…]
VOLLEDIG
=
[…]