Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-06-13
ECLI:NL:GHAMS:2024:3752
Strafrecht
Hoger beroep
4,059 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHAMS:2024:3752 text/xml public 2026-04-17T11:33:49 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2024-06-13 23-003183-23 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3752 text/html public 2026-04-17T11:31:57 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2024:3752 Gerechtshof Amsterdam , 13-06-2024 / 23-003183-23 Afpersing. Bewijsoverweging. GVS 4 mnd. afdeling strafrecht parketnummer: 23-003183-23 datum uitspraak: 13 juni 2024 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 29 november 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-258505-22 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 mei 2024. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 22 april 2022 te Amsterdam met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van 850 euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer] en/of een derde toebehoorde(n), door toen [slachtoffer] in de auto stapte, de deuren van de auto op slot te doen en tegen [slachtoffer] te zeggen dat hij hem kapot zou maken als hij niet geld naar hem zou overmaken, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering. Bewijsoverweging De raadsman heeft ter terechtzitting vrijspraak bepleit vanwege een gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. Daartoe heeft hij aangevoerd dat de verklaring van de aangever en de verklaring van de verdachte, inhoudende dat de geldbedragen zijn overgemaakt in ruil voor seksuele handelingen, recht tegenover elkaar staan en het dossier geen steunbewijs bevat. Het hof verwerpt het verweer en overweegt als volgt. Uit de aangifte volgt dat de aangever in de nacht van 22 april 2022 dronken op straat liep in Amsterdam. De verdachte bood de aangever aan om hem naar huis te brengen, waarna de aangever in de auto van de verdachte stapte, de verdachte de deuren van de auto op slot deed en tegen de aangever zei dat hij hem kapot zou maken als hij niet geld naar hem zou overmaken. De aangever heeft vervolgens op 22 april 2022 drie keer een geldbedrag overgemaakt naar de verdachte, te weten € 750,00, € 40,00 en € 60,00. Dat deze geldbedragen op 22 april 2022 zijn overgemaakt naar de bankrekening van de verdachte vindt bevestiging in de saldo- en transactiegegevens van de bankrekening van de verdachte. De verdachte heeft verklaard dat de aangever op die bewuste dag bij hem in de auto is gestapt en dat de aangever deze geldbedragen met zijn telefoon via de bank naar hem heeft overgemaakt. De verklaring van de verdachte dat hij dit geld heeft ontvangen wegens verrichte seksuele handelingen acht het hof niet geloofwaardig, gelet op de inhoud van de - eventueel in een aanvulling op dit arrest op te nemen - bewijsmiddelen en in het bijzonder gelet op de hoogte van de bedragen, het aantal transacties en het tijdsbestek tussen de transacties. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde afpersing. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 22 april 2022 te Amsterdam met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van 850 euro, die aan [slachtoffer] toebehoorde, door toen [slachtoffer] in de auto stapte, de deuren van de auto op slot te doen en tegen [slachtoffer] te zeggen dat hij hem kapot zou maken als hij niet geld naar hem zou overmaken. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezenverklaarde levert op: afpersing. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straf De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan afpersing. Nadat het slachtoffer bij hem in de auto stapte, deed hij de deuren van de auto op slot en zei hij tegen het slachtoffer dat het hij hem kapot zou maken als hij niet geld naar hem zou overmaken, waardoor het slachtoffer werd gedwongen tot afgifte van in totaal € 850,00. De verdachte heeft door aldus te handelen inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer en hem gevoelens van angst en onveiligheid bezorgd. De verdachte heeft zich kennelijk laten leiden door financieel gewin, zonder erbij stil te staan dat slachtoffers van delicten als het onderhavige in de regel nog geruime tijd lijden onder de psychische gevolgen van hetgeen hen is aangedaan. Feiten als het onderhavige brengen in de regel ook in de samenleving heftige gevoelens van angst en onveiligheid teweeg. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 6 mei 2024 is hij eerder ter zake van vermogensdelicten onherroepelijk veroordeeld, hetgeen in zijn nadeel weegt. Gelet op de aard en ernst van het feit in het licht van de genoemde recidive kan naar het oordeel van het hof niet worden volstaan met een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft het hof acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 63 en 317 van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden . Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N. van der Wijngaart, mr. M.L.M. van der Voet en mr. M. Jeltes, in tegenwoordigheid van mr. S.L.D.
Volledig
ECLI:NL:GHAMS:2024:3752 text/xml public 2026-04-17T11:33:49 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2024-06-13 23-003183-23 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:3752 text/html public 2026-04-17T11:31:57 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2024:3752 Gerechtshof Amsterdam , 13-06-2024 / 23-003183-23 Afpersing. Bewijsoverweging. GVS 4 mnd. afdeling strafrecht parketnummer: 23-003183-23 datum uitspraak: 13 juni 2024 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 29 november 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-258505-22 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 mei 2024. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 22 april 2022 te Amsterdam met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van 850 euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer] en/of een derde toebehoorde(n), door toen [slachtoffer] in de auto stapte, de deuren van de auto op slot te doen en tegen [slachtoffer] te zeggen dat hij hem kapot zou maken als hij niet geld naar hem zou overmaken, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering. Bewijsoverweging De raadsman heeft ter terechtzitting vrijspraak bepleit vanwege een gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. Daartoe heeft hij aangevoerd dat de verklaring van de aangever en de verklaring van de verdachte, inhoudende dat de geldbedragen zijn overgemaakt in ruil voor seksuele handelingen, recht tegenover elkaar staan en het dossier geen steunbewijs bevat. Het hof verwerpt het verweer en overweegt als volgt. Uit de aangifte volgt dat de aangever in de nacht van 22 april 2022 dronken op straat liep in Amsterdam. De verdachte bood de aangever aan om hem naar huis te brengen, waarna de aangever in de auto van de verdachte stapte, de verdachte de deuren van de auto op slot deed en tegen de aangever zei dat hij hem kapot zou maken als hij niet geld naar hem zou overmaken. De aangever heeft vervolgens op 22 april 2022 drie keer een geldbedrag overgemaakt naar de verdachte, te weten € 750,00, € 40,00 en € 60,00. Dat deze geldbedragen op 22 april 2022 zijn overgemaakt naar de bankrekening van de verdachte vindt bevestiging in de saldo- en transactiegegevens van de bankrekening van de verdachte. De verdachte heeft verklaard dat de aangever op die bewuste dag bij hem in de auto is gestapt en dat de aangever deze geldbedragen met zijn telefoon via de bank naar hem heeft overgemaakt. De verklaring van de verdachte dat hij dit geld heeft ontvangen wegens verrichte seksuele handelingen acht het hof niet geloofwaardig, gelet op de inhoud van de - eventueel in een aanvulling op dit arrest op te nemen - bewijsmiddelen en in het bijzonder gelet op de hoogte van de bedragen, het aantal transacties en het tijdsbestek tussen de transacties. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde afpersing. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 22 april 2022 te Amsterdam met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van 850 euro, die aan [slachtoffer] toebehoorde, door toen [slachtoffer] in de auto stapte, de deuren van de auto op slot te doen en tegen [slachtoffer] te zeggen dat hij hem kapot zou maken als hij niet geld naar hem zou overmaken. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezenverklaarde levert op: afpersing. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit. Oplegging van straf De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan afpersing. Nadat het slachtoffer bij hem in de auto stapte, deed hij de deuren van de auto op slot en zei hij tegen het slachtoffer dat het hij hem kapot zou maken als hij niet geld naar hem zou overmaken, waardoor het slachtoffer werd gedwongen tot afgifte van in totaal € 850,00. De verdachte heeft door aldus te handelen inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer en hem gevoelens van angst en onveiligheid bezorgd. De verdachte heeft zich kennelijk laten leiden door financieel gewin, zonder erbij stil te staan dat slachtoffers van delicten als het onderhavige in de regel nog geruime tijd lijden onder de psychische gevolgen van hetgeen hen is aangedaan. Feiten als het onderhavige brengen in de regel ook in de samenleving heftige gevoelens van angst en onveiligheid teweeg. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 6 mei 2024 is hij eerder ter zake van vermogensdelicten onherroepelijk veroordeeld, hetgeen in zijn nadeel weegt. Gelet op de aard en ernst van het feit in het licht van de genoemde recidive kan naar het oordeel van het hof niet worden volstaan met een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft het hof acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 63 en 317 van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden . Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N. van der Wijngaart, mr. M.L.M. van der Voet en mr. M. Jeltes, in tegenwoordigheid van mr. S.L.D.