Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-09-24
ECLI:NL:GHAMS:2024:3743
Civiel recht
Hoger beroep
3,926 tokens
Inleiding
proces-verbaal
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team 1
zaaknummers : 200.303.463/01, 200.303.469/01, 200.313.944/01, 200.330.192/01, 200.344.853/01
proces-verbaal van mondelinge beslissing
Proces-verbaal van de mondelinge beslissing genomen ter terechtzitting van de meervoudige burgerlijke kamer van het gerechtshof Amsterdam op dinsdag 24 september 2024 om 10:00 uur,
in de zaak met nummer 200.303.463/01 (tezamen met 200.303.469/01: de SCC-zaak)
de rechtspersonen naar buitenlands recht
1. VOLKSWAGEN AG,
gevestigd te Wolfsburg, Duitsland,
appellante, tevens geïntimeerde in incidenteel appel, advocaat: mr. M.H.C. Sinninghe Damsté te Amsterdam,
2 AUDI AG,
gevestigd te lngolstadt, Duitsland,
appellante, tevens geïntimeerde in incidenteel appel, advocaat mr. A. Knigge te Amsterdam,
3 SKODA AUTO A.S.,
gevestigd te Mlada Boleslav, Tsjechië,
appellante, tevens geïntimeerde in incidenteel appel, advocaat: mr. M.H.C. Sinninghe Damsté te Amsterdam,
4 SEAT S.A.,
gevestigd te Martorell, Spanje,
appellante, tevens geïntimeerde in incidenteel appel, advocaat: mr. M.H.C. Sinninghe Damsté te Amsterdam,
tegen
STICHTING CAR CLAIM,
gevestigd te Rotterdam,
geïntimeerde, tevens appellante in incidenteel appel,
advocaat: mr. P. Haas, advocaat te Rotterdam,
en in de zaak met nummer 200.303.469/01 (tezamen met 200.303.463/01: de SCC-zaak)
1t/m 59. VAN DEN BRUG B.V. (voorheen: AUTOLAND VAN DEN BRUG B.V.) c.s.,
gevestigd te diverse plaatsen,
appellanten, tevens geïntimeerden in incidenteel appel,
advocaat: mr. J. de Rooij te Amsterdam (voorheen mr. M.W.E. Evers),
tegen
STICHTING CAR CLAIM,
gevestigd te Rotterdam,
geïntimeerde, tevens appellante in incidenteel appel, advocaat: mr. P. Haas, advocaat te Rotterdam,
en in de zaak met nummer 200.313.944/01 (de SDEJ-zaak)
STICHTING DIESEL EMISSIONS JUSTICE,
gevestigd te Amsterdam,
appellante, tevens geïntimeerde in incidenteel appel, advocaat: mr. Q.L.C.M. Bongaerts te Amsterdam,
tegen
de rechtspersonen naar buitenlands recht
1. VOLKSWAGEN AG,
gevestigd te Wolfsburg, Duitsland,
geïntimeerde, tevens appellante in incidenteel appel, advocaat: mr. M.H.C. Sinninghe Damsté te Amsterdam,
2AUDI AG,
gevestigd te lngolstadt, Duitsland,
geïntimeerde, tevens appellante in incidenteel appel, advocaat mr. A. Knigge te Amsterdam,
3DR. ING. H.C.F. PORSCHE AG,
gevestigd te Stuttgart, Duitsland,
geïntimeerde, tevens appellante in incidenteel appel, advocaat mr. W. Heemskerk te 's-Gravenhage,
4SKODA AUTO A.S.,
gevestigd te Mlada Boleslav, Tsjechië, geïntimeerde, tevens appellante in incidenteel appel,
advocaat: mr. M.H.C. Sinninghe Damsté te Amsterdam,
5SEAT S.A.,
gevestigd te Martorell, Spanje,
geïntimeerde, tevens appellante in incidenteel appel, advocaat: mr. M.H.C. Sinninghe Damsté te Amsterdam,
6. vervallen (hof: zaak tegen Robert Bosch GmbH is doorgehaald),
7PON'S AUTOMOBIELHANDEL B.V.,
gevestigd te Leusden, geïntimeerde,
advocaat: mr. T.M. Sweerts te Amsterdam,
8t/m 67. VAN DEN BRUG B.V. (voorheen: AUTOLAND VAN DEN BRUG B.V.) c.s.
gevestigd te diverse plaatsen, geïntimeerden,
advocaat: mr. J. de Rooij te Amsterdam (voorheen mr. M.W.E. Evers),
en in de zaken met nummers 200.330.192/01 en 200.344.853/01 (tezamen: de VGDES-zaak)
de rechtspersoon naar buitenlands recht
VOLKSWAGEN AG,
gevestigd te Wolfsburg, Duitsland,
appellante, tevens geïntimeerde in incidenteel appel, advocaat: mr. M.H.C. Sinninghe Damsté te Amsterdam,
tegen
VOLKSWAGEN GROUP DIESEL EFFICIENCY STICHTING,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerde, tevens appellante in incidenteel appel, advocaat: mr. J.H. Lemstra, advocaat te Amsterdam.
Volkswagen AG, Audi AG, Skoda Auto A.S., Seat S.A. en Dr. Ing. H.C.F. Porsche AG worden hierna afzonderlijk Volkswagen, Audi, Skoda, Seat en Porsche, en tezamen de Autofabrikanten genoemd. Volkswagen, Audi, Skoda en Seat worden tezamen Volkswagen c.s. genoemd. Van den Brug c.s. worden hierna de Dealers genoemd. Pon’s Automobielhandel B.V. wordt hierna Pon genoemd. De stichtingen worden hierna afzonderlijk SCC, SDEJ en VGDES en tezamen de Stichtingen genoemd.
Tegenwoordig zijn:
mr. L. Alwin
mr. J.W. Hoekzema mr. J.F. Aalders
mr. M.A. Kloppenburg
- voorzitter
- raadsheer
- raadsheer
- griffier
Verschenen zijn:
aan de zijde van SCC:
- [naam 1] , voorzitter,
- mr. Haas voornoemd,
- mr. J. Kleywegt, advocaat te Rotterdam,
- mr. A. Reznitchenko, advocaat te Rotterdam,
aan de zijde van SDEJ:
- [naam 2] , bestuurder,
- [naam 3] , bestuurder,
- mr. Bongaerts voornoemd,
- mr. J.D. Edixhoven, advocaat te Amsterdam,
- mr. J. Breukink, advocaat te Amsterdam,
- [naam 4] , namens Litigo B.V.,
- [naam 5] , namens CJN/Milberg, procesfinancier,
aan de zijde van VGDES:
- [naam 6] , voorzitter,
- [naam 7] , lid raad van toezicht,
- mr. Lemstra voornoemd,
- mr. M. Hijnen, advocaat te Amsterdam,
- mr. T. Korvinus, advocaat te Amsterdam,
- [naam 8] , Lieff Cabraser, vertegenwoordiger van de procesfinanciers,
- [naam 9] , Lieff Cabraser, vertegenwoordiger van de procesfinanciers,
aan de zijde van Volkswagen:
- [naam 10] , Chief Legal Officer,
- [naam 11] , Legal Counsel,
- mr. Sinninghe Damsté voornoemd,
- mr. J.D. Drok, advocaat te Amsterdam,
- mr. G. Hasami, advocaat te Amsterdam,
- mr. C.O. Hoekstra, advocaat te Amsterdam,
aan de zijde van Audi:
- mr. P. Sluijter, advocaat te Rotterdam,
- mr. I.J.F. Wijnberg, advocaat te Amsterdam,
- mr. S.H.J. de Bruijn, advocaat te Amsterdam,
aan de zijde van Porsche:
- mr. Heemskerk voornoemd,
- mr. R. Dufour, advocaat te 's-Gravenhage,
- mr. A. Muhammad, advocaat te 's-Gravenhage,
aan de zijde van Pon:
- [naam 12] , Director Legal, Compliance & Privacy,
- mr. Sweerts voornoemd,
- mr. M.E. Bulten, advocaat te Amsterdam,
- mr. F.J. Smeets, advocaat te Amsterdam,
.1an de zijde van de Dealers:
- [naam 13] , Dealercouncil Nederland Volkswagen/Audi/Seat/Skoda,
- mr. De Rooij voornoemd,
- mr. G.N.
Dictum
i. het hof beveelt dat de gehele behandeling ter zitting achter gesloten deuren plaatsvindt met toelating van de in dit proces-verbaal genoemde personen,
ii. het hof bepaalt dat het naast partijen al deze genoemde personen verboden is om aan derden mededelingen te doen omtrent het verhandelde ter zitting en dat dit verbod mede ziet op de integrale inhoud van de in dit proces-verbaal vermelde stukken die het hof voorafgaand aan de zitting heeft ontvangen en de inhoud van het proces-verbaal dat van het verhandelde ter zitting met gesloten deuren is opgemaakt,
iii. het hof bepaalt dat het de in dit proces-verbaal genoemde personen verboden is om mededelingen te doen over het in de beslissing tot het gelasten van deze mondelinge behandeling vervatte doel van deze zitting. Dit verbod geldt gedurende onderhandelingen van partijen over een schikking en totdat het hof het opheft,
iv. voornoemde mededelingenverboden gelden niet met betrekking tot het doen van mededelingen aan de personen die zijn genoemd in de aangehechte lijst en de
personen die in het kader van een mediation worden uitgezonderd op basis van een gezamenlijke afspraak van alle bij de mediation betrokken partijen, met dien verstande dat de betreffende personen, na mededelingen aan hen, eveneens aan de mededelingenverboden zijn gebonden,
v. deze beslissing wordt niet gepubliceerd zolang het mededelingenverbod van kracht
is.
De zitting wordt voortgezet achter gesloten deuren. Van het deel van de zitting met gesloten deuren is een afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.
De voorzitter sluit de zitting.
Waarvan proces-verbaal, opgemaakt buiten aanwezigheid van partijen, dat is ondertekend door de voorzitter en de griffier.
l
griffier voorzitter
Inleiding
Creijghton, advocaat te Amsterdam,
tevens zijn twee tolken aanwezig:
- [naam 14] , Wbtv-nummer 439,
- [naam 15] , Wbtv-nummer 2253.
De voorzitter opent de zitting en stelt vast dat partijen voorafgaand aan deze zitting de volgende, op 10 september 2024 door het hof ontvangen, stukken hebben toegezonden:
in de SDEJ-zaak:
- akte ten behoeve van de schikkingsonderhandelingen, met een productie, van SDEJ,
- de brief van 10 september 2024 van Pon,
in de SCC-zaak en de VGDES-zaak:
- de akte uitlaten regiezitting van SCC en VGDES,
in de SDEJ-zaak en de SCC-zaak:
- de akte van de Dealers die partij zijn in deze zaken,
in de SDEJ-zaak, de SCC-zaak en de VGDES-zaak:
- de brief van 10 september 2024 van de Autofabrikanten.
Partijen lichten hun standpunten toe met betrekking tot het door de Autofabrikanten ingediende verzoek tot behandeling van de zaak achter gesloten deuren, mr. Bongaerts aan de hand van pleitaantekeningen die aan het hof zijn overgelegd.
De voorzitter schorst de behandeling. Na hervatting deelt de voorzitter de beslissing van het hof en de motivering daartoe mede. Deze luidt, na aanvulling naar aanleiding van het verdere ter zitting gevoerde partijdebat, als volgt.
1. De Autofabrikanten verzoeken behandeling achter gesloten deuren. Pon en de Dealers ondersteunen dit verzoek. SDEJ verzet zich tegen toewijzing van dit verzoek. SCC en VGDES refereren zich aan het oordeel van het hof.
2. Het verzoek om sluiting van de deuren strekt ertoe een uitzondering te maken op het fundamentele beginsel van openbaarheid van de zitting dat is neergelegd in de artt. 6 EVRM, 121 Grondwet, 4 RO en 27 Rv. Art. 27 Rv noemt limitatief een aantal uitzonderingsgronden. Openbaarheid heeft als doel om partijen te beschermen tegen een geheime rechtsgang zonder publieke controle. Daarnaast kan openbaarheid bijdragen aan het vertrouwen in de rechtspraak. Door de rechtsgang zichtbaar te maken draagt openbaarheid bij aan een eerlijk proces, een van de fundamentele beginselen van een democratische samenleving. In deze collectieve actie kan deze openbaarheid tevens bijdragen aan het informeren van de achterban.
Dit is geen reguliere civiele zitting waar, met toepassing van hoor en wederhoor, een uitwisseling van standpunten van partijen plaatsvindt die uitmondt in een beslissing op de vorderingen. Het uitsluitende doel van deze zitting is een verkennend gesprek te voeren over de mogelijkheid van een schikking. Deze doelstelling vergt dat partijen los van hun in de procedures ingenomen standpunten open en onbevangen met elkaar moeten kunnen spreken over hun positie, een eventuele schikking en de daarvoor mogelijk relevante bedrijfsvertrouwelijke gegevens. De belangen van de persoonlijke levenssfeer van partijen worden beschermd als de deuren worden gesloten.
Bij de afweging van de betrokken belangen is het hof van oordeel dat gezien de doelstelling van deze zitting minder gewicht toekomt aan de met openbaarheid gediende belangen dan het geval is bij een zitting gericht op het nemen van een beslissing op de vorderingen. Ook vergen de met art. 6 EVRM gediende belangen niet dat het verkennende gesprek met partijen over de mogelijkheid van een schikking in het openbaar plaatsvindt.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de belangen van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen eisen dat de deuren volledig gesloten worden, met toelating van de in dit proces-verbaal genoemde personen. Dat zijn alle van tevoren opgegeven mensen, waaronder de vertegenwoordigers van de procesfinanciers van SDEJ,
aangevuld met de twee verschenen vertegenwoordigers van de procesfinanciers van VGDES.
3. Deze beslissing betekent dat alleen de in dit proces-verbaal genoemde personen de zitting mogen bijwonen. Op grond van art. 28 lid I sub a Rv is het aan partijen verboden aan derden mededelingen te doen omtrent het verhandelde op een zitting met gesloten deuren. Het hof bepaalt dat dit mededelingenverbod geldt voor alle in dit proces-verbaal genoemde personen. Tijdens de zitting zullen de voorafgaand aan deze zitting toegezonden stukken, die vermeld zijn in dit proces-verbaal, worden besproken. De integrale inhoud van deze stukken valt daarmee onder dit mededelingenverbod. Dit verbod geldt tevens voor de inhoud van het proces-verbaal dat is opgemaakt van het verhandelde achter gesloten deuren.
4. Het hof bepaalt dat het de in dit proces-verbaal genoemde personen voorts verboden is om mededelingen te doen over het in de beslissing om deze mondelinge behandeling vervatte doel van deze zitting. Dit verbod geldt gedurende de onderhandelingen van partijen over een schikking en totdat het hof dit verbod opheft.
Dat betekent dat de achterban van de Stichtingen niet mag worden geïnformeerd over het doel van deze zitting gedurende de duur van de zitting. Geheimhouding dient ook op dit punt zwaarder te wegen dan het belang bij het doen van mededelingen, zolang dit verbod geldt.
5. Deze beslissing wordt niet gepubliceerd zolang het onder 4. bedoelde mededelingenverbod ten aanzien van het doel van de zitting van kracht is.
6. De hiervoor uitgesproken mededelingenverboden gelden niet voor mededelingen over het verhandelde ter zitting achter gesloten deuren en het doel van deze zitting aan de personen die zijn genoemd op de aan dit proces-verbaal aangehechte lijst. De Autofabrikanten mogen meteen na de zitting de betrokken managementteams informeren over het verhandelde ter zitting. Dat geldt ook voor de Stichtingen voor zover zij mededelingen doen aan hun besturen en vertegenwoordigers van procesfinanciers. Het hof gaat ervan uit dat de namen van deze personen zijn vermeld op voornoemde lijst.
7. Het hof bepaalt dat in het kader van een mediation personen kunnen worden uitgezonderd van de hiervoor uitgesproken mededelingenverboden op basis van een gezamenlijke afspraak van alle bij de mediation betrokken partijen.