Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-10-24
ECLI:NL:GHAMS:2024:3730
Strafrecht
Hoger beroep
2,906 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000622-24
datum uitspraak: 24 oktober 2024
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 29 februari 2024 in de strafzaak onder de parketnummers 13-005435-24 en 13-220680-23 (TUL) tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1968,
(post)adres: [adres 1] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 oktober 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de opgelegde straf en de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging - in zoverre zal het vonnis worden vernietigd - en met dien verstande dat het hof de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen aanvult, welke aanvulling bij dit arrest zal worden gevoegd indien beroep in cassatie wordt ingesteld.
Oplegging van straf
De politierechter heeft de verdachte veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 20 uren, subsidiair 10 dagen hechtenis.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 20 uren, subsidiair 10 dagen hechtenis. Daarbij heeft zij gevorderd dat de verdachte zich gedurende de proeftijd moet houden aan de bijzondere voorwaarden, zoals deze door de reclassering zijn geadviseerd, en heeft daarvan de dadelijke uitvoerbaarheid gevorderd.
De raadsvrouw heeft het hof verzocht de eis van de advocaat-generaal te volgen.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de bedreiging van een medewerker van HVO Querido. Bedreiging is een ernstig feit dat bij de slachtoffers gevoelens van angst en onveiligheid veroorzaakt. Het hof acht de bedreiging des te kwalijker nu het slachtoffer een hulpverlener was die werkte in de maatschappelijke opvang waarvan ook de verdachte gebruik maakte.
Het hof houdt rekening met het over de verdachte uitgebrachte rapport van Reclassering Nederland van 22 oktober 2024. De reclassering adviseert om aan de verdachte als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandelverplichting, begeleid wonen of maatschappelijke opvang en een andere voorwaarde het gedrag betreffende - te weten: dagbesteding - op te leggen in het kader van een (gedeeltelijk) voorwaardelijke straf.
Het hof acht het - met de advocaat-generaal, de verdediging en de reclassering – van groot belang dat de verdachte wordt behandeld voor zijn verslaving aan alcohol en zijn psychische problematiek, teneinde het risico op recidive terug te dringen. Uit het reclasseringsrapport en het verhandelde ter terechtzitting is naar voren gekomen dat de verdachte op 18 oktober 2024 is opgenomen bij Jellinek kliniek in het kader van detoxificatie. Er moet zo snel mogelijk een juridisch kader in de vorm van een rechterlijke beslissing komen om het vervolgtraject in gang te kunnen zetten. De verdachte is gemotiveerd voor de behandeling, zo heeft hij ook zelf ter terechtzitting kenbaar gemaakt, en bereid zich aan alle geadviseerde voorwaarden te houden. Een eerder toezicht, langer geleden, is ook naar behoren verlopen. Nu het belang van de geadviseerde voorwaarden buiten kijf staat en er geen reden is om te twijfelen aan de motivatie van de verdachte om zijn leven een andere wending te geven, zal het hof de eis van de advocaat-generaal volgen.
Het hof is van oordeel dat de te stellen bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar dienen te worden verklaard. Er zijn grote zorgen over de alcohol- en psychische problematiek van de verdachte. Er moet ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte, indien hij van behandeling en begeleiding verstoken blijft, wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke taakstraf van na te melden duur en met na te melden, dadelijk uitvoerbare bijzondere voorwaarden passend en geboden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 285 van het Wetboek van Strafrecht.
Vordering tenuitvoerlegging
Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 21 december 2023 opgelegde voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 20 uren. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting gevorderd dat het hof de vordering toewijst.
De raadsvrouw heeft het hof ter terechtzitting verzocht de vordering niet toe te wijzen.
Gebleken is dat de verdachte zich voor het eind van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt. In het licht van het hiervoor overwogene, acht het hof het echter van belang dat de behandeling en begeleiding van de verdachte nu voorop staat en tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf daarmee niet kan conflicteren.
Het hof ziet daarin aanleiding om de vastgestelde proeftijd met 1 (één) jaar te verlengen.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 20 (twintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarden:
Meldplicht bij de reclassering
De verdachte meldt zich binnen vijf dagen na het ingaan van de proeftijd bij Reclassering Inforsa op het adres [adres 2] . Hij blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
Beveelt dat voormelde voorwaarde en het uit te oefenen reclasseringstoezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
Ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname)
De verdachte laat zich behandelen door Jellinek of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.
Bij een terugval in middelengebruik of verslechtering van het psychiatrische ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal de verdachte zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt.
Beveelt dat voormelde voorwaarde en het uit te oefenen reclasseringstoezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
Begeleid wonen of maatschappelijke opvang
De verdachte verblijft bij het Leger des Heils of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start na aanmelding. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.
Beveelt dat voormelde voorwaarde en het uit te oefenen reclasseringstoezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
Dagbesteding
De verdachte spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur.
Beveelt dat voormelde voorwaarde en het uit te oefenen reclasseringstoezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
Toezicht
Geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
Verlengt de proeftijd als vermeld in het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 21 december 2023 met parketnummer 13-220680-23, met een termijn van 1 (één) jaar.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. Stalenhoef, mr. W.S. Ludwig en mr. R.A.J. Hübel, in tegenwoordigheid van
mr. A.C. Vermeijden, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 24 oktober 2024.
De mrs. Ludwig en Hübel zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.