Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-12-24
ECLI:NL:GHAMS:2024:3599
Strafrecht
Hoger beroep
909 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001584-24
datum uitspraak: 24 december 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 8 juli 2024 in de strafzaak onder parketnummer 15-278195-23 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1978,
thans gedetineerd in [detentieadres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 10 december 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren met aftrek van voorarrest en dat het in beslag genomen geldbedrag wordt verbeurd verklaard.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof de gronden met betrekking tot het beslag verbetert, zoals in het navolgende weergegeven. Hetgeen de getuigen ter terechtzitting in hoger beroep hebben verklaard, leidt niet tot een andere selectie van bewijsmiddelen.
Beslag
Met de rechtbank is het hof van oordeel dat het in beslag genomen geldbedrag van in totaal € 11.900,00 dient te worden verbeurd verklaard, nu aan alle wettelijke vereisten hiervoor is voldaan. Niet alleen is er sprake van een veroordeling ter zake van een strafbaar feit. Daarnaast geldt dat het geldbedrag aan de verdachte toebehoort. Het geld is namelijk onder de verdachte in beslag genomen en de verdachte heeft verklaard dat het geld van hem is. Tenslotte is het geldbedrag ook vatbaar voor verbeurdverklaring. Uit de inhoud van het dossier – en in het bijzonder uit de gesprekken op de aan de verdachte toe te schrijven telefoons – blijkt dat de verdachte zich ook al de dagen voor de bewezenverklaarde uitvoer op 18 september 2023 bezighield met de handel in, dan wel uitvoer van verdovende middelen. In die gesprekken wordt ook gesproken over geld. Het is daarnaast een feit van algemene bekendheid dat met de handel in verdovende middelen grote contante geldbedragen gemoeid zijn. Naar het oordeel van het hof kan daarom worden aangenomen dat er voldoende verband is tussen het in beslag genomen contante geldbedrag en de baten die de verdachte heeft verkregen uit de uitvoer van verdovende middelen. Om die reden wordt het bedrag dan ook verbeurd verklaard.
Dictum
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.F.E. Geerlings, mr. A.M.P. Geelhoed en mr. A.W.T. Klappe, in tegenwoordigheid van mr. I.A. de Bruijne, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 24 december 2024.
=
===
[…]