Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-11-08
ECLI:NL:GHAMS:2024:3415
Civiel recht; Ondernemingsrecht
Eerste aanleg - meervoudig
16,604 tokens
Inleiding
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.343.075/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 8 november 2024
inzake
[verzoeker]
,
wonende te [plaats] ,
VERZOEKER,
advocaat: mr. S.M. Marges, kantoorhoudende te Utrecht,
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PHOEN’X HOLDING B.V.,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PHOEN’X ENERGY B.V.,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PHOEN’X INVESTMENTS B.V.,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PHOEN’X ESTATE CONCEPTS B.V.,
alle gevestigd te Garderen,
VERWEERSTERS,
advocaten: mr. M.N. van Dam en mr. W.K. de Pree, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
[belanghebbende]
,
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaten: mr. M.N. van Dam en mr. W.K. de Pree, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:
verzoeker als [verzoeker] ;
verweersters ieder afzonderlijk als Phoen’x Holding, Phoen’x Energy, Phoen’x Investments en Phoen’x Estate Concepts en gezamenlijk als Phoen’x c.s.;
belanghebbende als [belanghebbende] .
1Het verloop van het geding
1.1
[verzoeker] heeft bij verzoekschrift van 2 juli 2024 de Ondernemingskamer verzocht, samengevat,
een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Phoen’x c.s. over de periode vanaf 1 januari 2021;
als onmiddellijke voorzieningen voor de duur van de procedure
a. [belanghebbende] te schorsen als bestuurder van Phoen’x Holding en Phoen’x Energy en [verzoeker] te benoemen tot enig bestuurder van deze vennootschappen;
b. of een andere voorziening te treffen die de Ondernemingskamer juist acht.
1.2
Phoen’x c.s. hebben bij verweerschrift van 19 september 2024 de Ondernemingskamer verzocht het verzoek van [verzoeker] af te wijzen en [verzoeker] te veroordelen in de kosten van de procedure.
1.3
Het verzoek is behandeld op de zitting van de Ondernemingskamer van 10 oktober 2024. De advocaten hebben toen de standpunten van de verschillende partijen toegelicht aan de hand van overgelegde aantekeningen en onder overlegging van tevoren toegestuurde nadere producties. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt.
2Inleiding en feiten
2.1
[verzoeker] en [belanghebbende] zijn ex-echtgenoten. Zij zijn in 2013 in gemeenschap van goederen gehuwd. Bij beschikking van de rechtbank Gelderland van 19 juni 2024 is de echtscheiding tussen hen uitgesproken. Verdeling van hun huwelijksgoederengemeenschap heeft nog niet plaatsgevonden, daarover loopt nog een procedure bij de rechtbank Gelderland.
2.2
Phoen’x Holding is op 24 februari 2014 opgericht. [verzoeker] en [belanghebbende] houden elk 50% van de aandelen in Phoen’x Holding. Phoen’x Holding houdt 100% van de aandelen in Phoen’x Investments (opgericht op 24 december 2014). Phoen’x Investments houdt 100% van de aandelen in Phoen’x Estate Concepts (opgericht op 14 november 2014) en Phoen’x Energy (opgericht op 29 januari 2020). [belanghebbende] en [verzoeker] vormden tot 8 december 2023 samen het bestuur van Phoen’x Holding en Phoen’x Energy. Vanaf die datum is [belanghebbende] enig bestuurder van deze vennootschappen. Phoen’x Holding is de bestuurder van Phoen’x Investments, die op haar beurt bestuurder is van Phoen’x Estate Concepts.
2.3
Phoen’x c.s. verrichten activiteiten met betrekking tot de aan-, verkoop en beheer van vastgoed. Phoen’x Holding houdt zich bezig met het bestuur van de groep en met de administratieve kant van de verhuur van de (thans 12) appartementen te Doetinchem die eigendom zijn van Phoen’x Investments. Phoen’x Energy genereert inkomsten uit de levering van warmte- en energievoorzieningen aan de appartementen van Phoen’x Investments via een zelf ontwikkeld energiesysteem. Phoen’x Estate Concepts deed aan projectontwikkeling, maar haar activiteiten zijn gestaakt.
2.4
Bij overeenkomst van 10 december 2018 heeft J.H.N. [verzoeker] B.V. (hierna: JHN), een persoonlijke holdingvennootschap van de moeder van [verzoeker] , een geldlening ten bedrage van € 2.250.000,- verstrekt aan Phoen’x Investments.
2.5
In februari 2019 hebben [belanghebbende] en [verzoeker] een woning gekocht te Garderen. Ter financiering van de koopprijs van deze woning hebben zij een bedrag van € 1.750.000,- geleend van Phoen’x Holding (hierna ook aangeduid als: de lening eigen woning).
2.6
Bij overeenkomst van 11 augustus 2020 is de door JHN verstrekte geldlening (zie 2.4), die op dat moment deels was afgelost, opnieuw vastgelegd, nu voor een hoofdsom van € 1.500.000. In art. 11 van deze overeenkomst is bepaald dat [belanghebbende] en [verzoeker] , naast Phoen’x Holding, hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de juiste nakoming van de uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen.
2.7
Op 1 juli 2020 hebben [belanghebbende] en [verzoeker] een lening afgesloten bij ABN AMRO Bank N.V. (hierna: ABN AMRO) ten bedrage van € 1.500.000. Dit bedrag is onder meer gebruikt om de lening eigen woning (zie 2.5) deels af te lossen.
2.8
Begin 2020 werd [verzoeker] getroffen door een streptokokkeninfectie. In de loop van 2020 kregen [belanghebbende] en [verzoeker] huwelijksproblemen. Nadat het even beter leek te gaan tussen [belanghebbende] en [verzoeker] verslechterde de verhouding weer in de loop van 2021.
2.9
Op 25 november 2021 is van de bankrekening van Phoen’x Investments een bedrag van
€ 58.000,- overgemaakt naar de bankrekening van JHN ter aflossing van een lening die Umas Investments B.V. (hierna: Umas) had afgesloten bij JHN. Umas is een vennootschap waarvan [belanghebbende] (indirect) enig aandeelhouder en bestuurder is.
2.10
Bij brief van 23 mei 2023 heeft [belanghebbende] – samengevat – aan [verzoeker] bericht dat het niet lukt om tot afspraken te komen, dat een aantal zaken moet worden geregeld, dat zij een aandeelhoudersvergadering bijeen wil roepen om de jaarrekeningen over 2021 en 2022 vast te stellen, en om te spreken over de aflossing van de lening van JHN, werkafspraken op de korte termijn en oplossingen voor de lange termijn. Zij stelde onder meer voor om tijdelijk, bijvoorbeeld voor een periode van 1,5 jaar, enig bestuurder van Phoen’x c.s. te worden. [verzoeker] heeft op deze brief niet gereageerd.
2.11
Vanaf medio 2023 heeft [verzoeker] zich wat betreft financiële zaken laten bijstaan door R. Tahrawi (hierna: Tahrawi) van De Zorgaccountants. De Zorgaccountants is tevens financieel adviseur van JHN. De externe financieel adviseur van Phoen’x c.s. is [A] (hierna: [A] ) van Total in Support. [A] is tevens financieel adviseur van Umas.
2.12
Bij beschikking van 8 juni 2023 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland bepaald dat [belanghebbende] bij uitsluiting gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning te Garderen en dat [verzoeker] deze woning moet verlaten.
Conclusie
3.12
De slotsom luidt dat het verzoek van [verzoeker] tot het gelasten van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Phoen’x c.s. zal worden afgewezen. Voor het treffen van onmiddellijke voorzieningen bij Phoen’x Holding en Phoen’x Energy is dan geen plaats.
3.13
De Ondernemingskamer ziet geen aanleiding een van de partijen te veroordelen in de kosten van de procedure. Voor een veroordeling van [verzoeker] in de werkelijke proceskosten, zoals door Phoen’x c.s. is verzocht, acht de Ondernemingskamer geen grond aanwezig.
Dictum
De Ondernemingskamer:
wijst de verzoeken van [verzoeker] af.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.A.H. Melissen, voorzitter, mr. C.C. Meijer, mr. A.W.H. Vink, raadsheren, en prof. drs. E. Eeftink RA en drs. V. Moolenaar, raden, in tegenwoordigheid van mr. J.K.G. Meijer, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. W.A.H. Melissen op 8 november 2024.
Inleiding
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.343.075/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 8 november 2024
inzake
[verzoeker]
,
wonende te [plaats] ,
VERZOEKER,
advocaat: mr. S.M. Marges, kantoorhoudende te Utrecht,
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PHOEN’X HOLDING B.V.,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PHOEN’X ENERGY B.V.,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PHOEN’X INVESTMENTS B.V.,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PHOEN’X ESTATE CONCEPTS B.V.,
alle gevestigd te Garderen,
VERWEERSTERS,
advocaten: mr. M.N. van Dam en mr. W.K. de Pree, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
[belanghebbende]
,
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaten: mr. M.N. van Dam en mr. W.K. de Pree, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:
verzoeker als [verzoeker] ;
verweersters ieder afzonderlijk als Phoen’x Holding, Phoen’x Energy, Phoen’x Investments en Phoen’x Estate Concepts en gezamenlijk als Phoen’x c.s.;
belanghebbende als [belanghebbende] .
1Het verloop van het geding
1.1
[verzoeker] heeft bij verzoekschrift van 2 juli 2024 de Ondernemingskamer verzocht, samengevat,
een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Phoen’x c.s. over de periode vanaf 1 januari 2021;
als onmiddellijke voorzieningen voor de duur van de procedure
a. [belanghebbende] te schorsen als bestuurder van Phoen’x Holding en Phoen’x Energy en [verzoeker] te benoemen tot enig bestuurder van deze vennootschappen;
b. of een andere voorziening te treffen die de Ondernemingskamer juist acht.
1.2
Phoen’x c.s. hebben bij verweerschrift van 19 september 2024 de Ondernemingskamer verzocht het verzoek van [verzoeker] af te wijzen en [verzoeker] te veroordelen in de kosten van de procedure.
1.3
Het verzoek is behandeld op de zitting van de Ondernemingskamer van 10 oktober 2024. De advocaten hebben toen de standpunten van de verschillende partijen toegelicht aan de hand van overgelegde aantekeningen en onder overlegging van tevoren toegestuurde nadere producties. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt.
2Inleiding en feiten
2.1
[verzoeker] en [belanghebbende] zijn ex-echtgenoten. Zij zijn in 2013 in gemeenschap van goederen gehuwd. Bij beschikking van de rechtbank Gelderland van 19 juni 2024 is de echtscheiding tussen hen uitgesproken. Verdeling van hun huwelijksgoederengemeenschap heeft nog niet plaatsgevonden, daarover loopt nog een procedure bij de rechtbank Gelderland.
2.2
Phoen’x Holding is op 24 februari 2014 opgericht. [verzoeker] en [belanghebbende] houden elk 50% van de aandelen in Phoen’x Holding. Phoen’x Holding houdt 100% van de aandelen in Phoen’x Investments (opgericht op 24 december 2014). Phoen’x Investments houdt 100% van de aandelen in Phoen’x Estate Concepts (opgericht op 14 november 2014) en Phoen’x Energy (opgericht op 29 januari 2020). [belanghebbende] en [verzoeker] vormden tot 8 december 2023 samen het bestuur van Phoen’x Holding en Phoen’x Energy. Vanaf die datum is [belanghebbende] enig bestuurder van deze vennootschappen. Phoen’x Holding is de bestuurder van Phoen’x Investments, die op haar beurt bestuurder is van Phoen’x Estate Concepts.
2.3
Phoen’x c.s. verrichten activiteiten met betrekking tot de aan-, verkoop en beheer van vastgoed. Phoen’x Holding houdt zich bezig met het bestuur van de groep en met de administratieve kant van de verhuur van de (thans 12) appartementen te Doetinchem die eigendom zijn van Phoen’x Investments. Phoen’x Energy genereert inkomsten uit de levering van warmte- en energievoorzieningen aan de appartementen van Phoen’x Investments via een zelf ontwikkeld energiesysteem. Phoen’x Estate Concepts deed aan projectontwikkeling, maar haar activiteiten zijn gestaakt.
2.4
Bij overeenkomst van 10 december 2018 heeft J.H.N. [verzoeker] B.V. (hierna: JHN), een persoonlijke holdingvennootschap van de moeder van [verzoeker] , een geldlening ten bedrage van € 2.250.000,- verstrekt aan Phoen’x Investments.
2.5
In februari 2019 hebben [belanghebbende] en [verzoeker] een woning gekocht te Garderen. Ter financiering van de koopprijs van deze woning hebben zij een bedrag van € 1.750.000,- geleend van Phoen’x Holding (hierna ook aangeduid als: de lening eigen woning).
2.6
Bij overeenkomst van 11 augustus 2020 is de door JHN verstrekte geldlening (zie 2.4), die op dat moment deels was afgelost, opnieuw vastgelegd, nu voor een hoofdsom van € 1.500.000. In art. 11 van deze overeenkomst is bepaald dat [belanghebbende] en [verzoeker] , naast Phoen’x Holding, hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de juiste nakoming van de uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen.
2.7
Op 1 juli 2020 hebben [belanghebbende] en [verzoeker] een lening afgesloten bij ABN AMRO Bank N.V. (hierna: ABN AMRO) ten bedrage van € 1.500.000. Dit bedrag is onder meer gebruikt om de lening eigen woning (zie 2.5) deels af te lossen.
2.8
Begin 2020 werd [verzoeker] getroffen door een streptokokkeninfectie. In de loop van 2020 kregen [belanghebbende] en [verzoeker] huwelijksproblemen. Nadat het even beter leek te gaan tussen [belanghebbende] en [verzoeker] verslechterde de verhouding weer in de loop van 2021.
2.9
Op 25 november 2021 is van de bankrekening van Phoen’x Investments een bedrag van
€ 58.000,- overgemaakt naar de bankrekening van JHN ter aflossing van een lening die Umas Investments B.V. (hierna: Umas) had afgesloten bij JHN. Umas is een vennootschap waarvan [belanghebbende] (indirect) enig aandeelhouder en bestuurder is.
2.10
Bij brief van 23 mei 2023 heeft [belanghebbende] – samengevat – aan [verzoeker] bericht dat het niet lukt om tot afspraken te komen, dat een aantal zaken moet worden geregeld, dat zij een aandeelhoudersvergadering bijeen wil roepen om de jaarrekeningen over 2021 en 2022 vast te stellen, en om te spreken over de aflossing van de lening van JHN, werkafspraken op de korte termijn en oplossingen voor de lange termijn. Zij stelde onder meer voor om tijdelijk, bijvoorbeeld voor een periode van 1,5 jaar, enig bestuurder van Phoen’x c.s. te worden. [verzoeker] heeft op deze brief niet gereageerd.
2.11
Vanaf medio 2023 heeft [verzoeker] zich wat betreft financiële zaken laten bijstaan door R. Tahrawi (hierna: Tahrawi) van De Zorgaccountants. De Zorgaccountants is tevens financieel adviseur van JHN. De externe financieel adviseur van Phoen’x c.s. is [A] (hierna: [A] ) van Total in Support. [A] is tevens financieel adviseur van Umas.
2.12
Bij beschikking van 8 juni 2023 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland bepaald dat [belanghebbende] bij uitsluiting gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning te Garderen en dat [verzoeker] deze woning moet verlaten.
Conclusie
3.12
De slotsom luidt dat het verzoek van [verzoeker] tot het gelasten van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Phoen’x c.s. zal worden afgewezen. Voor het treffen van onmiddellijke voorzieningen bij Phoen’x Holding en Phoen’x Energy is dan geen plaats.
3.13
De Ondernemingskamer ziet geen aanleiding een van de partijen te veroordelen in de kosten van de procedure. Voor een veroordeling van [verzoeker] in de werkelijke proceskosten, zoals door Phoen’x c.s. is verzocht, acht de Ondernemingskamer geen grond aanwezig.
Dictum
De Ondernemingskamer:
wijst de verzoeken van [verzoeker] af.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.A.H. Melissen, voorzitter, mr. C.C. Meijer, mr. A.W.H. Vink, raadsheren, en prof. drs. E. Eeftink RA en drs. V. Moolenaar, raden, in tegenwoordigheid van mr. J.K.G. Meijer, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. W.A.H. Melissen op 8 november 2024.
Inleiding
2.13
Bij deurwaardersexploot van 8 juni 2023 heeft JHN de onder 2.6 vermelde geldlening opgeëist en Phoen’x Investments, [belanghebbende] en [verzoeker] gesommeerd tot terugbetaling van het volledige verschuldigde bedrag van €1.448.750 (restant lening en achterstallige rente) op uiterlijk 15 september 2023.
2.14
Op vordering van [belanghebbende] heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland bij vonnis van 27 juli 2023 [verzoeker] voor de duur van vijf maanden, te rekenen vanaf de datum van betekening van het vonnis, geschorst als statutair bestuurder van Phoen’x Holding en Phoen’x Energy, onder de voorwaarde dat [verzoeker] gedurende de schorsing inzage houdt in en toegang houdt tot de bankrekeningen en administratieve systemen van deze vennootschappen.
2.15
Op 1 augustus 2023 heeft JHN conservatoir beslag gelegd op de echtelijke woning te Garderen en vier appartementen van Phoen’x Investments.
2.16
Bij e-mailbericht van 31 oktober 2023 heeft [belanghebbende] (van het adres: .nl) aan [verzoeker] (op het adres: [verzoeker] .nl) bericht dat zij een uitnodiging voor een aandeelhoudersvergadering (hierna ook: AvA) van Phoen’x c.s. aan het voorbereiden is. Zij heeft aan [verzoeker] gevraagd of hij akkoord is met het ontvangen van de uitnodiging per e-mail op het door haar gebruikte e-mailadres en met het digitaal laten plaatsvinden van de vergadering.
2.17
Bij e-mailbericht van 3 november 2023 (12:28 uur) (van het adres: [verzoeker] .nl) heeft [verzoeker] geantwoord dat hij eerst de agendapunten met stukken en toelichting wil ontvangen, zelf ook de mogelijkheid wil hebben om agendapunten in te brengen en later zal ingaan op de vraag hoe en wanneer de vergadering zal kunnen plaatsvinden.
2.18
Bij e-mailbericht van 3 november 2023 (18:10 uur), met bijlagen, heeft [belanghebbende] [verzoeker] opgeroepen voor een AvA van Phoen’x c.s. op 16 november 2023 te Nijmegen. In dit e-mailbericht heeft [belanghebbende] haar verzoek om in te stemmen met het digitaal laten plaatsvinden van de vergadering herhaald.
2.19
Bij e-mailbericht van 7 november 2023 heeft [verzoeker] onder meer het volgende aan [belanghebbende] bericht:
“Alvorens inhoudelijk te reageren lijkt het mij netjes eerst onze verhinder data door te gegeven aan elkaar voor aankomende periode (…).
9,10,13,14,15,16,17,20,21,22,23,24 november
1,8,22,27,28,29 december”
(…).
2.20
Bij e-mailbericht van diezelfde dag heeft [belanghebbende] daarop aan [verzoeker] geantwoord dat [verzoeker] zonder toelichting bijna de hele maand november is verhinderd, dat de AvA daarom gewoon op 16 november 2023 om 10.00 uur zal plaatsvinden in de vorm van een fysieke bijeenkomst. Bijgevoegd is onder meer een aangepaste agenda met een toelichting per agendapunt. Agendapunt 7 luidt “samenstelling bestuur” en houdt blijkens de toelichting een voorstel in om de schorsing van [verzoeker] als bestuurder van Phoen’x Holding en Phoen’x Energy te verlengen tot 1 juli 2024.
2.21
Bij e-mailbericht van 8 november 2023 heeft [verzoeker] aan [belanghebbende] bericht dat hij de agenda voor de AvA heeft ontvangen en geen digitale vergadering wenst maar een fysieke, waar zijn adviseur bij aanwezig kan zijn. Verder heeft hij commentaar gegeven op een aantal agendapunten (zoals dat agendapunt 7 voor hem onbespreekbaar is) en verzocht agendapunten toe te voegen (kort gezegd: opheffing van zijn schorsing als bestuurder en het ontslag van [A] ).
2.22
Op 16 november 2023 heeft de AvA van Phoen’x c.s. plaatsgevonden. [verzoeker] was niet aanwezig. Blijkens de notulen zijn de jaarrekeningen 2021 en 2022 door de algemene vergadering vastgesteld en is aan [belanghebbende] decharge verleend. [belanghebbende] heeft die dag om 10:41 uur aan [verzoeker] gemaild: “Jij wilde perse een fysieke ava zodat jij en jouw adviseurs aanwezig konden zijn. Ik heb dat verzorgd en zit nu inmiddels 40 minuten te wachten. Erg jammer dat wij zelfs over de toekomst van Phoen’x niet in gesprek kunnen.”
2.23
Bij e-mailbericht van 3 december 2023 heeft [verzoeker] onder meer aan [belanghebbende] bericht: “Met verbazing las ik je mail inzake de AVA, het spijt me dat je ergens in een zaaltje bent gaan zitten en er 40 minuten hebt gewacht. Je hebt niet geantwoord op mijn mail inzake de AVA en we hebben geen afspraak met wederzijdse bevestiging gemaakt. We waren immers bezig met agendapunten voor de vergadering op jouw verzoek? In de mail als reactie op jouw mail inzake de AVA leg ik je uit waarom zaken ingediend als agendapunten geen agendapunten kunnen zijn. Ook bracht ik een aantal agendapunten in. (…).”.
2.24
Op 8 december 2023 om 10.00 uur heeft opnieuw een AvA van Phoen’x c.s. plaatsgevonden. [belanghebbende] was daarbij aanwezig en [verzoeker] niet. Op de agenda van deze vergadering stond onder meer het voorgenomen ontslag van [verzoeker] als statutair bestuurder van Phoen’x Holding en Phoen’x Energy. Op die dag heeft [belanghebbende] per e-mail (om 10.43 uur) aan [verzoeker] bericht: “Helaas ben je wederom niet verschenen op de AvA van 08-12-2023. Notabene terwijl ik je ook per email heb opgeroepen naast een oproep per aangetekende post. Dit is de tweede keer dat je me laat wachten. (…).”.
2.25
Bij e-mailbericht van 19 december 2023 (17:44 uur) heeft [belanghebbende] aan [verzoeker] de notulen van de AvA’s van 16 november 2023 en 8 december 2023 gestuurd. In de notulen van de vergadering van 8 december 2023 is vermeld dat het voorstel om [verzoeker] te ontslaan als statutair bestuurder van Phoen’x Holding en Phoen’x Energy met algemene stemmen is aangenomen.
2.26
Bij e-mailbericht van 19 december 2023 (17:47 uur) heeft [belanghebbende] samengevat aan [verzoeker] bericht dat zij heeft geprobeerd in overleg met hem te treden over de verlenging van zijn schorsing als bestuurder door de voorzieningenrechter, dat overleg niet mogelijk is gebleken, dat zij geen andere mogelijkheid zag dan het ontslag ter stemming voor te leggen aan de algemene vergadering, dat zij hem op 29 november 2023 per aangetekende brief een oproep voor de AvA van 8 december 2023 heeft verstuurd en hem ook per e-mailbericht van 30 november 2023 voor die AvA heeft opgeroepen, maar dat [verzoeker] op de vergadering helaas niet is verschenen en dus geen gebruik heeft gemaakt van de hem geboden gelegenheid zijn visie op dit ontslag te delen, dat de aanwezige aandeelhouder voor heeft gestemd en dat hij dus met ingang van 8 december 2023 is ontslagen als bestuurder van Phoen’x Holding en Phoen’x Energy.
2.27
[belanghebbende] heeft op 19 december 2023 een opgave tot uitschrijving van [verzoeker] per 8 december 2023 als bestuurder van Phoen’x Holding en Phoen’x Energy ingediend bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK), welke opgave op 20 december 2023 door de KvK is verwerkt met mededeling aan [verzoeker] .
2.28
Bij vonnis van 28 december 2023 heeft de voorzieningenrechter in de rechtbank Gelderland [verzoeker] geboden zich uit te schrijven uit de echtelijke woning. Het vonnis vermeldt een adres in [plaats] waar [verzoeker] feitelijk verblijft.
2.29
Bij e-mailbericht van 3 januari 2024 van [verzoeker] aan [belanghebbende] heeft [verzoeker] geprotesteerd tegen zijn ontslag als bestuurder van Phoen’x Holding en Phoen’x Energy.
2.30
Op 28 februari 2024 heeft [verzoeker] een bedrag van € 21.041,32 overgemaakt van de bankrekening van Phoen’x Investments naar zijn eigen bankrekening onder vermelding van “openstaande vordering excl.
Inleiding
2.13
Bij deurwaardersexploot van 8 juni 2023 heeft JHN de onder 2.6 vermelde geldlening opgeëist en Phoen’x Investments, [belanghebbende] en [verzoeker] gesommeerd tot terugbetaling van het volledige verschuldigde bedrag van €1.448.750 (restant lening en achterstallige rente) op uiterlijk 15 september 2023.
2.14
Op vordering van [belanghebbende] heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland bij vonnis van 27 juli 2023 [verzoeker] voor de duur van vijf maanden, te rekenen vanaf de datum van betekening van het vonnis, geschorst als statutair bestuurder van Phoen’x Holding en Phoen’x Energy, onder de voorwaarde dat [verzoeker] gedurende de schorsing inzage houdt in en toegang houdt tot de bankrekeningen en administratieve systemen van deze vennootschappen.
2.15
Op 1 augustus 2023 heeft JHN conservatoir beslag gelegd op de echtelijke woning te Garderen en vier appartementen van Phoen’x Investments.
2.16
Bij e-mailbericht van 31 oktober 2023 heeft [belanghebbende] (van het adres: .nl) aan [verzoeker] (op het adres: [verzoeker] .nl) bericht dat zij een uitnodiging voor een aandeelhoudersvergadering (hierna ook: AvA) van Phoen’x c.s. aan het voorbereiden is. Zij heeft aan [verzoeker] gevraagd of hij akkoord is met het ontvangen van de uitnodiging per e-mail op het door haar gebruikte e-mailadres en met het digitaal laten plaatsvinden van de vergadering.
2.17
Bij e-mailbericht van 3 november 2023 (12:28 uur) (van het adres: [verzoeker] .nl) heeft [verzoeker] geantwoord dat hij eerst de agendapunten met stukken en toelichting wil ontvangen, zelf ook de mogelijkheid wil hebben om agendapunten in te brengen en later zal ingaan op de vraag hoe en wanneer de vergadering zal kunnen plaatsvinden.
2.18
Bij e-mailbericht van 3 november 2023 (18:10 uur), met bijlagen, heeft [belanghebbende] [verzoeker] opgeroepen voor een AvA van Phoen’x c.s. op 16 november 2023 te Nijmegen. In dit e-mailbericht heeft [belanghebbende] haar verzoek om in te stemmen met het digitaal laten plaatsvinden van de vergadering herhaald.
2.19
Bij e-mailbericht van 7 november 2023 heeft [verzoeker] onder meer het volgende aan [belanghebbende] bericht:
“Alvorens inhoudelijk te reageren lijkt het mij netjes eerst onze verhinder data door te gegeven aan elkaar voor aankomende periode (…).
9,10,13,14,15,16,17,20,21,22,23,24 november
1,8,22,27,28,29 december”
(…).
2.20
Bij e-mailbericht van diezelfde dag heeft [belanghebbende] daarop aan [verzoeker] geantwoord dat [verzoeker] zonder toelichting bijna de hele maand november is verhinderd, dat de AvA daarom gewoon op 16 november 2023 om 10.00 uur zal plaatsvinden in de vorm van een fysieke bijeenkomst. Bijgevoegd is onder meer een aangepaste agenda met een toelichting per agendapunt. Agendapunt 7 luidt “samenstelling bestuur” en houdt blijkens de toelichting een voorstel in om de schorsing van [verzoeker] als bestuurder van Phoen’x Holding en Phoen’x Energy te verlengen tot 1 juli 2024.
2.21
Bij e-mailbericht van 8 november 2023 heeft [verzoeker] aan [belanghebbende] bericht dat hij de agenda voor de AvA heeft ontvangen en geen digitale vergadering wenst maar een fysieke, waar zijn adviseur bij aanwezig kan zijn. Verder heeft hij commentaar gegeven op een aantal agendapunten (zoals dat agendapunt 7 voor hem onbespreekbaar is) en verzocht agendapunten toe te voegen (kort gezegd: opheffing van zijn schorsing als bestuurder en het ontslag van [A] ).
2.22
Op 16 november 2023 heeft de AvA van Phoen’x c.s. plaatsgevonden. [verzoeker] was niet aanwezig. Blijkens de notulen zijn de jaarrekeningen 2021 en 2022 door de algemene vergadering vastgesteld en is aan [belanghebbende] decharge verleend. [belanghebbende] heeft die dag om 10:41 uur aan [verzoeker] gemaild: “Jij wilde perse een fysieke ava zodat jij en jouw adviseurs aanwezig konden zijn. Ik heb dat verzorgd en zit nu inmiddels 40 minuten te wachten. Erg jammer dat wij zelfs over de toekomst van Phoen’x niet in gesprek kunnen.”
2.23
Bij e-mailbericht van 3 december 2023 heeft [verzoeker] onder meer aan [belanghebbende] bericht: “Met verbazing las ik je mail inzake de AVA, het spijt me dat je ergens in een zaaltje bent gaan zitten en er 40 minuten hebt gewacht. Je hebt niet geantwoord op mijn mail inzake de AVA en we hebben geen afspraak met wederzijdse bevestiging gemaakt. We waren immers bezig met agendapunten voor de vergadering op jouw verzoek? In de mail als reactie op jouw mail inzake de AVA leg ik je uit waarom zaken ingediend als agendapunten geen agendapunten kunnen zijn. Ook bracht ik een aantal agendapunten in. (…).”.
2.24
Op 8 december 2023 om 10.00 uur heeft opnieuw een AvA van Phoen’x c.s. plaatsgevonden. [belanghebbende] was daarbij aanwezig en [verzoeker] niet. Op de agenda van deze vergadering stond onder meer het voorgenomen ontslag van [verzoeker] als statutair bestuurder van Phoen’x Holding en Phoen’x Energy. Op die dag heeft [belanghebbende] per e-mail (om 10.43 uur) aan [verzoeker] bericht: “Helaas ben je wederom niet verschenen op de AvA van 08-12-2023. Notabene terwijl ik je ook per email heb opgeroepen naast een oproep per aangetekende post. Dit is de tweede keer dat je me laat wachten. (…).”.
2.25
Bij e-mailbericht van 19 december 2023 (17:44 uur) heeft [belanghebbende] aan [verzoeker] de notulen van de AvA’s van 16 november 2023 en 8 december 2023 gestuurd. In de notulen van de vergadering van 8 december 2023 is vermeld dat het voorstel om [verzoeker] te ontslaan als statutair bestuurder van Phoen’x Holding en Phoen’x Energy met algemene stemmen is aangenomen.
2.26
Bij e-mailbericht van 19 december 2023 (17:47 uur) heeft [belanghebbende] samengevat aan [verzoeker] bericht dat zij heeft geprobeerd in overleg met hem te treden over de verlenging van zijn schorsing als bestuurder door de voorzieningenrechter, dat overleg niet mogelijk is gebleken, dat zij geen andere mogelijkheid zag dan het ontslag ter stemming voor te leggen aan de algemene vergadering, dat zij hem op 29 november 2023 per aangetekende brief een oproep voor de AvA van 8 december 2023 heeft verstuurd en hem ook per e-mailbericht van 30 november 2023 voor die AvA heeft opgeroepen, maar dat [verzoeker] op de vergadering helaas niet is verschenen en dus geen gebruik heeft gemaakt van de hem geboden gelegenheid zijn visie op dit ontslag te delen, dat de aanwezige aandeelhouder voor heeft gestemd en dat hij dus met ingang van 8 december 2023 is ontslagen als bestuurder van Phoen’x Holding en Phoen’x Energy.
2.27
[belanghebbende] heeft op 19 december 2023 een opgave tot uitschrijving van [verzoeker] per 8 december 2023 als bestuurder van Phoen’x Holding en Phoen’x Energy ingediend bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK), welke opgave op 20 december 2023 door de KvK is verwerkt met mededeling aan [verzoeker] .
2.28
Bij vonnis van 28 december 2023 heeft de voorzieningenrechter in de rechtbank Gelderland [verzoeker] geboden zich uit te schrijven uit de echtelijke woning. Het vonnis vermeldt een adres in [plaats] waar [verzoeker] feitelijk verblijft.
2.29
Bij e-mailbericht van 3 januari 2024 van [verzoeker] aan [belanghebbende] heeft [verzoeker] geprotesteerd tegen zijn ontslag als bestuurder van Phoen’x Holding en Phoen’x Energy.
2.30
Op 28 februari 2024 heeft [verzoeker] een bedrag van € 21.041,32 overgemaakt van de bankrekening van Phoen’x Investments naar zijn eigen bankrekening onder vermelding van “openstaande vordering excl.
Inleiding
verrekening wettelijke rente”.
2.31
Op 4 maart 2024 heeft [verzoeker] een bezwaarschrift bij de KvK ingediend tegen zijn uitschrijving als bestuurder van Phoen’x Holding en Phoen’x Energy. Dit bezwaar is bij beslissing van 3 juni 2024 door de KvK ongegrond verklaard.
2.32
Bij brief van 21 mei 2024 heeft [verzoeker] zijn bezwaren tegen het beleid en de gang van zaken van Phoen’x c.s. kenbaar gemaakt.
2.33
Bij dagvaarding van 1 augustus 2023 heeft JHN bij de rechtbank Gelderland een procedure jegens Phoen’x Investments, [belanghebbende] en [verzoeker] aanhangig gemaakt, strekkende tot terugbetaling van de door haar verstrekte lening (zie 2.6) met rente en kosten. Op 27 september 2024 heeft in deze procedure een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Partijen hebben toen een regeling getroffen, inhoudende dat de echtelijke woning te Garderen en een aantal appartementen van Phoen’x Investments ter aflossing van de lening van JHN zullen worden verkocht.
2.34
[belanghebbende] ontvangt een managementvergoeding van Phoen’x c.s. van € 90.000,- per jaar. [verzoeker] ontving een vergoeding van gelijke hoogte, maar de betaling van deze vergoeding is met ingang van de datum van zijn schorsing (zie 2.14) door Phoen’x c.s. stopgezet.
3De gronden van de beslissing
3.1
[verzoeker] heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Phoen’x c.s. en dat de toestand van de vennootschappen nodig maakt dat onmiddellijke voorzieningen worden getroffen. Als toelichting heeft [verzoeker] – samengevat – het volgende naar voren gebracht:
het financiële beleid schiet tekort: [A] is geen onpartijdig adviseur, (opnames en aflossingen van) de lening eigen woning en de verschillende rekening-courant vorderingen zijn niet juist geadministreerd en de managementvergoeding van [belanghebbende] is te hoog in verhouding tot de werkzaamheden die zij verricht voor Phoen’x c.s.;
[belanghebbende] heeft gehandeld met een tegenstrijdig belang: Phoen’x Investments heeft een lening van Umas, een vennootschap van [belanghebbende] , afgelost, terwijl de belangen van Phoen’x Investments daarmee niet werden gediend;
de gang van zaken rond de AvA’s van 16 november 2023 en 8 december 2023 is in strijd met de wet en de statuten; de op die vergaderingen genomen besluiten (waaronder het besluit tot ontslag van [verzoeker] als bestuurder van Phoen’x Holding en Phoen’x Energy) zijn vernietigbaar;
de informatierechten van [verzoeker] worden geschonden.
3.2
Phoen’x c.s. hebben verweer gevoerd. De Ondernemingskamer zal hieronder waar nodig op dit verweer ingaan.
Financiële beleid
3.3
De Ondernemingskamer heeft reden voor twijfel bij de juistheid van de financiële administratie en de jaarrekeningen van Phoen’x c.s. Ter terechtzitting is besproken dat de door JHN aan Phoen’x Investments verstrekte lening (zie 2.4 en 2.6) in de jaarrekeningen van Phoen’x Investments tot en met 2022 als achtergestelde lening is opgenomen en is gerubriceerd binnen het eigen vermogen. Onduidelijk is of deze lening inderdaad een achtergestelde lening betrof en, nog los daarvan, of rubricering binnen het eigen vermogen juist kan zijn. De Ondernemingskamer heeft voorts geconstateerd dat deze lening in de conceptjaarrekening 2023 van Phoen’x Investments (in verband met de opeising van de lening door JHN) als kortlopende schuld is opgenomen. In de jaarrekening van Phoen’x Holding is in verband met de herrubricering van de lening een verlies van € 1.550.000,- geadministreerd, genoemd ‘herwaardering deelneming Phoen’x Investments B.V.’. Dit een en ander komt de Ondernemingskamer onjuist voor en vormt een reden om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Phoen’x c.s.
3.4
Wat betreft de rekening-courant vorderingen op [belanghebbende] en [verzoeker] en de lening eigen woning oordeelt de Ondernemingskamer dat, zoals Phoen’x c.s. hebben erkend, deze in de jaarrekening 2020 ten onrechte enkel op naam van [verzoeker] zijn gesteld. Dit is evenwel gecorrigeerd in de jaarrekening 2021. Partijen twisten verder over de hoogte en wijze van administreren van de rekening-courant vorderingen (van Phoen’x Holding op [belanghebbende] en [verzoeker] en van de Phoen’x vennootschappen onderling) en van de lening eigen woning. Zij lijken daar, met hun financiële adviseurs, niet uit te komen. Partijen hebben over en weer geen vertrouwen in de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de ingeschakelde financiële adviseurs. De tussen partijen ernstig verstoorde verhoudingen spelen daarbij een belangrijke rol. Deze problemen dreigen een juiste administratie en verwerking in jaarrekeningen van rekening-courant vorderingen en de lening eigen woning te verhinderen, althans slechts tegen zeer hoge kosten mogelijk te maken. Dat is schadelijk voor de ondernemingen van Phoen’x c.s. en vormt op zichzelf genomen reeds reden om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Phoen’x c.s.
3.5
De managementvergoeding van [belanghebbende] is vastgesteld toen [belanghebbende] en [verzoeker] gezamenlijk het bestuur van Phoen’x c.s. vormden. Dat deze managementvergoeding in relatie tot de werkzaamheden van [belanghebbende] voor Phoen’x c.s. zo hoog is dat dit aanleiding vormt om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken heeft de Ondernemingskamer niet kunnen vaststellen. De Ondernemingskamer heeft wel twijfels bij het stopzetten van de managementvergoeding van [verzoeker] door Phoen’x c.s. zodra hij door de voorzieningenrechter werd geschorst als bestuurder van Phoen’x Holding en Phoen’x Energy. Het vonnis van de voorzieningenrechter (zie 2.14) behelsde geen beslissing daarover en aan de algemene vergadering van Phoen’x Holding en Phoen’x Energy is dit, voor zover de Ondernemingskamer heeft kunnen vaststellen, niet ter besluitvorming voorgelegd.
Tegenstrijdig belang
3.6
Welk belang van Phoen’x Investments werd gediend met aflossing van de onder 2.9 vermelde lening die Umas, een vennootschap van [belanghebbende] , bij JHN had afgesloten hebben Phoen’x c.s. niet duidelijk kunnen maken. Bij de beslissing die lening voor Umas af te lossen had [belanghebbende] bovendien een tegenstrijdig belang. Dat [verzoeker] zou hebben ingestemd met deze aflossing is niet zonder meer aannemelijk; hij betoogt niet tevoren op de hoogte te zijn gesteld en heeft in 2023 nog schriftelijk aangedrongen op terugbetaling door Umas. De beslissing om deze lening voor Umas af te lossen levert een grond op om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Phoen’x Investments. Dat deze lening is omgezet in een rekening-courant schuld van Umas aan Phoen’x Investments, maakt dit niet anders.
De algemene vergaderingen van aandeelhouders van 16 november 2023 en 8 december 2023 en het besluit tot ontslag van [verzoeker]
3.7
Niet in geschil is dat [verzoeker] de oproeping voor de AvA van 16 november 2023 op (in ieder geval) 8 november 2023 heeft ontvangen. Dat er geen afzonderlijke oproepingen zijn verstuurd wat betreft de (klein)dochtervennootschappen vormt geen aanleiding om te twijfelen aan een juist beleid en juiste gang van zaken van Phoen’x c.s. Uit de oproeping van 7 november 2023 en de daarbij gevoegde agenda blijkt duidelijk welke vennootschappen het bij de oproeping betreft.
Inleiding
verrekening wettelijke rente”.
2.31
Op 4 maart 2024 heeft [verzoeker] een bezwaarschrift bij de KvK ingediend tegen zijn uitschrijving als bestuurder van Phoen’x Holding en Phoen’x Energy. Dit bezwaar is bij beslissing van 3 juni 2024 door de KvK ongegrond verklaard.
2.32
Bij brief van 21 mei 2024 heeft [verzoeker] zijn bezwaren tegen het beleid en de gang van zaken van Phoen’x c.s. kenbaar gemaakt.
2.33
Bij dagvaarding van 1 augustus 2023 heeft JHN bij de rechtbank Gelderland een procedure jegens Phoen’x Investments, [belanghebbende] en [verzoeker] aanhangig gemaakt, strekkende tot terugbetaling van de door haar verstrekte lening (zie 2.6) met rente en kosten. Op 27 september 2024 heeft in deze procedure een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Partijen hebben toen een regeling getroffen, inhoudende dat de echtelijke woning te Garderen en een aantal appartementen van Phoen’x Investments ter aflossing van de lening van JHN zullen worden verkocht.
2.34
[belanghebbende] ontvangt een managementvergoeding van Phoen’x c.s. van € 90.000,- per jaar. [verzoeker] ontving een vergoeding van gelijke hoogte, maar de betaling van deze vergoeding is met ingang van de datum van zijn schorsing (zie 2.14) door Phoen’x c.s. stopgezet.
3De gronden van de beslissing
3.1
[verzoeker] heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Phoen’x c.s. en dat de toestand van de vennootschappen nodig maakt dat onmiddellijke voorzieningen worden getroffen. Als toelichting heeft [verzoeker] – samengevat – het volgende naar voren gebracht:
het financiële beleid schiet tekort: [A] is geen onpartijdig adviseur, (opnames en aflossingen van) de lening eigen woning en de verschillende rekening-courant vorderingen zijn niet juist geadministreerd en de managementvergoeding van [belanghebbende] is te hoog in verhouding tot de werkzaamheden die zij verricht voor Phoen’x c.s.;
[belanghebbende] heeft gehandeld met een tegenstrijdig belang: Phoen’x Investments heeft een lening van Umas, een vennootschap van [belanghebbende] , afgelost, terwijl de belangen van Phoen’x Investments daarmee niet werden gediend;
de gang van zaken rond de AvA’s van 16 november 2023 en 8 december 2023 is in strijd met de wet en de statuten; de op die vergaderingen genomen besluiten (waaronder het besluit tot ontslag van [verzoeker] als bestuurder van Phoen’x Holding en Phoen’x Energy) zijn vernietigbaar;
de informatierechten van [verzoeker] worden geschonden.
3.2
Phoen’x c.s. hebben verweer gevoerd. De Ondernemingskamer zal hieronder waar nodig op dit verweer ingaan.
Financiële beleid
3.3
De Ondernemingskamer heeft reden voor twijfel bij de juistheid van de financiële administratie en de jaarrekeningen van Phoen’x c.s. Ter terechtzitting is besproken dat de door JHN aan Phoen’x Investments verstrekte lening (zie 2.4 en 2.6) in de jaarrekeningen van Phoen’x Investments tot en met 2022 als achtergestelde lening is opgenomen en is gerubriceerd binnen het eigen vermogen. Onduidelijk is of deze lening inderdaad een achtergestelde lening betrof en, nog los daarvan, of rubricering binnen het eigen vermogen juist kan zijn. De Ondernemingskamer heeft voorts geconstateerd dat deze lening in de conceptjaarrekening 2023 van Phoen’x Investments (in verband met de opeising van de lening door JHN) als kortlopende schuld is opgenomen. In de jaarrekening van Phoen’x Holding is in verband met de herrubricering van de lening een verlies van € 1.550.000,- geadministreerd, genoemd ‘herwaardering deelneming Phoen’x Investments B.V.’. Dit een en ander komt de Ondernemingskamer onjuist voor en vormt een reden om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Phoen’x c.s.
3.4
Wat betreft de rekening-courant vorderingen op [belanghebbende] en [verzoeker] en de lening eigen woning oordeelt de Ondernemingskamer dat, zoals Phoen’x c.s. hebben erkend, deze in de jaarrekening 2020 ten onrechte enkel op naam van [verzoeker] zijn gesteld. Dit is evenwel gecorrigeerd in de jaarrekening 2021. Partijen twisten verder over de hoogte en wijze van administreren van de rekening-courant vorderingen (van Phoen’x Holding op [belanghebbende] en [verzoeker] en van de Phoen’x vennootschappen onderling) en van de lening eigen woning. Zij lijken daar, met hun financiële adviseurs, niet uit te komen. Partijen hebben over en weer geen vertrouwen in de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de ingeschakelde financiële adviseurs. De tussen partijen ernstig verstoorde verhoudingen spelen daarbij een belangrijke rol. Deze problemen dreigen een juiste administratie en verwerking in jaarrekeningen van rekening-courant vorderingen en de lening eigen woning te verhinderen, althans slechts tegen zeer hoge kosten mogelijk te maken. Dat is schadelijk voor de ondernemingen van Phoen’x c.s. en vormt op zichzelf genomen reeds reden om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Phoen’x c.s.
3.5
De managementvergoeding van [belanghebbende] is vastgesteld toen [belanghebbende] en [verzoeker] gezamenlijk het bestuur van Phoen’x c.s. vormden. Dat deze managementvergoeding in relatie tot de werkzaamheden van [belanghebbende] voor Phoen’x c.s. zo hoog is dat dit aanleiding vormt om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken heeft de Ondernemingskamer niet kunnen vaststellen. De Ondernemingskamer heeft wel twijfels bij het stopzetten van de managementvergoeding van [verzoeker] door Phoen’x c.s. zodra hij door de voorzieningenrechter werd geschorst als bestuurder van Phoen’x Holding en Phoen’x Energy. Het vonnis van de voorzieningenrechter (zie 2.14) behelsde geen beslissing daarover en aan de algemene vergadering van Phoen’x Holding en Phoen’x Energy is dit, voor zover de Ondernemingskamer heeft kunnen vaststellen, niet ter besluitvorming voorgelegd.
Tegenstrijdig belang
3.6
Welk belang van Phoen’x Investments werd gediend met aflossing van de onder 2.9 vermelde lening die Umas, een vennootschap van [belanghebbende] , bij JHN had afgesloten hebben Phoen’x c.s. niet duidelijk kunnen maken. Bij de beslissing die lening voor Umas af te lossen had [belanghebbende] bovendien een tegenstrijdig belang. Dat [verzoeker] zou hebben ingestemd met deze aflossing is niet zonder meer aannemelijk; hij betoogt niet tevoren op de hoogte te zijn gesteld en heeft in 2023 nog schriftelijk aangedrongen op terugbetaling door Umas. De beslissing om deze lening voor Umas af te lossen levert een grond op om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Phoen’x Investments. Dat deze lening is omgezet in een rekening-courant schuld van Umas aan Phoen’x Investments, maakt dit niet anders.
De algemene vergaderingen van aandeelhouders van 16 november 2023 en 8 december 2023 en het besluit tot ontslag van [verzoeker]
3.7
Niet in geschil is dat [verzoeker] de oproeping voor de AvA van 16 november 2023 op (in ieder geval) 8 november 2023 heeft ontvangen. Dat er geen afzonderlijke oproepingen zijn verstuurd wat betreft de (klein)dochtervennootschappen vormt geen aanleiding om te twijfelen aan een juist beleid en juiste gang van zaken van Phoen’x c.s. Uit de oproeping van 7 november 2023 en de daarbij gevoegde agenda blijkt duidelijk welke vennootschappen het bij de oproeping betreft.
Inleiding
Dat de door [verzoeker] in zijn e-mailbericht van 8 november 2023 aangedragen agendapunten (zijn schorsing door de voorzieningenrechter en het ontslag van [A] ) niet (alsnog) zijn geagendeerd vormt in de gegeven omstandigheden evenmin een grond voor twijfel aan een juist beleid. [verzoeker] wist dat hij wat betreft deze punten lijnrecht tegenover [belanghebbende] stond en een stemming daarover niet tot een voor hem gunstig besluit zou leiden. [verzoeker] had op de AvA van 16 november 2023 aanwezig kunnen zijn en aldaar het gesprek over deze punten kunnen aangaan. Het e-mailbericht van [verzoeker] van 8 november 2023 kan voorts, anders dan [verzoeker] heeft aangevoerd, niet als een (digitale) tegenstem ter zake van de door de algemene vergadering op de AvA van 16 november 2023 genomen besluiten (zie 2.22) worden aangemerkt. Dat het bestuur van Phoen’x c.s. dit e-mailbericht niet aldus heeft aangemerkt, vormt dan ook geen grond voor twijfel aan een juist beleid of juiste gang van zaken van Phoen’x c.s.
3.8
Wat betreft de AvA van 8 december 2023 geldt het volgende. [verzoeker] heeft betwist dat hij een oproeping voor deze AvA heeft gezien/ontvangen. Phoen’x c.s. stellen dat een oproeping voor deze vergadering op 29 november 2023 per aangetekende post naar de feitelijke verblijfplaats van [verzoeker] in [plaats] is verzonden en op 30 november 2023 naar het e-mailadres van [verzoeker] ( [verzoeker] .nl). Nu [verzoeker] telkens met [belanghebbende] communiceerde vanaf hetzelfde e-mailadres ( [verzoeker] .nl) als het e-mailadres waarnaartoe [belanghebbende] de oproeping en de agenda voor de AvA van 8 december 2023 heeft gestuurd, komt het de Ondernemingskamer aannemelijk voor dat deze stukken ook op dit e-mailadres zijn binnengekomen. De oproeping voor de AVA van 8 december 2023 is ook per aangetekende post verstuurd naar een adres in [plaats] dat ook in het vonnis van 28 september 2023 (zie 2.28) en de stukken van de bezwaarprocedure bij de KvK wordt genoemd als feitelijke verblijfplaats van [verzoeker] . De Ondernemingskamer gaat er daarom vanuit dat de oproeping voor de AvA van 8 december 2023 per aangetekende post is verstuurd aan het adres waar [verzoeker] feitelijk verbleef.
3.9
Dit alles neemt echter niet weg dat de uit artikel 2:8 BW voortvloeiende eisen van zorgvuldigheid in de gegeven omstandigheden meebrengen van [belanghebbende] zich er voorafgaand aan de AvA van 8 december 2023 van had moeten vergewissen dat [verzoeker] daadwerkelijk had kennisgenomen van de oproeping voor deze vergadering en het feit dat daar zou worden besloten over zijn ontslag als statutair bestuurder van Phoen’x Holding en Phoen’x Energy. Daarvoor is het volgende redengevend. [belanghebbende] wist dat [verzoeker] op 8 december 2023 was verhinderd (zie 2.19) maar koos er toch voor de AvA op die datum te agenderen, terwijl onduidelijk is gebleven waarom zij niet voor een datum kon kiezen die [verzoeker] niet als verhindering had opgegeven. Het e-mailbericht van [verzoeker] aan [belanghebbende] van 3 december 2023 (zie 2.23) ging verder alleen over de AvA van 16 november 2023 en gaf er geen blijk van dat [verzoeker] kennis had genomen van de e-mail van 30 november 2023 met de oproeping voor de AvA van 8 december 2023 en zijn voor die vergadering geagendeerde ontslag. [belanghebbende] wist dat [verzoeker] niet wilde instemmen met een ontslag als bestuurder (mede gezien de opmerkingen die [verzoeker] in zijn e-mail van 8 november 2023 had gemaakt) en het lag dan ook voor de hand dat als [verzoeker] wel op de hoogte zou zijn geweest, hij op de AvA van 8 december 2023 (bij gemachtigde) zou zijn verschenen en tegen zijn ontslag zou hebben gestemd. Het besluit had dan wegens het staken van de stemmen niet genomen kunnen worden. Onder deze omstandigheden had [belanghebbende] , toen [verzoeker] vervolgens niet op de AvA van 8 december 2023 verscheen moeten verifiëren of [verzoeker] daadwerkelijk had kennisgenomen van de oproeping voor deze vergadering en het feit dat daar zou worden besloten over zijn ontslag als statutair bestuurder van Phoen’x Holding en Phoen’x Energy. Gelet op het zwaarwegende belang van het voorliggende ontslagbesluit kon [belanghebbende] daarbij niet volstaan met het sturen van een e-mailbericht waarin zij opmerkt dat [verzoeker] weer niet was verschenen (zie 2.24) maar had zij, toen daarop geen antwoord van [verzoeker] volgde, zeker moeten stellen dat [verzoeker] welbewust had gekozen niet aanwezig te zijn, bijvoorbeeld door met [verzoeker] telefonisch contact op te nemen. [belanghebbende] heeft dat niet gedaan maar ervoor gekozen om, gebruik makend van het feit dat [verzoeker] niet aanwezig was, in de AvA van 8 december 2023 te besluiten tot diens ontslag als statutair bestuurder van Phoen’x Holding en Phoen’x Energy. De gang van zaken rond de AvA van 8 december 2023 levert daarom een grond op voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Phoen’x c.s.
Informatievoorziening
3.10
De Ondernemingskamer is niet gebleken dat de informatievoorziening richting [verzoeker] zo gebrekkig is dat dit aanleiding vormt om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Phoen’x c.s. [verzoeker] heeft niet gemotiveerd weersproken dat hij tot zijn ontslag op 8 december 2023 toegang had tot de digitale boekhouding van Phoen’x c.s. [verzoeker] heeft de gelegenheid om vragen te stellen op de AvA van 16 november 2023 (met welke vergadering hij bekend was) onbenut gelaten. Dat voor het overige aan redelijke informatieverzoeken van [verzoeker] niet wordt voldaan, heeft de Ondernemingskamer niet kunnen vaststellen. Daar komt bij dat Phoen’x c.s. hebben bevestigd dat hun aanbod om een onafhankelijke door [verzoeker] in te schakelen accountant toegang te geven tot de integrale administratie van Phoen’x c.s. nog steeds staat.
Belangenafweging
3.11
Uit het voorgaande volgt dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Phoen’x c.s. Een afweging van de belangen van [verzoeker] tegen die van Phoen’x c.s. moet echter leiden tot afwijzing van het verzoek van [verzoeker] om een onderzoek te bevelen. Partijen zijn het er over eens dat ook de zakelijke samenwerking tussen hen blijvend is verstoord en dat zij uit elkaar moeten. Tussen [belanghebbende] en [verzoeker] loopt een procedure bij de rechtbank Gelderland over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap waarvan de aandelen in Phoen’x Holding deel uitmaken. In dat kader zal, naar het zich laat aanzien, een waardering plaatsvinden van de aandelen die van [belanghebbende] en [verzoeker] (indirect) houden in Phoen’x c.s. Twijfels over de juistheid van jaarrekeningen en de financiële administratie zullen in die procedure aan de orde (kunnen) worden gesteld. In die procedure zal voorts aan de orde komen aan wie en tegen welke waarde de aandelen in Phoen’x Holding moeten worden toebedeeld. Verder zijn in de procedure tussen JHN en Phoen’x Investments afspraken gemaakt over een gecontroleerde verkoop van de echtelijke woning en een aantal appartementen ter aflossing van de door JHN verstrekte lening. Met de uitkomst van deze twee procedures wordt aldus een definitief einde gemaakt aan de tussen partijen bestaande geschillen en aan hun zakelijke samenwerking. Een onderzoek naar de kwesties die volgens de Ondernemingskamer gegronde redenen vormen om aan een juist beleid te twijfelen, draagt daaraan niet bij. Een door de Ondernemingskamer te gelasten onderzoek zal slechts tot extra kosten voor Phoen’x c.s. leiden, terwijl de belangen van Phoen’x c.s. daarmee niet worden gediend. De beperkte activiteiten die nu nog plaatsvinden in Phoen’x c.s. zijn, tot slot, zeer overzichtelijk en worden onder het bestuur van [belanghebbende] voortgezet. Zij zal daarbij de (informatie)rechten van [verzoeker] moeten blijven respecteren.
Inleiding
Dat de door [verzoeker] in zijn e-mailbericht van 8 november 2023 aangedragen agendapunten (zijn schorsing door de voorzieningenrechter en het ontslag van [A] ) niet (alsnog) zijn geagendeerd vormt in de gegeven omstandigheden evenmin een grond voor twijfel aan een juist beleid. [verzoeker] wist dat hij wat betreft deze punten lijnrecht tegenover [belanghebbende] stond en een stemming daarover niet tot een voor hem gunstig besluit zou leiden. [verzoeker] had op de AvA van 16 november 2023 aanwezig kunnen zijn en aldaar het gesprek over deze punten kunnen aangaan. Het e-mailbericht van [verzoeker] van 8 november 2023 kan voorts, anders dan [verzoeker] heeft aangevoerd, niet als een (digitale) tegenstem ter zake van de door de algemene vergadering op de AvA van 16 november 2023 genomen besluiten (zie 2.22) worden aangemerkt. Dat het bestuur van Phoen’x c.s. dit e-mailbericht niet aldus heeft aangemerkt, vormt dan ook geen grond voor twijfel aan een juist beleid of juiste gang van zaken van Phoen’x c.s.
3.8
Wat betreft de AvA van 8 december 2023 geldt het volgende. [verzoeker] heeft betwist dat hij een oproeping voor deze AvA heeft gezien/ontvangen. Phoen’x c.s. stellen dat een oproeping voor deze vergadering op 29 november 2023 per aangetekende post naar de feitelijke verblijfplaats van [verzoeker] in [plaats] is verzonden en op 30 november 2023 naar het e-mailadres van [verzoeker] ( [verzoeker] .nl). Nu [verzoeker] telkens met [belanghebbende] communiceerde vanaf hetzelfde e-mailadres ( [verzoeker] .nl) als het e-mailadres waarnaartoe [belanghebbende] de oproeping en de agenda voor de AvA van 8 december 2023 heeft gestuurd, komt het de Ondernemingskamer aannemelijk voor dat deze stukken ook op dit e-mailadres zijn binnengekomen. De oproeping voor de AVA van 8 december 2023 is ook per aangetekende post verstuurd naar een adres in [plaats] dat ook in het vonnis van 28 september 2023 (zie 2.28) en de stukken van de bezwaarprocedure bij de KvK wordt genoemd als feitelijke verblijfplaats van [verzoeker] . De Ondernemingskamer gaat er daarom vanuit dat de oproeping voor de AvA van 8 december 2023 per aangetekende post is verstuurd aan het adres waar [verzoeker] feitelijk verbleef.
3.9
Dit alles neemt echter niet weg dat de uit artikel 2:8 BW voortvloeiende eisen van zorgvuldigheid in de gegeven omstandigheden meebrengen van [belanghebbende] zich er voorafgaand aan de AvA van 8 december 2023 van had moeten vergewissen dat [verzoeker] daadwerkelijk had kennisgenomen van de oproeping voor deze vergadering en het feit dat daar zou worden besloten over zijn ontslag als statutair bestuurder van Phoen’x Holding en Phoen’x Energy. Daarvoor is het volgende redengevend. [belanghebbende] wist dat [verzoeker] op 8 december 2023 was verhinderd (zie 2.19) maar koos er toch voor de AvA op die datum te agenderen, terwijl onduidelijk is gebleven waarom zij niet voor een datum kon kiezen die [verzoeker] niet als verhindering had opgegeven. Het e-mailbericht van [verzoeker] aan [belanghebbende] van 3 december 2023 (zie 2.23) ging verder alleen over de AvA van 16 november 2023 en gaf er geen blijk van dat [verzoeker] kennis had genomen van de e-mail van 30 november 2023 met de oproeping voor de AvA van 8 december 2023 en zijn voor die vergadering geagendeerde ontslag. [belanghebbende] wist dat [verzoeker] niet wilde instemmen met een ontslag als bestuurder (mede gezien de opmerkingen die [verzoeker] in zijn e-mail van 8 november 2023 had gemaakt) en het lag dan ook voor de hand dat als [verzoeker] wel op de hoogte zou zijn geweest, hij op de AvA van 8 december 2023 (bij gemachtigde) zou zijn verschenen en tegen zijn ontslag zou hebben gestemd. Het besluit had dan wegens het staken van de stemmen niet genomen kunnen worden. Onder deze omstandigheden had [belanghebbende] , toen [verzoeker] vervolgens niet op de AvA van 8 december 2023 verscheen moeten verifiëren of [verzoeker] daadwerkelijk had kennisgenomen van de oproeping voor deze vergadering en het feit dat daar zou worden besloten over zijn ontslag als statutair bestuurder van Phoen’x Holding en Phoen’x Energy. Gelet op het zwaarwegende belang van het voorliggende ontslagbesluit kon [belanghebbende] daarbij niet volstaan met het sturen van een e-mailbericht waarin zij opmerkt dat [verzoeker] weer niet was verschenen (zie 2.24) maar had zij, toen daarop geen antwoord van [verzoeker] volgde, zeker moeten stellen dat [verzoeker] welbewust had gekozen niet aanwezig te zijn, bijvoorbeeld door met [verzoeker] telefonisch contact op te nemen. [belanghebbende] heeft dat niet gedaan maar ervoor gekozen om, gebruik makend van het feit dat [verzoeker] niet aanwezig was, in de AvA van 8 december 2023 te besluiten tot diens ontslag als statutair bestuurder van Phoen’x Holding en Phoen’x Energy. De gang van zaken rond de AvA van 8 december 2023 levert daarom een grond op voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Phoen’x c.s.
Informatievoorziening
3.10
De Ondernemingskamer is niet gebleken dat de informatievoorziening richting [verzoeker] zo gebrekkig is dat dit aanleiding vormt om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Phoen’x c.s. [verzoeker] heeft niet gemotiveerd weersproken dat hij tot zijn ontslag op 8 december 2023 toegang had tot de digitale boekhouding van Phoen’x c.s. [verzoeker] heeft de gelegenheid om vragen te stellen op de AvA van 16 november 2023 (met welke vergadering hij bekend was) onbenut gelaten. Dat voor het overige aan redelijke informatieverzoeken van [verzoeker] niet wordt voldaan, heeft de Ondernemingskamer niet kunnen vaststellen. Daar komt bij dat Phoen’x c.s. hebben bevestigd dat hun aanbod om een onafhankelijke door [verzoeker] in te schakelen accountant toegang te geven tot de integrale administratie van Phoen’x c.s. nog steeds staat.
Belangenafweging
3.11
Uit het voorgaande volgt dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Phoen’x c.s. Een afweging van de belangen van [verzoeker] tegen die van Phoen’x c.s. moet echter leiden tot afwijzing van het verzoek van [verzoeker] om een onderzoek te bevelen. Partijen zijn het er over eens dat ook de zakelijke samenwerking tussen hen blijvend is verstoord en dat zij uit elkaar moeten. Tussen [belanghebbende] en [verzoeker] loopt een procedure bij de rechtbank Gelderland over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap waarvan de aandelen in Phoen’x Holding deel uitmaken. In dat kader zal, naar het zich laat aanzien, een waardering plaatsvinden van de aandelen die van [belanghebbende] en [verzoeker] (indirect) houden in Phoen’x c.s. Twijfels over de juistheid van jaarrekeningen en de financiële administratie zullen in die procedure aan de orde (kunnen) worden gesteld. In die procedure zal voorts aan de orde komen aan wie en tegen welke waarde de aandelen in Phoen’x Holding moeten worden toebedeeld. Verder zijn in de procedure tussen JHN en Phoen’x Investments afspraken gemaakt over een gecontroleerde verkoop van de echtelijke woning en een aantal appartementen ter aflossing van de door JHN verstrekte lening. Met de uitkomst van deze twee procedures wordt aldus een definitief einde gemaakt aan de tussen partijen bestaande geschillen en aan hun zakelijke samenwerking. Een onderzoek naar de kwesties die volgens de Ondernemingskamer gegronde redenen vormen om aan een juist beleid te twijfelen, draagt daaraan niet bij. Een door de Ondernemingskamer te gelasten onderzoek zal slechts tot extra kosten voor Phoen’x c.s. leiden, terwijl de belangen van Phoen’x c.s. daarmee niet worden gediend. De beperkte activiteiten die nu nog plaatsvinden in Phoen’x c.s. zijn, tot slot, zeer overzichtelijk en worden onder het bestuur van [belanghebbende] voortgezet. Zij zal daarbij de (informatie)rechten van [verzoeker] moeten blijven respecteren.