Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-11-29
ECLI:NL:GHAMS:2024:3356
Civiel recht; Ondernemingsrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,147 tokens
Inleiding
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.342.884/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 29 november 2024
inzake
[A] ,
wonende te [....] ,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. M.J. Folkeringa, kantoorhoudende te Haarlem,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
OSC HORSES B.V.,
gevestigd te Ell, gemeente Leudal,
VERWEERSTER,
advocaten: mr. R.G. Roeffen, kantoorhoudende te Eindhoven.
Hierna zullen partijen als volgt worden aangeduid:
verzoekster als [A] ;
verweerster als OSC Horses.
1Het verloop van het geding
1.1
[A] heeft bij verzoekschrift van 26 juni 2024 de Ondernemingskamer verzocht, samengevat,
een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van OSC Horses over de periode vanaf de datum van oprichting van OSC Horses;
als onmiddellijke voorziening voor de duur van de procedure een derde te benoemen tot bestuurder van OSC Horses of een andere voorziening te treffen die de Ondernemingskamer juist acht;
OSC Horses te veroordelen in de kosten van deze procedure.
1.2
OSC Horses heeft bij verweerschrift van 21 augustus 2024 de Ondernemingskamer verzocht [A] niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek, dan wel het verzoek van [A] af te wijzen en [A] te veroordelen in de kosten van de procedure.
1.3
Bij e-mail van 10 september 2024 heeft [A] haar verzoek ingetrokken.
1.4
Bij V8-formulier van dezelfde datum heeft OSC Horses verzocht [A] te veroordelen in de proceskosten. Bij e-mail van 11 september 2024 heeft mr. Roeffen dit verzoek namens OSC Horses verduidelijkt.
1.5
Bij e-mail van 13 september 2024 heeft [A] betoogd dat er geen reden is voor het toewijzen van proceskosten, of in ieder geval niet meer dan € 614.
1.6
Op die e-mail heeft OSC Horses nog gereageerd bij e-mail van 19 september 2024.
2De gronden van de beslissing
2.1
[A] heeft haar verzoek tot het bevelen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van OSC Horses en tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen ingetrokken. Dit betekent dat dit verzoek geen beoordeling en beslissing meer behoeft en dat [A] niet-ontvankelijk is in haar verzoek.
2.2
Dat verzoek wordt afgewezen gelet op het volgende. [A] is met [B] in een echtscheiding verwikkeld. Zij zijn ieder indirect (via OSC Horses GmbH en OSC Holding B.V.) 50%-aandeelhouder en bestuurder van OSC Horses. [A] is begin 2023 vanuit Nederland verhuisd naar Zwitserland. Sindsdien heeft [B] de dagelijkse leiding over de onderneming van de OSC Horses. Bij brief van 14 maart 2024 heeft [A] haar bezwaren tegen het beleid en de gang van zaken binnen OSC Horses kenbaar gemaakt. OSC Horses heeft op deze brief niet gereageerd. Gelet op een en ander, en meer in het bijzonder de onlosmakelijke band tussen deze procedure en de echtscheiding, ziet de Ondernemingskamer geen aanleiding een proceskostenveroordeling uit te spreken. Dat wordt, anders dan OSC Horses meent, niet anders doordat op 26 juni 2024 in de echtscheidingsprocedure in Zwitserland is bepaald dat op 7 november 2024 een mondelinge behandeling zal plaatsvinden. Inzet en doel van die Zwitserse procedure zijn niet vergelijkbaar met inzet en doel van deze enquêteprocedure.
Dictum
De Ondernemingskamer:
verklaart [A] niet-ontvankelijk in haar verzoek;
wijst af het verzoek van OSC Horses B.V. om [A] in de proceskosten te veroordelen.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. Wessels, voorzitter, mr. C.C. Meijer en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en drs. M.A. Scheltema en prof. dr. A.J. Brouwer RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.C.W. Wijffels, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 29 november 2024.