Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-10-04
ECLI:NL:GHAMS:2024:3160
Strafrecht
Hoger beroep
2,494 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001678-23
datum uitspraak: 4 oktober 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 3 februari 2023 in de strafzaak onder parketnummer 96-206024-21 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,
inschrijfadres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 20 september 2024.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 24 mei 2021 te Amsterdam terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Prins Bernhardplein, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op of omstreeks 24 mei 2021 te Amsterdam terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, het Prins Bernhardplein, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de volgende bewijsmiddelen zijn vervat:
1. een proces-verbaal ZSM Artikel 9 WvW met nummer PL1300-240520212105122259 van 24 mei 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde verbalisant, bevattende een verhoor van de verdachte [doorgenummerde pagina 3]:
Ik wist dat mijn rijbewijs ongeldig is verklaard.
2. een proces-verbaal ZSM Artikel 9 WvW met nummer PL1300-240520212105122259 van 24 mei 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde verbalisant[doorgenummerde pagina’s 2-4]:
De verdachte werd op 09 mei 2021 omstreeks 16:30 uur staande gehouden door collega's op de Diemerdreef te Diemen. Dit naar aanleiding van een ANPR-hit van genoemde voertuig voor het rijden met een rijbewijs ongeldig was verklaard. Deze collega's hielden de verdachte staande en hebben hem een proces-verbaal aangezegd. Verder hebben deze collega's de verdachte
gewaarschuwd dat het voertuig bij een volgende keer in beslag genomen zou worden zodra hij weer het voertuig zou besturen, terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard.
Op 24 mei 2021 omstreeks 21:05 uur zag ik, verbalisant [verbalisant], dat de verdachte wederom het voertuig bestuurde. Derhalve heb ik aan de verdachte een proces-verbaal aangezegd en het voertuig in beslag genomen.
3. een besluit rijbewijs ongeldig van het CBR van 6 augustus 2019 (aangetekend) [CBR stukken doorgenummerde pagina’s 10-11]:
Onderwerp Besluit: rijbewijs ongeldig
Geachte heer [verdachte],
Op 27 juni 2017 hebben we u een brief gestuurd. In die brief stond dat u een onderzoek naar uw
alcoholgebruik moest laten doen. Helaas heeft u dit onderzoek niet, of niet op tijd betaald. U bent dus ook niet onderzocht. Daarom verklaren we uw rijbewijs ongeldig vanaf 13 augustus 2019. En mag u niet meer rijden.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straffen
De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie weken.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken.
De raadsvrouw heeft verzocht rekening te houden met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het besturen van een personenauto terwijl hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Door aldus te handelen heeft de verdachte er blijk van gegeven zich weinig aan te trekken van de jegens hem met het oog op die verkeersveiligheid door het bevoegde gezag genomen beslissing. Bovendien heeft hij, naast een veiligheidsrisico, ook een groot financieel risico voor andere weggebruikers in het leven geroepen, nu verzekeringsmaatschappijen in dergelijke gevallen veroorzaakte schade niet plegen te vergoeden.
Blijkens een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 4 september 2024 is hij eerder ter zake van de Wegenverkeerswet 1994 onherroepelijk veroordeeld. Bovendien was hij op 9 mei 2021 voor precies hetzelfde vergrijp door de politie staande gehouden en gewaarschuwd.
Het hof houdt rekening met straffen die worden opgelegd in soortgelijke zaken en de oriëntatiepunten zoals die zijn afgesproken in het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Een gevangenisstraf van twee weken wordt daarbij genoemd. Dat is niet zonder reden. Als iemand niet in staat wordt geacht op een goede manier deel te nemen aan het verkeer en toch besluit te rijden, dan staan daar sancties op. Het hof rekent de verdachte zijn recidiverende gedrag aan en komt daarom tot een gevangenisstraf van drie weken. Artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht is van toepassing, maar het hof ziet daarin geenszins aanleiding de op te leggen straf te matigen.
In de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals toegelicht ter terechtzitting in hoger beroep, met name dat de verdachte binnenkort de volledige zorg voor zijn dochter heeft, ziet het hof wel aanleiding om de vrijheidsbenemende straf in geheel voorwaardelijke vorm op te leggen. Dit dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst een nieuw strafbaar feit te plegen.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) weken.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.
Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
1 STK Personenauto ([kenteken])
(Omschrijving: PL1300-2021105758-G6041070, Blauw, merk: Renault, chassisnr: [nummer], bouwjaar 2000).
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.S. Ludwig, mr. D.A.C. Koster en mr. D.A.G. van Toor, in tegenwoordigheid van mr. I.F.M. Schreuders, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 4 oktober 2024.
Mr. D.A.G. van Toor is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=
===
[…]