Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-10-17
ECLI:NL:GHAMS:2024:3150
Strafrecht
Hoger beroep
1,871 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001429-23
datum uitspraak: 17 oktober 2024
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 24 april 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-072390-23 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag 1] 1990,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 17 oktober 2024.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte naar voren heeft gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
zij in of omstreeks de periode van 01 september 2022 tot en met 16 september 2022 te Amsterdam, althans in Nederland, als degene die het gezag uitoefende over de jongere [naam], geboren op [geboortedag 2] 2017, althans als degene die zich met de feitelijke verzorging van de jongere [naam], geboren op [geboortedag 2] 2017, had belast, niet heeft voldaan aan de verplichting om overeenkomstig de bepalingen van de Leerplichtwet 1969 te zorgen dat voornoemde jongere, die als leerling van een school, te weten [school], stond ingeschreven, deze school na inschrijving geregeld bezocht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
zij in de periode van 1 september 2022 tot en met 16 september 2022 te Amsterdam als degene die het gezag uitoefende over de jongere [naam], geboren op [geboortedag 2] 2017, niet heeft voldaan aan de verplichting om overeenkomstig de bepalingen van de Leerplichtwet 1969 te zorgen dat voornoemde jongere, die als leerling van een school, te weten de [school], stond ingeschreven, deze school na inschrijving geregeld bezocht.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
als persoon bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Leerplichtwet 1969, de in artikel 2, eerste lid, van die wet opgelegde verplichtingen niet nakomen.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straf
De kantonrechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 900,00, subsidiair 18 dagen hechtenis.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke geldboete ter hoogte van € 450,00, subsidiair 9 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaar.
De verdachte heeft het tenlastegelegde bekend. Zij heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard (al enige tijd voor de tenlastegelegde periode) naar Marokko te zijn afgereisd om afscheid te kunnen nemen van haar ernstig zieke oma, die veel voor haar betekende en uiteindelijk op 8 oktober 2022 is overleden. De verdachte was hoogzwanger en naar eigen zeggen genoodzaakt haar dochter [naam] mee te nemen. Door allerlei onfortuinlijke omstandigheden waren de verdachte en haar dochter niet op tijd terug in Nederland. De verdachte heeft te kennen gegeven het laakbare van haar handelen in te zien: ondanks deze omstandigheden had zij anders moeten handelen.
Het hof heeft in hoger beroep gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft gedurende een periode van ruim twee weken niet voldaan aan de verplichting om overeenkomstig de bepalingen van de Leerplichtwet 1969 te zorgen dat haar dochter [naam] de school waar zij was ingeschreven geregeld bezocht. De Leerplichtwet 1969 verplicht ouders ervoor te zorgen dat een kind op een school staat ingeschreven en dat het kind de school na inschrijving geregeld bezoekt. Op deze manier wordt in het belang van het kind geprobeerd schoolverzuim en vroegtijdig schoolverlaten zonder startkwalificatie te voorkomen. Bovendien beoogt de Leerplichtwet 1969 het recht op onderwijs te garanderen, mede gelet op het belang dat een kind zich binnen een (scholen)gemeenschap, waaraan ook andere kinderen deelnemen, kan ontwikkelen en vormen.
Ter terechtzitting is het hof gebleken dat de verdachte doordrongen is van het belang dat haar kinderen naar school gaan. De verdachte is klassenouder en ook anderszins komt zij op het hof over als een betrokken ouder, die juist ook onderwijs hoog in het vaandel heeft staan.
Gelet op het voorgaande acht het hof het raadzaam met toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht te bepalen dat in verband met de omstandigheden die zich nadien hebben voorgedaan geen straf of maatregel zal worden opgelegd.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Bepaalt dat ter zake van het bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D. Radder, mr. N.R.A. Meerbeek en mr. M.K. Durdu-Agema, in tegenwoordigheid van mr. S. Abelsma, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 oktober 2024.
Mr. N.R.A. Meerbeek en mr. M.K. Durdu-Agema zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.