Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-11-14
ECLI:NL:GHAMS:2024:3146
Strafrecht
Hoger beroep
996 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000751-24
datum uitspraak: 14 november 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 19 maart 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-312105-23 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,
adres: [adres 1].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 31 oktober 2024.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
zij op of omstreeks 25 november 2023 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, meerdere (winkel)goederen (waaronder: Unox en/of zalmfilet), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [winkel] (filiaal: [adres 2]), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een vrijspraak komt.
Vordering van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring en gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke taakstraf voor de duur van 24 uren.
Vrijspraak
De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit van de tenlastegelegde winkeldiefstal. Volgens de verdediging heeft de verdachte geen oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening gehad. Zij is vergeten om de boodschappen af te rekenen doordat zij schrok van een alarm dat afging en dat haar deed denken aan haar stalker.
De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat de verdachte geen geloofwaardig verhaal heeft en daarom dient te worden uitgegaan van diefstal van de goederen.
Overwegingen
Het hof heeft niet de overtuiging gekregen dat de verdachte met het voor diefstal vereiste oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft gehandeld. Gelet op de inhoud van de beschikbare dossierstukken houdt het hof voor mogelijk dat de verklaring van de verdachte over de toedracht juist is. Bij dit oordeel speelt een rol dat het dossier beknopt is, de aangever niet uit eigen waarneming verklaart en dat de beschrijving van de camerabeelden onvoldoende duidelijkheid biedt over de precieze gang van zaken in de winkel, terwijl die beelden zelf niet in het dossier zitten. Bovendien blijkt uit het dossier dat de verdachte destijds inderdaad aangifte heeft gedaan van stalking en dat zij toen een zeer gespannen, onrustige en kwetsbare indruk maakte. Een dergelijke indruk heeft de verdachte ook ter terechtzitting in hoger beroep achter gelaten.
Het hof zal de verdachte om deze redenen vrijspreken.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.J. van der Wilt en mrs. R.P. den Otter en M.C. van der Mei, in tegenwoordigheid van mr. S.S.I. Jackson, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 14 november 2024.
Mr. M.C. van der Mei is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.