Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-10-15
ECLI:NL:GHAMS:2024:2957
Strafrecht
Hoger beroep
776 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000245-22
datum uitspraak: 15 oktober 2024
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 20 januari 2022 in de strafzaak onder de parketnummers 13-008260-22 en 13-224568-21 (TUL) tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1973,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 1 oktober 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, in zoverre zal het vonnis worden vernietigd.
Vordering tenuitvoerlegging
Het Openbaar Ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 22 september 2021 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken en de politierechter heeft die tenuitvoerlegging gelast. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Zowel de advocaat-generaal als de raadsman hebben verzocht de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen.
Het hof acht toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging niet opportuun aangezien de verdachte op dit moment de ISD-maatregel ondergaat. Het hof zal de vordering daarom afwijzen.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Wijst af de vordering van de officier van justitie van 13 januari 2022, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 22 september 2021, met parketnummer 13-224568-21, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twee weken.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D.A.C. Koster, mr. W.S. Ludwig en mr. N.E. Kwak, in tegenwoordigheid van mr. I. Peetoom, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 15 oktober 2024.
Mr. W.S. Ludwig is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.