Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-01-16
ECLI:NL:GHAMS:2024:295
Strafrecht
Hoger beroep
6,684 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000123-22
datum uitspraak: 16 januari 2024
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 6 januari 2022 in de strafzaak onder parketnummer 15-086436-21 tegen
[verdachte01]
,
geboren te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) op [geboortedatum01] 2002,
zonder bekende woon- of verblijfplaats.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 16 januari 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij, op of omstreeks 28 maart 2021 te Medemblik tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een telefoon (van het merk Samsung) en/of een sleutelbos, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer01] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer01] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer01]
- in het gezicht, althans tegen het hoofd, te slaan en/of te stompen en/of
- ( vervolgens) tegen het hoofd en/of tegen het lichaam te schoppen en/of te trappen en/of
- tegen de grond aan te drukken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een iets andere bewezenverklaring en tot een andere strafoplegging komt.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 28 maart 2021 te Medemblik tezamen en in vereniging met anderen een telefoon (van het merk Samsung) en een sleutelbos, die toebehoorden aan [slachtoffer01] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer01] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken door die [slachtoffer01]
- tegen het hoofd te slaan,
- (vervolgens) tegen het hoofd te schoppen en
- tegen de grond te drukken.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straffen
De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot taakstraf voor de duur van 180 dagen, subsidiair 90 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren.
De raadsman heeft zich aangesloten bij de vordering van de advocaat-generaal. Hij heeft voorts de toezegging gedaan dat de reclassering via hem op zijn kantooradres contact kan leggen met de verdachte in het geval het hof een taakstraf zal opleggen.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft met twee andere personen de aangever op straat aangevallen en zijn sleutels en portemonnee weggenomen. Toen de aangever op de grond lag, hebben de verdachte en zijn mededaders hem geschopt en tegen de grond gedrukt. Dat moet een zeer beangstigende situatie voor de aangever zijn geweest. Bovendien hebben de verdachte en zijn mededaders daarmee een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de aangever. Daarnaast is het feit op de openbare weg gepleegd, waarvan omstanders getuige zijn geweest. Bij hen en in bredere kring kan zo’n vergrijp leiden tot gevoelens van angst en onveiligheid.
Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is in beginsel dan ook passend en geboden. De verdachte lijkt evenwel zijn leven thans aardig op de rit te hebben. Hij heeft werk en een dak boven zijn hoofd en richt zich naar eigen zeggen op zijn geloof. Deze positieve ontwikkeling zou door oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf worden doorkruist.
Het hof is alles afwegende en met de advocaat-generaal van oordeel dat mede gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals deze ter terechtzitting in hoger beroep zijn gebleken, alsmede gelet op het tijdsverloop in deze zaak een taakstraf en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden is.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 312 van het Wetboek van Strafrecht.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf
voor de duur van
3 (drie) maanden
.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jaren
aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf
voor de duur van
180 (honderdtachtig) uren
, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
90 (negentig) dagen hechtenis
.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.A.E. van Noort, mr. A.E. Kleene-Krom en mr. D.A.G. van Toor, in tegenwoordigheid van mr. A.F. van der Heide, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 januari 2024.
mr. D.A.G. van Toor is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat als het hof een taakstraf oplegt, hij ten behoeve van de tenuitvoerlegging daarvan domicilie kiest op het kantooradres van zijn raadsman, mr. G.M. Terlingen, advocaat te Hoorn. De raadsman heeft daarmee uitdrukkelijk ingestemd. De advocaat-generaal heeft toegezegd dat hij dit bij de afdeling executie van het openbaar ministerie onder de aandacht zal brengen.
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000123-22
datum uitspraak: 16 januari 2024
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 6 januari 2022 in de strafzaak onder parketnummer 15-086436-21 tegen
[verdachte01]
,
geboren te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) op [geboortedatum01] 2002,
zonder bekende woon- of verblijfplaats.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 16 januari 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij, op of omstreeks 28 maart 2021 te Medemblik tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een telefoon (van het merk Samsung) en/of een sleutelbos, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer01] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer01] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer01]
- in het gezicht, althans tegen het hoofd, te slaan en/of te stompen en/of
- ( vervolgens) tegen het hoofd en/of tegen het lichaam te schoppen en/of te trappen en/of
- tegen de grond aan te drukken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een iets andere bewezenverklaring en tot een andere strafoplegging komt.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 28 maart 2021 te Medemblik tezamen en in vereniging met anderen een telefoon (van het merk Samsung) en een sleutelbos, die toebehoorden aan [slachtoffer01] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer01] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken door die [slachtoffer01]
- tegen het hoofd te slaan,
- (vervolgens) tegen het hoofd te schoppen en
- tegen de grond te drukken.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straffen
De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot taakstraf voor de duur van 180 dagen, subsidiair 90 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren.
De raadsman heeft zich aangesloten bij de vordering van de advocaat-generaal. Hij heeft voorts de toezegging gedaan dat de reclassering via hem op zijn kantooradres contact kan leggen met de verdachte in het geval het hof een taakstraf zal opleggen.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft met twee andere personen de aangever op straat aangevallen en zijn sleutels en portemonnee weggenomen. Toen de aangever op de grond lag, hebben de verdachte en zijn mededaders hem geschopt en tegen de grond gedrukt. Dat moet een zeer beangstigende situatie voor de aangever zijn geweest. Bovendien hebben de verdachte en zijn mededaders daarmee een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de aangever. Daarnaast is het feit op de openbare weg gepleegd, waarvan omstanders getuige zijn geweest. Bij hen en in bredere kring kan zo’n vergrijp leiden tot gevoelens van angst en onveiligheid.
Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is in beginsel dan ook passend en geboden. De verdachte lijkt evenwel zijn leven thans aardig op de rit te hebben. Hij heeft werk en een dak boven zijn hoofd en richt zich naar eigen zeggen op zijn geloof. Deze positieve ontwikkeling zou door oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf worden doorkruist.
Het hof is alles afwegende en met de advocaat-generaal van oordeel dat mede gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals deze ter terechtzitting in hoger beroep zijn gebleken, alsmede gelet op het tijdsverloop in deze zaak een taakstraf en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden is.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 312 van het Wetboek van Strafrecht.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf
voor de duur van
3 (drie) maanden
.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jaren
aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf
voor de duur van
180 (honderdtachtig) uren
, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
90 (negentig) dagen hechtenis
.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.A.E. van Noort, mr. A.E. Kleene-Krom en mr. D.A.G. van Toor, in tegenwoordigheid van mr. A.F. van der Heide, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 januari 2024.
mr. D.A.G. van Toor is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat als het hof een taakstraf oplegt, hij ten behoeve van de tenuitvoerlegging daarvan domicilie kiest op het kantooradres van zijn raadsman, mr. G.M. Terlingen, advocaat te Hoorn. De raadsman heeft daarmee uitdrukkelijk ingestemd. De advocaat-generaal heeft toegezegd dat hij dit bij de afdeling executie van het openbaar ministerie onder de aandacht zal brengen.
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000123-22
datum uitspraak: 16 januari 2024
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 6 januari 2022 in de strafzaak onder parketnummer 15-086436-21 tegen
[verdachte01]
,
geboren te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) op [geboortedatum01] 2002,
zonder bekende woon- of verblijfplaats.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 16 januari 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij, op of omstreeks 28 maart 2021 te Medemblik tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een telefoon (van het merk Samsung) en/of een sleutelbos, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer01] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer01] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer01]
- in het gezicht, althans tegen het hoofd, te slaan en/of te stompen en/of
- ( vervolgens) tegen het hoofd en/of tegen het lichaam te schoppen en/of te trappen en/of
- tegen de grond aan te drukken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een iets andere bewezenverklaring en tot een andere strafoplegging komt.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 28 maart 2021 te Medemblik tezamen en in vereniging met anderen een telefoon (van het merk Samsung) en een sleutelbos, die toebehoorden aan [slachtoffer01] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer01] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken door die [slachtoffer01]
- tegen het hoofd te slaan,
- (vervolgens) tegen het hoofd te schoppen en
- tegen de grond te drukken.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straffen
De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot taakstraf voor de duur van 180 dagen, subsidiair 90 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren.
De raadsman heeft zich aangesloten bij de vordering van de advocaat-generaal. Hij heeft voorts de toezegging gedaan dat de reclassering via hem op zijn kantooradres contact kan leggen met de verdachte in het geval het hof een taakstraf zal opleggen.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft met twee andere personen de aangever op straat aangevallen en zijn sleutels en portemonnee weggenomen. Toen de aangever op de grond lag, hebben de verdachte en zijn mededaders hem geschopt en tegen de grond gedrukt. Dat moet een zeer beangstigende situatie voor de aangever zijn geweest. Bovendien hebben de verdachte en zijn mededaders daarmee een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de aangever. Daarnaast is het feit op de openbare weg gepleegd, waarvan omstanders getuige zijn geweest. Bij hen en in bredere kring kan zo’n vergrijp leiden tot gevoelens van angst en onveiligheid.
Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is in beginsel dan ook passend en geboden. De verdachte lijkt evenwel zijn leven thans aardig op de rit te hebben. Hij heeft werk en een dak boven zijn hoofd en richt zich naar eigen zeggen op zijn geloof. Deze positieve ontwikkeling zou door oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf worden doorkruist.
Het hof is alles afwegende en met de advocaat-generaal van oordeel dat mede gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals deze ter terechtzitting in hoger beroep zijn gebleken, alsmede gelet op het tijdsverloop in deze zaak een taakstraf en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden is.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 312 van het Wetboek van Strafrecht.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf
voor de duur van
3 (drie) maanden
.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jaren
aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf
voor de duur van
180 (honderdtachtig) uren
, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
90 (negentig) dagen hechtenis
.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.A.E. van Noort, mr. A.E. Kleene-Krom en mr. D.A.G. van Toor, in tegenwoordigheid van mr. A.F. van der Heide, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 januari 2024.
mr. D.A.G. van Toor is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat als het hof een taakstraf oplegt, hij ten behoeve van de tenuitvoerlegging daarvan domicilie kiest op het kantooradres van zijn raadsman, mr. G.M. Terlingen, advocaat te Hoorn. De raadsman heeft daarmee uitdrukkelijk ingestemd. De advocaat-generaal heeft toegezegd dat hij dit bij de afdeling executie van het openbaar ministerie onder de aandacht zal brengen.