Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-09-24
ECLI:NL:GHAMS:2024:2913
Strafrecht
Hoger beroep
735 tokens
Inleiding
proces-verbaal terechtzitting
GERECHTSHOF AMSTERDAM
datum arrest 24 september 2024
parketnummer 23-001902-23
datum vonnis eerste aanleg 15 november 2021
parketnummer 96-039343-20
Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van dit gerechtshof, enkelvoudige kamer, op 24 september 2024.
Tegenwoordig:
mr. N.A. Schimmel raadsheer,
en mr. S. Pesch en L.I. Slot griffiers.
Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. E. Lodder, advocaat-generaal.
De raadsheer doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.
De verdachte, gedagvaard als:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 2000,
adres: [adres],
is niet verschenen.
De raadsheer deelt mede dat de dagvaarding op rechtsgeldige wijze is betekend.
Het gerechtshof verleent verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan.
De advocaat-generaal draagt de zaak voor.
De raadsheer merkt op dat in deze zaak geen grieven zijn ingediend.
De advocaat-generaal voert het woord en vordert dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het ingestelde hoger beroep. De advocaat-generaal legt haar vordering over aan het hof. Dit stuk wordt in het dossier gevoegd.
De raadsheer verklaart het onderzoek gesloten en deelt mee terstond mondeling arrest te zullen wijzen.
De raadsheer spreekt het arrest uit ter openbare terechtzitting.
AANTEKENING VAN HET MONDELING ARREST
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 september 2024.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Door of namens de verdachte is geen schriftuur houdende grieven ingediend. Evenmin zijn mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Ook overigens is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak. Om die reden wordt de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Dictum
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de raadsheer en griffier Slot is vastgesteld en ondertekend.