Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-09-10
ECLI:NL:GHAMS:2024:2568
Civiel recht
Hoger beroep
903 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:GHAMS:2024:2568 text/xml public 2026-02-13T13:49:07 2024-09-10 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Amsterdam 2024-09-10 200.293.307/01 Uitspraak Hoger beroep NL Amsterdam Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:2568 text/html public 2026-02-13T13:48:29 2026-02-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHAMS:2024:2568 Gerechtshof Amsterdam , 10-09-2024 / 200.293.307/01 dekkingsgeschil GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer: 200.293.307/01 zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam: C/13/610230 / HA ZA 16-604 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 10 september 2024 inzake 1. [appellant 1] , gevestigd te [plaats 1] , 2. [appellant 2] , gevestigd te [plaats 2] , appellanten, tevens incidenteel geïntimeerden, advocaat: mr. R.H. Knegtering te Leeuwarden, tegen: [geïntimeerde] , gevestigd te [plaats 3] , geïntimeerde, tevens incidenteel appellante, advocaat: mr. J.M.H.W. Bindels te Arnhem. Appellanten worden hierna gezamenlijk met [appellanten] (in vrouwelijk enkelvoud) aangeduid. Appellante sub 1 wordt [appellant 1] genoemd. Geïntimeerde wordt [geïntimeerde] genoemd. Verzoek en reactie 1. Het hof heeft op 9 april 2024 een tussenarrest gewezen. [appellanten] heeft een akte na tussenarrest genomen waarin zij, kort samengevat en voor zover nu van belang, heeft gesteld dat [appellant 1] haar vordering op [geïntimeerde] heeft gecedeerd aan [bedrijf] ( [bedrijf] ), met verzoek om [bedrijf] in de plaats te stellen van [appellant 1] . [geïntimeerde] heeft zich verzet. Motivering 2.1 Het hof begrijpt het verzoek van [appellant 1] als een verzoek tot schorsing ex art. 225 lid 1 sub c Rv en hervatting ex art. 227 Rv. [geïntimeerde] betwist dat bevoegdelijk is geschorst. Zij voert daartoe aan dat de polisvoorwaarden cessie niet toestaan, zodat van een geldige cessie die ertoe leidt dat het recht op een verzekeringsuitkering is overgegaan geen sprake kan zijn. 2.2 Dat bezwaar wordt verworpen. De polisvoorwaarden waarop [geïntimeerde] zich beroept dateren van (ruim) na zowel het sluiten van de verzekering als het evenement en de melding daarvan aan [geïntimeerde] . Dat eerdere versies van de polisvoorwaarden een dergelijk verbod bevatten is gesteld noch gebleken. 2.3 De procedure kan worden hervat op naam van [bedrijf] in plaats van [appellant 1] , nu [bedrijf] een aan [appellant 1] gelieerde partij is die de procedure wenst voort te zetten samen met appellante sub 2 en die wordt bijgestaan door dezelfde advocaat. 2.4 In de aktes na tussenarrest zijn beide partijen ingegaan op het verdere verloop, in het bijzonder de schadevaststelling. Nadat het verzoek tot het openstellen van tussentijds cassatieverlof was afgewezen heeft [geïntimeerde] laten weten dat partijen het traject van schadevaststelling zoals in de polis voorzien alsnog hebben opgepakt, zoals ter zitting was besproken en in het tussenarrest (rov. 3.29-3.31) voorzien. 2.5 De zaak wordt naar een roldatum over bijna een jaar verwezen, om partijen voldoende tijd te geven. De meest gerede partij kan haar opbrengen zodra daaraan behoefte bestaat nadat het schadevaststellingstraject is afgerond. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. Beslissing Het hof: stelt vast dat het geding is hervat waarbij [bedrijf] in de plaats treedt van [appellant 1] ; verwijst de zaak naar de rol van 5 augustus 2025; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten, K.A.J. Bisschop en P.A.M. Jongens-Lokin en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 10 september 2024.